Dinsdag 24/11/2020

De voortvarende rechters

Annemie Bulté / Illustratie Jan De Maesschalck Een blik achter de schermen van het Brusselse snelrecht

Een winkelier in de Marollen merkte dat er geregeld kauwgum, snoepjes en blikjes frisdrank uit de rekken verdwenen. Hij verdacht de tweeëntwintigjarige Abdel en zijn broer. Op 6 februari 1997 werden de twee jongens aangehouden op verdenking van het 'op frauduleuze wijze ontvreemden van snoepgoed en limonade'. Nog geen maand later verschenen ze voor de snelrechter in Brussel. De procureur vroeg een voorbeeldstraf, want het onveiligheidsgevoel in de Marollen nam alarmerende vormen aan. Abdel werd veroordeeld tot twee jaar cel met uitstel en een boete van 20.000 frank. Snelrecht in Brussel, een blik achter de schermen.

Al jaren meer dan een eeuw schreeuwde justitie zich schor. Niet genoeg middelen, te ingewikkelde procedures, te veel dossiers die verjaren voor het tot rechtsbedeling kon komen. Sinds het jaar 1890 kon geen enkele minister van Justitie zijn mandaat beëindigen zonder minstens eenmaal te worden geïnterpelleerd de traagheid van het gerecht. In 1900 diende Jules Destrée het eerste wetsvoorstel in. Decennialang was 'snelrecht' een gespreksthema op justitiële congressen en colloquia.

Toen braken er nachtelijke rellen uit in de Brusselse gemeenten Vorst en Sint-Gillis. Ordediensten en politici noemden het onaanvaardbaar dat herrieschoppers die op heterdaad betrapt werden, enkele uren na hun arrestatie alweer vrij rondliepen. Justitie, klonk het scherp, was te laks. Op 11 juli 1994 was het dan eindelijk zover. Snelrecht, beloofde minister van Justitie Melchior Wathelet, zou een snelle, eenvoudige en efficiënte rechtspraak voor de straatcriminaliteit worden. Jongeren die kleine misdrijven pleegden zouden binnen de twee maanden voor de rechter verschijnen en niet langer het gevoel hebben dat ze onstrafbaar waren. De aparte rechtspraak voor 'minder belangrijke' en 'makkelijk op te lossen misdaden' kreeg alleen bij het parket van Brussel een stevige voet aan de grond.

Het is woensdagochtend, even voor negenen. In het zaaltje waar de 58ste kamer van de Brusselse correctionele rechtbank zitting houdt, heerst een sfeer die doet denken aan de beurs van New York na een crash. Een tiental advocaten staat voor de rechter te dringen. Handjes wapperen boven toga's. "Hebt u vandaag tijd voor mijn cliënt?" "En die van mij?" "En ik? En ik?"

Voor de rechter ligt een hoge, scheve stapel flinterdunne dossiers. Van de 29 zaken die vandaag op de rol staan ingeschreven, zullen er maar enkele behandeld worden, weten de advocaten. Snel zijn is ook op dit niveau de boodschap. "Kunt u mijn zaak maar meteen uitstellen?", hijgt een binnenstuivende confrater. "Ik moet straks pleiten in een belangrijk dossier." De griffier krabt even in zijn haar en begint driftig in zijn agenda te bladeren. "23 december? Oké?" Een snelle knik, de advocaat beent weg. "Wie nog?"

Op de achterste banken volgt een rij jongeren lusteloos het schouwspel. Het zijn de verdachten, vergezeld van moeder, vader, broer of vrienden. De meesten zijn van Marokkaanse of Turkse afkomst. Er zit één Belg tussen, een jongen van vooraan in de twintig, met een druipende neus. Waarom hij hier zit? "Drugs en diefstal", snuift hij. Voor de meeste verdachten is het bezoek aan de snelrechtkamer routine. Ze praten onder elkaar. "Kan het wat stiller, daar achteraan?", roept de rechter verstoord.

