Woensdag 30/11/2022

De vuile historie van een zuiveringsstation

‘De vuile historie van het zuiveringsstation is een episode in het drama van een stad die zich afgesneden heeft van haar ommeland. En van de weeromstuit is het ommeland, Vlaanderen, die stad beginnen te haten.’ Geert van Istendael over het begraven van de Zenne en het Nederlands, en het wederzijdse negeren van Brussel en Vlaanderen.

De feiten zijn bekend. Er werd gekerfd, het water liep in het riool verloren, de burgerij kon het niet langer horen, het oude Brussel heeft zichzelf onterfdWat is de toekomst van een stad die sterft? In ijspaleizen ligt haar ziel bevroren, haar krasse taal befluistert dovemansoren, nog rest ons een kavalje dat zich verft.De dichters zetten alle sluizen open, de burgemeesters doen de deuren dicht. Al is de stroom dan stinkend afgedropen, lees deze regels niet als doodsbericht. De tijden wisselen, ooit zal het tij verlopen, ooit kom de Zenne weer aan het zonnelicht.Bovenstaand sonnet schreef ik jaren geleden. Het vers krijgt de jongste dagen wel een bijzonder smerige draai. Niet de dichters zetten de sluizen open, het zijn de ingenieurs van het privébedrijf Aquiris die de smurrie vrijelijk laten stromen. En de burgemeesters - vervang hen door de regeerders van Brussel - slagen er niet in het waterzuiveringsstation weer aan het werk te krijgen. Het heeft dagen geduurd voor de Brusselse regenten het eigenlijk officieel wisten. Ze moesten het eerst in de krant lezen. Het is de duidelijkste en de meest verontrustende illustratie van de schuldige onverschilligheid die zoveel Brusselse politici aan de dag leggen als het over het milieu gaat. Het is daarbovenop nog een overduidelijk bewijs dat het veel geroemde partnerschap tussen overheid en privésector voor geen meter deugt.We hadden het kunnen weten, zeker nu het over de Zenne gaat.In 1867 gaf Koning Leopold II de eerste spadesteek voor de overwelving van de Zenne. Het zou het levenswerk worden van de jonge, briljante, liberale burgemeester Jules Anspach. De Zenne wás een probleem. Het was om te beginnen een open riool. Ruik even aan deze beschrijving van de grote romancier Camille Lemonnier: “Houten erkers hingen boven het slijkerige water, overal staken afvoergoten naar beneden waaruit het zeepwater van de bewoners wegdroop... Klodders dik, gelig schuim kleefden aan de spuideuren, bij de fabriekjes hing trillende hete damp, overal dreven trage slierten olie op het water... Het was niet vreemd een hondenkreng met gezwollen buik voorbij te zien drijven tussen keukenresten, mee met de stroom van het dikke, vettige water.”Meer dan eens trad de rivier buiten haar oevers en besmette het drinkwater. Het gevolg was steevast een cholera-epidemie. In 1866 vielen er bijvoorbeeld vierduizend doden. Ik begrijp dus waarom Anspach zo snel mogelijk van de Zenne af wilde. Maar hij heeft Brussel wel van zijn levend water beroofd. De stad werkte samen met een Brits privébedrijf The Belgian Public Works Company. Al in 1868 gaat de zaak bankroet.Twee conclusies: de privésector werkt niet efficiënter dan de overheid, honderdeenenveertig jaar geleden niet, vandaag niet. En je kunt een rivier niet wegmoffelen, vroeg of laat neemt het water wraak.Sinds België bestaat, bedreef Brussel twee onvergeeflijke zonden. Brussel heeft zijn levend water begraven en Brussel heeft hardnekkig geprobeerd zijn levende taal te begraven. Het tweede kwaad is tenminste even zwaar als het eerste. Het Nederlands was, in zijn Brabantse vorm, eeuwenlang de algemene omgangstaal en de bestuurstaal van het gebied dat nu het gewest vormt. Het Nederlands is niet verdwenen, het is zelfs officieel gelijkberechtigd, maar ik zou de Vlamingen de kost niet willen geven die er voetstoots van uitgaan dat hun eigen hoofdstad alleen maar Frans spreekt. Zij dwalen, zoals de Francofonen dwalen die Brussel halsstarrig blijven zien als eentalig Frans. Brussel is vandaag polyglot. Maar voor één keer is ook de perceptie niet onbelangrijk. De vuile historie van het zuiveringsstation is een episode in het drama van een stad die zich afgesneden heeft van haar ommeland. En van de weeromstuit is het ommeland, Vlaanderen, die stad beginnen te haten. Nu weet ik wel dat de hoofdstad in elk land wordt bekeken met een mengsel van afkeer en afgunst. Maar met Brussel is het erger gesteld. Jarenlang was de minachting voor de Vlamingen en hun taal tastbaar, in brede politieke kringen, van links tot rechts. Toegepast op de vuile Zenne hoorde je meer dan eens deze onvoorstelbare zin: ‘Bof, ça découle vers la Flandre, het vloeit toch af naar Vlaanderen’. Niet Vlaanderen, Europa heeft Brussel gedwongen wat properder op zijn eigen te zijn. Vlaanderen was druk bezig met zichzelf te bewieroken onder zijn eigen klokkentorens. Voor de meeste Vlamingen blijft Brussel terra incognita en ze willen dat vooral zo houden. Voeg daarbij de byzantijnse doolhof van de Brussels instellingen en de al lang niet meer aanvaardbare Brusselse nonchalance inzake milieu en de contouren van de ets komen tevoorschijn. Die is bepaald níét het werk van een begaafde kunstenaar. Brussel en Vlaanderen zijn tot elkaar veroordeeld. Het is samen pompen of samen verzuipen. Ik pleit zeker niet voor een wijziging van gewest- en dus taalgrenzen. Er zijn genoeg beleidsdomeinen naast taal waar samenwerking zich opdringt: werk, verkeer, migratie, milieu. Is dat niet meer dan genoeg soms? Inzake werk weet men elkaar al wonen. Het zou er nog aan ontbreken. De werkloosheid in de hoofdstad van Europa ligt stukken hoger dan die in Boekarest of Sofia. Nu de rest nog en liefst een beetje gauw. Want indien Brussel en Vlaanderen elkaar blijven negeren, zal het weldra ten hemel stinken. Gelukkig, als ik me zo mag uitdrukken, liep het zuiveringsstation in de winter averij op. Je mag er niet aan denken wat voor zoete geuren de Zenne had afgescheiden als dit was gebeurd tijdens een hittegolf.

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234