Maandag 22/07/2019

reconstructie

De VN-baas, de crash en de Belgische huurling: wordt de dood van Dag Hammarskjöld eindelijk opgelost?

Secretaris-generaal van de VN Dag Hammarskjöld inspecteert de Congolese erewacht op de luchthaven van Leopoldstad, januari 1961. Beeld ASSOCIATED PRESS

Het is nog altijd een beruchte cold case: de vliegtuigcrash waarbij VN-secretaris-generaal Dag Hammarskjöld in 1961 de dood vond. Op de rouwkrans van de familie op zijn graf stond maar één woord: ‘Waarom?’ Nu geheime Belgische archieven worden opengesteld, krijgt die vraag misschien eindelijk een antwoord.

Op de avond van 17 september 1961 stapt Dag Hammarskjöld, secretaris-generaal van de Verenigde Naties, in Leopoldstad (nu Kinshasa) op het vliegtuig naar het huidige Zambia. Daar, op neutraal terrein, wil de Zweed een wapenstilstand bespreken met Moïse Tshombe, de leider van Katanga die het werk van de VN-troepen in de regio onmogelijk maakt.

Katanga, in het zuiden van Congo, had zich in juli 1960 afgescheurd van het moederland, dat zelf nog maar vlak daarvoor onafhankelijk was geworden van België.

Katanga was rijk aan strategisch belangrijke koper-, goud- en uraniummijnen. België, en zijn bondgenoten, waren niet van plan om die schat aan delfstoffen zo maar op te geven. Ook het nieuwe Congo besefte het belang ervan. Een gewapend conflict was het resultaat.

Officieel erkende België het afgescheiden Katanga niet, maar de facto waren het Belgische officieren die het Katangese leger uit de grond stampten, met ook Belgische huurlingen. Halfweg 1961 bestonden de Forces Katangaises uit 10.000 Afrikaanse manschappen en 600 Europeanen.

Voor de bevlogen diplomaat Hammarskjöld was vrede in de regio belangrijk. Uit idealisme, maar ook omdat de VN nog een jonge organisatie was, die veel te bewijzen had. Het had de secretaris-generaal moeite gekost om de Belgische soldaten uit Congo te doen vertrekken en 20.000 blauwhelmen ter plaatse te brengen. De volgende stap waren vredesbesprekingen met de Katangese overheid, die de VN-troepen regelmatig bestookte met bombardementen.

Eén overlevende

Een delegatie met de Katangese president Tshombe en enkele Britse functionarissen staat Hammarskjöld die nacht op te wachten op de luchthaven van Ndola, in wat nu Zambia heet, maar toen nog Noord-Rhodesië was, een Britse kolonie. De landing is voorzien om half een. Als het vliegtuig van Hammarskjöld om drie uur nog niet in zicht is, besluit de Britse hoge commissaris te vertrekken: “Hammarskjöld moet hebben besloten om elders heen te gaan.” De luchthaven wordt gesloten.

Een zoekactie start pas vier uur na zonsopgang. Ze vertrekt bovendien in de verkeerde richting, waardoor ze pas negen uur na de crash het wrak van Hammarskjölds vliegtuig ontdekt, op een tiental kilometer van de luchthaven. Van de zestien inzittenden is er maar één nog in leven: Harold Julien, bewakingsagent.

Terwijl Julien op een brancard wordt weggebracht, wordt hij ondervraagd door een agent van de politie van Noord-Rhodesië.

“Het laatste wat we van jullie hoorden, was dat jullie boven de landingsbaan cirkelden. Wat is er gebeurd?”

“Het is ontploft.”

“Boven de landingsbaan?”

“Ja.”

“Wat is er dan gebeurd?”

“We maakten veel snelheid. Veel snelheid.”

“En dan?”

“Dan zijn we neergestort.”

Zijn verklaringen wijzen op een incident dat voorafging aan de crash. Een van zijn verpleegsters getuigt dat hij haar sprak over ‘vonken van vuur in de lucht’. Die zouden kunnen betekenen dat het vliegtuig van Hammarskjöld onder vuur werd genomen.

Reddingswerkers doorzoeken het smeulende wrak, 18 september 1961. Van de zestien inzittenden overleeft maar één de crash. Beeld BELGAIMAGE

Diezelfde nacht nog melden lokale bewoners, politieagenten en militairen dat ze een lichtflits in de lucht hebben gezien. In een dorpje vlak bij de luchthaven zeggen verschillende getuigen een tweede vliegtuig in de lucht te hebben gespot. Maar in het apartheidsregime van Noord-Rhodesië werd er geen rekening gehouden met de getuigenissen van die kleurlingen.

