Maandag 25/10/2021

De vlucht naar Afrika

De voorbije week toerde Gorki door Zuid-Afrika. Voor De Bijsluiter hield frontman Luc De Vos een dagboek bij. 'Niets kan ons tegenhouden. We zijn hier om Zuid-Afrika te veroveren.'

Zo'n lelijk en log vliegtuig had ik nog nooit gezien. In het kader van alweer een multiculturele uitwisseling had de directie van de Belgische luchtwegen een Maori de opdracht gegeven reuzegrote kangoeroes op staart en vleugels te schilderen. Met als gunstig neveneffect het verbergen van de vele scheuren in het vermoeide, eeuwenoude ijzer.

Meteen na het opstijgen was het al prijs en waren er twee motoren in brand gevlogen. Ik had Buck Danny, de piloot, nog gewaarschuwd, want ik zat vlak achter de cockpit, de deur stond open en ik kon zijn geklungel gadeslaan. Ik zei dus nog: "Danny, let op voor die troep fazanten op de startbaan, dat ze niet in de motoren vliegen."

"Geen compassie", bulderde Danny, "het jachtseizoen is open."

Het lachen verging hem snel. "Twee motoren in brand, dat redden we niet!" De mens barstte uit in bittere tranen.

Ik handelde meteen. "Niet zo gauw de moed laten zakken", zei ik gevat. Ik gaf Marcel de opdracht traag rechtdoor te blijven vliegen en niet te veel met de vleugels te wapperen. Ik greep twee lakens die ik natmaakte onder het kraantje van het openbaar toilet, kroop door de nooduitgang op de vleugels en propte de natte lakens als sponzen in de laaiende, witgloeiende motoren. Snel nog even nablussen met een brandblusser die ik in de vlucht had meegescharreld en klaar was Kees.

Mensenlief, wat waren ze allen blij, de passagiers. "Als de nood het hoogst is, dan is Jezus uw verlosser", sprak ik tot al die ongelovigen die plots van het ene moment op het andere religieus waren geworden tijdens deze rampvlucht en luidkeels Jezus en hun oude moeder aanriepen om bijstand. "En als Jezus u niet kan helpen, vertrouw dan op Vos, op mij dus."

Het vrolijke gejuich was niet van de lucht. "Leve Vos, onze held, onze redder in nood. Hiep hiep hoera! God, Vos jongen, als we u niet hadden gehad dan waren we nog niet jarig geweest. En toen zongen zij in koor: 'Leve onze Vos en hij mag er wezen, leve onze Vos en hij mag er zijn.'"

Een traan bolde over mijn bolle wangen. Zulke dankbare mensen. En hadden ze mij niet gehad, ze waren er aan geweest. Met zijn allen naar de hel omdat ze God niet wilden kennen. Nu wisten ze wel beter. Ik moest denken aan de parabel van het verloren schaap. De goede herder deed zijn schapen naar de stal. Eén schaap ontbrak en de goede herder ging des nacht opnieuw de woestijn in om dat ene verloren schaap te zoeken. Een verse gulp ontroering welde op in mijn hart. Hoe kan iemand leven zonder zich tot God te bekennen?, vroeg ik mij daar en toen af.

Danny de piloot kwam mij persoonlijk bedanken. "U moet goed weten, Vos, dit vliegtuig was ook niet verzekerd en bovendien vlogen we met illegaal geplaatste LPG-tanks. Kerosine is immers duur. De Belgische luchtwegen doen alles om hier en daar een frank te besparen."

Hij nam mijn ene hand in zijn hand. "Vos, u bent pas een echte vriend. Want ik zeg altijd: u hebt iemand nodig die met u vloekt en met u vecht, die samen met u door de woestijn trekt zonder versagen, en die aan uw zijde staat in goede en kwade dagen. Maar pas wanneer u iemand hebt die met u lacht en met u grient, dan pas kunt gij zeggen: ik heb een vriend."

