Maandag 16/12/2019

Interview Jonathan Franzen

‘De vluchtelingencrisis in Europa is een zondagse picknick in vergelijking met de migratie die eraan komt’

Klimaatsceptici noemen bestsellerauteur Jonathan Franzen een onheilsprofeet, maar ook voor milieuactivisten kan hij niets goed doen. De reden daarvoor: zijn boodschap dat het kalf al lang verdronken is. ‘De klimaatverandering is als een zwarte komedie, en het spel is uit: het petro-consumentisme heeft gewonnen.’

Het milieu is nooit ver weg in het oeuvre van de Amerikaanse schrijver Jonathan Franzen (60). Zijn tweede roman, Schokgolven, is een milieuthriller, en veel lezers wisten pas na Vrijheid uit 2010 wat fracking precies is en welke gevaren die manier van gas winnen inhoudt. De gepassioneerde vogelspotter schrijft ook degelijke essays over de natuur, waarin hij graag controversiële standpunten inneemt, zoals in Wees zuinig op wat je liefhebt. Door dat essay uit 2015 kreeg hij de hele milieulobby over zich heen, omdat hij daarin benadrukt dat we in de klimaatcrisis minstens even dringende problemen als de bedreiging van honderden diersoorten over het hoofd zien. Er is nog niets veranderd, vindt Franzen, en daarom heeft hij het essay ook opgenomen in zijn jongste bundel Het einde van het einde van de wereld.

Het rapport van de Club van Rome is 47 jaar oud, en het baanbrekende boek Dode lente van Rachel Carson zelfs 57 jaar. Nochtans is de milieucrisis pas nu een groot thema in Europa. Hoe komt dat?

“Wat ik in mijn teksten vooral probeer duidelijk te maken, is dat er verschillende manieren zijn om groen te zijn. De verandering van het klimaat proberen tegen te gaan is zeker een van de opties. Maar het feit dat het klimaat nu het dominante thema is in Europa, wil nog niet zeggen dat het continent plots milieubewust is geworden. Europese landen brengen de natuur nog altijd veel schade toe, bijvoorbeeld door hun landbouwpolitiek, de vernietiging van de visgronden, een verkeerd bosbeheer, de legale en illegale jacht, en zelfs door windmolenparken, biodiesel en andere zogezegd nuttige programma’s en maatregelen. Maar daarover hebben de meeste mensen het niet. Volgens mij wijst die plotse bemoeienis met het klimaat er vooral op dat de meeste Europeanen zich pas zorgen over de planeet beginnen te maken als ze persoonlijk worden bedreigd. Maar dat geldt ook voor de Amerikanen, hoor.”

‘Als diersoort zijn wij niet geprogrammeerd om vooruit te denken’, schrijft u. Is de homo sapiens te dom om de klimaatcrisis het hoofd te bieden?

“Ik heb me vooral vrolijk gemaakt over het begrip ‘geprogrammeerd’. Dat concept komt uit de sociobiologie en wordt te pas en te onpas gebruikt in een tijd waarin de computer als metafoor voor de menselijke hersenen wordt gebruikt. Maar uw vraag doet me denken aan een heerlijk aforisme van Karl Kraus (Oostenrijkse dichter, red.): ‘We waren ontwikkeld genoeg om machines te bouwen, maar te primitief om ervoor te zorgen dat ze ons bedienen.’ De klimaatcrisis is geen kwestie van intelligentie – een dertienjarige kan begrijpen wat onze CO2-uitstoot met de atmosfeer doet. Je kunt de klimaatcrisis op veel manieren begrijpen: als het failliet van de wereldpolitiek, als het falen om de CO2-uitstoot correct te verrekenen, als een conflict tussen arme en rijke landen, als een ethisch raadsel – hoe bereken je de schade voor toekomstige generaties? – enzovoort. De klimaatcrisis zou al moeilijk genoeg zijn geweest als ze maar uit een paar van die problemen had bestaan. Maar als je vijf verschillende, moeilijke problemen met elkaar vermenigvuldigt, zoals bij de klimaatcrisis het geval is, krijg je iets wat zelfs de knapste koppen niet kunnen oplossen. Karl Kraus maakte zich niet vrolijk over het menselijke brein. Hij heeft alleen gewezen op de steeds groter wordende kloof tussen de technologische vooruitgang en de menselijke natuur, die maar zeer langzaam vorderingen maakt, als ze dat al doet – het is de taak van de literatuur om ons daaraan te herinneren.”

Uw essay Wees zuinig op wat je liefhebt kwam u op flink wat verwijten te staan: u werd een klimaatleugenaar genoemd, en een bekrompen geest. Wat was uw misdrijf?

“Dat ik beweer dat zelfs de knapste koppen het probleem niet kunnen oplossen. Met andere woorden: we hebben collectief gefaald. Bewegingen en groepen die er belang bij hebben dat we een catastrofale verandering van het klimaat nog altijd kunnen afwenden, hebben me die uitspraken niet in dank afgenomen, zoals de Amerikaanse Democraten, bijvoorbeeld. Er gaat geen dag voorbij zonder dat er in The New York Times, de spreekbuis van liberaal Amerika, wordt geschreven dat we de mouwen moeten opstropen en het probleem dringend moeten aanpakken. Maar alle ernstige wetenschappers zullen je vertellen dat we dat dertig jaar geleden hadden moeten doen. Sindsdien hebben we evenveel CO2 in de atmosfeer geblazen als voordien in de hele geschiedenis van de mensheid. Het kalf is al lang verdronken. Maar politici die dat toegeven, graven hun eigen graf. Omdat de Republikeinse Partij doet alsof er geen probleem is, móéten de Democraten wel doen alsof we het kunnen oplossen. Ik heb volgens hen de misdaad begaan dat ik me daar niet bij aansluit.”

U hebt er op gewezen dat de mens er verantwoordelijk voor is dat talloze diersoorten uitsterven, nog los van de klimaatverandering. De VN hebben u inmiddels gelijk gegeven: de milieucrisis heeft meer dan één gezicht.

“Dat is klaar en duidelijk. Maar ik nodig u uit om, als u even tijd hebt, de beweringen van de Democratische presidentskandidaten te checken en na te gaan hoe vaak ze het over uitstervende diersoorten hebben. U zult merken dat het in om het even welk persbericht al snel over de opwarming van de aarde gaat. Dat thema is zo politiek beladen dat elke verdere discussie over de natuur meteen wordt gesloten. Tegen de opwarming van de aarde kunnen we niets meer doen, maar wél tegen de vele gevaren die onze biodiversiteit bedreigen. Maar het publieke debat wordt gedomineerd door één enkel probleem, de klimaatverandering, dat we niet kunnen oplossen – hoogstens kunnen we de gevolgen een beetje afzwakken. Maar er zijn dringender milieuproblemen die we wél uit de wereld kunnen helpen. Dat we dat niet doen maakt me echt woedend.”

‘De vluchtelingencrisis in Europa is een zondagse picknick in vergelijking met de migratie die eraan komt.’

Het Akkoord van Parijs, de bovengrens van 2 graden opwarming, de CO2-taks: is dat allemaal een maat voor niets?

“Ja, we zijn er veel te laat mee. Het Intergovernmental Panel on Climate Change (IPCC) heeft in het verleden wetenschappelijke gegevens bijgestuurd om politiek interessantere voorspellingen te krijgen, en het blijft erbij dat we de opwarming nog altijd tot anderhalve graad kunnen beperken. Maar om dat te kunnen bereiken, zou elk land op deze planeet zijn economie en de hele infrastructuur de komende tien jaar compleet moeten omgooien. Zweden zal wellicht zijn CO2-uitstoot tegen 2030 tot nul kunnen herleiden, dat klopt. Maar de Fransen zijn al in opstand gekomen tegen een minieme verhoging van de taksen op brandstoffen, de Amerikanen zijn verslingerd aan hun pick-ups, en dan hebben we het nog niet over India en China, waar de ene na de andere kolencentrale wordt gebouwd. En kun je je voorstellen dat de hele wereld niet meer zou vliegen of naar gigantische flatscreens zou kijken? De klimaatverandering is als een zwarte komedie, en het spel is uit: het petro-consumentisme heeft gewonnen.”

