Woensdag 08/04/2020

De vrees voor nieuwe bombardementen

De functionarissen in Amman en Bagdad die bij een visumaanvraag betrokken zijn, verdienen niet meer dan 4 dollar per maand en zijn uiterst gevoelig voor harde valuta

Arthur van Amerongen / Foto's Geert VankesterenKerstmis in Irak

Ze hadden er geduld voor nodig. En smeergeld. Vooral dat. Journalist Arthur van Amerongen en fotograaf Geert Vankesteren raakten uiteindelijk toch in Irak. Achteraf bleek de ambassade in Amman nog het eenvoudigst. Een goede fixer en een enveloppe deden wonderen. Toen kwam de verplichte aids-test van 50 dollar, te betalen in contanten. De bijziende oude dokter die fluisterde dat 100 dollar volstond om de test te ontlopen, wat iedereen dan ook doet. De aankomst in Bagdad en de verplichte chauffeur en vertaler (lees: geheim agent) die ze van het ministerie van Voorlichting in de maag kregen gesplitst: 250 dollar per dag. Alleen door de stad zwalken is zo goed als uitgesloten in Irak. Wie zonder gids op straat betrapt wordt met een camera, vliegt onmiddellijk het land uit. Een reportage over de gevolgen van het VN-embargo op het leven in een land van gedwongen paria's.

Bagdad, kerstavond. In het Staatstheater wordt de klucht Mal'ab al Munafakin ('Het speelveld van de hypocrieten') opgevoerd. Het publiek lacht zich een breuk om de boertige grappen en de schuddende borsten van diva Inaaz maar kijkt ernstig als de moraal van het verhaal duidelijk wordt. Het stuk, dat zich afspeelt op een kippenboerderij, bekritiseert op felle wijze de VN-sancties tegen de bevolking van Irak. Eind goed, al goed, want als uiteindelijk het doek valt, blijkt dat de Irakezen ondanks alle doorstane beproevingen hun waardigheid hebben behouden.

Sadek Ali Shaheen is de directeur van het theater. Met zijn dunne snorretje, geverfd haar, choker en glimmende schoenen doet de beroemdste acteur van Irak denken aan Ugo Tognazzi en Marcello Mastroianni. Als we naar de kleedkamers lopen voor een groepsfoto van zijn toneelgezelschap, verontschuldigt Shaheen zich voor de erbarmelijke staat waarin het gebouw verkeert. De tapijten zijn vertrapt en zitten vol brandgaten, de toiletten zijn overgelopen en de foyer doet denken aan de lobby van een willekeurig hotel in Roemenië in de jaren zeventig, met zware, bruine gordijnen, oranje lampen, skai bruine fauteuils en het onvermijdelijke portret van Grote Broer. Het draaiende toneel draait niet meer, de airconditioning is stuk en de lichtinstallatie is beroerd omdat de benodigde elektronische reserveonderdelen niet meer worden geïmporteerd als gevolg van de VN-sancties.

Regelmatig valt de stroom uit. Tijdens de laatste bombardementen sneuvelde er een flink aantal ramen van het theater. Directeur Shaheen heeft samen met een paar acteurs nieuwe ruiten gezet en eigenhandig de kozijnen overgeverfd. Ondanks de miserie spreekt hij liefdevol over zijn theater en het toneelgezelschap. Het Speelveld van de Hypocrieten gaat zijn vijfde maand in en is vrijwel dagelijks uitverkocht. Shaheen: "Het volk heeft behoefte aan komedies, het leven hier is al treurig genoeg door de oorlog en het embargo. Onze toneelstukken brengen troost en zijn opvoedkundig, de focus ligt op de moraal en de vaderlandsliefde. We maken tenminste niet van die commerciële en platvloerse toneelstukken zoals in Egypte."

Toch is Shaheen niet erg optimistisch. "Sinds de oorlog van 1991 hebben we nog maar één speelfilm gemaakt, daarvoor hadden we een levendige filmindustrie. Tijdens de oorlog met Iran hebben we twintig speelfilms gemaakt, maar toen leden we niet onder een embargo. Nu is het filmmateriaal op en wordt het ook niet meer geïmporteerd. De chemicaliën die we nodig hebben voor het ontwikkelen van film vallen onder het embargo omdat ze volgens de VN tweeledig gebruikt kunnen worden. Onze regisseurs en acteurs worden niet meer uitgenodigd op de filmfestivals van Egypte en Tunesië. De directeur van het festival in Caïro is een Amerikaan en de belangrijkste geldschieter van het filmfestival in Tunesië is een steenrijke vrouw uit Koeweit, dus dan weet je het wel. Naar de festivals in Europa kunnen we ook niet meer omdat de meeste landen ons geen visum meer verstrekken. We zijn paria's geworden, godzijdank hebben we onze eigen theaters nog."

