Zondag 29/05/2022

Reportage

De vuurdoop van Holslag en Pohlmann in het leger: "Als reservist kom je jezelf tegen"

Joachim Pohlmann (l.) en Jonathan Holslag willen reservist worden in het Belgisch leger. Beeld Tim Dirven
Joachim Pohlmann (l.) en Jonathan Holslag willen reservist worden in het Belgisch leger.Beeld Tim Dirven

Opiniemakers Jonathan Holslag (37) en Joachim Pohlmann (37) zijn het niet altijd met elkaar eens. Nu zijn ze wapenbroeders, in een Belgisch legeruniform. Beiden volgen een maand lang de intensieve opleiding om militair reservist te worden. Afgelopen week kregen ze hun vuurdoop. "Moet ik dat nu echt doen?"

Maarten Rabaey

“Eerste lijn! Maak jullie klaar om vanaf 25 meter drie schoten af te vuren op het kleinste silhouet, dat een vijand op 250 meter voorstelt! Patrouillehouding!”

We zijn dag zes van de vier weken durende basisopleiding voor nieuwe legerreservisten. Op het schietterrein Charlie 2 schouderen VUB-professor Jonathan Holslag en N-VA-woordvoerder Joachim Pohlmann zij aan zij hun FNC-geweer, vanuit een geknielde positie op de heidegrond.

“Vuren!” Luide knallen en het gefluit van de 5.56-kogels doorbreken de vredige stilte in de glooiende heuvels op het door dennenbossen omzoomde militair domein van Elsenborn, in de Belgische Oostkantons. Hier weken ze naar uit omdat er op hun basis in Leopoldsburg door de hitte te veel brandgevaar is. Holslag en Pohlmann rennen in hun camouflagekleding naar de papieren doelen, geniet op geperste houtplaten waar door de opeenvolgende salvo’s geen spaander van heel blijft.

Beiden zaten er al dicht bij maar: “Dit móét beter”, zegt de wapeninstructeur van Peloton Delta. “Was dit echt geweest, dan was je nu dood, want je tegenstander vuurt ook op jou.” Zowel Holslag als Pohlmann moet opnieuw zeroteren – testvuren op een gearceerd doel. Zo kunnen ze de korrel van hun wapen op een andere hoogte afstellen, om de volgende keer wel raak te schieten.

Bij Holslag duikt nog een ander probleem op. Zijn beste oog om te mikken is links, wat betekent dat hij als rechtshandige links moet leren vuren. Het zal hem de volgende twee dagen parten spelen. Hij blijft er voorlopig rustig bij. “Hier toont de militaire dril zijn nut. Je moet doen en blijven doen om iets veilig te kunnen uitvoeren. En ik word dubbelhandig. Dat komt later nog van pas.” (grinnikt)

We worden onderbroken. De schietinstructeur wijst iemand terecht die een wapen op de grond liet liggen. “Ik wil tijdens de oefening áltijd jullie wapens rond uw lijf zien hangen! Dit wil ik niet meer zien!” Wat later, tijdens een pauze, krijgen ook Holslag en een aantal andere reservisten een publieke aanmerking van de pelotonscommandante. De patronenkamer van hun wapen was tijdens een pauze dichtgeschoven, terwijl ze open moet zijn zodat je kunt zien dat er geen munitie meer in zit. Een veiligheidscontrole vergeten kan dodelijk zijn. De beteuterde leerlingen moeten de vier basisregels opnieuw één voor één opsommen.

Jonathan Holslag in actie. Beeld Tim Dirven
Jonathan Holslag in actie.Beeld Tim Dirven

Holslag begrijpt het wel. “We zijn sinds vorige week al gewoon aan dit geweer, dat we in elkaar kunnen steken en uit elkaar kunnen halen. We oefenden met luchtdruk in een elektronische cabine, waardoor het makkelijker leek dan het is. Dit is nu het gevaarlijkste moment. We moeten supergeconcentreerd zijn. Daarom is discipline bij Defensie essentieel, leerde ik al. Het is één ding om als academicus met strategie bezig te zijn en onrechtstreeks de gevolgen in te schatten op het niveau van een land of een samenleving, maar het is nog wat anders om zelf een dodelijk wapen in de hand te hebben en je bewust te worden van de directe gevolgen die een foutieve omgang kan hebben. Het gevoel met dodelijke munitie te werken vergroot de ernst toch wel. Deze opleiding zet je echt wel met beide voeten op de grond.”