In de gang staat Olivier Gérard tegen de muur geleund een sigaretje te roken. Hij is 33 en baas van een verhuisfirma. Parkeerde zijn verhuiswagen wat te dicht bij de sporen, net toen de tram moest passeren. "Hij kon er langs", herhaalt Gérard een paar keer. De trambestuurder vond van niet, bleef bellen en stapte uit zijn tram. De discussie ontaardde in een knokpartij. De trambestuurder raakte gewond en diende een klacht in wegens het toebrengen van slagen en verwondingen. "Nee", houdt Gérard vol. "Hij was begonnen. Hij begon mij te bedreigen. Nu wil hij dat ik me de rest van mijn dagen krom werk om zijn schadevergoeding te betalen."

Gérard heeft zijn verhaal over wat er die dag precies gebeurde nog niet één keer voor de rechter kunnen doen. Hij staat hier deze ochtend voor de achtste keer. "Elke keer moet ik een halve dag vrijaf nemen", zucht hij. "De zaak wordt telkens uitgesteld. Maar als een verdachte niet komt opdagen, dan wordt hij automatisch veroordeeld." Zijn advocate valt hem bij. "Ze willen de indruk wekken dat ze met dat snelrecht plots veel efficiënter zijn geworden. Maar wat hier achter die deuren gebeurt, is een zielige show om de cijfers in de statistieken wat op te drijven."

De magistraten van de Brusselse snelrechtkamer trokken vorige week aan de alarmbel: help, we verdrinken in de dossiers. De Brusselse snelrechtkamer behandelt nu zo'n duizend zaken per jaar. Wegens het gebrek aan een Franstalige magistraat werd een van de twee snelrechtkamers in Brussel gesloten en is een achterstand van vele honderden zaken ontstaan. "De enige oplossing is opnieuw een tweede correctionele kamer te openen voor de behandeling van de 'snelle dossiers' van de straatcriminaliteit," zegt substituut Christophe Caliman van het Brusselse parket. Dan kunnen we voorlopig voort."

Het openen van een tweede kamer zou wel eens het begin kunnen zijn van een vicieuze cirkel, vreest Claire Scohier. Zij is onderzoekster aan de Franstalige Vrije Universiteit van Brussel (ULB) en een pionier in het wetenschappelijk onderzoek naar snelrecht. Al enkele maanden lang vlooit Scohier op de griffie van het parket de dossiers van de snelrechtkamer uit om een evaluatie te maken. "Ik heb dossiers gezien van jongeren die moesten verschijnen voor het stelen van een broek bij H&M, een paar pantoffels of een pot yoghurt," zegt ze. "Goed, snelrecht moet de gerechtelijke achterstand mee helpen wegwerken, maar ik betwijfel of dat soort dossiers voordien ooit de rechtbank gehaald zouden hebben. Als er een tweede snelrechtkamer wordt geopend, zit die binnen de kortste keren weer vol. En dan nog een, en nog een. Dit soort kamers vult zichzelf."

Scohier herinnert zich een 24-jarige jongen die vorig jaar veroordeeld werd voor het stelen van pannenkoeken en een reep chocolade. "Hij leefde van het OCMW, was heroïneverslaafd en zat dus altijd zonder geld. Hij was al eerder betrapt op het stelen van kip, pruimen, een pot chocopasta of iets anders om te eten. Zijn drugsverslaving had niets te maken met de reden waarom hij voor de snelrechter moest verschijnen." De pannenkoekendief werd veroordeeld tot een jaar voorwaardelijk, met vijf jaar uitstel. Een zware straf, vindt Scohier. "Vooral omdat de man nooit drugs verkocht en al verscheidene keren probeerde af te kicken. Nu wordt hij vijf jaar lang door het gerecht gevolgd en zal bij de minste inbreuk achter de tralies vliegen." De man kreeg ook honderd uur 'gemeenschapsdienst' te vervullen en moest werk zoeken. Maar met een veroordeling op het strafblad valt dat niet mee.

De onderzoekster kent ook enkele gevallen van jonge softdrugsgebruikers die veroordeeld worden als dealer, ook al blijkt uit de feiten heel duidelijk dat ze in het ergste geval met hun vaders auto naar Nederland zijn gereden en iets hebben meegebracht voor de vrienden in de klas. "Zo'n jongen wordt dan opgepakt en een nachtje in de cel gehouden. De volgende morgen moet hij voor de snelrechtmagistraat verschijnen. De procureur haalt de wormen uit zijn neus en op het einde van het verhoor krijgt de jongen een convocatie om voor de snelrechtbank te verschijnen en de raad om een advocaat te nemen. Als die jongen dan voor de rechter verschijnt, zit diezelfde procureur daar als vertegenwoordiger van het openbaar ministerie, om hem aan te klagen. Die jongeren hebben de indruk dat het spel al gespeeld is, dat ze al veroordeeld zijn. Sommige doen niet eens de moeite om nog een advocaat te nemen."

