Donderdag 17/06/2021

De vrede mag geld kosten

Het voorstel van de sp.a om het Belgisch leger af te schaffen en in een Europees leger te laten opgaan, opent een interessant debat. Maar moeten we hierop wachten om het budget voor ontwikkelingssamenwerking te laten stijgen? En wat zijn de taken van zo'n Europees leger? Groen!-politici Vera Dua en Bart Staes kaatsen de bal terug naar sp.a-voorzitter Johan Vande Lanotte.

Als groenen willen we twee zaken op tafel leggen. Het Europese 'leger' dat men wil, moet voor Groen! in de eerste plaats een Europese vredesmacht zijn. Bereid om een voortrekkersrol op te nemen en aan vredeshandhaving te doen wanneer dit nodig is. Bovendien moet de stijging van het budget voor ontwikkelingssamenwerking er voor ons hoe dan ook komen. De evolutie van het defensiebudget heeft daar weinig mee te maken.

Europa vredesmacht. Het model van een klassiek en volledig leger is achterhaald, zeker als je dat zou overzetten naar het Europees niveau. Een hedendaagse militaire macht moet veel meer dan vroeger inzetbaar zijn bij vredestaken. Er moet tegelijk ook veel meer geïnvesteerd worden in dingen als preventie en vredeshandhaving dan in de 'harde' kant van het veiligheidsspectrum. Dat zijn trouwens ook net de dingen waar Europa grote expertise heeft. Dat alles moet uitdrukkelijk in het kader van de internationale rechtsorde gezet worden (in VN-verband dus) met een rol voor de regionale organisaties. Inzet van zware militaire middelen kan in het beste geval de condities creëren waarbinnen een politieke oplossing gevonden kan worden. Je bombardeert een land niet naar de vrede. Tegelijk hebben we ook de verplichting om niet afwezig te blijven wanneer mensen op grote schaal worden afgeslacht. Nationale grenzen zijn geen alibi waarachter grove mensenrechtenschendingen door mogen gaan.

Wie doet wat? Laten we de verschillende internationale organisaties in zo'n veiligheidsstructuur op de best mogelijke manier hun rol laten spelen. De EU is en zou in de eerste plaats een civiele macht moeten zijn. Nu is ze al een economische supermacht. Ze zou ook een politieke supermacht moeten worden, die symbool staat voor de 'Europese' veiligheidsbenadering. Op dit moment is er zelfs nog geen begin van een gemeenschappelijk buitenlands beleid. De discussie over de Europese grondwet maakt voldoende duidelijk dat er maar een beperkte politieke energie aanwezig is voor Europese integratie. Laten we die dan toch in de eerste plaats investeren in de civiele veiligheidsrol (gaande van preventie tot vredeshandhaving) en niet in de fictie van een klassiek Europees leger.

De EU moet wat ons betreft op verzoek van de VN een aantal vredestaken (peacekeeping) kunnen uitvoeren, en moet daarvoor op eenheden van de (tot nader order) nationale strijdkrachten een beroep kunnen doen. Ook wanneer de NAVO en de Amerikanen dit niet willen. Zo is het onaanvaardbaar dat de internationale gemeenschap aan de zijlijn blijft toekijken hoe gewelddadige conflicten in Afrika miljoenen slachtoffers maken. In zulke gevallen moet het mogelijk zijn dat een Europese vredesmacht een voortrekkersrol speelt. En ingrijpt wanneer nodig, gesteund door een stevig VN-mandaat.

De veiligheidsdoctrine van de huidige NAVO is de onze niet. Bovendien is er een te sterke dominantie van de VS en te weinig een Europees tegenwicht. Dat enkele landen van de EU ervoor kiezen ad-hoccoalities met de VS aan te gaan, eerder dan te investeren in een gemeenschappelijk buitenlandbeleid van de EU, verzwakt de Europese rol in de NAVO nog verder. Een Europees tegenwicht tegen de Amerikaanse veiligheidsdoctrine is nodig.

De vrede mag geld kosten. Als we over militaire uitgaven praten, dan moeten we ook een Europees perspectief nemen. Het hele pakket aan militaire uitgaven dat nu door de landen van de EU apart gebeurt, zou globaal naar beneden moeten kunnen door het wegwerken van verspilling en overlappingen. Binnen dat financieel kader moet een deel van de klassieke functies van het leger worden afgebouwd ten voordele van een hogere inzetcapaciteit voor vredestaken in Europees perspectief. Voor de nationale legers betekent dit onder meer dat er moet worden gekozen voor taakspecialisatie. Globaal moeten er ook voldoende inzetbare mensen blijven. In het veiligheidsconcept dat wij willen, is er immers sprake van veel mensen op het terrein en net niet een eenzijdige keuze voor bombardementen en zwaar militair geweld. Wanneer nodig moeten militaire middelen natuurlijk ingezet kunnen worden. Een nieuw Srebrenica in Europa mag echt nooit meer.

Met deze principes kunnen we dan kijken naar het budgettaire plaatje voor heel Europa. Als je enkel praat over de vermindering van de militaire uitgaven op nationaal niveau, en op Europees niveau kiest voor een achterhaald concept van 'defensie', dan kan het wel eens zijn dat je aan het einde van de rit veel meer hebt uitgegeven, en dat kan zeker niet de bedoeling zijn.

Ook geld voor ontwikkelingssamenwerking dient de vrede. Terwijl de groene staatssecretaris Eddy Boutmans het budget liet groeien tot 0,6 procent van het bnp in 2003, ging de paarse regering de laatste jaren op de rem staan, met een dieptepunt van 0,4 procent in 2005. Dit is jammer, want ontwikkelingssamenwerking neemt de voedingsbodem van vele conflicten weg. De groei van het budget moet er voor Groen! hoe dan ook komen, los van de evolutie van het defensiebudget. En zonder vervuiling van het budget door commerciële afwegingen, gebonden hulp of zaken die weinig met ontwikkelingssamenwerking te maken hebben. Want vrede mag geld kosten.

is Europarlementslid

voor Groen!

is voorzitter van Groen!

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234