Leven in de kazerne

Vandaag doorboren de kogels papieren schaduwen. Denkt Holslag er tijdens het schieten aan dat dit in een conflictsituatie andere mensen kunnen zijn die het op zijn leven gemunt hebben, vragen we wat later tijdens een pauze. “Ik denk dat het belangrijk is dat dat zo nu en dan tot je doordringt. De instructeurs proberen ons daar ook op te wijzen. Dit is geen spel. Het gaat om mensenlevens.”

Joachim Pohlmann, de woordvoerder en media-adviseur van N-VA en hun voorzitter Bart De Wever, zal als reservist nog veel meer moeten leren over wapens. Hij zal later ingedeeld worden bij de artillerie. Zoals iedereen hier heeft hij al vermoeide ogen, en dat is niet alleen van de schietoefeningen vandaag.

“Ik heb de fysieke belasting van de opleiding een beetje onderschat”, geeft hij ruiterlijk toe. “Het is héél intensief. Je begint om halfzes en je bent bezig tot na tien uur. Dan beginnen nog je voorbereidingen voor de volgende dag, uw bottines kuisen, uw zak maken,… en dan moet om elf uur het licht uit. Eigenlijk slaap je maar een paar uur.”

Terwijl we aan de horizon de inslagen zien van schietoefeningen door pantservoertuigen, vertelt Pohlmann dat hij het leger al na een week door een andere bril is gaan bekijken. “Als politici nu praten over Defensie gaat het altijd over materiaal, over vliegtuigen of schepen. Hier ervaar ik dat Defensie bestaat uit allemaal mensen, die een belastende job moeten combineren met hun gezin. Denk aan de militaire patrouilles in onze steden, waarbij soldaten die samen met de politie op pad zijn ’s avonds terug naar de kazerne moeten, terwijl de politie naar huis mag. Het is heel goed om nu eens aan den lijve – en dat doe ik zelf volstrekt apolitiek – te ervaren wat dat kazerneleven eigenlijk betekent. Dat begrip is iets wat in de politiek dikwijls ontbreekt.”

Joachim Pohlmann en Jonathan Holslag tijdens een schietoefening. Beeld Tim Dirven
Joachim Pohlmann en Jonathan Holslag tijdens een schietoefening.Beeld Tim Dirven

Ook vertelt hij veel te denken aan een bevriende militair die nu op missie de situatie in Mali helpt te stabiliseren. “Door hier te zitten begrijp ik zijn situatie veel beter. We kregen ongeveer gelijktijdig een kindje. Ik besef nu al – door mijn kleine zo’n korte tijd al niet te kunnen zien – wat het voor hem moet zijn om zijn negen maanden jonge baby vier maanden te moeten missen. Mijn blik op het leger is nu al minder abstract geworden, concreter en vooral véél menselijker.”

Hela! Wa staade gullie daar god****mme nog te doen? Komaan, lopen hè!”

Jonathan Holslag lacht als zijn collega’s van de tweede groep volgens de bulderende chef iets te veel lanterfanten. “Het is hier geen Hollywood, hoor. Het Rambo-gehalte ligt heel erg laag”, relativeert hij.

Als hij wat later zelf ook uit volle borst ‘Ja, chef!’ roept na een bevel, vragen we hem toch of hij als vrijdenkende academicus van de VUB geen moeite heeft om zich aan te passen aan directe bevelen. “Hiërarchie wil niet zeggen dat je niet moet denken”, zegt hij. “Het leger is geëvolueerd van Noord-Koreaanse praktijken, waar men wacht op commando’s van hoogste regionen, naar een organisatie waar je zelf initiatief moet nemen. Iedereen doet dat binnen zijn verantwoordelijkheid.”

Joachim Pohlmann probeert raak te schieten. Beeld Tim Dirven
Joachim Pohlmann probeert raak te schieten.Beeld Tim Dirven

Zelfs in pelotonsformatie in de pas lopen – donderdag zal hij dat na een bivak acht kilometer lang doen, met vijftien kilo op de rug – gaat hem veel beter af dan verwacht. “Ik zag daar tegenop. Moet ik dat nu echt doen, dacht ik bij mezelf, maar het is eigenlijk heel fijn. Het is een beetje als teamsport, hè. Als reservist breek je uiteindelijk door je comfortzone uit het burgerleven. Verrijkend is dat.”