In een jaarrapport over het werkjaar 1996 verdedigt de bij het parket opgericht cel 'snelrecht' de convocatie per proces-verbaal. De magistraten vinden het principe om de verdachte op te roepen aan het einde van het verhoor erg belangrijk. "Het gaat om het sleutelmoment van de snelrechtprocedure", schrijven ze in het rapport. "Deze eerste ontmoeting tussen de magistraat van het openbaar ministerie en de delinquent heeft een grote symbolische waarde. Op dat ogenblik weet de dader van de feiten dat zijn toekomst in de handen van deze magistraat ligt en dat hem, wat hij ook als smoes opdist, een vervolging wacht." Het rapport dicht het verhoor overigens een grote educatieve waarde toe. "Als de delinquent zich bereid toont om zijn ongelijk toe te geven en de slachtoffers te vergoeden, dan zal het verhoor goed uitdraaien. De bedoeling is bewustwording op te wekken. Het verhoor is tevens de belangrijkste onderzoeksdaad. Daarom is een verhoor in de snelrechtprocedure vaak veel uitgebreider dan in een klassieke procedure." Dat is de theorie van de magistraten. Wat nu volgt, is de praktijk.

We schrijven 7 februari 1997. Abdel, 22 jaar, is de vorige dag om 10.30 uur samen met zijn broer aangehouden op verdenking van een winkeldiefstal. Er zijn snoepjes, kauwgum en een blik limonade spoorloos. Om 10.05 uur begint het verhoor van Abdel. Hij verklaart, in het Frans: "Ik heb niets te maken met deze zaak. Men heeft mij verward met een ander. Die dame heeft me al eerder verward met een andere jongen uit Molenbeek. En daarbij, in de wijk veralgemenen ze alles. Het is niet mijn stijl om snoepjes te stelen. Mijn broer is dood."

De magistraat vraagt in welke omstandigheden zijn broer stierf. Tijdens een overval, zegt Abdel, maar dat heeft er niets mee te maken. "Ik ben een eerlijke burger die werk zoekt. En ik heb niet gezegd dat die politieman een kleine mislukkeling was." De magistraat besluit dat het onmogelijk is om een dialoog aan te knopen met Abdel en dat hij bijgevolg zijn verantwoordelijkheid op zich zal moeten nemen. Einde van het verhoor, einde van het onderzoek ook. Het sleutelelement van de procedure telt anderhalve bladzijde. De verdachte ontkent de diefstal, wat de magistraat doet besluiten dat dat een verzwarende omstandigheid is. Voor meer onderzoek is er geen tijd. Op 5 maart 1997 wordt Abdel veroordeeld wegens het "op frauduleuze wijze ontvreemden van snoepgoed en limonade, van een onbepaalde waarde, die hem niet toebehoren". De feiten op zichzelf zijn misschien niet zo ernstig, geeft de procureur die ochtend toe, maar door zijn gedrag heeft Abdel bijgedragen tot het onveiligheidsgevoel in de Marollen. "Bejaarde dames durven 's avonds hun huis niet meer uit", betoogt de procureur met priemende ogen, die een zware straf eist alsof het een moord voor een assisenhof betrof. Abdel wordt

Vervolg op de volgende pagina.

veroordeeld tot twee maanden cel met uitstel en een boete van 20.000 frank. Zijn twee jaar jongere broer krijgt een voorwaardelijke opschorting en tachtig uur 'gemeenschapswerk'.

Het voorbeeld van de kauwgum en de snoep is niet het meest voorkomende maar wel een typisch geval, vindt criminologe Christel Calistri, die de zittingen van het snelrecht drie maanden lang observeerde. "Dossiers worden in een mum van tijd opgeblazen met elementen die niets met de feiten te maken hebben. De procureur laat zich soms erg vrij inspireren. Het is een paternalistische persoonlijkheid die, als hij zijn breedvoerige pleidooien houdt, een enorme ruimte inneemt. Normaal is het de rechter die vonnissen moet vellen. Maar hier heb je soms de indruk dat de procureur alles leidt. Hij kent het dossier van de verdachte ook veel beter dan de rechter, omdat hij zelf het onderzoek heeft gedaan."

