Zondag 09/05/2021

'De voetbalbond is een zieltogend clubje. Er is zelfs geen plan'

'Mijn leven lang heb ik problemen opgelost', zegt Ivan De Witte (66), preses van AA Gent (zondag tegen Club Brugge) en nog altijd druk in het bedrijfsleven. 'Alleen aan de ziekte van mijn zoon Pieter heb ik niks kunnen doen.' Maar er is meer wat knaagt.

De Belgische voetbalbond is een uitgeputte democratie, zegt AA Gent-voorzitter Ivan De Witte op wijsgerig toontje. "Een beetje zoals de moegestreden democratie in Frankrijk die aan het einde is gekomen met de zwakke figuur François Hollande. En waar ze voor de opvolging oude, moreel gekneusde paarden van stal halen: Sarkozy, Juppé... Elke democratie eindigt trouwens in een anticlimax van chaos, zwakte en duisternis.

"Bij de KBVB zijn ze niet eens meer in staat hun missie en doelstellingen te bepalen. Het is een zieltogend clubje. Een amalgaam in de mist. Niets is transparant, zelfs de communicatie niet."

Ongenadig

Niet eerder heb ik een voetballeider van een grote club gekend die zo ongenadig was in de afrekening met zijn institutionele bovenbaas als de Gentse voorzitter van de Buffalo's. Bobo's zijn meesters in het keramieken spreken over gebakken lucht, in conversaties vanuit een nietszeggend jargon, in omfloerste gezelligheid. Als er maar geen (kritische) mens in de buurt is. Het gaat de industrieel psycholoog Ivan De Witte niet goed af - hij is namelijk een mens.

Op weg naar onze eetkamer in de Ghelamco Arena houdt hij mij staande bij de foto's van oude Buffalohelden. "Ken je hem nog? Onze legendarische doelman Mance Seghers? De man met de pet? Zijn kleinzoon wil iets in het bestuur van de club doen, het idee spreekt me aan. Continuïteit is de essentie van een club, een bedrijf, een huwelijk. Ik ben daar zeer conservatief in, zoals in veel dingen van het leven."

Vijftien jaar is hij nu preses van AA Gent, een club die zelden zonder rumoer is. Vijf jaar was hij voorzitter van de Pro League. Naast het voetbal is hij director bij Hudson, de Amerikaanse gigant waaraan hij in 2001 zijn bedrijf in human resources - 240 personeelsleden - verkocht. Intussen heeft hij geschiedenis geschreven met de bouw van de wonderschone Ghelamco Arena, het voetbalstadion dat als een Europees visitekaartje geldt. "Zie je deze betegelde vloer? We lopen hier niet op beton, hè!"

Ivan De Witte is opgetrokken uit trots.

Terwijl hij de indiciën van zijn komaf in Moortsele op zijn 67ste nog steeds meedraagt. Klein en rond, lichtjes slodderend in zijn maatpak, vinnige achterdochtige oogjes, soms pretentieloos lief. Nog steeds zie je dat zijn vader een kleine vleeshandel had en zijn moeder in de beenhouwerij stond. Mensen in de vleeshandel raken de vrieskou in het gezicht niet meer kwijt, de rode wangen van gestold bloed. Of is het van bourgogne? Ze zien er soms gezonder uit dan ze zijn.

"De laatste tijd knijp ik me weleens in de arm als ik in Amerika in de board van Hudson zit: waar heb ik mijn succesverhaal toch aan verdiend? Ik heb in mijn leven iets gerealiseerd. Toen ik na mijn docentenjaren aan de universiteit en aan de Vlerickschool met mijn eigen headhunterbedrijf De Witte-Morel begon, schudde mijn moeder meewarig het hoofd: dit kan nooit goed eindigen. Een oudere zus die met een diplomaat is getrouwd somberde vrolijk mee: onze jongste is weer bezig, hoor. Angst voor avontuur beklemde hen.

"Dat heb ik nooit gehad. Van een personeelsdirecteur uit mijn tijd bij Sidmar heb ik geleerd dat je een probleem zeventien keer moet omdraaien en weer terug tot er een oplossing is. Geduld is genade. Zijn credo was ook dat integriteit het altijd wint van intrige en leugen.

"Daarnaast: instinct is mijn wapen. Het checken van instinct is per definitie experimenteel. Ik durf u als psycholoog ronduit te zeggen dat Freud een basisvriend is. Hij heeft ogen geopend. Veel van het leven wordt gevormd tussen 0 en 7 jaar. Nu ja, ik wil mijn academische discipline ook weer niet overroepen - zachte vakken zijn jammer genoeg niet op onderzoeksresultaten gestoeld."

Rechtsbuiten

In zijn jonge jaren was hij rechtsbuiten bij FC Moortsele. Zijn vader was voorzitter. "Het is Moortsele met een t, hè. Ik zeg altijd dat ik uit het Land van Rode kom, dat klinkt iets deftiger. Ik ben trots op mijn volkse achtergrond. Hoger dan tweede provinciale ben ik als rechtsbuiten niet gekomen. Rechts en links inside bestond ook nog. Ik kan wel zeggen dat ik de kleedkamer ken, en ook de afterparty.

"Voor mij was voetballen een hobby, al wist ik toen al dat er soms meer te verdienen valt in provinciale dan in het profvoetbal. Het wemelt van het zwart geld in eerste provinciale, bevordering en derde klasse. Er lopen veel would-be's rond in die kringen. Je kunt het alleen uitroeien als de Umwelt verandert. Misschien ga ik je nu verrassen: ik was het vaak eens met John Crombez, al ging hij soms te ver. Hij heeft goed werk geleverd. Nee, bekering tot het socialisme zit er niet in. Ik ben een links-liberaal. D66 is mijn model. Het is dieptreurig dat we dat in België niet eens geprobeerd hebben. Oude partijgrenzen zijn ook intellectueel zo armoedig."

Van het aardappelveld in Moortsele naar de Ghelamco Arena in Gent: noem het hemel en aarde. "Het is dan wel een hemel die zwaar bevochten is. Nu staat het er glanzend bij en in mijn vijftienjarige voorzitterschap is het zeker een parel aan de kroon, maar het heeft bloed, zweet en tranen gekost. Eigenlijk is het nieuwe stadion van Gent een kunstwerk van vertrouwen. Zonder vertrouwen tussen bank, stad, ontwikkelaar en club was het er nooit gekomen. En ja, vertrouwen is altijd persoonsgebonden, dat mag ik mezelf wel toerekenen. Zonder mijn verleden in het bedrijfsleven was het me niet gelukt."

Door elkaar geschud

Daarstraks liep hij voor me uit op zijn korte beentjes en ik dacht: man van de warme schouderklop. Vaderfiguur in het weeshuis van het leven, tikje rebels soms. Dat is maar één kant, zegt hij. "Ik kan ook hard zijn in onderhandelingen, of toch heel zakelijk. In 1999 ben ik voorzitter van AA Gent geworden op verzoek van de bank VDK. De club was zo goed als failliet. Toen ik het overnam, dacht ik aan een schuld van een kleine tien miljoen. Dat bleek later 23 miljoen euro te zijn. Eisbare schuld! Ik werd helemaal door elkaar geschud. Gelukkig heb ik de steun van de stad gekregen, van Frank Beke - toen nog burgemeester - en van Daniël Termont, toen nog schepen. Met de stad en de bank als pijlers had ik rugwind.

"Vorige jaar, bij de afronding van het stadion, zijn de laatste schulden afbetaald. Een ongeziene krachttoer. Als je horeca en voetbal consolideert, draaien we een omzet van 32 miljoen euro. Al zijn horeca-inkomsten altijd wankel.

"Ik hoop het nog een paar jaar uit te zingen als voorzitter tot ik aan twintig presidentiële jaren kom. Met het bestuur, de bank en de stad heb ik wel afgesproken dat ik zelf mijn opvolger uitkies. Die laat ik me niet in de nek duwen. Ik ben voor openheid, voor een krachtige interne en externe audit, omdat het de aanwezige partijen een gevoel van comfort geeft, maar ik neem wel mijn verantwoordelijkheid. Geholpen door de stad en de bank, want AA Gent is natuurlijk niet Lommel of Westerlo. De club kan niet verdwijnen."

Dan nog even een woord van liefde over het vroegere Ottenstadion. "Ik was er ingeworteld. Toen het tegen de vlakte ging, besefte ik opeens wat home ground betekent. Om eerlijk te zijn: ik moet nog altijd een beetje wennen aan Ghelamco. Pas sinds kort voel ik me hier echt thuis. Ook de spelers hadden lang heimwee naar het Ottenstadion."

Nuance is zoek

Zou hij juichend op het balkon hebben gestaan bij de vorming van deze regering? De vraag maakt hem lichtjes onzeker. Hij spreekt gedempter. "Ook tussen sociale partners wordt nog te veel in tegenstellingen gepraat. Alsof de internationale concurrentie stilstaand water is. Ik ben blij dat de ondernemers een forse stem hebben gekregen in het publieke debat, maar over het inperken van overheidsuitgaven wordt mij iets te ongenuanceerd geduelleerd. Ja, de index is een gevaarlijk instrument en de kosten voor gezondheidszorg moeten naar beneden, maar je moet wel eerst weten voor wie en hoe ver. Paul De Grauwe heeft gelijk als hij zich verzet tegen blinde besparingen. De nuance is zoek."

In de voetbalwereld is al helemaal geen corporate governance te bekennen. "Niet bij de UEFA, niet bij de Belgische voetbalbond. Er is maar één instantie die daar verandering in kan brengen: de Pro League. Maar dat is vandaag een kartonnen doos. Wat stelt het nog voor? Er is niet eens een voorzitter met clubervaring. Als je mij nu naar zijn naam vraagt, zou ik het niet kunnen zeggen - maar dat kan ook aan mij liggen. De nobele amateur leidt een vage groep van zestien, die zelf geen structuur hebben. Waar is de lead director? In mijn tijd was de Pro League hervormingsgezind - denk aan de afslanking van achttien naar zestien clubs, aan de invoering van de play-offs.

"Het probleem van de KBVB is nog groter. Men slaagt er niet eens in de missie, de bestaansreden en de doelstellingen van dit orgaan te definiëren. Is de bond er voor de organisatie van de Belgische competitie? Voor de nationale ploeg? Voor de verbinding met Europa? Ze weten het waarschijnlijk zelf niet. Vraag het aan tien mensen en je krijgt tien verschillende antwoorden. Je zit met een leidend orgaan waarvan de samenstellende delen niet weten waarom ze daar zitten. Hoeveel bestuur ben je dan? De wereld lacht mee."

In rustige vastheid op dreef: "Er is langs geen kanten enige klaarheid. Controle en competentie ontbreken. Je ziet dat gunstelingen zichzelf mogen verlonen. Dat deugt niet. We moeten absoluut weg uit de brouille, en de bestaansreden van de KBVB herformuleren. Zeg me eerst eens wat de kerntaak is. CEO Martens heeft verdienstelijk werk geleverd met de commercialisering van de hype ronde de Rode Duivels. Maar is dat dan een kerntaak?

"Het voetbal is een belangrijk maatschappelijk fenomeen, maar er is geen duidelijke verbinding met het beleid. Als je iets wilt bereiken, moet je je tot zeven instanties wenden. Er is niet eens een plan. De hervorming van tweede klasse valt altijd weer stil. Er gebeurt niets. Daarbovenop is er het schromelijke gebrek aan transparantie. Nee, ik weet nog steeds niet hoe dat nu zit met die hotelfactuur van 300.000 euro voor de spelersvrouwen. Het is nog steeds een uitgave voor schimmen. Het is als tandbederf: een symptoom. Als het zou blijken dat het erger is dan een vergissing, wat altijd zou kunnen, dan is het hek van de dam. Uiteindelijk is het ook een competentieprobleem."

De netelige kwestie van het nationaal stadion, hij zat erop te wachten. Ook nu laat hij de woorden klateren. "Principieel kan ik natuurlijk niet tegen zijn. Onze Ghelamco Arena is ook de motor van een nieuwe toekomst van de club geworden. De vraag is of de bouw van een nationaal stadion in deze tijd en in de huidige maatschappelijke omgeving nog verantwoord en opportuun is. En wordt het niet een hefboom van competitievervalsing als Anderlecht mee in de dans springt? Zoals het nu gaat, vind ik het een zootje. De bond doet zeer geheimzinnig. Wie het feest rond de Rode Duivels betaalt als de hype voorbij is, blijft een open vraag.

"Je kunt veel zeggen van Michel D'Hooghe, maar hij heeft in zijn jaren als bondspreses nog iets van een stempel gedrukt op het Belgische voetbal."

Onwezenlijk stil

Zullen we de structuren de structuren laten, voorzitter? Terug naar het leven. "Met mijn internaatjaren op het college heb ik het moeilijk gehad. Ik heb ze uitgezeten met de ogen dicht, wachtend tot het voorbij was. Ze hebben mij nog conservatiever gemaakt dan ik van huis uit al was. Ik ben altijd streng en waakzaam geweest voor mijn kinderen. Belde meteen wanneer ze niet op tijd thuis waren. Mijn zoon woont nu in het buitenland, allicht om onder het juk van zijn vader weg te komen. Gelukkig hebben we nog een goed contact, al is er ook wel iets van spijt.

"Ook hier en op mijn bedrijf was en ben ik streng. Als een telefoon na drie keer rinkelen niet wordt opgenomen, word ik heel zenuwachtig. Ja, het katholicisme is er diep ingeramd. Ik praktiseer niet meer, maar je komt er nooit helemaal van af. Ik zou nooit bij de loge kunnen gaan. Het diepste van mijn wezen verzet zich daartegen. Ik weet eigenlijk niet goed waarom. De kerk is een hopeloos instituut, maar de loge is voor mij een onmogelijke stap. Terwijl ik wel bezig ben met, en lees over diepe levensvragen. Voetbal is een grijze zone met managers en tutti quanti, maar ik heb altijd mijn intellectuele heimat verzorgd. Ik heb mijn eigen koers gevolgd. Onbeschroomd."

Zijn zoon Pieter is nu twee jaar dood. Hij was amper 34. Gestorven aan een slepende ziekte, in pijn en wanhoop. Waarom geen euthanasie, president? "Dat is voor mij een stap te ver. Bovendien kan ik niet beschikken over leven en dood van een ander, ook al is het mijn eigen zoon. Ik probeer ook in verdriet zorgvuldig te zijn. En er was het aanbod van palliatieve zorg en medische vooruitgang.

"Bij mijn vrouw Marleen die mijn hele leven mijn gids is geweest en mij altijd binnen de krijtlijnen van een min of meer fatsoenlijk burgerleven heeft gehouden, zit de dood van Pieter nog heel diep. Ze heeft zich niet meer in het stadion laten zien - onze Pieter was een fervente Buffalo. De zaterdag na zijn overlijden rolden de spelers van Gent in de middencirkel een enorm spandoek uit met de tekst: 'Pieter is een Buffalo'. De stilte die daarop volgde, was onwezenlijk. Ik hoor ze nog kraken in mijn diepste wezen.

"Als we het even te moeilijk hebben, gaan Marleen en ik een paar dagen naar Zuid-Frankrijk. Daar gaat het spreken over verlies en pijn wat makkelijker. Niet lachen nu, maar ik heb nog steeds contact met Pieter als ik in de auto zit. Soms spring ik stiekem even het kerkhof binnen. Het gat dat geslagen is, groeit nooit meer dicht. Mijn hele leven heb ik problemen kunnen oplossen, de ziekte van Pieter was het enige probleem dat ik niet tot bestemming heb kunnen brengen. Aan de dood van Pieter is geen exit."

We nemen een kleine break, hij om even intiem te zijn met zijn verdriet, ik om een sigaret te roken van verdriet. Later zal hij zeggen dat er in het voetbal weinig ruimte is voor het persoonlijke. Niet dat hij zijn intimiteiten op een boulevard wil showen, maar de hitte van de mens is niet spectaculair aanwezig in de wandelgangen van bal en man. In al zijn gereserveerde bescheidenheid wil hij het gemoed delen met anderen. Al heeft hij ook geleerd dat grote gezelschappen altijd theater worden.

De chef van het restaurant, Danny Horseele, had als dessert een crèpe normande, geflambeerd met calvados, voorgesteld. Eerst had Ivan De Witte het aanbod afgewezen wegens dieetplicht, maar uiteindelijk wou hij toch even proeven. "Ik ben al acht kilo afgevallen en daar moet nog een schep bovenop. Door mijn dubbel beroep moet ik vaak twee keer per dag in een restaurant eten - dat is niet vol te houden. Toch ben ik acht kilo kwijt."

De sluier vocht in de ogen groeit, het spreken gaat over in fluisteren. "Schranspartijen op kosten van de club of het bedrijf zijn mij altijd te ordinair geweest. Ik hou, zoals jij, van kleine gezelschappen. Functioneel tafelen, dat wel, maar er moet wel een onderlinge thrill zijn. Een mens is in zijn leven al vaak genoeg alleen. En soms eenzaam."

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234