Het leukste aan de reservistenopleiding vindt Holslag dat hij met totaal verschillende mensen in eenzelfde eenheid zit. “Iedereen heeft een andere achtergrond in het burgerleven. Ik lig nu op de kamer met een verpleger, een hotelier en iemand uit de financiële wereld. Hier leer je elkaar aan te vullen om hetzelfde doel te bereiken. Het is heel divers, ook naar leeftijd en gender. Onze jongste collega is een vrouw.”

Ze heet Hélène Hannecart, en is nog maar 19. Zopas kreeg ze een high five van de Chef omdat ze drie keer na elkaar in de roos schoot. Ze heeft net haar bachelor burgerlijk ingenieur architectuur op zak, maar offert nu een deel van de festivalzomer op voor de reservistenopleiding, die Defensie sinds kort openstelt voor studenten die op zoek zijn naar avontuurlijke praktijkervaring.

“In eerste instantie is dit voor mij een mooie bijdrage aan de samenleving”, vertelt ze. “Momenteel zijn we allemaal zo gefocust op onze eigen studie. Ik dacht plots: nee, ik wil mijn talenten nu al ten dienste stellen van de maatschappij. Ook voor jezelf is dit nuttig om discipline, leiderschap en teamwork aan te leren – concepten die je aan de universiteit minder ontmoet dan hier.”

Na de opleiding is ze van plan om zich jaarlijks enkele weken bij de genietroepen aan te sluiten. “Omdat je daar in de praktijk aanleert om na te denken over ‘out of the box’-oplossingen. Eigenlijk moet je dat tijdens deze opleiding ook al doen. Het is een van de redenen waarom ik er nu al mee begin. Ik ben wel verwonderd dat er zo weinig studenten zijn, want wij hebben een volle zomer voor ons en moeten hiervoor geen verlof nemen, in tegenstelling tot vele collega’s hier.”

De meeste van haar vrienden weten nog niet dat ze dit doet. “Toen ik het voorbije weekend thuiskwam, vroegen ze bezorgd waar de blauwe plekken op mijn arm vandaan kwamen. Toen ik ‘van de terugslag van mijn machinegeweer’ zei, moesten ze toch even slikken. Ze schrikken gelukkig niet meer van mij.” (lacht)

Defensie sleepte lange tijd het imago met zich mee een mannenbastion te zijn, maar dat behoort volgens de eerste ervaringen van Hannecart echt wel tot het verleden. “In dit peloton zijn vier van de zestien leden vrouwen, en ook onze pelotonscommandant is een vrouw. Ik heb er geen last van om mijn mannetje te staan – op een vrouwelijke manier dan.” (lacht)

Beste schutter

“Mensen achter de lijn, gehoorbescherming en bril!”, roept de Chef. Iedereen zet snel beschermende brillen op om te vermijden dat de gloeiend hete, lege kogelhulzen het oog raken als ze na elk schot uit het geweer springen. En ze stoppen speciale oordopjes in om trommelvliesschade te vermijden. Eén FNC knalt al snel meer decibels bijeen dan een muziekliefhebber op Werchter te verduren krijgt.

Desondanks moet de 26-jarige Vlaams-Brabantse Annemie (die geen familienaam in de krant wenst, red.) plots met pijnlijk oorsuizen naar de kant. De pelotonscommandant neemt geen risico. Ze laat haar meteen naar een ziekenhuis brengen. In het slechtste geval moet ze naar een luchtddrukkamer in het militair hospitaal om het drukverschil in de oren te stabiliseren. Dat is gelukkig niet nodig.

De ochtend nadien is Annemie bij de eersten die in Elsenborn terug van de bus vanuit hun basis in Leopoldsburg stappen, deze keer aan schietterrein Bravo 2. Als leerkracht in het secundair onderwijs komt ze hier een deeltijdse uitdaging zoeken. “Dit lijkt me een mooie gelegenheid om lesgeven te combineren met mijn originele opleiding als vertaalster Spaans, Engels en Frans, maar dan bij een actieve Defensie-eenheid.”

