Donderdag 18/07/2019

Van hier en ginder

"De vraag is: wanneer ben je voldoende geïntegreerd?"

Meryame Kitir. Beeld Thomas Legrève

Is je afkomst ook je toekomst in Vlaanderen? Hoe bepalend is migratie voor je leven hier? Clara van den Broek, dochter van een Vlaamse vader en een Algerijnse moeder, praat met vrouwen en mannen die het kunnen weten. Vandaag: Ex-Ford-vakbondsvrouw en sp.a-kopstuk Meryame Kitir.

"Zwarte Ford Focus." Ik kijk op van mijn mobieltje. Halle Berry zwaait naar me vanuit een sportieve wagen in hoogglanslak. Hagelwitte tanden, getaande huid, ietwat verlegen oogopslag. Ik steek een hand door het raam, loop rond de wagen, stap in. Meryame Kitir geeft me een zoen op de wang. "In Limburg kussen we." Ik weet even niet wat te zeggen. Uitstraling heeft ze.

Pit en vaart ook. De volksvertegenwoordigster neemt me linea recta mee van het Genkse station naar een grote zaak van een Italiaan die het duidelijk heeft gemaakt. Het ruikt er naar ham, koffie en tomatensaus. Je vindt er streekproducten uit elke Italiaanse uithoek. De geblondeerde bazin ziet er wát elegant uit in haar kokerrok. "In deze straat vind je alle nationaliteiten. Hiernaast kan je döner kebab eten, en daarnaast frietjes." We bestellen twee San Pellegrino.

Dit is een multiculturele straat. Soms wordt gezegd dat ruimtelijke segregatie ook een positieve kant heeft, op voorwaarde dat ze niet tot economische segregatie leidt. Mensen kunnen hun cultuur bewaren, waardoor ze niet aan eigenwaarde inboeten.

Kitir: "In België is er lang voor segregatie gekozen. De Marokkanen die in de mijnen werkten, woonden samen in de cité. Het voordeel was dat ze een gemeenschap vormden. Dat was goed, want ze hadden elkaar nodig bij het werk, voor de veiligheid. Maar daardoor leerden ze de taal niet goed. Mijn oom die in Nederland in de mijn werkte, en zijn vrouw, leerden veel sneller Nederlands, omdat ze gewoon tussen de Nederlanders woonden. Vandaag de dag, met de globalisering en de toegenomen complexiteit, zijn kennis van de taal en integratie noodzakelijk. Bij segregatie zijn er te weinig prikkels om elkaar te leren kennen. De vraag is evenwel: wanneer ben je voldoende geïntegreerd? Sommigen beheersen de taal perfect, hebben een diploma, gedragen zich respectvol, en krijgen toch minder kansen dan autochtonen."

Clara van den Broek. Beeld rv

In welke mate heb jij moeten vechten voor kansen?
Kitir: "Ik heb geluk dat ik in Limburg ben geboren. Daardoor ben ik weinig blootgesteld aan discriminatie. In mijn klas zat iedereen door elkaar: Italianen, Grieken, Marokkanen, Belgen. Toen ik op mijn achttiende voor het eerst ging winkelen in Antwerpen, schrok ik. We waren schoenen aan het passen, en de winkeldame zei: 'Altijd hetzelfde met die bruinen: van alles passen en dan niets kopen!' Ik begreep het niet.

"Ik voel wel dat, hoewel ik hier geboren en getogen ben, ik mij meer moet bewijzen. Mijn vriendin van Griekse origine heeft dezelfde ervaring. Aan sommigen wordt werk of de toegang tot de dancing geweigerd. Wat dat met je doet, is moeilijk uit te leggen aan wie zoiets niet moet meemaken. Ik zie dat vooral jongens ontgoocheld raken, niet meer dromen. Meisjes krijgen het moeilijk als ze ervoor kiezen om een hoofddoek te dragen. De aanslepende discussie daar rond is absurd. Als je naar kassier(ster)s kijkt in Londen, draagt de ene een hoofddoek, de andere een tulband, en de derde een piercing: wat is het probleem? Als we even veel energie zouden steken in het opsporen van discriminatie als in het hoofddoekendebat, stonden we nu heel wat verder."

Meryame Kitir. Beeld THOMAS LEGRÈVE

Spelen die gevoeligheden mee in je politieke werk?
"Ik ben begonnen met vakbondswerk. Ik werkte dertien jaar lang aan de lopende band in de lakafdeling van de Ford-fabriek, samen met een multiculturele groep dames. Als zij iets wilden vragen over verlof of overuren, regelde ik dat. De vakbond heeft me dan opleiding gegeven in onderhandelen, conflictbemiddeling, en het kennen van de rechten van de arbeider.

"Maar het is vanuit mijn overtuiging dat ik dat werk deed, niet vanuit mijn achtergrond. De ene wil het kouder op de werkvloer, de andere netter, nog iemand wil meer licht. Daarin zocht ik het algemeen belang. Dat doe ik ook in de politiek. Ik ken de Marokkaanse gemeenschap wel beter dan een autochtoon. Daardoor kan ik sommige problematieken goed aanvoelen."

Zoals?

