Maandag 14/10/2019

De vrouw, de Afrikaan en de Waal

Ik beken. Al vele jaren verlang ik ernaar om een vrouw te zijn. Een Waal. Een Afrikaan. Voor u aan het pathologiseren slaat: ik geloof dat ik mentaal behoorlijk stabiel ben. Verbergen we onze verlangens niet te veel? Jezelf, je eigen huid, je eigen taal, je eigen thuis: het voelt voor mij vaak als een te grote beperking. Je leeft, denk ik, pas echt als je op zijn minst ernaar verlangt om iemand anders of elders te zijn. Maatschappelijke codes en een gebrek aan zelfkennis staan dit nog te dikwijls in de weg.

Het 'ik' dat we uitspreken of beschrijven is niet meer hetzelfde als twintig jaar geleden, want het is gedetermineerd door Facebook, Skype en Twitter. Het 'ik' kan zich ook niet meer veilig terugtrekken in een geaardheid of een culturele en maatschappelijke eenduidigheid. En dat vind ik maar goed ook. Het spijt me voor al diegenen die niet liever willen dan dat we ons op onszelf zouden terugplooien.

Ideologisch belang

Wat heeft de veranderde kijk op identiteit met poëzie te maken? Alles. Want poëzie is van ideologisch belang. Daarom wens ik haar veel lezers toe, nog veel meer dan nu. De dichters doen er meer dan ooit toe. Er bestaan in deze tijd immers zoveel manieren om persoonlijke indrukken en ervaringen te delen.

Het getuigt van een radicale keuze om uitgerekend in poëzie glimpen te tonen van de werkelijkheid en die in een eigenzinnige taal te laten doorklinken. En het getuigt van durf om de tekortkomingen van de eigen waarneming te verwoorden. Die wordt door een behoorlijk aantal hedendaagse dichters niet meer als onproblematisch beschouwd, net zoals het 'ik' van de dichter dat waarneemt.

Het zijn net deze dichters die mij fascineren. Ze laten wat ik met een neologisme zou willen noemen, een niet te stuiten 'vormverlangen' zien: ze schrijven poëzie die taalt naar beeld, muziek of theater. Het gaat om gedichten die geen nieuwe identiteit aannemen door te transformeren tot een andere kunstvorm, maar wel de intense hang ernaar laten zien.

Aan elk denken en spreken gaat de waarneming vooraf. Die is zowel geestelijk als lichamelijk. Precies omdat het ook om een lichamelijke ervaring gaat, is de dichter zich bewust van zijn beperkingen. De waarneming is altijd te particulier en te momentaan, beseft hij. Daarom moet hij blijven kijken, steeds opnieuw. Iets of iemand anders worden, via de taal. Anders waarnemen. Kijken met andermans ogen. Dan wordt de ervaring anders. Onze maatschappij kan daar veel van leren.

Net als een hedendaagse beeldende kunstenaar probeert de dichter het zichtbare én het onzichtbare te laten zien. Of het onzichtbare in het zichtbare. Of omgekeerd.

Beeldend én muzikaal

In de laatste afdeling van zijn bundel Dode kamer (2011) roept Erik Spinoy beelden op die wellicht uit zijn jeugd stammen. Ze hebben geen context en worden daardoor een soort found footage, zoals veel hedendaagse kunstenaars die gebruiken. Spinoys gedichten worden meer dan wat ze woordelijk beschrijven, want ze vertalen de fragmentarische waarneming van een verleden. Die is zo sterk dat je bijna vergeet dat er versregels staan. Je ziet en hoort het verleden, alsof een film zich voor je ogen ontrolt: 'In dagen van te dunne benen van terlenka/ distels dovenetels//brandt op zo een naburig gelig braakland/ een blauw vuur van plastic flessen// jankt een hond in zijn verroeste groene ren/ op korrelig beton nabij een laan/ van fijngemalen baksteen// rinkelt een gitzwarte bakelieten telefoon.// Ondode dagen van grasgroene knieën berkenzaad/ en bladluis schilferend in het rozenperk.'

Of neem de poëzie van Mark van Tongele. Die straalt zo'n heftig, zinderend vormverlangen uit, beeldend én muzikaal, dat ze een nieuwe taal doet ontstaan, die het gedicht overstijgt: 'met de wellen en de weeën/ van al je cellen de kans grijpen om zelf iets te beleven.// Woorden die bij verrassing voor je opdagen zijn/ waardevoller dan wat men opzettelijk zoekt.// Intens beroerd worden voor waar en even/ elk besef kwijt is het meest opluchtende// wat een hart kan verzuchten: onbeteugeld/ en gevleugeld oplossen in het niets', lezen we in 'Verzeng het lichtlinnen niet' in zijn bundel Lichtspraak (2008). Hij zet de taal van de poëzie open en maakt ze lichamelijk.

Ongestold

Bij sommige dichters die mijn voorkeur wegdragen, is er een vormverlangen om muziek te worden in hun gedichten aanwezig. In Vlinderslag (2013), de recentste bundel van Piet Gerbrandy, lezen we versregels als 'Daar dippen je nekken kunnen/ kies voor heuvelloos landschap/ waar grip geen stand houdt je tongval/ zich wijselijk open voor uitzicht.'

In een poëticaal gedicht in de eerste afdeling van de bundel drukt Gerbrandy zijn betrachting uit: 'Zinnen schrijven waarvan je alleen de boventonen hoort.' In de versregels die ik citeerde, wordt dit klankrijk en grammaticaal heerlijk ontregelend gerealiseerd.

Ik merk niet alleen een vormverlangen naar beeldende kunst of naar muziek bij sommige hedendaagse dichters, maar ook naar theater. In 'Dwars' van K. Michel - in zijn bundel Waterstudies (1999)- lezen we: ''Ik', twee letters, één scheut/ van een groter grillig vertakt woord'. De dichter voert hier een 'ik' op, omdat iemand nu eenmaal het woord moet nemen. We kunnen hier een vormverlangen naar theater in zien: het 'ik' komt weliswaar tot leven door de adem van de dichter, maar het hoeft niet volledig met die werkelijke persoon samen te vallen.

Ik hou van poëzie die tijd, ruimte en identiteit niet laten stollen onder een stolp. Ze geeft ons de zuurstof om onze eigenheid, de beknelling van wie we zijn en de plaats waar we leven, aan te kunnen. Zonder vormverlangen lukt dat niet. Geef mij maar de vrouw, de Waal en de Afrikaan. Dan geef ik u in ruil graag deze brandend actuele poëzie.

Dit is een korte versie van het 'Pleidooi voor de poëzie' dat dichter en poëzierecensent Paul Demets vanavond zal houden bij de opening van het vierdaagse Felix Poetry Festival, om 20 uur in het prachtige FelixPakhuis in Antwerpen. www.antwerpenboekenstad.be/felix

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234