“Hey, heeft er iemand nog een lader met tien patronen op overschot?”, worden we onderbroken. Meteen graaien Annemie en de anderen in hun beige bear vest, waarvan de wijde zakken gevuld worden met laders vol kogels.

Jonathan Holslag in full battle dress. Beeld Tim Dirven
Jonathan Holslag in full battle dress.Beeld Tim Dirven

“Het onderlinge respect en de steun hier blijven me nu al bij”, zegt Annemie. “Ook als je eens problemen hebt om je rugzak snel genoeg aan te vullen, komen de anderen meteen helpen.” Zal ze deze mentaliteit meenemen naar school als ze terug les gaat geven? “Ik denk wel dat ik anders voor de klas zal staan. Ik was al vrij streng voor mijn leerlingen, stond al op mijn strepen, maar ga dat nu nog wel wat meer durven doen.”

Sommige deelnemers plannen om hun reservistenopleiding te gebruiken als opstapje naar een langduriger Defensie-contract. Zoals de beste schutter van de groep, Kim H. De 45-jarige is al ingenieur electronica maar hoopt zijn talent in te zetten voor cyberoperaties. “Ik hoop ook dat er ooit een dag komt dat België naast defensieve ook offensieve cyberacties mag ondernemen om kwaadaardige hackers lik op stuk te geven”, zegt hij. “De wet laat ons dat nu niet toe, terwijl vele van onze NAVO-partners dat wel al mogen.”

De droom om met het leger buitenlandse opdrachten te doen loopt als een rode draad door de verhalen van de groep. Ook Pohlmann vertelt hoe hij “op termijn” een deelname aan een militaire missie in de Baltische staten of in Mali wel zou zien zitten - “behalve in een verkiezingsjaar natuurlijk”.

Spoedverpleegkundige Carl Carpentier (27) hoopt bij de medische component zijn grenzen te verleggen. “Op de spoed krijgen we tegenwoordig te veel mensen met kleine klachten. Daar raak je als verpleegkundige gefrustreerd door. Deze afwisseling zal me persoonlijk en professioneel goed doen.” De Nederlander Alexander Tames (30) wil voor een Belgische missie zelfs van vlag wisselen. Hij heeft een persoonlijke reden. “Ik zou het liefst met jullie buitenlandse operaties doen in Afrika, want mijn opa is geboren in het vroegere Belgisch-Congo. Tegelijk zit er bij jullie ook een bepaald ideaal dat ik bij het Nederlands leger niet terugvind en waar ik mijzelf meer mee identificeer. Hier gaat het er nog strikter en gereserveerder aan toe.”

Daarom vinden we ook veel pas afgestudeerde juristen terug in deze groep, zoals Senne Verholle die de verkennerseenheid uit Heverlee advies zal geven over het respect voor het humanitair- en oorlogsrecht in conflictzones. Tijdens de pauzes legt hij zijn collega’s het raadseltje voor “of je mag terugschieten als je in een conflictzone vanuit een beschermd cultureel gebouw – met blauw kruis – onder vuur wordt genomen?” Velen denken van wel maar het antwoord is nee.

Om dergelijke misverstanden te vermijden gaan er bij elke buitenlandse operatie ook juridische burgeradviseurs mee naar het buitenland, zoals Alfons en zijn jonge collega die reservist worden om mee te mogen naar conflictgebieden. Ze hebben deze optie voor een stuk te danken aan de nu 57-jarige Esmeralda, de oudste vrouw van het gezelschap. Pas nadat zij een tijd geleden een brief schreef aan de defensieminister konden burgers, die al bij Defensie werkten, makkelijker bij de reserve. Kort na ons gesprek schiet ‘moetie’, zoals haar collega’s haar plagend noemen, haar machinegeweer feilloos leeg in het doel.

Invoeren dienstplicht

Holslag zal na zijn opleiding de rang van korvetkapitein krijgen bij de Marine. Als reserve-stafofficier zal hij de Chef Defensie mee strategisch advies geven. Wat onthoudt hij nu al uit zijn korte tijd met boots on the ground? “De reserve kan helpen opnieuw een aantrekkelijker personeelsbeleid te voeren. Er zijn grote baten. Reservisten kunnen vanuit hun beroepsspecialisatie ondersteunen en creëren een groter draagvlak voor het leger in de samenleving. Zo hebben na mijn aankondiging om deze opleiding te volgen al tien mensen die ik ken hun interesse geuit.”

