Zondag 05/12/2021

De VS neemt afscheid van Europa

Nieuwe strategische coalities met andere partners tekenen zich af. India is het sprekendste voorbeeld

Jan Tromp over de arrogantie van Europa in de ogen van de Verenigde Staten

Jan Tromp was de afgelopen vier jaar correspondent voor de Volkskrant in de Verenigde Staten.

@4 DROP 2 OPINIE:De Amerikanen ergeren zich almaar meer aan de oude bondgenoot Europa, die maar niet wil begrijpen hoe de wereld echt in elkaar steekt. De Verenigde Staten zijn uitgekeken op Europa. Dat is een van de voornaamste indrukken die je na vier jaar correspondentschap in de VS meeneemt naar het oude continent. De VS en Europa waren altijd kopje en schotel, 'het vrije Westen'. Maar het is zeer de vraag of de politieke en culturele lotsverbondenheid die na de oorlog voor de eeuwigheid leek geschapen, nog wel een reëel bestaand instituut is. De VS lijken niet meer geïnteresseerd.

Er is natuurlijk een min of meer objectieve reden waarom de Amerikanen een andere kant uitkijken: de globalisering. Met de handelsstromen verschuift het geopolitieke evenwicht naar het Oosten en de VS kunnen als tanende supermacht niet veel anders dan de aandacht verleggen naar landen als India en China.

China is voor de VS potentieel de grote 'voorbijstrever': volgend jaar in het medailleklassement van de Olympische Spelen, een aantal jaren later als leidende economische grootmacht. Nieuwe strategische coalities met andere partners dan Europa tekenen zich af. India is het sprekendste voorbeeld. Onlangs was er het bericht dat de Amerikaanse regering India de status van kernmacht wil toestaan, buiten het non-proliferatieverdrag om. De Amerikanen hebben dus wel iets anders aan hun hoofd dan Europa.

"De saamhorigheid die ons bij elkaar bracht, is door de globalisering behoorlijk onder druk komen te staan", erkent een door de wol geverfde Europese diplomaat in Washington. Dat zal waar zijn. Maar er lijkt nog een andere, minstens zo interessante factor mee te spelen die bijdraagt aan de sluipende onthechting binnen het westelijke kamp. Het is de ergernis. Amerikaanse ergernis, welteverstaan. Zelfgenoegzaam en hovaardig, en intussen te beroerd om zelf een poot uit te steken, dat is het beeld van de oude bondgenoot dat ik de afgelopen jaren bij heel wat Amerikanen heb gezien, ook in progressieve kringen.

In de VS is Bush zogoed als afgeschreven. Het is wachten op de nieuwe man of vrouw. Voor tal van Amerikanen geldt hetzelfde als wat de meeste Europeanen zo frappeert: een slechte president begon aan een verkeerde oorlog. Maar toch, de zedige superioriteit waarmee Europa het mislukte Iraakse avontuur bejegent, zet kwaad bloed en dat niet alleen bij conservatieven.

"Kennelijk zijn jullie vergeten dat we jullie van Hitler hebben bevrijd", bromt een goede vriend. Het is alsof hij zich in de steek gelaten voelt. Veel Amerikanen lijden onder het geschonden imago van hun eens zo trotse natie. In benarde tijden heeft men zijn vrienden het hardst nodig, maar die laten het afweten. De Amerikaanse vriend zegt zich te schamen voor zijn president, maar in zekere zin voelt hij zich daardoor des te meer betrokken bij het lot van zijn land. Hij verafschuwt de oorlog die hij als heilloos beschouwt, maar evenzeer koestert hij weerzin tegen het vrijblijvende van kritiek op afstand.

De Amerikaan Robert Kagan, een vooraanstaande essayist die veertien jaar lang voor het ministerie van Buitenlandse Zaken werkte, begon in 2003 zijn boek Of Paradise and Power met een heldere conclusie: "Het wordt tijd de illusie te doorbreken dat Europeanen en Amerikanen hetzelfde wereldbeeld delen of zelfs maar dezelfde wereld bewonen."

De Amerikaanse romancier Edmund White heeft vijftien jaar in Frankrijk gewoond. "In de jaren vijftig waren de Amerikanen buitengewoon trots op de Marshallhulp", schreef hij in zijn essay My First European. "We waren ervan overtuigd dat we niet alleen Engeland en Frankrijk hadden gered, we geloofden ook dat we met onze eigen handen een heel continent hadden hersteld. We koesterden de verwachting dat de Europeanen ons voor altijd dankbaar zouden zijn."

Elke visite aan de cardioloog begon de laatste jaren steevast met een verontschuldiging van zijn kant voor het presidentschap in de VS. Daarna kwam hij ter zake. "Het geeft geen pas", zei hij herhaaldelijk, "dat Europa zijn vriend, die zoveel heeft betekend in de strijd tegen de nazi's en in de Koude Oorlog, nu in het moeras laat vastlopen." De cardioloog wilde weten wat ik van De Villepin vond. Deze Franse politicus weigerde destijds partij te kiezen tussen de VS en Saddam Hoessein. Eigenlijk zijn er maar weinig Amerikanen die zo'n standpunt begrijpen, ook bij de tegenstanders van de oorlog. Misschien zijn ze niet eens beledigd. Ze snappen domweg niet dat je zo kunt denken. Wat ze missen in de Europese houding is gevoel voor de essentie van elke vorm van bondgenootschap: loyaliteit.