Calistri observeerde de 58ste kamer drie maanden lang. "Tijdens die hele periode heb ik in welgeteld één affaire een getuige zien verschijnen in de rechtszaal." Uit de statistieken die Calistri opmaakte, bleek dat slechts 35 procent van de verdachten de Belgische of Europese nationaliteit hebben. Zevenenvijftig procent was van Noord-Afrikaanse oorsprong, acht procent kwam uit Oost-Europa. "Toegegeven, het is over een korte periode, maar het wijst in ieder geval de richting uit waar men met het snelrecht heen wil", zegt de criminologe. "De gemiddelde verdachte is migrant, mannelijk, jonger dan vijfentwintig, komt uit een risicowijk en woont nog bij zijn ouders."

Advocaat en universiteitsdocent Bruno Dayez haalde onlangs tijdens een colloquium zwaar uit naar wat hij een 'discriminerende rechtspraak' noemde. "De keuze om dat soort stedelijke delinquentie aan te pakken is niet neutraal", vindt Dayez. "In het snelrecht vind je geen oplichters of witwassers. De middelen die nu worden vrijgemaakt voor het snelrecht, gaan niet naar de onderzoeken van andere, complexere misdrijven. Die daders blijven buiten schot." Volgens de advocaat zal de snelrechtprocedure de sociale ongelijkheid alleen maar versterken.

Op het Lemmensplein in Anderlecht of het Bethlehemplein in Sint-Gillis, de zogeheten quartiers chauds van Brussel, is de 58ste kamer een begrip geworden. "Als een van de jongeren van het plein voor de 58ste moet verschijnen, dan weet iedereen dat", zegt advocaat Vincent Lurquin, die al heel wat jongelui uit die buurt voor het snelrecht verdedigde. "Of snelrecht de straatboefjes kan 'heropvoeden', durf ik zeer sterk te betwijfelen. Ofwel worden de jongeren veroordeeld en hebben ze het gevoel dat hen onrecht is aangedaan. Als er dan eens een vrijspraak is, dan keert zo'n jongen als een held terug naar zijn plein en zijn vrienden. Van dan af heeft hij de status van kaïd. Hij is voor de 58ste verschenen en werd vrijgesproken!"

Het snelrecht heeft de relaties tussen de ordediensten en de migrantenjongeren in elk geval niet verbeterd. Nooit eerder waren er zoveel dossiers tegen migrantenjongeren. Het aantal dossiers over 'smaad aan de politie' is niet meer te tellen. Na elk opstootje vraagt het parket beelden op bij televisiestations om de daders op te sporen. Omgekeerd zijn er bij het Comité P nooit eerder zoveel klachten van jongeren geweest tegen politieagenten wegens slagen en verwondingen. De magistraten van de cel snelrecht tillen niet zwaar aan die klachten. "Het is een typische en perverse verdedigingsstrategie van de straatboefjes", menen zij. Op werkvergaderingen met de gemeentelijke polities raden ze de geviseerde agenten aan om, zodra de klacht van de jongere geseponeerd is, een tegenklacht in te dienen wegens wegens lasterlijke aantijgingen. Voorts kan het nooit kwaad, stippen de procureurs nog aan, dat een politieman tijdens de zittingen aanwezig is. "Dat kan de rechtbank alleen maar attenter maken op de dagelijkse realiteit van dit ondankbare en moeilijke beroep."

Advocaat Jan Fermon heeft de situatie van de klachten in twee richtingen al vaak meegemaakt. "Tenzij je over keihard bewijsmateriaal beschikt, zal zo'n situatie altijd in het nadeel van de jongere uitdraaien. De snelrechtmagistraten hebben er alle belang bij om hun goede relaties met de politiediensten te behouden. Het zijn de gewone politieagenten die een arrestatie verrichten, die later ook het dossier opstellen dat voor het snelrecht wordt gebruikt - hoe weinig dat dan ook voorstelt. Dat is maar een van de redenen waarom die dossiers over migrantenrellen niet in het snelrecht thuishoren. Er is eens een opstootje geweest op het Anderlechtse Lemmensplein. De politie reed met een combi het plein op en begon foto's te nemen van de jongeren. Die reageerden natuurlijk ongelooflijk geagiteerd. Het gevolg was dat ze allemaal werden aangehouden wegens 'weerspannigheid'. Tijdens de zitting zei de procureur langs zijn neus weg dat er niet eens een filmpje in het fototoestel zat. Wie heeft hier dan geprovoceerd?"