Tegelijk is Holslag vast van plan om te proberen zijn oude wens nieuw leven in te blazen: de herinvoering van militaire en burgerlijke dienstplicht, wat hij ‘een must voor de samenleving’ noemt. “Het is goed voor jonge mensen als ze na hun achttiende één jaar iets terug doen voor de samenleving. Er zijn ook weinig andere plaatsen waar je met zo veel verschillende domeinen van de maatschappij in contact kan komen. Een dienstplicht kan voor meer samenhorigheid in de samenleving zorgen, voor een stukje discipline ook… Ik zou dat durven verplichten gedurende een jaar, desnoods twee blokken van zes maanden – een half jaar defensie en een half jaar ontwikkelingssamenwerking. Gedurende die periode kunnen ze ook ervaring opdoen over onze sociale cohesie, en de waarden en principes die ons samenhouden. Ze zullen nadien ook volwassener een keuze kunnen maken over hun studierichting.”

null Beeld Tim Dirven
Beeld Tim Dirven

Zijn collega-denker Pohlmann ziet de dienstplicht dan weer niet zitten. “Dan ga je een groep krijgen die er dik tegen zijn goesting zit, niet gaat meewerken en de boel gaat vertragen. Zoiets kost ook enorm veel geld. De reserve daarentegen vind ook ik proefondervindelijk een mooi alternatief”, zegt hij na een energierijke lunch van boerenworst en puree in een kantine waar de tijd bleef stil staan eind jaren 80, symbolisch voor de jarenlange desinvesteringen in personeel.

Pohlmann zegt dat het militaire leven hem ook persoonlijk al veel bijbracht. “Je komt jezelf hier echt wel tegen. Je wordt uitgedaagd andere dingen te doen dan je gewoon bent en verder te gaan. In ons werk zijn we geroutineerd en worden zaken voorspelbaar. Hier worden we gedwongen onszelf te herbekijken.”

Hij zegt dat het hem ook goed doet om eens volledig van de buitenwereld afgesloten te zijn. “Dat is eigenlijk een verademing. We mogen geen gsm bij ons hebben tijdens de dag. Als ik ’s avonds op mijn kamer kom, bekijk ik de sociale media eens, maar ik mis het totaal niet. Ik zie daar nu de enorme relativiteit van in.” Heeft deze opleiding dan ook al zijn denken beïnvloed? (lacht) “Dat zal ik je weten te zeggen als ik terug kan beginnen te denken. Hier is er gewoon te weinig tijd voor.”

Wel weet hij al wat hij van zijn ervaring zal meenemen naar zijn job. “Ik denk dat ik minder bang zal zijn om nieuwe dingen te proberen, risico te nemen en toch voor het onbekende te gaan. Je moet niet bang zijn nieuwe inzichten te leren.”

‘Zeg mannen, een bende boskamelen doet dat beter!’ Er ontstaat algemene hilariteit in de groep als de Chef – met een knipoog – zijn beste veldvocabularium bovenhaalt als hij de laatste schietronde controleert.

Dan wordt iedereen ernstig. Het einde van de tweede dag nadert. De echte vuurproef zal beginnen. Holslag en Pohlmann treden aan in de eerste examengroep. Terwijl het hard begint te regenen over de Ardense vlakte moeten ze in een korte tijdslimiet – liggend, gehurkt en staand - een aantal kogels in steeds kleinere doelen schieten. Alleen wie 70 procent haalt, is geslaagd.

Het is een aartsmoeilijke opdracht. Meer dan de helft van de cursisten heeft twee beurten nodig om te slagen. Pohlmann haalt het uiteindelijk vlot in de derde ronde maar Holslag schiet telkens een paar centimeter te hoog. “Verdomme, hoe komt dat toch?”, vloekt hij. De instructeur stelt hem gerust. “Het is een biomechanisch probleempje omdat je nog niet gewoon bent om met je linkerarm te vuren. Dat komt wel goed.”

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234