Met die redenering speelt u wel de klimaatsceptici in de kaart: zij willen sowieso alles bij het oude laten.

“Om hen maak ik me geen zorgen: zonder mij zullen ze ook wel boos en onaangenaam in de omgang zijn. Ik ben meer geïnteresseerd in mensen die voor een groene New Deal gaan, de mensen achter Fridays for Future en de klimaatspijbelaars. Ik zou hun willen vragen om de lat hoger te leggen: ze moeten in hun definitie van ‘groen zijn’ ook vastleggen hoe wij de andere levensvormen op aarde moeten behandelen. En ze moeten minder over het klimaat en meer over oplosbare problemen praten.”

U gaat er wel mee akkoord dat we de CO2-uitstoot moeten terugdringen en dat elke halve graad minder opwarming de moeite loont. Tegelijk voelt u zich bedrogen. Waarom?

“Als een vriend van mij twee pakjes sigaretten per dag rookt, zou ik hem kunnen zeggen: ‘Stop ermee, anders krijg je longkanker. Als je blijft roken, zul je minder lang leven.’ Ik hou van hem en wil dat hij zo lang mogelijk leeft. Maar neem nu dat iemand anders hem zegt: ‘Als je stopt met roken, zul je nooit sterven!’ Het staat inmiddels zo goed als vast dat de verandering van het klimaat catastrofale gevolgen zal hebben. Het is nog niet zo zeker als het feit dat we allemaal ooit zullen sterven, maar het gaat zeer snel die richting uit. Natuurlijk willen we de catastrofe zo veel mogelijk uitstellen en milderen. Het is een belangrijke ethische oefening om onze CO2-voetafdruk te verkleinen: je kunt je er goed bij voelen. Maar dat is niet het enige wat de moeite loont om te doen, want het zal de catastrofe evenmin afwenden als wij onze eigen dood kunnen verhinderen. Een beter uitgebalanceerd leven zou uit enkele grote, uitzichtloze veldslagen moeten bestaan, en enkele kleinere schermutselingen die we wel kunnen winnen.”

Maar de meeste klimaatwetenschappers beweren toch dat we de klimaatcrisis nog kunnen oplossen? Waarom gelooft u hen niet?

“U moet ook de kleine lettertjes lezen: als die wetenschappers geen lobbyisten of activisten zijn – als ze met andere woorden eerlijk zijn – zullen ze uitleggen dat het in theorie mogelijk is om de slechtste scenario’s te vermijden. En kijk dan eens naar de lijst met landen die zich ertoe verbonden hebben om hun CO2 in de aardbodem te laten zitten: daar staat geen enkel land op.”

Een echte klimaatpolitiek is er nog niet. Wie moet de druk opvoeren? De man in de straat? De regeringsleiders?

“In de fantasiewereld van de groen-linkse politici – een binaire wereld met aan de ene kant de altruïstische massa en aan de andere kant de grote boze industrie die CO2 uitstoot en de wereld in haar macht heeft – zal de druk van de straat komen: mensen met het hart op de juiste plaats zullen massaal opstaan en de macht grijpen om de toekomst van hun nakomelingen veilig te stellen. In een meer realistische wereld, waarin de mensen niet zo vooruitziend en belangeloos zijn, bestaat onze enige hoop erin de aanbevelingen van het IPCC op te volgen door draconische maatregelen te treffen en ongeveer alles in ons dagelijkse leven radicaal anders te doen. Wat, om het zacht uit te drukken, tot sociale ontwrichtingen zou leiden, of zelfs een burgeroorlog.”

Nu komen vooral de jongeren op straat om een consequente klimaatpolitiek te eisen. Staat ons een stevig generatieconflict te wachten?

“Dat staat buiten kijf. We zullen een herhaling zien van de clash tussen de rijke, CO2 producerende industrielanden en de arme landen die bedreigd worden door de stijgende zeespiegel. Een welgestelde Amerikaan van 70 heeft de atmosfeer schade toegebracht, en hij zal de gevolgen niet meer meemaken. Dat zullen de jongeren zijn, en mensen die ver weg van die Amerikaan wonen, en ze zijn terecht woedend. Maar als de rollen omgekeerd waren geweest, hadden zij zich wellicht net als die 70-jarige gedragen. Hun aanklacht is terecht, maar dat wil daarom nog niet zeggen dat ze moreel superieur zijn.”

Zijn de mensen überhaupt in staat om de noodzakelijke inspanningen te doen?

“Wel als ze zien dat alle anderen het ook doen. Maar de verleiding is groot om de kluit te belazeren.”

Als de opwarming van de aarde met meer dan 2 graden al een uitgemaakte zaak zou zijn, hoe moeten we dan met de slachtoffers omgaan? Moeten we het dan over herstelbetalingen hebben?

“Daar ben ik zeker voor te vinden, maar ik kan het me ook permitteren: zo is het natuurlijk makkelijk. Aan de middenklasse en de arbeiders in het Westen kunnen de politici zoiets amper verkopen. Ik ben ervan overtuigd dat we massaal medelijden zullen tonen en materiële steun zullen verlenen als Bangladesh of de Seychellen overstroomd zijn, de hele wereld zal reageren op hartverscheurende beelden van mensen in nood in een ver land. Maar het veel angstaanjagender probleem zijn de miljarden mensen die vandaag in regio’s leven die gevoelig zijn voor permanente droogte en extreem hoge temperaturen. De vluchtelingencrisis in Europa is een zondagse picknick in vergelijking met de migratie die eraan komt. De gevolgen zullen érg onaangenaam zijn, vrees ik.”

In uw boek excuseert u zich bijna tegenover lezers die meer nood aan hoop hebben dan uzelf. Hoe kunt u hen die geven?

“Je zou me evengoed kunnen vragen hoe ik elke ochtend uit bed raak, terwijl ik toch weet dat ik dood zal gaan. Maar die vergelijking gaat niet helemaal op, omdat het vooruitzicht van een wereld in anarchie voor mij niet zo verschrikkelijk is als de wetenschap dat ik zal sterven. Het weer dat op hol slaat en de stijgende zeespiegel zijn geen wezenlijke bedreiging voor de menselijke soort. Het echte gevaar schuilt in onze technologische toepassingen, zoals atoomwapens, en het geknutsel met DNA. Ik word triest van wat we onze planeet aandoen, maar ik sta nog elke ochtend op met het voornemen om goed te doen. Ik ga naar mijn werk, ik weet het leven naar waarde te schatten en ik doe wat ik kan voor de mensen, dieren en dingen die mij dierbaar zijn. Weten dat niets voor eeuwig is, maakt het alleen maar belangrijker, niet andersom.”

Zou het kunnen dat wij het lastiger hebben met onoplosbare problemen dan onze voorouders?

“Die vraag doet me denken aan Steven Pinker en Guido Mingels, die in hun jongste boeken de stelling verdedigen dat de mensheid er in de voorbije vijftig jaar flink op is vooruitgegaan – wereldwijd zouden we veiliger, gezonder, welvarender en minder gewelddadig zijn dan ooit tevoren. Ik denk dat zij dwalen omdat ze geen oog hebben voor de catastrofale prijs die andere diersoorten betalen voor ons succes, en hun vooruitgangsoptimisme is zenuwslopend. In de prospectussen van beleggingsproducten staat steevast in kleine letters: ‘De rendementen uit het verleden geven geen garantie voor de toekomst.’ Maar hun boeken zijn wel nuttig om ons eraan te herinneren dat een groot aantal problemen gedurende een heel lange tijd onoplosbaar zijn geweest – denk maar aan ziekten, mislukte oogsten, oorlog, enzovoort. Pas in het recente verleden zijn de meeste van die problemen naar de achtergrond verdrongen. Met andere woorden: we beleven op dit moment een anomalie. Onoplosbare problemen zijn de grondstroom van onze geschiedenis. Daarom voorspel ik u gouden tijden voor de literatuur.”

© Die Zeit

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234