Tijdens ieder gesprek in Bagdad komt het embargo aan de orde - het is een haast magisch begrip geworden. Als mensen te laat op een afspraak komen, zeggen ze gekscherend: "Tja, dat komt door het embargo." Bagdad lijdt al acht jaar onder de blokkade, maar wonder boven wonder functioneert de stad nog steeds. Zelfs de recente bombardementen hebben het dagelijkse leven niet kunnen ontregelen. De stoplichten werken, agenten regelen het drukke verkeer en de straten in het centrum worden dagelijks schoongeveegd. Fruit, brood en andere eerste levensbehoeften zijn rijkelijk aanwezig. Vanwege de vastenmaand ramadan en Kerstmis trekken mensen 's avonds hun beste kleding aan en is het bijna onmogelijk om een tafel te vinden in de talloze visrestaurants langs de Tigris. Door de feestelijkheden hervindt de stad iets van haar oude grandeur. Op vrijdagmorgen trekken duizenden mensen naar de dierentuin, waar alleen nog een zieke Bengaalse tijger en wat stinkende kamelen te bezichtigen zijn. Op de markt daarentegen zijn apen, vossen, beschermde roofvogels, ratelslangen, goudvissen en kanaries te koop tegen afbraakprijzen. Bagdad is door de devaluatie van de dinar een paradijs voor koopjesjagers geworden. Een paar jaar geleden was de dinar nog 3 dollar waard, nu gaat er 1.800 dinar in een dollar. Het gemiddelde maandsalaris is 5.000 dinar. Iedereen wil buitenlandse valuta hebben en persoonlijke eigendommen worden voor een habbekrats verkocht. Breitling-, Weil- en Rolex-horloges kun je na enig afdingen kopen voor 75 dollar.

Ondanks de economische crisis gaat Saddam Hoessein onverdroten verder met het bouwen van megalomane monumenten. Bagdad is bezaaid met potsierlijke, neo-Babylonische misbaksels ter meerdere eer en glorie van de onvolprezen president, die zichzelf als een hedendaagse Nebukadnessar beschouwt. De beeltenis van Hoessein is overal aanwezig. Zo valt hij te bewonderen in luchtige zomerkledij, in legeruniform, met leren hoed en zonnebril, in een stemmig blauw pak, met kinderen op schoot, schrijvend en bellend achter een bureau en met een traditionele rode kefiya. Saddam, die het land zeker tijdens de eerste jaren van zijn harde bewind in de vaart der volkeren omhoog heeft gestoten, heeft het land nolens volens ook weer afgebroken. Voor de oorlog in 1991 had het land twee miljoen gastarbeiders, die inmiddels allemaal verdwenen zijn. De Irakezen zijn nu zelf gastarbeiders geworden. De kantoren van Iraqi Airways worden gebruikt als telefooncentrales en het vliegveld is sinds 1991 niet meer in gebruik. De echte armoede vind je vooral in de naargeestige buitenwijken van de stad, waar kinderen en grijsaards dampende vuilnisbelten afkammen.

Pottenkijkers zijn ongewenst en Irak binnenkomen is dan ook geen sinecure. De Iraakse ambassade in Amman verstrekt slechts mondjesmaat visa en de procedure kan maanden in beslag nemen als ze via de officiële weg geschiedt. Tijdens de jongste bombardementen op Irak stroomde het Inter Continental-hotel in Amman vol met cameraploegen, fotografen en journalisten. Het ambassadepersoneel, voordien ook al niet gezegend met doortastendheid en neiging tot haast, kreeg in korte tijd bijna tweehonderd visumaanvragen te verwerken. De persattaché van de ambassade, ene meneer Sadoun, kreeg spontaan een hartaanval, waardoor de puinhoop nog groter werd. Heel veel smeergeld en een goede fixer deden echter wonderen. De functionarissen in Amman en Bagdad die bij een visumaanvraag betrokken zijn, verdienen niet meer dan 4 dollar per maand en zijn uiterst gevoelig voor harde valuta.

