Dinsdag 19/10/2021

De voodookunstenaars van het WK voetbal

Togo, Angola, Ghana of Ivoorkust wereldkampioen? Geen voetbalkenner die zich aan zo'n krankzinnige prognose waagt. In Afrika denken ze daar anders over: met de hulp van een medicijnman of de vloek van een voodoodokter weet je immers nooit. Door Valerie Hardie

In Europa wordt er vooral lacherig gedaan over de zogezegde magische krachten van Afrikaanse priesters. Getuige daarvan is een goedkoop gadget dat Duitse marketeers op de markt gooiden: FooTooKit. In de set zit een ordinair popje, vier speldjes en replica's van alle 32 de WK-truitjes. Eén rake prik en Rooney, Ronaldinho of Robben storten kermend neer. FooToo dus.

Met dat soort geintjes lachen ze in West-Afrika niet. Voor 50 procent van de Togolese bevolking is voodoo namelijk een religie waar je beter niet de spot mee drijft. Als fetisjist Gnagblondjro zegt dat de geesten van zijn voorvaderen Togo zien stunten op het WK, dan twijfelt niemand aan de waarheid van zijn woorden. Uiteraard zal de sjamaan zelf naar Duitsland reizen om met de nodige rituelen zijn prognose kracht bij te zetten. "Ik ga voor mirakels zorgen", zei Gnagblondjro. "Maar de rituelen die ik daarvoor uitkies, houd ik voor mezelf."

Die traditionele rituelen zijn soms niet van de poes. Spelers van Ivoorkust kijken er niet van op als de zogenaamde 'juju-tovenaars' hen in een bad vol speciale kruiden steken. Vervolgens moeten ze hun wensen in het oor van een duif fluisteren. Een andere praktijk bestaat erin om het bloed van de spelers te vermengen met 'magische brouwsels' nadat met scheermesjes - of met de stekels van egels - incisies zijn gemaakt in de benen. Duivenbloed komt er ook bij aan te pas om een kleedkamer van 'slechte geesten' te zuiveren.

Maar de echte 'zwarte magie' stopt niet aan de stadionpoorten of in de kleedkamers. Zo zijn er maraboets (korangeleerden die zich ook met magie bezighouden,VH) die doelpalen insmeren of krengen onder het grasveld begraven om de andere teams te beheksen. "Het is niet ongewoon dat een team een geit slacht vlak naast de zijlijn", schreef journalist Dlamini in 2002. "Dat doen ze om hun voorouders te eren. Kan zijn, maar daarna laten ze het bloed en de gal wel op het veld stromen. Natuurlijk zijn hun tegenstanders dan bang om over die plek te lopen. Ze vrezen dat ze blind zullen worden of hun been gaan breken. Het is ook niet uitzonderlijk dat een wedstrijd wordt afgelast omdat spelers niet door de tunnel willen lopen. Ze geloven dat er een vloek op rust."

De Afrikaanse federatie zat op de duur wat verveeld met al die hocuspocusverhalen. Ze besloot om tijdens de Africa Cup voortaan geen juju meer toe te laten. "Juju is flauwekul. Anders zou er om de vier jaar een Afrikaans land het WK winnen, terwijl dat nog niet één keer is gebeurd."

Officieel verdween de voodoopriester wel van het toneel, maar in de praktijk bleef hij een invloedrijk figuur binnen de entourage van de Afrikaanse teams. "Naar een groot toernooi trekken zonder tovenaar of zonder hem op zijn minst te raadplegen, dat is als naar een examen gaan zonder potlood", schreef African Soccer. "Ze gooien het kind met het badwater weg", was de reactie bij de betrokkenen. "De bestuursleden zouden er beter aan doen om hun zwarte cultuur te eren in plaats van de blanke man te willen plezieren."

Bij Ivoorkust weten ze ook wel beter dan hun juju-mannen te verwaarlozen. In 1992 werden de 'Olifanten' Afrikaans kampioen na een spannende penaltyreeks tegen Ghana. Vele Ivorianen waren van oordeel dat een stel tovenaars, wier hulp door de Ivoriaanse sportminister was ingeroepen, het verschil maakten. Toen de minister echter 'vergat' om zijn toverdokters te belonen, spraken ze prompt een vloek uit over het nationale team. Resultaat: Ivoorkust bracht er tien jaar lang niets van terecht. Tot Moise Lida Kouassi, minister van Defensie, hen met flessen drank en 2.000 dollar om vergiffenis smeekte. De vloek werd opgeheven en sindsdien doen de Olifanten weer mee.

Niet elke Afrikaan is overigens gediend van de magische krachten die de sjamanen worden toegedicht, omdat het de échte kwaliteiten van de spelers minimaliseert. "De enige manier waarop je succes kunt oogsten, is door hard te werken", zegt secretaris-generaal Nicholas Musonye van de CECAFA, dat de Oost- en Centraal-Afrikaanse landen verenigt. Hij stoort er zich ook aan dat bonden hun budgetten spenderen aan hun juju-priesters terwijl ze de spelers een karig loon uitbetalen en geen behoorlijke logistieke of medische steun bieden.