Het Turkse gezin Cakir uit Schaarbeek heeft twee jaar geleden kennisgemaakt met het snelrecht. Jongste zoon Turan komt op 16 maart 1996 onzacht in aanraking met een Schaarbeekse politiepatrouille, die een controle uitvoert. Het komt tot een gevecht, waarbij Turan traangas in het gezicht gespoten krijgt en op de grond valt. Terwijl er steeds meer toeschouwers toestromen, wordt de vader van Turan door het lawaai op straat uit zijn siësta gewekt. Hij komt naar buiten, ziet zijn zoon op de grond liggen en komt tussenbeide in het gevecht. "Hij wist niet eens dat het politie was", zegt oudste zoon Cetin. Zowel vader als zoon wordt meegenomen naar het politiecommissariaat voor ondervraging. Die avond wordt Turan zwaar toegetakeld door de politie afgeleverd in een Schaarbeeks ziekenhuis. "Hij is met geweld tegen een bureau gelopen en heeft zijn hoofd gestoten", zeggen de agenten. Turan moet meer dan een week in het ziekenhuis verzorgd worden. Hij heeft verscheidene kneuzingen, een gebroken neus en een gescheurde milt. Wanneer hij uit het ziekenhuis wordt ontslagen, dient hij onmiddellijk een klacht in tegen de agenten wegens slagen en verwondingen. In het politiecommissariaat is hij urenlang murw geschopt en geslagen met behulp van een telefoonboek en een stoel.

De vader van Turan heeft inmiddels te horen gekregen dat hij voor de snelrechter zal moeten verschijnen wegens slagen toegebracht aan de ordediensten. Dat gebeurt al een maand later. "De procedure werd uitgesteld omdat men eerst het resultaat van de klacht van zijn zoon tegen de politie af moet wachten", zegt advocaat Fermon. "Maar in dat onderzoek lijkt het parket absoluut geen haast te hebben, het onderzoek sleept nu al twee jaar aan. Zes maanden na de klacht had men alleen een wetsdokter aangesteld die de letsels van Turan moest onderzoeken. Dat was het. Voor de rest bestond het dossier uit het verhoor dat zijn vader in de snelrechtprocedure had afgelegd. Zelfs het parket vond dat een beetje gortig en tikte de onderzoeksrechter op de vingers. Die had het slachtoffer niet eens laten ondervragen. Dat gebeurde dan toch, een maand later. Het onderzoek zit nu weer muurvast. Ze kunnen de politieagenten die Turan geslagen hebben niet meer identificeren, heet het nu."

Intussen moet de vader van Turan om de drie maanden voor de snelrechtkamer verschijnen, om dan te horen dat de zaak weer wordt uitgesteld. "Mijn vader heeft dertig jaar lang in België gewerkt als ruitenwasser. Nooit heeft hij een probleem gehad met justitie", vertelt Cetin. "Na zijn pensioen is hij naar Turkije teruggegaan. Elke keer als hij opgeroepen wordt voor de snelrechtkamer, moet hij daarvoor naar België terugkomen."

"Alors, wat blijft er vandaag over?" Het is bijna middag in het zaaltje van de snelrechtprocedure. De rechter tokkelt met haar vingers op het hoopje dossiers dat die ochtend nog niet aan de orde is geweest. "De affaire-Gérard. Is Gérard in de zaal?" Olivier Gérard komt hoopvol overeind. "Hoe lang hebben jullie nodig? Een half uur? Holala, onmogelijk. En de affaire-Clarck? Is Clarck daar? Drie kwartier? Uitgesloten. Dan..." Olivier Gérard luistert niet meer. Hij sjokt naar buiten en haalt diep adem. Op 23 december mag hij terugkomen.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234