De weg van Amman naar Bagdad is een 900 kilometer lange asfaltstreep door een oneindig monotone woestijn. Een week eerder waren een Noorse en een Canadese cameraman op dezelfde weg verongelukt omdat de chauffeur van hun jeep in slaap was gevallen. Onze chauffeur hielden wij wakker door kerstliedjes te zingen en om de zoveel tijd wat water over zijn hoofd te gieten. De grensovergang tussen Jordanië en Irak bleek, na de ambassade in Amman, het tweede struikelblok. Iedere reiziger is verplicht een aids-test te ondergaan - 50 dollar, te betalen in contanten. Een bijziende oude dokter met trillende handen is belast met deze taak maar vertelt op discrete toon dat je bij betaling van 100 dollar de test kunt ontlopen, wat iedereen dan ook doet. De arts fluistert vervolgens op samenzweerderige toon dat deze omkoperij een groot geheim is en dat je er met niemand over mag praten. Het smeergeld dat deze oude ladelichter ontvangt, wordt voor onze ogen verdeeld onder de talloze besnorde mannen die zich in het grenskantoor ophouden.

Bij aankomst in Bagdad moet je je vervolgens onmiddellijk melden op het ministerie van Voorlichting en krijg je een chauffeur en een vertaler (lees: geheim agent) in je maag gesplitst. Kosten voor de gids: 100 dollar voor een journalist en 100 dollar voor een fotograaf, per dag. De chauffeur kost dagelijks nog zo'n 50 dollar extra. De gidsen, steevast voorzien van een prominente Saddam-snor, zijn een blok aan het been. Alleen door de stad zwalken is zo goed als uitgesloten en als je zonder gids op straat betrapt wordt met een camera, vlieg je onmiddellijk het land uit. Sommige gidsen spreken nauwelijks Engels, maar hun enige taak is dan ook te voorkomen dat Iraakse onderdanen vervelende dingen over de president zeggen en dat er foto's worden gemaakt van gevoelige objecten. Als je ze dan uitlegt dat er zoiets bestaat als satellieten, kijken ze je stomverbaasd aan.

Het ministerie van Informatie (lees: Censuur) had plotseling besloten dat de recentelijk gebombardeerde gebouwen in de stad niet langer bezocht mochten worden door de buitenlandse media. Wel kregen we de kapotte ramen van het Saddam-ziekenhuis te zien. Het ziekenhuis ligt pal naast het voormalige ministerie van Defensie, dat al geruime tijd niet meer in gebruik is maar om onduidelijke redenen toch een hightech-voltreffer heeft gekregen. Voor het beschadigde ziekenhuis heeft Voices in the Wilderness, een van de vele, onvermijdelijke grassroots ngo's, een goedbedoeld maar lullig kerststalletje neergezet om de patiëntjes op te vrolijken.

Dat de Amerikaanse en Engelse bombardementen niet altijd even pinpoint zijn, bleek op 13 februari 1991, toen twee Amerikaanse bommen het metersdikke gewapende beton van een schuilkelder in de wijk Amiruyah doorboorden en ruim vierhonderd bejaarden, vrouwen en kinderen levend verbrandden. Nu dient de macabere bunker als monument.

Voor de bekende Iraakse schrijver Abdulsatar Nasser (1947) zijn de bedoelingen van de Verenigde Staten volkomen duidelijk: "Amerika wil heer en meester zijn over alle olievelden in de regio. De meeste bezitten ze al, alleen die van Irak en Iran ontbreken nog. De meeste Arabische regimes zijn marionetten van de Verenigde Staten en Engeland. Ik zag deze week een cartoon in een Arabische krant: Clinton stapt uit een vliegtuig en wordt ontvangen door vrijwel alle Arabische leiders. Die dragen spandoeken met: 'Clinton, wij zijn allemaal Monica'."

De grijzende schrijver slijt zijn dagen in het Hassan Ajmi-theehuis aan de Rashid-straat, een van de meest authentieke theehuizen in Bagdad. Omringd door rode theeketels (semawar), traag draaiende ventilatoren en oude mannetjes in traditionele kledij bespreekt hij met collega-schrijvers de brandende kwesties (in zoverre er geen geheim agenten in de buurt zijn). Nasser publiceerde zevenentwintig boeken en acht kinderboeken. Hij was hoofdredacteur van het ter ziele gegane kunsttijdschrift Fanoun en schrijft nu wekelijks in Al Arab, een in Londen uitgegeven Arabisch dagblad. "Mijn verhalen gaan over politiek, binnen een kader van seks. Het verhaal 'Nawraz fil Madrid' (Een meeuw in Madrid) gaat over een meisje dat een hoer speelt in Madrid, Marseille en Parijs. Tijdens het verrichten van de daad vervloekt ze luidkeels de Arabische regimes, die zelf wel met Jan en Alleman neuken maar het hun onderdanen verbieden. Die regimes zijn blasfemisch maar eisen dat hun onderdanen een vroom leven leiden. Het verhaal 'Sinema' gaat dan weer over een regisseur die een film wil maken over politiek, religie en seks. De censuur maakt het hem zo moeilijk dat uiteindelijk alles geschrapt wordt en alleen de titel overblijft." Of dat een verwijzing naar het regime van Saddam Hoessein is, laat Nasser in het midden: "Ik heb ooit een jaar in de gevangenis gezeten wegens een verkeerd woord in een artikel. Ik kijk sindsdien wel uit."

Ook Nasser ondervindt de gevolgen van het embargo tegen Irak: "Vóór het embargo werden er in Irak jaarlijks 550 boeken gepubliceerd door het ministerie van Informatie, nu nog maar vijf. Met eigen geld - 300 dollar - heb ik mijn laatste boek uitgegeven. Alle 1.500 exemplaren zijn inmiddels verkocht maar ik word er financieel niet beter van. Vroeger, voor de oorlog, werd ik regelmatig uitgenodigd voor lezingen en conferenties. Ik reisde de halve wereld rond, nu krijg ik bijna nergens een visum meer. En als ik naar het buitenland wil, moet ik via Jordanië reizen. Voor Jordanië krijg ik echter geen visum omdat ik ooit in Al Arab een negatief artikel over koning Hoessein heb geschreven."

Kerstdag. Neil Syson en Marc Giddings van het Engelse tabloid The Sun (oplage: vier miljoen exemplaren) hebben door het oponthoud in Jordanië de bombardementen gemist en hebben besloten dat ze een kerststunt zullen uithalen in Bagdad. In Amman hebben ze honderden cadeautjes gekocht die ze zullen uitdelen aan armlastige Iraakse kinderen. Neil 'Pappa Moose' Syson poseert als kerstman voor de triomfboog, twee foeilelijke immense gekruiste zwaarden. Hun gids en een vijftal militairen kijken stomverbaasd toe. De volgende dag staat het verhaal in The Sun: "We bring joy to Saddam's war-weary people. Sun's Santa wows'em in Bagdad. The ordinary folk of Bagdad enjoyed the Mother of all Christmasses - after The Sun sent along the Father of All Christmasses to cheer them up."

's Avonds vrolijkt de inmiddels stomdronken kerstman een BBC-feestje in het Rashid-hotel op. De uiterst treurige Christmas-party wordt hoofdzakelijk bezocht door mannelijke televisietechnici en ontaardt in een liederlijke bende, tot grote schrik van de tientallen geheim agenten in het hotel.

Als we voor ons vertrek filmrolletjes laten verzegelen op het ministerie van Informatie vindt de grote afrekening plaats. Overal duiken groezelige handjes op, die behoren aan mensen die we nooit eerder hebben gezien. Andere vertrekkende journalisten zijn eveneens helemaal murw geworden door deze geïnstitutionaliseerde flessentrekkerij, in stand gehouden door een verfoeilijk systeem dat gelukkig niet door de Irakezen zelf gekozen is. Maar de bevolking van Irak, die tot de vriendelijkste van het Midden-Oosten kan worden gerekend, is de dupe van de onbezonnen en zinloze acties van hun leider. De recente bombardementen door de Verenigde Staten en Engeland hebben niets uitgehaald. Integendeel, de 'underdog' Saddam Hoessein heeft door zijn onverbiddelijke houding veel respect afgedwongen bij de andere Arabische landen. Volgens Amerika en Engeland waren de militaire operaties een groot succes, hetgeen betekent dat de chemische wapens zouden moeten zijn vernietigd. Als dat zo is, zouden de sancties tegen de bevolking van Irak inmiddels moeten zijn opgeheven. Maar gezien de besliste weigering van Saddam Hoessein om de Unscom-waarnemers weer toe te laten tot Irak lijkt het erop dat er aan het einde van de ramadan opnieuw gebombardeerd zal worden.

Schrijver Abdulsatar Nasser: "Ik ben zeer cynisch geworden, totaal pessimistisch over de toekomst. Als ik je de volgende keer ontmoet, zal ik uitleggen waarom. Zeven maanden geleden sprak ik een Amerikaanse journalist. Hij verzekerde mij er toen van dat Amerika ons nooit zou aanvallen. Ik zei hem dat dat wel zou gebeuren, net voor of tijdens de ramadan. En het is inderdaad gebeurd. Een eenvoudig rekensommetje, daar hoef je helemaal niet helderziend voor te zijn. Ik hou mijn hart vast voor de komende weken."

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234