Voodoo is geen privilege van het zwarte continent. De export van slaven naar het Amerikaanse continent maakt dat de zwarte magie ook in het Latijnse voetbal heel vroeg zijn intrede deed. De traditie mag er dan een andere naam hebben, candomblé, omdat er ook een christelijk element in sloop, maar de rituelen zijn identiek. Ook in Brazilië steken tovenaars kadavers onder de grond of spreken ze toverspreuken uit.

In Futebol. The Brazilian Way of Life noteert Alex Bellos dat voetbalclub Vasco da Gama ooit het slachtoffer was een vermeende ban. Vasco stond op het punt te laat te komen voor een wedstrijd in Andaraí, maar Andaraí, dat zich kansloos wist tegen Vasco, stemde ermee in om te wachten. In ruil smeekten ze Vasco om genadig te zijn en hen niet af te maken. De spelers van Vasco scoorden echter twaalf keer. "Als er een God is, dan wint Vasco twaalf jaar lang geen titel meer", orakelde Arubinha van Andaraí. Eén jaar voor elk goal. Zo geschiedde. Bij Vasco waren ze ervan overtuigd dat Arubinha zijn vloek kracht had bijgezet door een kikker onder het veld te begraven. Het hele terrein werd omgeploegd, maar geen kikker. Arubinha brak uiteindelijk zelf de ban en het jaar erop werd Vasco kampioen.

Het is een anekdote die dateert van de jaren dertig, maar candomblé bleef tot de Braziliaanse folklore behoren. Zo is geweten dat de masseur die de benen van sterren zoals Garrincha, Vava of Pelé onder handen nam een fan van 'zwarte magie' was. Niemand die er aanstoot aan nam, vermits de Seleçao tweemaal de wereldtitel bemachtigde. En toen in 1998 een 'traditionele genezer' beweerde dat de 'inzinking' van Ronaldo vlak voor de WK-finale tegen Frankrijk de schuld was van Romario, klonk dat aanvaardbaar. Volgens 'priester' Edu zweefden er namelijk 'slechte geesten' rond Romario omdat hij te veel seks had gehad. Maar het was Ronaldo die de pineut was omdat hij nog geestelijk kwetsbaar was. Eén sessie zou Ronaldo echter weer genezen, verzekerde Edu. En baat het niet, dan schaadt het niet.

Voor velen is voodoo eigenlijk niets anders dan een onschuldige vorm van bijgeloof, een psychologisch oppeppertje, waar sporters nu eenmaal erg gevoelig voor zijn, zelfs de Europeanen. Of om het met de woorden van een Ghanese journalist te zeggen: "In Europa en Zuid-Amerika hebben jullie ook een vorm van juju. Daar maken spelers een kruis als ze het veld betreden. Dat is ook bijgeloof, als u het mij vraagt."

De man heeft een punt. De verhalen over bijgelovige trekjes van spelers of trainers zijn haast eindeloos. Giovanni Trapattoni, de Italiaanse bondscoach op het EK van 2004 en devote katholiek, sprenkelde steeds wijwater op het veld. Dat spul kreeg dat hij van zijn zus, een non. Het is een ritueel waar trouwens ook de Portugese coach Luiz Scolari bij zweert. De Argentijnse keeper Sergio Goycochea maakte het vroeger bonter. Om zeker te zijn dat het geluk aan zijn kant was, urineerde hij op het veld. Dat daar duizenden op zaten te kijken, stoorde hem allerminst.

Of wat te denken van de huidige Franse bondscoach Raymond Domenech. Hij zet geen selectie op papier zonder rekening te houden met de sterrentekens van zijn spelers. Zo weigert hij Schorpioenen op te roepen - Robert Pires zou om die reden persona non grata zijn - omdat ze "elkaar toch maar afmaken". Ook zorgt hij ervoor dat er niet te veel Leeuwen bij zitten. Want met hun temperament zijn ze geneigd "om een of andere stommiteit uit te halen". En op training kreeg de Spaanse vedette Raúl onder zijn voeten omdat hij een geel shirt aan had. Coach Luis Aragones is er namelijk zeker van dat geel ongeluk brengt.

Bijgeloof is een universeel en tijdloos fenomeen - zelfs de grote Michael Jordan wilde nooit spelen zonder zijn 'lucky shorts' - waar vooral de Brazilianen het patent op hebben. Offergaven aan een of andere heilige in ruil voor bekers en trofeeën zijn vaste prik, net als een pelgrimstocht, uiteraard op voorwaarde dat de heilige zijn belofte heeft ingelost. Erg populair is Nossa Senhora Aparecida, die volgens Corinthians de 'patroonheilige' van hun voetbalclub is. In haar heiligdom zijn ook handschoenen van de legendarische F1-rijder Ayrton Senna te bewonderen. Het haalde niets uit.

'African Soccer':

Naar een groot toernooi trekken zonder tovenaar of zonder hem op zijn minst te raadplegen, dat is als naar een examen gaan zonder potlood

Afrikaanse federatie:

Juju is flauwekul. Anders zou er om de vier jaar een Afrikaans land het WK winnen. Terwijl dat nog niet één keer is gebeurd

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234