"Frankrijk wil dat Amerika mislukt in Irak", schreef Thomas Friedman, columnist van The New York Times in september 2003. "Als het Frankrijk menens was, zou het zijn invloed in de EU gebruikt hebben om een troepenmacht van 25.000 manschappen en een pakket voor wederopbouw van 5 miljard te verzamelen en zou het tegen de mensen van Bush gezegd hebben: 'Luister, het is ons ernst mee te helpen aan de wederopbouw van Irak, maar dan willen we nu wel een volwaardige plaats aan tafel.' In plaats daarvan kwamen de Fransen met een slecht doordacht voorstel, alleen maar om te laten zien dat ze anders waren."

Er is niet zoveel veranderd sinds 2003. Donald Rumsfeld verwoordde de veranderende Amerikaanse opstelling in de wereld scherp: "De missie definieert de coalitie." Hier staat dus dat de VS het van geval tot geval laten afhangen met wie ze samenwerken en dat West-Europa - eerder door Rumsfeld weggezet als oud en achterhaald - niet meer de vanzelfsprekende bondgenoot is.

Het is waar dat Bush de laatste jaren weer aaipoes heeft gespeeld met de West-Europese leiding die hem eerder geschoffeerd had wegens zijn radicale reactie op de gebeurtenissen van 9/11. De avances van Bush lijken eerder uit nood dan uit overtuiging geboren. Zonder de Fransen konden de Amerikanen het wankele evenwicht in Libanon niet herstellen. Zonder de NAVO-troepen hadden de Amerikanen Afghanistan moeten overlaten aan de taliban. Om Iran aan te pakken, wat het huidige bewind in Washington het liefst zou willen, vindt men zelfs in de VS te weinig soldaten die bereid zijn om te sterven en dus kiezen de VS noodgedwongen voor de diplomatieke weg. 'Het is de missie die de coalitie dicteert', dat is voorlopig de meest adequate samenvatting van de Amerikaanse positie. Daarmee nemen de Amerikanen afstand, zo niet afscheid van de vanzelfsprekende relatie met de oude bondgenoot die in Amerikaanse ogen al te veel met zichzelf bezig is en bovendien maar niet wil begrijpen hoe de wereld echt in elkaar steekt.

De kloof is scherp zichtbaar geworden onder Bush, maar reikt verder dan diens presidentschap. Bush zelf heeft tijdens een aantal gelegenheden gewezen op een markant verschil in perceptie: voor Europa waren de aanslagen van 11 september een incident, voor de VS veranderden ze de geschiedenis. De toon is milder geworden in de tweede zittingsperiode van de regering-Bush en de Amerikanen laten zich iets meer gelegen liggen aan de legitimiteit van hun acties. "Ik reik anderen de hand", heeft Bush gezegd en in een adem voegde hij toe: "En ik zal uitleggen waarom ik de beslissingen neem die ik neem." Wat blijft is de diepe Amerikaanse overtuiging dat een grote mogendheid alleen maar overleeft vanuit een positie van kracht en krachtsvertoon tegen de termieten van de wereld, al dat gebroed dat permanent knaagt en wroet.

"De VS zullen niet aarzelen om indien nodig op eigen kracht te handelen en het recht op zelfverdediging uit te oefenen door preventief op te treden." Dat was Condoleezza Rice, anno 2002. De ervaringen in Irak hebben die opvatting misschien wat gematigd, maar niet wezenlijk veranderd.

Wie heeft er nu een probleem? Ik zou denken: beiden, maar vooral Europa. Met de woorden van de ervaren diplomaat: "Als je niets doet, is er alle reden om Europa te beschouwen als het museum van morgen." Wat valt er te doen? "Europa moet over de brug komen, maar wel eensgezind. Alleen zo kan een verdere Amerikaanse alleingang worden voorkomen."

Het is de vraag of zelfs dat voldoende zou zijn. "Over veruit het belangrijkste vraagstuk, dat van de macht, de doeltreffendheid, de ethiek en de wenselijkheid van macht, lopen de Amerikaanse en Europese opvattingen sterk uiteen", schreef Robert Kagan.

De essentie is dat de VS bereid zijn oorlog te voeren en dit als een bij gelegenheid nuttig instrument zien van buitenlandse politiek. In het Europese sentiment van neutralisme is eerder het afwijzen van oorlog de politieke leidraad. Het is voor Amerikanen moeilijk te begrijpen dat je op een zeker moment je lot niet in eigen handen neemt, maar het overlaat aan eindeloos beraad in de stoffige krochten van de VN, een orgaan dat zacht uitgedrukt niet functioneert of - beter gezegd - een ongedisciplineerde bende is. Als het altijd beschermde en verwende Europa voor die weg kiest, so be it. Amerika moet verder. "Een van de misverstanden bij Europese politici is dat de VS Europa nodig zouden hebben", schreef politiek analist Tom Donnelly van het conservatieve American Enterprise Institute. "Europeanen vinden zichzelf aantrekkelijker dan ze in werkelijkheid zijn."

Onder Bush zijn de zaken bij gebrek aan stuurmanskunst lelijk uit de hand gelopen en was het voor Europa relatief gemakkelijk om aan de kant te blijven staan. Het lijkt niet waarschijnlijk dat zo meteen president Hillary Clinton de oude bondgenoten dezelfde riante ruimte zal gunnen. Dan moet er echt gekozen worden, voor een gang over de brug of voor een positie langs de kant van de weg, met Amerika of zonder Amerika.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234