Het werd ons allemaal te machtig. Wij vielen elkander in de armen en huilden vele hete tranen. "Alles komt goed", zei ik tot Marcel. "Kom jongen, pak nu uw knuppel opnieuw vast, uw stuurknuppel, bedoel ik. Zet die idiote gemakzuchtige automatische piloot af en vlieg ons als de wiedewederga naar Johannesburg, anders zitten we hier volgend jaar nog in die aftandse rammelbak van de Belgische luchtwegen. Ze wachten daar op ons, veel te lang al zijn ze van onze edele muziekkunst verstoken gebleven. Vooruit en hop het avontuur tegemoet!"

Een handvol metaforen

De verdere vlucht verliep voorspoedig. Met het nieuwe boek van Erwin Mortier en met een halve liter Zweedse aquavit had ik mij teruggetrokken op een bagagerek om er na te denken en te lezen.

In het boek treft mij op pagina 24 deze passage: 'Het was alsof niets mocht slinken. (...) Misschien werd ze, net als ik, bij de aanblik van alles wat verminderde door een vreemde treurnis overmand. De jampot, die ontbijt na ontbijt lichter werd naarmate hem een onvergeeflijke leegte vulde.' Dat een leeg rakende jampot zulke diepe gedachten kan genereren, bedenk ik. Het lijkt wel Marcel Proust. Maar dit kan alleen een groot schrijver als Mortier zijn.

Wanneer wij na een eindeloze tijd landen te Johannesburg is de fles aquavit op en het boek uit. Uit en op, de twee voorzetsels - of zijn het bijwoorden in de vorige zin? - die steeds verbonden zijn geweest en zullen blijven met mijn levensloop en met mijn noodlot. In mijn ellendige rotleven was altijd alles op of uit. Mijn vrienden gingen uit en mijn moed was op. En de confituur was ook op, evenals het geduld van de studiemeester, en ook het mooie liedje was uit. Het was altijd wel wat. Vandaar mijn droevige liederen die op eenvoudige wijze mijn ontgoochelingen in mijn bestaan belichten. Mijn verstand staat erbij stil. Hoe heb ik het allemaal in godsnaam overleefd? Wellicht door mijn moed en wijsheid. Ik moet wel de meest moedige en wijze popzanger ter wereld zijn, zo niet dan was ik in mijn ongeluk gelopen of was ik op de een of andere manier reeds lang met mijn schepper herenigd geworden.

Maar jongens kom, genoeg getreurd. En niet langer getreuzeld.

Johannesburg ligt te treuren onder een koudefront dat ontstond op het verwenste goddeloze continent Antarctica en de Indische oceaan is overgestoken om alhier de sfeer te verpesten met grijze, kille plensbuien. Ik sta al op het punt terug te keren naar ons mooie, door velen ten onrechte verguisde vaderland.

De moed zakt mij nog verder in de schoenen als we worden afgehaald door een man en een vrouw van zowat tachtig jaar die ons toevertrouwen dat zij onze muziek fantastisch vinden en dat wij de beste popgroep ter wereld zijn na Helmut Lotti. Gelukkig heb ik nog een verse fles aquavit en de nieuwe roman van Arthur Mirepoix in mijn handbagage klaar zitten voor noodgevallen. Ik laat de oudjes maar kwetteren tegen mijn metgezellen.

Ik verdiep mij in mijn lectuur, onderwijl frisse teugen nemend van het Zweedse wondervuurwater. Mirepoix heeft het over de kunst van het wortelen snijden als metafoor voor de ontworteling van het individu binnen een postmoderne samenleving als de onze. Daar hou ik wel van, van dit soort metaforen. Confituurpotten en wortelen snijden. Meer de keukenstijl als het ware. Vroeger waren de metaforen niet van deze wereld. Vroeger ging het meer over bergen en zeeën, over het leven dat een rivier is die stroomt van de bergen naar de zee en dat de mens een rots moet zijn in de branding van de liefde en de wanhoop. Eerlijk gezegd, dat ging ons petje allemaal wat te boven. Het is te groot voor mensen als u en ik. Wij smeren liever onze boterham aan ons keukentafeltje en we eten een bordje rijstpap onder het motto van laat onze kop gerust. Zo zijn de mensen tegenwoordig en zo is het goed. Die oude zeurpieten van daarnet in de auto blijken godzijdank een uitzondering te zijn. De mensen die wij ontmoeten die eerste dag blijken allen, net als wij, jonge, intelligente en mooie jongens en meisjes te zijn die iets willen maken van hun leven. Wat ze precies willen maken van hun leven, dat is hen nog niet geheel duidelijk. Maar daar komen ze heus wel uit. Dat staat op hun lollige, gezond blozende gezichten te lezen. Komt tijd komt raad. Neem bijvoorbeeld Willy, die jonge, ondernemende kerel van onze platenfirma, het kleine maar voortreffelijke, onafhankelijke en tevens progressieve label Woema, dat ook een vernieuwend artiest als Stef Bos onder de vleugels neemt.

Willy is nog student. In die zin dat hij op zijn gemak reeds voor de derde keer het laatste jaar pol en soc aan het bissen is aan de universiteit van Pretoria. Ondertussen werkt hij dus op vrijwillige basis bij Woema. Een kerel naar mijn hart met een blik van een klein verborgen verdriet in zijn ogen. Wellicht kent hij God niet.

Hij brengt ons naar een vijfsterrenhotel dat vol zit met christelijke zakenlieden met mobiele telefoons en groepjes vrouwen van christelijke zakenlieden die theekransjes houden. Kliekjes van tien blanke vrouwen met telkens, om de hoop te vullen, een of twee politiek correcte gekleurde of zwarte zusters erbij. Het gras wordt kort gehouden door ongeveer honderd zwarte broeders in werkmanskleren die het adagium 'zachtjes aan dan breekt het lijntje niet' tot postmoderne kunst hebben omgevormd.

Het levenslot van onze werkende broeders negerend besluiten wij ons eens flink vol te buffelen. Ik sla eerst een levensgroot glas bier in mijn keelgat en daarna nog één want op één been kunt gij niet staan. Het voorgerecht is een frisse rijpe avocado op een bedje van ijsbergsla met daarbovenop een gulle greep forse diepzeegarnalen, saignant geroosterd, flink gekruid en begeleid met een vinaigrette op basis van acaciahoning en salsa-azijn. Daarna een groot bordje soep, gemaakt van zoete aardappelen en gember. En dan het hoofdgerecht: een dikke vette biefstuk van een stier die ze vorige week per ongeluk tijdens de jacht hadden doodgeschoten, met gebakken aardappelen en gestoomde inlandse groenten uit de brousse zoals bavianenwortelen en olifantsrapen. Een goede pul bier past hierbij. Het nagerecht is een voedzaam stuk kaastaart. Jongens, nu kan ik er weer tegen, tegen deze ellendige rotwereld waar mensen niets meer voor elkander doen.

Rustig napuffen is er niet bij. Er is meteen een interview met radio Tukkie, de campusradio van de universiteit van Pretoria, Willy's universiteit. Op weg naar Tukkie horen wij K's Choice op de radio. Onze gedachten gaan uit naar die goeie ouwe Sarah Bettens en naar het thuisfront. Een traan blinkt in ons aller ogen. Het is een traan van heimwee.

Niets kan ons echter tegenhouden. We zijn hier om Zuid-Afrika te veroveren. Wat zeg ik, veroveren? Brandschatten en leegroven, bij wijze van spreken dan. Niet als Helmut Lotti een miljoen platen verkopen en dan take the money and run. Neen, op een eerlijke, gezonde manier onze edele kunst tot de mensen brengen en dit via de betreden paden van de promotiemedia als daar zijn: de radio, de tv, de kranten en de tijdschriften. Kortom, overal gaan uitbazuinen dat wij de beste zijn zodat de mensen het op den duur nog gaan geloven.

Het interview op radio Tukkie is in het Engels want dat Afrikaans, daar is met mijn vermoeide, luizige kop voorlopig geen touw aan vast te knopen.

Ik wist van mezelf niet dat ik zo goed Engels kon. Ik hoor mijn mond zinnen debiteren als: 'As far as postmodernism is concerned, we do have a substantial intrest in creating art for receptive, critical audiences, having to deal with major influences such as postwar American symbolism and bearing in mind the obvious challenges globalised systems on the internet create.'

Die gast, zelf een intelligente student huishoudkunde (Afrikaans voor economie), gelooft er geen woord van maar ik kan toch moeilijk beweren dat we een bende armoedzaaiers uit Vlaanderen zijn die ook maar wat aanmodderen binnen het kader de amusementsindustrie.

Toch voelen wij ons plots op de een of andere manier echte rocksterren. Stel u voor zeg, een interview in het Engels met een buitenlands radiostation over een interessant onderwerp als popmuziek. Daar moet op gedronken worden. We bestellen met zijn allen een literfles colalimonade, die we eerlijk onder elkander verdelen. Aan een kraam dat geroosterde papegaaien verkoopt, tellen wij ons geld en besluiten er elk een te nemen want we leven maar een keer. Aan een worstenkraam bestel ik nog een dikke leverworst en aan een appelkraam een appel en aan een perenkraam een peer. In deze wereld zijn de meeste dingen normaal, bedenk ik op dat moment. Een perenkraam verkoopt peren en een appelkraam appelen. En aan een papegaaienkraam verkopen ze geen gebraden arenden. Zo is de samenleving geëvolueerd, zonder hulp van buitenaf. Het systeem dat de schepper ontwierp, de moraal die in wezen losstaat van het geloof maar eigenlijk ook niet, draagt een eenvoudige menselijke logica in zich. Naarmate u ervan op uw boterham smeert, zal een confituurpot op den duur leeg geraken. Maar gelukkig groeien er volgend jaar weer braambessen en aardbeien aan de struiken om alweer verse confituur te maken.

De nacht valt snel in Afrika. Rond het kampvuur halen mijn gezellen en ik onze broederbanden aan onder zingen van weemoedige liederen die handelen over dromen die altijd dromen zullen blijven. In onze ogen blinkt er alweer een traan. Wat zal de toekomst voor ons brengen?

Over de droge vlakte klinken de kreten van de nachtvogels. Alsof zij ons een goede nacht wensen. Have a good life, zingt de nachtegaal in het Engels. Have a good life. Goodnight, goodnight!

De barbaren aan de grenzen

De dagen gaan nu snel in Zuid-Afrika. Wij worden als echte rocksterren van hot naar haar gesleurd, in wezen van Pretoria naar Johannesburg, van Sodom naar Gomorra, want daar brandt de lamp en is er geld te verdienen. Het ijzer smeden terwijl het heet is. Overal een graantje meepikken, en wie niet weg is, is gezien, dat hebben die gasten hier goed bekeken. En als u wil meedoen met de ratrace moet gij een rat zijn onder de ratten.

Het landschap rond deze gigantische metropolen kan men onmogelijk lieflijk noemen. Waarom die Hollandse zeevaarders en boeren in die lang vergane tijden net hier hun beloofde land meenden te hebben gevonden om hier hun koeien te laten grazen en hun ellendige edammer te produceren en zodoende de inboorlingen hun welverdiende rust te verstoren, dat weet alleen de valse god van de Hollanders. De heuvels lijken op die van het alom geprezen, zoet glooiende Schotland, maar dan helemaal platgebrand na een hittegolf van ongeveer twaalf jaar. Bezaaid met honderden termietenheuvels en akelige doornstruiken. En vooral van onder tot boven volgestouwd met rommel allerhande en telefoonpalen, gsm-masten, quickburgerrestaurants, Kentucky Fried Chickens, Toyota-garages, elektriciteitspylonen, tuincentra, baancafés, fabrieken als gigantische metalen schoendozen, Aldi-supermarkten, OK-bazaars, und soweiter. Kortom de hele reutemeteut die men bij ons ook kan aantreffen, en bij uitstek op de Boomsesteenweg, maar dan een miljoen keer zo groot. En daar dan bovenop nog eens de miljarden en miljarden kilometers paaltjes, muren en elektrische prikkeldraadversperringen. Elk huis is een Romeinse vesting uit de tijd dat die Romeinen de vloedgolf der barbaren dienden tegen te houden. Ze zijn er blijkbaar niet gerust in, die geformeerde neringdoenden. Ikzelf ben de mening toegedaan dat eigendom diefstal is zolang ze mijn fiets, mijn auto, mijn theeservies, mijn video en hifi-installatie en de vleespotten in mijn kelder maar niet komen stelen. Jongens toch, en dat moet bovendien allemaal bewaakt worden, die afgrijselijke villa's van die gasten met hun lachwekkende seminars, hun challenges en hun akelige theekransjesvrouwen. Naar mijn idee aanbidden zij een valse god, een god van de haat, niet een god als mijn god, die een goede god is van liefde en van toekomst en zingeving. Op die gigantische rijen prikkeldraad hangen er bordjes met boodschappen die geen boodschappen van liefde en toekomst en zingeving vormen. Weaponed response, staat er op die bordjes. En: We aim to please, we aim to shoot. Of: Nothing in here is worth dying for.

Alweer vloeit er een bittere traan over onze bolle wangen. Zoveel zichtbare haat is er te veel aan voor onze jeugdige, toekomstgerichte zielen.

Om de moed erin te houden in de wagen besluiten tot wij tot het zingen van een lied dat als kernboodschap in zich draagt de overwinning van de droom op de werkelijkheid, want alleen in onze dromen kunnen wij werkelijk leven en moeten wij mens worden, loskomen van de natuur die de dood in zich draagt. 'Op naar het licht!', zo gaat ons lied, 'en lang zullen we leven in de gloria!'

Aldus vrolijk zingend rijpt bij ons het plan om op safari te gaan. Ondertussen is immers het slechte weer voorbij en worden onze neuzen geblakerd en verschroeid door de tropenzon, die hier blijkbaar van de west naar de oost draait, een bizar fenomeen waar ik met mijn suffe hersenen voorlopig niet bij kan maar dat zoek ik thuis wel even op.

We huren een BMW 750 bij een christelijk zakenman met de bedoeling die nooit of nooit nog terug te brengen en we denderen met een noodgang een safaripark binnen dat wellicht drie miljoen keer zo groot is als Planckendael maar qua fauna en flora er verder verschrikkelijk goed op lijkt.

De weg wordt al snel versperd door kuddes zebra's en gnoes die op de BMW komen afgestormd omdat ze denken dat we er aankomen met snoep en koekjes. Luid toeterend dienen wij ons een weg te banen doorheen deze troep ondieren. Het bloed hangt aan de ruitenwissers. Hier geldt immers de wet van de ruige steppe. Het is zij of wij. Wij hebben de BMW, zij hebben niets. Dit gegeven vormt een metafoor voor de tegenstellingen in dit land, waar ik verder geen politieke beschouwingen meer aan zal wijden want die politieke beschouwingen die sla ikzelf altijd over in de gazet. Onze tijd is kort hier op aarde.

Een mythe als metafoor

"Weet u wat het is met die zebra's en die gnoes?", zo richt ik mij tot mijn metgezellen. "Het is als met een optreden van Helmut Lotti: als u er één hebt gezien, wilt u er niet nog één zien. Wat men hier ook veelvuldig aantreft, zijn klokkloks: schitterende parelhoenderen met een prachtig gemarmerd vermiljoenen verenkleed. Deze wilde kippen zouden, opgevuld met een kilo gehakt, zeker in onze smaak vallen indien wij erin slaagden er een omver te rijden. Maar ze zijn ons te snel af, de radde rekels.

Iemand van mijn gezellen wil plots iets drinken omdat hij sterft van de dorst. Ik vertrouw hem toe dat bij de hevige dorst die men in deze broeierige contreien ervaart, dat het dan het beste is een lauw kopje thee met kleine teugjes al nippend tot zich te nemen. De andere oplossing bestaat erin een liter ijskoud bier al klokkend door uw keelgat te gieten. Na rijp beraad besluiten wij toch te opteren voor het bier. Elk een liter, onze gehele zuinige consigne voor de ganse reis. Dat wordt dus lauwe thee drinken in de onmiddellijke toekomst. Maar wij troosten ons met de gedachte: wat we hebben gehad, dat kunnen ze ons niet meer afnemen, de ellendelingen.

Daar zien wij de eerste olifant. En kijk daar vrienden, een giraf, en een nijlpaard en een klokklok, en apen en bavianen en tijgers met strepen erop!

Ja, jongens, zeg ik, weet u wat het is met die wilde dieren? Als u er één hebt gezien, hebt u ze allemaal gezien. Kijk liever daar, daar lopen kabouters en elfen en griffioenen en centauren. Nog nooit hadden mijn makkers deze mythische dieren aanschouwd. Maar die centauren en griffioenen hadden nog nooit een BMW 750 met Vlamingen van dichtbij gezien. Dus ergens was hier sprake van gelijkopgaande krachten.

"Kijk", zo sprak ik, "een griffioen is een leeuw met een arendskop en een centaur is een man met een paardenlichaam. Elders in de wereld zijn zij uitgestorven. Hier in Afrika leiden zij nog een verborgen bestaan omdat de goede mensen hier nog in hen geloven. Het geloof creëert de werkelijkheid, en niet omgekeerd. Dat verliezen de mensen soms uit het oog, tot hun scha en schande, en gaan dan valse goden aanbidden, goden van de dood en de haat."

Plots zien wij ook een feniks voorbijvliegen. Ik vertel mijn makkers hoe de mythe van de feniks in de oudheid was ontstaan, want dat wisten zij niet en ik weet nu eenmaal zowat alles. In Afrika trokken de vuurroze flamingowijfjes zich terug middenin onbereikbare, voor mensen en roofdieren dodelijk verzengende, giftige zoutmeren om er veilig hun eieren uit te broeden. Na een tijd zagen de mensen al die verse piepkuikenflamingo's met asgrauw verenkleed in hele horden weer opduiken uit het vuur en het zout van het verboden meer. Zij dachten dat deze vogel zichzelf had opgebrand en als een nieuwe, nog nasmeulende vogel aan een nieuw leven was begonnen. Een sterke mythe, die een diep menselijke symboliek in zich draagt. Deze mythe leert ons dat in de diepste kern van de menselijke ziel het geloof leeft dat nooit de hoop verloren gaat, dat men altijd opnieuw kan beginnen van voren af aan. Dit leren ons de ouden en die mythe blijft geldig tot de dag van vandaag.

Maar wat is dat? Oh neen. Mijn God. Een woestijnhyena! Deze hyena's zijn laffe dieren die leven van de staarten van neushoorns en olifanten .Ze zijn te laf om een gevecht van man tot man aan te gaan met deze nobele dieren en bijten de staarten er langs achter geniepig af. Ze aanbidden de valse hyenagod die hen leert hoe te haten en aan de hoop en de liefde te verzaken. Maar verder vormen die woestijnhyena's in deze context geen enkele metafoor. Die ondieren leven gewoon zo. Ik vind, men moet niet achter alles een maatschappelijke of filosofische metafoor of een verborgen betekenis gaan zoeken. Sommige dingen zijn gewoon zoals ze zijn. Men mag dit nooit uit het oog verliezen. Eerst het vreten en dan de moraal.

Net voor wij, vol existentiële gedachten, het safaripark buiten rijden zien wij nog twee staartloze neushoorns met alle geweld de liefde bedrijven. Uit hun beider ogen stromen bittere tranen. Wellicht omdat zij beseffen dat zij met deze levenswekkende daad een nieuw leven scheppen dat later ook zal moeten sterven indien wij niet allen gered worden. Een neushoorn zien en dan sterven, zo luidt de volkswijsheid. Men zou er de hoop bij verliezen.

Blijde dagen - Het afscheid

Alweer vliegen de dagen voorbij, vol van blijdschap en vreugde. Het einde van de reis nadert. Ons geld is allang op. Gelukkig krijgen wij van de vele vrienden die wij ondertussen hebben gemaakt en die ons nog beter vinden dan Zita Swoon en Soulwax samen, levensgrote pullen bier en vuurwater en dagga-sigaretten toegestopt die deugddoend zijn voor lichaam en geest maar vooral voor longen en luchtwegen.

Tijd en ruimte vloeien ineen en een behaaglijke versuffing doet zijn intrede in onze moegestreden lichamen. We spelen onder andere een paar schitterende popconcerten in de grote stad Pretoria en ook in een Hollands gereformeerd boerenhol, genaamd Potchef, in het midden van nergens. Alleman is content. "Proficiat, u gaat het nog ver brengen in uw leven, Vos, jongen", zegt onze platenbaas. Onze vorige plaat, die de schitterende titel draagt Ik ben aanwezig, wordt hier verdeeld op duizend exemplaren. Er wonen vijftig miljoen mensen in Zuid-Afrika. In theorie kunnen we hier dus nog negenenveertig miljoen negenhonderdnegenennegentig- duizend platen aan de man brengen als we ons best doen en niet te gauw de moed laten zakken.

We moeten dringend Soweto eens gaan verkennen voor we afscheid nemen, want de volkswijsheid luidt: Soweto zien en dan sterven. We brengen een bezoek aan één van Soweto's all time heroes, zijnde Big Voice Jack, die we aan het werk hebben gezien op Dranouter en die we leerden kennen via onze platenfirma. Big Voice woont met veertig familieleden in een huisje van een zakdoek groot. Hij had nochtans ook in een met prikkeldraad en schietgeweren omheinde villa kunnen wonen. Big Voice is, naar ik verneem, de auteur van 'The Lion Sleeps Tonight' en van het thema van Kapitein Zeppos, 'African Safari'. En hij is mede ook verantwoordelijk voor die Soweto-dreun van Malcolm MacLaren, de kenners zullen weten wat ik bedoel. Jawel, allemaal uitgevonden door die oude Big Voice Jack, op plaat gezet in de jaren vijftig tegen een vergoeding van vijftig frank. En later nooit meer een frank auteursrechten gezien. Stel u voor zeg, 'The Lion sleeps Tonight', ondertussen uitgemolken en platgecoverd door zowat iedereen, van Elvis tot Helmut Lotti, die twee ellendige genieën.

Maar niet getreurd! Big Voice biedt ons allen op een genereuze manier een pul Afrikaans rijstbier aan dat naar frisse zure lekkere geus smaakt en we krijgen ook een gebraden olifantenpoot om af te knagen. De Afrikaanse televisie komt filmen. Ik schud voor de camera de ene politieke analyse van de postapartheid na de andere uit mijn mouw. Om van achterover te vallen. Achteraf kan ik mij die analyses jammer genoeg niet meer herinneren. Het had, zo vermoed ik, met de gewilde chaos van God te maken waarin de droom de haat zou overwinnen hier op aarde. Maar hoe het precies ineen zat, dat weet ik dus niet meer. Dat komt door dat rijstbier en die vreemde kamelenmest die ze hier roken. Wie maalt er ook om. En trouwens, politiek interesseert mij niet. Dat zeiden de Duitsers ook ten tijde van het Derde Rijk. Maar, ach jongens, de mensen hebben liever dat u hun kop met rust laat. Daar helpt geen lievemoederen aan.

We bezoeken met Big Voice ook een muziekschool die hij in hartje Soweto met een aantal vrienden heeft opgericht, kwestie van de jeugd van de straat te houden. Een van de teachers aldaar en tevens muzikant bij Jacks orkest is mijn broeder Thomas Mhlanga. Deze zeer uitmuntende mens geeft muziekles aan een hele bende joelende kleuters. Maar hij heeft samen met zijn broeders vooral een geniale grap bedacht. Ze leren de kinderen ook golf spelen, het achterlijke, geprivilegieerde spelletje dat al eeuwen door de koloniale gereformeerde rednecks wordt gespeeld om zich te distantiëren van de inboorlingen, die slechts goed genoeg zijn om met golfbags te sleuren. If you can't beat them, get them where it hurts. En lach ze uit waar ze bij staan. Manlief, zo'n geniaal idee. Daar was ikzelf nooit opgekomen. En ik maar denken dat ik boordevol ideeën zit.

Maar jongens, kom, nu niet flauw doen. Het uur van het afscheid is nu echt aangebroken. Vooruit nu maar, vaarwel goede vrienden allemaal. Blijf naar uw ster gewend en zie nooit om! Wij vliegen weer eens terug naar België want daar valt af en toe ook best wel wat lol te beleven.

Luc De Vos, Pretoria, september 2000.

'Ik moet wel de meest moedige en wijze popzanger ter wereld zijn, zo niet was ik in mijn ongeluk gelopen of was ik op de een of andere manier reeds lang met mijn schepper herenigd geworden'

'Big Voice woont met veertig familieleden in een huisje van een zakdoek groot. Hij had nochtans ook in een met prikkeldraad en schietgeweren omheinde villa kunnen wonen .Big Voice is, naar ik verneem, de auteur van 'The Lion Sleeps Tonight' en van 'African Safari', het thema van Kapitein Zeppos'

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234