“Het was ongelooflijk”, zei Timothy Kankasa, een belangrijke getuige uit het nabijgelegen dorpje. “Alle zwarte getuigen werden als onbetrouwbaar beschouwd. En de blanken die zeiden dat er niets vreemds aan was, en dat het slechts om een ongeluk ging, waren zogezegd wél betrouwbaar, ook al waren ze mijlenver uit de buurt.”

Zes dagen na het neerstorten van het vliegtuig overlijdt Harold Julien in het ziekenhuis. In de jaren die volgden kan geen enkel onderzoek een definitief antwoord geven op de vraag of de Douglas DC6B met Dag Hammarskjöld verongelukte door een fout van de piloot, of moedwillig uit de lucht werd gehaald en zo ja, door wie.

Union Minière

In 2013 blaast een boek van Susan Williams, verbonden aan de universiteit van Londen, de samenzweringstheorieën nieuw leven in, met talloze transcripties uit officiële documenten zoals de getuigenis van Harold Julien. Als gevolg van de ophef rond het boek belasten de VN de gewezen Tanzaniaanse rechter Othman met een nieuw onderzoek.

Othman vraagt acht betrokken lidstaten om geclassificeerde informatie vrij te geven. Op verzoek van Othman heeft België het afgelopen jaar gezocht in de archieven van de Staatsveiligheid, Defensie en de diplomatie en bepaalde dossiers gedeclassificeerd. Een uitzonderlijke gebeurtenis voor ons land.

In 2015 al had een expertenpanel van de VN wel informatie gekregen van de Belgische overheid, maar ondertussen is gebleken dat de geheime archieven toen niet geraadpleegd waren. België bleef zich steeds verzetten tegen openbaarmaking.

Betrokkenheid van België bij de dood van Hammarskjöld zou desondanks niet geheel onverklaarbaar zijn. “Net omwille van de Belgische belangen in Katanga”, zegt Jean Omasombo, die er onderzoek naar doet aan het Koninklijk Museum voor Midden-Afrika. De aan delfstoffen zo rijke provincie in het zuidoosten van Congo was van kapitaal belang voor zowel Union Minière, nu Umicore, als de Belgische schatkist.

Gedecoreerde piloot

Niet onbelangrijk voor het onderzoek naar de omstandigheden van Hammarskjölds dood, is de rol van de Katangese luchtmacht, die in de eerste maanden van 1961 de VN-troepen in de regio bestookt met bommen. De commandant van die luchtmacht is in 1961 de Belgische huurling Jan van Risseghem, een gedecoreerde piloot van de Belgische en Britse luchtmacht tijdens de Tweede Wereldoorlog.

Van Risseghem overlijdt in 2007, in België. Zijn Britse weduwe legt meteen de hoorn dicht: "Ik praat niet met de pers." Volgens amateur-historicus Jean-Pierre Sonck was Van Risseghem een fantastische piloot, niet bang ook van het avontuur. “Hij heeft me zelf verteld hoe hij tijdens het wapenembargo tegen Biafra clandestien Franse bommenwerpers overvloog vanaf de luchthaven in Wevelgem.”

Leden van de Rhodesische luchtmacht dragen de kist van Hammarskjöld naar de kerk, 21 september 1961. Beeld BELGAIMAGE

Uit het VN-rapport van Othman blijkt dat de Amerikaanse ambassadeur Gullion op de dag van de crash in een boodschap aan de Verenigde Staten ernstige beschuldigingen uit aan het adres van Jan van Risseghem.

“Het is mogelijk (dat het vliegtuig van Hammarskjöld is) neergeschoten door de enige piloot die de VN-operaties tegenwerkt en die door een betrouwbare bron is geïdentificeerd als Vam Riesseghel (sic), een Belg, die trainingslessen geeft aan de zogezegde Katangese luchtmacht.”

Nochtans was Van Risseghem in augustus 1961 al door de VN gearresteerd en begin september naar België gerepatrieerd.

Uit informatie van de Staatsveiligheid die België vorig jaar doorgaf aan de VN, moet blijken dat Van Risseghem niet uit Brussel vertrok vóór de vliegtuigcrash. Daar is op zijn minst tegenstrijdige informatie over. Enerzijds heeft Van Risseghem een alibi door ‘een ontvangstbewijs getekend op 17 september in Brussel voor de betaling die hij ontving van de Katangese missie’. Anderzijds noteerde “de Belgische regering dat het document ondertekend is namens een andere persoon die het geld op zijn naam kwam halen”, zo schrijft het VN-rapport van rechter Othman. “En dat het mogelijk was dat hij nog in Brussel was, of op dat moment al in Parijs op weg naar Congo.”

