Zondag 20/06/2021

De vreemdheid der antieken

Waarom wordt een mens classicus? Het kan verkeren: tegenwoordig geniet de klassieke filologie, mirabile dictu, een zekere aantrekkingskracht als een aparte, welhaast non-conformistisch-alternatieve bezigheid. De zeventienjarige Patrick De Rynck (°1963) had een enigszins andere, zij het even romantische reden: 'Op een mooie zomerdag werd ik totaal bedwelmd door de taalmuziek van Vergilius' Aeneis. Ik liep die verzen hardop, zo luid mogelijk, voor mezelf te declameren. Prachtig vond ik het.'

door Herman Jacobs

Patrick De Rynck (vert.)

Athenaeum-Polak & Van Gennep, Amsterdam, 208 p., 1.150 frank.

Patrick De Rynck

Athenaeum-Polak & Van Gennep, Amsterdam, 110 p., 310 frank.

Patrick De Rynck en Mark Pieters (red.)

Athenaeum-Polak & Van Gennep, Amsterdam, 240 p., 700 frank.

Vele jaren later, zittend voor een goed gestoffeerde boekenwand, pareert de vertaler-columnist-tekstschrijver-recensent-publicist die De Rynck behalve classicus ook nog geworden is mijn kernachtige vraag - 'Waarom zouden we de klassieken eigenlijk überhaupt nog lezen?' - aldus:

"Zo gesteld is de vraag te algemeen. De klassieke era heeft zo'n twaalf eeuwen geduurd, die kun je moeilijk als één ongedifferentieerd geheel beschouwen - je gooit toch ook Ruusbroec niet op één hoop met Bredero en Jeroen Brouwers? En over welk genre heb je het dan? Er zijn redevoeringen overgeleverd waarvan ik vaak ook niet zou weten waarom we ze nog zouden lezen, maar er is ook Plato bijvoorbeeld. En nu kun je Plato wel verfoeien, maar als je iets van de hedendaagse filosofie wilt begrijpen, dan moet je toch een basiskennis van zijn werk en dat van Aristoteles hebben. Of neem Homeros. Onbetwistbaar een schitterende verteller, en ook zijn invloed is enorm geweest, bovendien.

"Het enige wat je in zijn algemeenheid kunt zeggen is dat de vragen die een beperkt aantal mensen in de Oudheid stelde dezelfde vragen zijn die wij nog steeds stellen. De antwoorden zijn soms heel bevreemdend, en voor ons onbruikbaar - maar soms ook juist heel herkenbaar. Antigone die zich niet houdt aan de wet, omdat zij een ethische regel hoger acht dan die wet, dat heeft na 2.500 jaar toch nog niets van zijn zeggingskracht verloren?"

Antigone, Homeros - toegegeven. Maar geldt voor de meeste teksten die uit de Oudheid tot ons zijn gekomen niet veeleer die bevreemding? Ze staan ondertussen toch wel een heel eind van ons af, de klassieken. Ze vereerden een hele stoet goden; de vrouw werd beschouwd en behandeld als een soort veredeld huisdier; andere volkeren waren barbaren; vermaak was slaven elkaar zien afslachten in het circus - als je dat allemaal bij elkaar optelt, dan krijg je toch het gevoel: met deze mensen heb ik niet zo bar veel gemeen.

"Dat is natuurlijk wel een gechargeerde voorstelling van zaken," repliceert De Rynck. "Ik kan voor alles wat jij opnoemt auteurs citeren die daartegen protesteerden. Of kijk naar de tragedies. Jij kunt zeggen: wat een hoop pathetiek, maar er zijn de afgelopen jaren toch nogal wat klassieke tragedies opgevoerd, in allerlei vormen. Naar Medea van Euripides door het Noord Nederlands Toneel zijn in 1996 200.000 mensen gaan kijken - dat spreekt dus blijkbaar toch nog altijd aan. Ik heb de Oresteia van Aischylos gezien ten tijde van de Witte Mars. Dat stuk gaat in essentie over de keuze tussen bloedwraak en rechtspraak. Ik krijg nog kippevel als ik eraan terugdenk, dat had zó'n actualiteit.

"Alleen bestaat het gevaar, met die hausse of zelfs die hype van de klassieken nu, dat mensen denken: o, dat lezen we wel even, als een mes door de boter. Dat kan natuurlijk niet, en vaak is men daar dan door ontgoocheld. Want het ìs vreemd en het stáát ver van ons af, absoluut. Maar toch, als je ziet hoe bijvoorbeeld schrijvers met die klassieke thema's omgaan, Nooteboom, Verhelst, Claus, dan zit daar blijkbaar toch veel in dat aanspreekt en uitnodigt om er zelf iets mee te doen."

De thema's zijn natuurlijk eeuwig, zoals dat dan heet. Maar de context is heel anders, en juist die context bevreemdt. Misschien zou het, om de klassieke literatuur echt te ontsluiten voor de modale hedendaagse lezer, die vaak zelfs het geringe referentiekader van het klassieke onderwijs niet heeft, beter zijn juist daar op te wijzen, in plaats van altijd maar weer te betogen dat daar de wortels van onze beschaving liggen en ervan uit te gaan dat men zich daar dus vanzelf in kan verplaatsen.

De Rynck: "Zeker, en dat vind ik de grote verdienste van Piet Gerbrandy in zijn Boeken die ertoe doen, zoals ik vorige week in DMB ook schreef, dat hij het benadert met de vraag: 'Wat doet dit alles mij nu, anno 2000, ondanks - of dankzij - zijn vreemdheid?' Dat is inderdaad een van de enige vragen die je kunt stellen. Overigens, wat het onderwijs betreft, ook degenen die wel nog Latijn en Grieks hebben gehad, op de manier zoals het tot zeer recent gegeven werd, weten nauwelijks iets van de Oudheid af. Zo'n kreet als 'de Atheense democratie' - ik wist op mijn achttiende bij God niet wat dat voorstelde. Wij lazen Caesar, Sallustius, Vergilius, Cicero, noem ze maar op, maar waar dat nu eigenlijk allemaal over ging: geen woord hoorden we erover. De context, de cultuur, wat die teksten heden ten dage nog voor betekenis zouden kunnen hebben: geen woord.

"Dat heeft alles te maken met de bedoeling die men destijds had met de klassieke humaniora. Die is ontstaan in een sociaal elitaire sfeer, om mensen op te leiden tot een goed militair, politicus of geestelijke. En dat zie je nog altijd aan de schoolcanon. Waarom moeten wij Caesar lezen? Omdat zijn Latijn het klassieke Latijn is en omdat hij blijkbaar een groot militair genie was. En dat hij toevallig ook over onze contreien schrijft is meegenomen. Maar verder? Caesar moet gewoon dringend weg. Tenzij je hem heel anders gaat lezen, met aandacht voor het manipulatieve van zijn tekst, die hij ten slotte als zelfrechtvaardiging en louter tot zijn eigen meerdere eer en glorie heeft geschreven. Hoe misleidt hij ons? Wat zijn zijn retorische trucs? Die je terugvindt bij een Filip Dewinter? Dan heeft het weer wel zin.

"Er zou een algemeen vak antieke cultuur moeten komen," gaat De Rynck door, "ook zonder de studie van de talen. Dat is wat ze nu in Nederland aan het proberen zijn met het Studiehuis, dat je inderdaad een degelijke inleiding krijgt in de antieke maatschappij, mentaliteit en cultuur en in het doorleven daarvan. Dat is een van de weinige manieren om aandacht voor de klassieken in het onderwijs nu nog te rechtvaardigen, lijkt me."

Je zou ze natuurlijk ook radicaal overboord kunnen gooien. Als je kijkt naar de literatuur, het werk van iemand als Claus is onbestaanbaar zonder de klassieke erfenis - maar Claus is ondertussen wel zeventig. Twee generaties na hem - Hemmerechts, Lanoye - vind je er nauwelijks nog een referentie aan, laat staan bij de nog jongeren. Absoluut onmisbaar is dat hele klassieke, Europese referentiekader ook niet. Het is denkbaar dat over vijftig jaar schrijvers bijvoorbeeld kunstig alluderen op de twintigste-eeuwse tv-serie Batman in plaats van op de mythe van Perseus.

"Zeker," beaamt De Rynck, "maar dan gooi je wel een groot gedeelte van de literatuur tot nu toe, en niet alleen van de literatuur, mee overboord. Ik weet niet of je dat kunt verantwoorden. Die tendens bestaat wel, ook in het onderwijs, maar -"

- stel, als denkoefening, dat die hele traditie inderdaad compleet verdwenen zou zijn. Niet dat het Colosseum is gesloopt, elke papyrus in de versnipperaar gegooid en de democratie afgeschaft, natuurlijk, maar dat er geen actief bewustzijn meer is van de klassieke mythen, kunst en filosofie - zoals nu bijvoorbeeld van de Keltische cultuur die ooit in onze streken heeft geheerst. Zou dat zo'n ramp zijn?

"Ach nee. Aangezien de mens in wezen niet verandert, zal er wel iets anders komen om die zogeheten eeuwige thema's naar te modelleren. Je zult mij niet horen zeggen: 'Iedereen moet de klassieken lezen!' Als zo'n scenario als je net schetst werkelijkheid zou worden, zou ik dat helemaal niet erg vinden. Ik zie het alleen nog niet zo snel gebeuren, die aanwezigheid is, ondanks alles, zó sterk... Met name de klassieke mythologie, maar het geldt ook voor de filosofie, die blijft gewoon haar levenskracht behouden. Maar je moet het wèl overbrengen. Wat de klassieken betreft is er sinds enige generaties onmiskenbaar een verlies aan kennis bij het enigszins geschoolde algemene publiek, maar daar hoef je je niet bij neer te leggen. Het wil ook niet zeggen dat het de mensen niet interesseert. Het is best mogelijk zonder in dor gefilologiseer te vervallen een zekere kennis aan te reiken. Het is zelfs een plezier dat te doen, vind ik."

Met die ingesteldheid is De Rynck een onvermoeibaar vulgarisator van de antieken. Behalve een abecedarium van de Oudheid, Van alfa tot omega, ligt van zijn hand nu ook De kleine Griekse mythologie èn zijn vertaling van de laat-klassieke Alexanderroman in de boekhandel. Vooral die laatste, een onwaarschijnlijk avonturenverhaal met Alexander de Grote in de hoofdrol, is een niet zo voor de hand liggende uitgave. De plot rammelt - sommige verhaalelementen worden twee keer verteld, andere inderhaast vergeten of op een chronologisch verkeerde plaats geïntroduceerd. Een rommeltje dus - zij het wel een amusant rommeltje (en een dat desondanks, om een anachronistisch beeld te gebruiken, leest als een trein): de lezer maakt kennis met mensen zonder hoofd, vogels die als vliegend paard gebruikt kunnen worden, rivieren die 's nachts bevriezen maar overdag weer gewoon vloeien, water waarin je, zonder het op te warmen, toch vis kunt gaarkoken en nog veel wonderlijks meer. Pulp uit de late Oudheid, kortom.

"Precies: klassieke pulp. Gelukkig kunnen we nu eindelijk afstappen van dat onzinnige gepreek dat de klassieken zo verheffend zouden zijn. Nee dus. Tussen haakjes, als ze dat waren, hoe komt het dan dat in de jaren dertig de humanissimi onder de humanen, zoals de classici zichzelf graag zagen, zeer vatbaar zijn gebleken voor bruin en zwart gedachtengoed? Het idee dat je meer mens wordt, humanior, door Grieks en Latijn te studeren - onzin is het.

"Het funeste van de canonvorming, en die is al heel oud, uit de tijd van Vergilius al, is dat ze tot stand is gekomen op basis van de bruikbaarheid van teksten in het onderwijs. Dus met criteria als: is het voorbeeldig? Is de taal klassiek? Is het niet te vulgair? Enzovoort. De Alexanderroman ontsnapt daaraan - gelukkig zijn van dat soort literatuur ook nog spoortjes bewaard. Want precies door die vroege vastlegging van de klassieke canon is heel veel reddeloos verloren gegaan. Zo was er een hele traditie van reisliteratuur, met name over India. Wàs. In de Alexanderroman vind je daar nog iets van terug, al is het dan in een andere context, ter verheerlijking van Alexander de Grote.

"De Alexanderroman is overigens tot in de tijd van Jacob van Maerlant en zelfs later nog, tot in de veertiende eeuw, ontzaglijk populair geweest, dat kun je zien aan het aantal vertalingen en het aantal afbeeldingen van bepaalde episodes uit het verhaal. Maar toen kwamen de humanisten, die alles met een zwaar filologische en historische bril gingen bekijken. En dit boek heeft geen auteur, het is een anoniem volksboek. De handschriftentraditie ervan is heel ingewikkeld, en er is geen definitieve versie - dit boek bestaat eigenlijk niet, zou je kunnen zeggen. Historisch klopt er ook al niet veel van. Dus werd het ter zijde geschoven. Deze vertaling is de eerste in modern Nederlands.

"Toen ik aan die vertaling werkte, stond ik versteld van het tempo van dit boek. Dat is echt hedendaags. Veldslagen worden heel summier beschreven, maar dat levert bij momenten wel een hoog Monty Python-gehalte op. En er gebeurt tenminste wat. Dat mis je vaak in wat er van de klassieke literatuur is overgeleverd, er zijn maar weinig wat wij echt goede verhalen zouden noemen. Al te vaak wordt er verteld volgens een toen geldende literaire code die nu vreemd aandoet.

"Neem de Aeneis van Vergilius, een epos. Qua genre komt dat in de buurt van de moderne roman, maar je wordt voortdurend geremd in je lectuur. Wordt er een storm beschreven, bijvoorbeeld. Ook al heeft die, of in elk geval de uitvoerige beschrijving ervan, eigenlijk geen functie in het verhaal, hij moet erin, want Homeros deed het al zo. En door het principe van de aemulatio, de creatieve, wedijverende navolging, dat zeer zwaar woog in de klassieke literaire traditie, vind je dus geen eposdichter die zichzelf respecteerde of hij gooide er een storm in. Zelfs in de Griekse roman zie je die vaste wending, of topos, zoals dat heet, terugkeren. Anderzijds, zo vreemd is dat misschien ook weer niet. Want je vindt in de hedendaagse epiek hetzelfde. Neem de actiefilm, daar móet nu eenmaal een achtervolgingsscène in."

Misschien niet zo vreemd - maar toch vreemd genoeg. Misschien zal dat nog de redding van de klassieken blijken te zijn:

"Al hangt er nog steeds iets van dat sociaal elitarisme omheen, tegelijk zie je dat de klassieke opleiding langzamerhand in een soort undergroundpositie is beland. Latijn, en Grieks al helemaal, worden steeds marginaler. En ze gaan in tegen het nutsdenken. Als je het nuchter bekijkt zijn het compleet nutteloze vakken, maar op die manier worden ze ook weer alternatief. Mooi toch?"

'Gelukkig kunnen we nu eindelijk afstappen van dat onzinnige gepreek

dat de klassieken zo verheffend zouden zijn'

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234