"Een vriendin van mij met Marokkaanse roots werd na de aanslagen in Parijs bespuwd. Dat komt bij mij harder binnen. Bij die aanslagen, na Charlie Hebdo, en nog meer na 22 maart in Brussel, werd mij gevraagd: 'Waarom zeg jij niets?' Maar ik had al gezegd dat ik die aanslagen veroordeelde. Als allochtoon, of lid van de moslimgemeenschap, moet je zoiets tien keer zeggen voor je gehoord wordt. Ook de voorzitters van de moskeeën, de Moslimexecutieve, en de gewone mensen die gaan werken, zeggen het zo vaak, en worden daarin niet geloofd. Ik vond het vervelend dat men met die aanslagen naar mij kwam voor een verklaring: ik heb er werkelijk niets mee te maken."

"In de Commissie tegen terreur, waar ik ondervoorzitter ben, probeer ik mee te zoeken naar mogelijke oorzaken en oplossingen. Waar hebben we gefaald? In Frankrijk lopen een paar experimentele projecten in gevangenissen. Er loopt ook een project rond deradicalisatie. Echtgenotes melden soms dat hun man is geradicaliseerd. Maar zolang er geen criminele feiten zijn gepleegd, kun je niets doen. Hoe vang je dat op? Dat wil ik graag opvolgen."

Leidt de toegenomen migratie tot toegenomen onverdraagzaamheid?
"Het probleem is niet de migratie, maar de afbrokkelende sociale bescherming door Europa. Mensen kunnen voor 4 euro per uur tewerk gesteld worden. De angst die daardoor ontstaat, dát is het probleem.

"We mogen vooral niet veralgemenen. We hebben ook veel goede voorbeelden in alle sectoren. Kijk naar hiphopdanser Ish Ait Hamou, filmmaker Adil El Arbi, VRT-journaliste Fatma Taspinar. België is een creatief land met veel potentieel. De aanslagen hebben veel van onze multiculturele samenleving kapotgemaakt. Na de aanslagen in Brussel sms'te ik naar een nichtje: 'Er komen moeilijke tijden aan, maar vergis je niet van vijand. De mensen zijn bang, wees niet boos, probeer opnieuw vertrouwen op te bouwen, begrijp hun angst.' We moeten helemaal opnieuw beginnen, uitleggen dat een gerecht met veel ingrediënten lekkerder is dan een gerecht zonder peper en zout."

Kitirs vader kwam naar België om in de mijnen te werken. Hij overleed op 61-jarige leeftijd aan longkanker. Hij gaf zijn leven om een beter bestaan mogelijk te maken voor zijn kinderen. Welke druk legt dat op een migrantenkind?

Je klom op van arbeidster tot parlementariër, bent ridder in de Leopoldsorde. Voel je je verplicht om het te maken, om je vader niet teleur te stellen?
"Mijn vader liet ons vrij. Hij drukte ons wel op het hart dat we de kansen moesten grijpen als ze er lagen. Hij heeft niet meer meegemaakt dat ik mijn middelbaar diploma haalde, bij de vakbond ging, verkozen werd. Maar ik voel dat hij tevreden zou zijn. Ik heb niet zelf gekozen voor een politieke carrière. Men heeft mij de kans geboden, en ik heb ze na rijp beraad gegrepen. Als jongere ging ik aardbeien plukken om een jeansbroek te kunnen kopen, wat al gauw 1.000 frank kostte. Mijn vader zei toen: 'Sorry dat ik jullie dat niet kan geven.' Maar hij liet ons vrij in wat we met ons geld deden. Hij wilde alleen dat we bewust een richting uit gingen. '

Had hij vaak heimwee?

"Ja, je voelde het aan de verhalen die hij vertelde bij de thee 's avonds. We telefoneerden regelmatig met familie. En we gingen om de twee jaar naar Marokko, in een blauwe Ford Transit met gordijntjes. Dan gingen we een paar dagen naar het dorp van mijn vader, Foum Zguid, in het woestijnachtige zuiden. Daar was het nog erg primitief. Geen elektriciteit, geen stromend water. We sliepen op de grond onder de blote hemel, kippen en katten liepen in het rond. We gingen op een ezel water halen aan een bron en goten het in een leren zak. Dat was allemaal zo leuk. De mensen daar waren met weinig tevreden. We namen spullen mee uit België. Ze waren zo dankbaar. Maar we konden daar nooit lang blijven, want de kinderen werden ziek van het water. Dan gingen we naar Casablanca en Marrakesh, waar mijn moeder vandaan kwam. Zij stierf toen ik twee was."

Ga je zelf vaak naar Marokko?

"De laatste keer was in 2008. Met mijn vader is de spilfiguur weggevallen. Mijn broers en zussen hebben hun eigen leven, en de banden met de nichten en neven daar worden wat losser. Ik ben echt van hier."

Wat is je lievelingseten?
"Couscous, en kippenworst met appelmoes en puree. Dat maakt mijn zus voor me als ik bij haar ga eten."

Wil je je kinderen tweetalig opvoeden?
"Ik zou wel willen, maar mijn Darija (Marokkaans dialect) is niet goed genoeg. Ik spreek het niet vaak meer. Met mijn broers en zussen spreek ik Nederlands. Een verkeerde klinker in het Darija kan al snel tot misverstanden leiden. Als ik ergens aankom met mijn zussen, zeggen ze: 'Spreek maar gewoon Nederlands, dat ze weer niet denken dat je aan het schelden bent.'" (lacht)

Maandag in de reeks 'Van hier en ginder': Rachid Lamrabat

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden