Maandag 16/05/2022

De vrouw als medium en machine

'Die verletzte Diva', een tentoonstelling over hysterie in de twintigste-eeuwse kunst

Achter de metafoor Die verletzte Diva schuilt een ambitieus project, geformuleerd als een poging om de "transformatie van de vorm" in de geschiedenis van het modernisme te ontrafelen. De titel verwijst naar actrice Hedy Lamarr die, bekend om haar naaktrol in de film Ecstasy (1933), door Hollywood werd uitgeroepen tot de mooiste vrouw ter wereld. Tijdens de Tweede Wereldoorlog ontwikkelde Lamarr de technologie voor de afstandsbediening voor torpedo's, tot op heden gebruikt in gsm-toestellen. In de jaren zeventig, na de verschijning van een biografie waarin niet langer gewag werd gemaakt van haar uitvinding, trok ze zich volledig terug uit het openbare leven. Het ongewone beeld van de als wetenschapster miskende diva fungeert als embleem voor de gespletenheid van de modernistische fantasieën over vrouwelijkheid.

De Oostenrijkse Silvia Eiblmayr, auteur van Die Frau als Bild en directrice van de Galerie im Taxispalais in Innsbruck, tekende voor het basisconcept van Die verletzte Diva. Het esthetisch ideaal van de godin Venus, zo noteert ze in een tekst in de begeleidende publicatie, wordt in het moderne tijdperk opgesplitst in twee figuren. In E.T.A. Hoffmanns Olimpia (uit 'Der Sandmann', een van zijn Nachtstücke), wordt het lichaam opgevat als gemechaniseerd object en Olympia, het schilderkunstig concept van Manet, herschept de godin tot hoer. De automaat en de prostituee, zo vervolgt Eiblmayr, anticiperen op de artistieke concepten van de twintigste eeuw, want beide figuren belichamen het fantasme van "een erotisch-extatische, gedemoniseerde natuur, toegekend aan het vrouwelijke". In feite betekent dit dat de opmars van nieuwe technologieën en de problematisering van de man-vrouwrelatie worden beschouwd als centrale ontwikkelingen in de moderne maatschappij. En hysterie, het centrale begrip in Die verletzte Diva, is de uitdrukking van de tegenstellingen tussen beide evoluties.

Het historische onderdeel van het project vond onderdak in de Kunstbau van het Lenbachhaus in München. Uit documentair materiaal en zo'n honderdveertig kunstwerken blijkt hoe hysterie zich ontwikkelde van voorwerp van puur wetenschappelijke interesse tot artistiek medium. Sinds de klassieke Oudheid werd hysterie als specifiek vrouwelijk syndroom voorgesteld, maar de methode om een diagnose uit te werken werd eerst geformuleerd naar het einde van de negentiende eeuw, door de Franse neuroloog Jean-Martin Charcot. In Wenen associeerde Sigmund Freud de symptomen van hysterie met neurosen, afgeleid uit de onderdrukking van seksuele conflicten.

In een project dat het onderwerp hysterie aansnijdt, kan het surrealisme niet onbesproken blijven. Cruciale elementen uit de theorie van Freud werkten in op de droomtheorie, de écriture automatique en andere esthetische procedures van de surrealisten. In hun betrachtingen het menselijk bestaan te bevrijden riepen ze de hysterie uit tot de "grootste poëtische ontdekking van de negentiende eeuw". André Bretons medium Nadja is het bekendste voorbeeld van de verheffing van de vrouw tot het niveau van de muze. En in René Magrittes L'age des merveilles (1926) wordt het geslacht van een vrouw voorgesteld als het raderwerk van een levende machine. In het begin van de twintigste eeuw zouden andere historische avant-gardes de vrouw opvoeren als kenteken van losgeslagen erotiek en overdaad.

Ook latere trends, te situeren in het klimaat van nucleaire afschrikking van de Koude Oorlog, gaan gepaard met fantasmen over de relatie tussen mens en machine. Termen als 'bikini girl' en 'seksbom' associëren de vrouw met destructieve oorlogstechnologieën. Bij de ingang van de Kunstbau hangt het schilderij Study for Portrait of Henrietta Moraes (1964) van Francis Bacon. Het portret beeldt de vrouw af als een wellustig naakt, liggend op een divan. Henrietta Moraes behoorde tot de vriendenkring van de Ierse kunstenaar, volgens hem dé voorwaarde om ze aan het metaforisch geweld van het schilderij te onderwerpen. Haar lichaam lijkt door elkaar geschud door krampen, te vergelijken met de stuiptrekkingen, voorgesteld in afbeeldingen van hysterie in de negentiende eeuw. Omgekeerd, in Louise Bourgeois' sculptuur Arch of Hysteria (1993), hangt het onthoofde lichaam van een man in een pose toegeschreven aan vrouwelijke hysteriepatiënten.

Binnen de metafoor van de hysterie staat het vrouwelijke ook voor het abjecte, voor wat de bestaande symbolische grenzen bedreigt en uiteindelijk de sociale structuur kan aantasten. In Man Rays foto Primat de la matière sur la pensée (1929) wordt het vrouwelijk lichaam opgelost in de chemische techniek van de solarisatie. Yves Klein bedient zich in zijn Anthropométries van in de verf rollende vrouwen om 'immateriële' beelden te creëren. De door Klein gedirigeerde modellen fungeren als levende penselen die het mogelijk maken de 'lagere materie' te herscheppen in dienst van zijn queeste naar spiritualiteit. En de kunstenaar hoeft zijn handen niet vuil te maken.

Het kloppend hart van Die verletzte Diva bevindt zich in de Kunstverein te München en de Galerie im Taxispalais in Innsbrück, locaties waar de relaties tussen controle en exces centraal staan. Hier worden recente producties getoond, met de klemtoon op de kunst van de jaren zeventig. Gezien in het perspectief van media als fotografie, performance en video wordt het lichaam zelf een medium. In de video Conversions (1970-'71) is Vito Acconci, prominente vertegenwoordiger van de body art, als altijd geïntrigeerd door de rol van de seksualiteit. In iets wat veel weg heeft van een castratieritueel speelt hij in op de vervrouwelijking van het mannelijk lichaam. Het zelden getoonde Body Press (1970-72) van Dan Graham is opgenomen in een spiegelruimte. Op een eerste scherm is te zien hoe een vrouw een naakte man filmt, op het tweede hoe de man de naakte vrouw filmt. De door de camera's afgetaste lichamen worden vervormd en net als in de latere, bekendere buitenpaviljoens van in aluminium lijsten gevatte glasplaten, ziet het stel zichzelf gereflecteerd tijdens de registratie.

Soms kunnen de uitgangspunten van vrouwelijke kunstenaars worden gesitueerd in het verlengde van de tweede feministische golf. Veelal verwijzen ze naar traditionele rolpatronen, ontleend aan de massamedia met het doel ze van binnenuit te ontrafelen. In haar Untitled Film Stills (1977-'80) stelt Cindy Sherman vragen bij authenticiteit en nabootsing door de rol van femme fatale of huisvrouw te spelen. Decors en lichteffecten, poses en rekwisieten zijn ontleend aan filmbeelden uit de jaren vijftig. En hoewel de voorstellingen in de schilderijen van Marlene Dumas eveneens zijn ontleend aan de massamedia, vormen erotiek en dood een centraal gegeven. In Losing (Her Meaning) (1988) confronteert de rug van een vrouw die zelfmoord pleegde ons met het verlies van het eigen leven. "De dood van een mooie vrouw," schrijft Edgar Allan Poe in The Philosophy of Composition, "is ongetwijfeld het meest poëtische onderwerp ter wereld." Dumas zet het citaat op zijn kop en onthult het destructief karakter van de voyeuristische blik.

Terwijl het onderdeel in de Kunstverein München is gericht op de publieke ruimte, wordt de tentoonstelling in Innsbruck toegespitst op de wijze waarop vrouwelijke kunstenaars zichzelf representeren. Marina Abramovic exploreert de grenzen van de pijn, hier door het innemen van geneesmiddelen tegen schizofrenie. Haar lichaam reageert met oncontroleerbare spierbewegingen. En in enkele adembenemende foto's demonstreert Ana Mendieta denkbeeldige wetten, zoals de afdruk van het eigen gezicht wanneer het tegen glas wordt gedrukt.

In tegenstelling tot de performances in de rest van Europa waren de acties van het Wiener Aktionismus agressiever. Zich inspirerend op de geschriften van Freud stelden de aktionisten de kleinburgerlijke moraal in hun land aan de kaak. Valie Export wordt geassocieerd met deze bloedige en erotisch extreme acties. In Tapp und Tastkino (1968), voltrokken op een openbare plaats in München, verpakte ze haar bovenlichaam in een doos met een gordijntje en stond ze omstanders toe haar borsten aan te raken. Een van de acties, waarin ze in publiek braakten en urineerden, leidde tot de arrestatie van enkele aktionisten. Ook de jonge Weense kunstenares Elke Krystufek, die anale erotiek en masturbatie opneemt in performances waarin exhibitionisme en voyeurisme de toon aangeven, ondervindt tot op heden problemen bij de uitvoering ervan.

In dat verband dient vermeld dat een aantal van de deelnemers aan Die verletzte Diva in Innsbruck stelling neemt tegen de huidige politieke ontwikkelingen in Oostenrijk. Niemand is ingegaan op de oproep van Auslandsösterreicher Robert Fleck in de Franse krant Libération om niet langer deel te nemen aan culturele manifestaties in het land. Wel formuleren ze kritiek op het opnemen van een extreem-rechtse partij in de nationale regering, zonder hun steun aan de lokale artistieke gemeenschap op te zeggen. In een interview met een plaatselijke krant verklaart Valie Export dat het naleven van een culturele boycot zou neerkomen op een vorm van zelfcensuur. Ook Anne-Mie Van Kerckhoven, met Magritte de enige Belgische participante in het project, meent dat de kritische intellectueel zijn stem dient te verheffen als een repressief ideeëngoed de overhand dreigt te krijgen.

In Innsbruck is Van Kerckhoven een van de weinige kunstenaars die een aparte ruimte kreeg toegewezen. In Headnurse I, II, III (1998-'99) werkt ze verder aan haar project waarin afbeeldingen van vrouwen een centrale rol spelen. De Antwerpse kunstenares valt daarbij terug op een databank van beelden uit de 'blotevrouwenpers', daterend uit de periode die aan de zogeheten seksuele revolutie voorafging. De installatie omvat computerprints en de computeranimatie Re-Pain (1999), te situeren in de ambient-sfeer. In de rotonde van het Siemens Kulturprogramm in München wordt tevens een video-installatie van het Berlijnse kunstenaarsduo Twin Gabriel getoond, maar de aandacht die ze krijgt toebedeeld is omgekeerd evenredig met de kwaliteit van het getoonde werk.

De presentaties in de vier locaties vormen een vast geheel, maar elke tentoonstelling in het project kan moeiteloos op zich worden bezocht. Het historisch overzicht in het Lenbachhaus omvat een ruim aanbod met kunstenaars als Otto Dix, Hannah Höch, Allan Kaprow, Maria Lassnig, Edward Muybridge, Meret Oppenheim, Francis Picabia, Paul Thek, Raoul Ubac en Andy Warhol. Soms wekt het kwantitatieve opbod de indruk dat het résumé minder goed functioneert als tentoonstelling op zich dan wel als illustratiemateriaal bij het theoretisch discours. In die optiek is het onderdeel 'controle en exces' boeiender. Het accent ligt er eerder op een beperkt aantal topwerken, samengebracht in hechte ensembles. Ook in de belangwekkende publicatie, met tekstbijdragen van auteurs als Gilles Deleuze, Georges Didi-Huberman en Slavoj Zizek, wordt op relevante wijze omgegaan met het discours. Tot slot sluiten publicatie en tentoonstelling naadloos aan bij het programma van de deelnemende instituten. Mede daardoor onderscheidt het project zich in positieve zin van de bekende biënnale- en festivalformules, die tot vooral doel hebben het imago van een stad op te krikken. Het ambitieuze opzet en het complex karakter van de thematiek in acht nemend, kunnen we Die verletzte Diva zonder meer omschrijven als een geslaagd millenniumproject.

Die verletzte Diva. Hysterie, Körper, Technik in der Kunst des 20. Jahrhunderts. Locaties in München: Lenbachhaus Kunstbau, Ingang U-Bahnhof Königsplatz (di-zo 10-18 uur); Kunstverein München, Galeriestraße 4 (di-zo 11-18 uur); Rotunde, Siemens Kulturprogramm, Oskar-von-Miller-Ring 20 (dagelijks open 10-17 uur, gesloten op zaterdag). Locatie in Innsbruck: Galerie im Taxispalais, Maria-Theresien-Str. 45 (di-zo 11-18 uur; do 11-20 uur). Alle tentoonstellingen lopen tot 7 mei 2000 (Kunstverein München tot 14 mei). Inlichtingen: tel +49/89/63 63 35 94 fax +49/89/63 63 36 15. Van 25 juli tot 27 augustus loopt het project in de Staatliche Kunsthalle Baden-Baden, Lichtentaler Allee 8a. Publicatie (Duits/Engels): 39 DM of 266 shilling (Ongeveer 800 frank).

De surrealisten riepen de hysterie uit tot de 'grootste poëtische ontdekking van de negentiende eeuw'

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234