Bovendien hebben de Verenigde Staten afgelopen jaar andere informatie overgemaakt aan de VN. Uit een rapport van de toenmalige Amerikaanse ambassadeur in Congo blijkt dat die de bebaarde, rijzige “Van Reisseghem” (sic) duidelijk herkend heeft toen hij met raketten en machinegeweren de VN-missie en de burgerbevolking in de Congolese stad Kamina bestookte. De ambassadeur meldt dat enkele dagen voor de crash aan zijn minister van Buitenlandse Zaken, op 15 september. Dezelfde dag vraagt Hammarskjöld aan België om een einde te maken aan de criminele feiten van Van Risseghem tegen de VN en tegen de burgerbevolking.

Whereabouts

Dat hoeft nog niet te betekenen dat Hammarskjölds dood het gevolg is van een persoonlijke vete van Van Risseghem, of dat de verantwoordelijkheid enkel bij België ligt. De belangen van Union Minière, de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk waren evenmin gering, zeker tegen de achtergrond van de ontluikende Koude Oorlog.

In zijn rapport van afgelopen najaar kon Othman niet volledig uitsluiten dat de crash een dom ongeluk was, maar hij concludeerde dat er “een aanzienlijke hoeveelheid bewijsmateriaal” is dat het vliegtuig neergehaald werd door een ander vliegtuig. Verder onderzoek was nodig om de motieven, daders en opdrachtgevers te achterhalen.

Het is bijvoorbeeld niet zeker dat de tien documenten die de VN van België ontvingen het resultaat waren van een “exhaustieve zoektocht” in de archieven, zo stelt Othman. In een resolutie vroegen de VN in december daarom alle betrokken lidstaten om een externe expert aan te stellen die in de archieven mag zoeken en als tussenpersoon kan optreden.

De kabinetten Justitie, Defensie en Buitenlandse Zaken hebben beslist om daarop in te gaan en hebben het verzoek overgemaakt aan het Comité I, dat toezicht houdt op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten. Het Comité kan dan als onafhankelijke derde optreden, maar wacht nog op een formele opdracht van het parlement. In overleg met de kabinetten Justitie en Defensie moet het Comité I nog beslissen hoe diepgaand het zijn onderzoek zal voeren en hoe het de geclassificeerde info vervolgens doorgeeft aan de VN.

De vraag is of er, bijna 60 jaar na datum, nog iets te vinden valt. In regeringskringen is te horen dat alle informatie vorig jaar is bezorgd aan de VN.

“Daar geloof ik niks van”, zegt Luc Barbé, voormalig Groen-politicus en tegenwoordig consultant in Rwanda en Congo. “Kijk alleen al naar de tegenstrijdigheden over de whereabouts van Jan van Risseghem. Nochtans hielden ze in die tijd alles bij. Ze wisten volgens mij perfect wie waar was en onder welke schuilnaam. Maar misschien is het voor een onafhankelijke dienst eenvoudiger om die zaken naar buiten te brengen dan voor de Staatsveiligheid zelf.”

Volgens Barbé is er ook elders nog informatie te vinden, bijvoorbeeld in de archieven van Union Minière. Een klein deel daarvan is nog altijd geheim.

Moord op Lumumba

Qua internationaal belang moet de zaak niet onderdoen voor de moord op Lumumba. Ook daar kwam er pas schot in de zaak na de publicatie van een boek, van historicus Ludo De Witte. De Witte kon aantonen dat Lumumba vermoord was door de Katangese leiders, onder wie Tshombe, maar met medeplichtigheid van Belgen. Koning Boudewijn was op de hoogte van het complot.

Een parlementaire onderzoekscommissie bevestigde De Wittes bevindingen. Het leidde tot excuses van België aan de familie van Lumumba en aan Congo.

Opvallend is dat bij de moord op Lumumba ook een Belgische huurling betrokken was, Charles Huyghe. Hij was ook in de nacht van de vliegtuigcrash van Hammarskjöld aanwezig op de luchthaven van Ndola. Opnieuw een verdachte?

“De primaire schuldvraag doet er niet zoveel toe, maar wel hoe het is kunnen gebeuren”, zegt Barbé. “Het gaat erom in het reine te komen met ons koloniale verleden.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden