Zondag 23/02/2020

De vliegende oogchirurgenvan Orbis

Het tienermeisje Julia was twee jaar oud toen de wereld rondom haar donker werd. In de geïndustrialiseerde wereld zou haar regenboogvliesontsteking niet meer dan een probleem van voorbijgaande aard zijn geweest. Maar Julia woont in Cuba, waar de uitrusting en de opleiding ontbreken om haar adequaat te behandelen. Het medische team van Orbis, een vliegend opleidingsziekenhuis, heeft het plan opgevat om miljoenen mensen in de ontwikkelingslanden hun gezichtsvermogen terug te geven. De chirurgen bezoeken een land gedurende eenentwintig dagen en kunnen er ongeveer honderd operaties uitvoeren. Verslag van een week van pijnlijke keuzes en kleine mirakels.

Het enige wat je ziet is een oog, dat zonder zelf iets te zien naar boven gericht is. Van de eigenaar van het oog is niets te zien: het lichaam en de rest van het gezicht zitten verborgen onder plastic. Een dokter tuurt in het oog. Hij is aan het naaien, met een draad die precies drie rode bloedcellen dik is. Enkele uren later kan het oog weer zien.

We zijn op de luchthaven van een ontwikkelingsland, ver van eender welk ziekenhuis. In de bar wachten Europese toeristen op de volgende vlucht naar huis. Ze weten dat er iets vreemds is met een van de vliegtuigen op het tarmac, want om de zoveel tijd speelt zich op de trapjes ervan een intrigerende scène af. De deur van de DC10 gaat open en er komen een paar mensen naar buiten. Er lijkt niets mis met hen, en ze kunnen allemaal gaan. Maar ze lijken wel allemaal heel onzeker, alsof ze bang zijn om in het licht te komen. Soms is het een kind dat naar buiten komt, voorzichtig door een van zijn ouders van de trappen gedragen. Daarna komt er een ouder iemand, die door een van de bemanningsleden geholpen wordt. Elke groep heeft iets gemeenschappelijks: er is altijd iemand bij met een oog in het verband.

De toeristen zijn nieuwsgierig, maar het vliegtuig geeft weinig geheimen prijs. Boven twee van de raampjes is een rood kruis geschilderd. De naam van het toestel luidt Orbis, maar dat zou een luchtvaartmaatschappij van overal ter wereld kunnen zijn. Als ze aan boord van deze DC10 zouden gaan, zouden de Europeanen nochtans eerst verbaasd zijn, en vervolgens overweldigd. Het is namelijk het enige vliegende opleidingsziekenhuis ter wereld, en het is bezig aan een van de meest ambitieuze programma's die de mensheid ooit opgezet heeft. De mensen in dit vliegtuig hebben het plan opgevat om blindheid uit de wereld te verdrijven, miljoenen mensen hun gezichtsvermogen terug te geven en te voorkomen dat miljoenen anderen het verliezen.

Het is een gigantische taak. Onlangs jaagde de Wereldgezondheidsorganisatie (WGO) diegenen die begaan zijn met de andere helft van de wereld behoorlijk de stuipen op het lijf met een aantal projecties over dit onderwerp. Als er niets ondernomen wordt, zal het aantal blinden in de wereld de komende twintig jaar verdubbelen. De cijfers zijn ronduit ontmoedigend: er zijn nu al bijna 45 miljoen mensen blind, en 135 miljoen anderen zien zo slecht dat ze geen normaal leven kunnen leiden.

Ongeveer 80 procent van die blindheid kan ongedaan gemaakt of voorkomen worden. Maar de vaardigheden en de technologie daartoe zijn geconcentreerd in de rijkere landen, en de behoefte eraan doet zich vooral voor in de armere. Zo werd dit plan geboren. Achttien internationale instellingen en liefdadigheidsorganisaties zouden gaan samenwerken in de strijd tegen alle vormen van blindheid die voorkomen kunnen worden. Ze zouden vitamine A uitreiken om een einde te maken aan de belangrijkste dieetgebonden oorzaak van blindheid bij kinderen, wat ongeveer 2 frank per dosis kost. Ze zouden de achttien miljoen Afrikanen gaan behandelen die hun gezichtsvermogen verloren door vliegenbeten, een fenomeen dat hele gemeenschappen ontwricht heeft en ervoor zorgt dat grote stukken goede landbouwgrond niet meer bewerkt worden. En een van de instellingen, Orbis International, zou het werk van het vliegende hospitaal dat het sinds 1982 in de lucht heeft, verder uitbreiden.

Tegen het jaar 2000 kunnen de moderne geneeskunde en een flinke dosis ambitie voor blindheid doen wat ze eerder al voor pokken deden. In 1967 maakten de pokken nog twee miljoen slachtoffers per jaar. Het was een plaag die gedurende ten minste drie millennia al onvoorstelbaar veel leed veroorzaakt had. Maar tegen 1977 was de ziekte na een uitgebreid opsporings- en vaccinatieprogramma volledig uitgeroeid.

In twintig jaar tijd, zo zegt de WGO, kan het aantal gevallen van te voorkomen blindheid dalen van de geraamde honderd miljoen naar een getal dat zo rond is dat het iedereen naar adem doet happen: nul.

Als we de trappen van de Orbis DC10 opgaan en de gang binnenstappen, kijkt een huilende vrouw ons indringend aan. Achter haar staat een dokter het oog te naaien dat aan haar zoon toebehoort. Vooraan in het vliegtuig, in wat ooit de eerste klasse was, slaat een groepje dat er iets welgestelder uitziet dan de moeder achterin de hele operatie gade op een televisiescherm. Dankzij een van de meest geavanceerde technieken uit de geneeskunde toont het scherm precies het beeld dat de chirurg van het oog heeft. Er is maar één dokter die het oog opereert, maar tegelijk leert hij vijftig anderen doen wat hij kan, en die vijftig zullen later op hun beurt anderen opleiden. Het zal nog veel frustraties kosten en veel volgende bezoeken voor alle vaardigheden doorgegeven zijn, maar die filantropische piramide staat wel centraal in het moedigste gezondheidsproject dat de wereld ooit gekend heeft.

Alle grote programma's beginnen ergens, en voor de vierentwintig leden van het medische team van Orbis begint het werk elke maandag weer van nul. Dit is de dag van de screenings - of om het met de typische zwarte humor van de ontwikkelingshulp te zeggen: de dag van de screamings -, wat betekent dat de artsen en verpleegsters van de DC10 naar een plaatselijk ziekenhuis trekken om hun patiënten te selecteren. Het is een vreselijke manier om de week te beginnen. Het team bezoekt een bepaald land gedurende eenentwintig dagen en kan in die periode ongeveer honderd operaties uitvoeren. De chirurgen worden niet betaald en komen uit een wereldwijde pool van vrijwilligers die telkens een week bij Orbis doorbrengen en daarna naar baan en gezin terugkeren terwijl weer andere vrijwilligers hun plaats innemen. Thuis is de vrijheid om de patiënten die je ziet ook te opereren iets vanzelfsprekends. Hier hebben ze één dag om die mensen eruit te pikken wier leven ze gaan veranderen, en vier lange dagen om te opereren. Het is januari en het vliegtuig is in Cuba, tijdens de tweede week van de missie daar. Zoals altijd op maandag zijn er drie nieuwe chirurgen. Deze keer zijn het Amerikanen, alledrie aan de top in hun vakgebied en vertrouwd met werk dat zo gespecialiseerd is dat ze ook elkaars ontzag wekken. Ongebruikelijk voor topdokters is dat ze geen geheim maken van hun gevoelens. Ze verraden zich door de fototoestellen. Als ze in het ziekenhuis aankomen, maken ze foto's. "We raken hier allemaal verslaafd aan", zegt Maury Marmor, professor oogchirurgie in New York. "Zo herinner ik mezelf eraan dat ik van de geneeskunde hou." Een paar uur later zal hij moeten vechten tegen zijn tranen.

Marmor werkt aan de buitenkant van het oog, draait het rond om de zestien spiertjes die het oog besturen los te maken en daarna weer vast te hechten. Hij behandelt de kinderen die slecht zien omdat het ene oog probeert te focussen terwijl het tweede een andere kant opkijkt, bijvoorbeeld binnenin het hoofd. Zijn buurman John Cohen, met tien missies een echte Orbis-veteraan, selecteert patiënten met glaucoom, een aandoening waarbij verhoogde druk in de oogbal het gezichtsvermogen aantast. Naast hem zit Ed Holland, een 42-jarige academicus die als een van de pioniers van de oogchirurgie wordt beschouwd en al meer dan honderd artikels in medische vakbladen heeft gepubliceerd.

Net als Cohen werkt Holland binnenin het oog. Hij opereert met zulke minuscule instrumenten dat hij zijn werk door een microscoop moet volgen. Thuis in Minneapolis is hij de dokter bij wie de moeilijkste gevallen terechtkomen. Hij krijgt bijvoorbeeld de baby's die geboren worden met troebele ogen, en voert dan bijna onmiddellijk een hoornvliestransplantatie uit. Dat is telkens een race tegen de tijd: drie weken na de geboorte zal een baby die niet kan zien zijn brein op de andere zintuigen beginnen richten, zoals het gehoor, zodat het kind uiteindelijk zelfs met perfecte ogen blind blijft. Het leuke aan Hollands operaties is dat wanneer hij troebel hoornvlies wegsnijdt en door nieuw vervangt, een patiënt van absoluut geen naar perfect zicht kan evolueren. Tijdens de vlucht naar Cuba heeft hij in zijn handbagage negen hoornvliezen mee van Amerikanen die pas overleden zijn.

Het Cuba van Fidel Castro is niet het armste land dat Orbis aandoet. Het heeft gratis gezondheidszorg, een kindersterftecijfer dat lager is dan dat van de Verenigde Staten, en speciale scholen voor blinde kinderen. De medische sector in Cuba heeft wel vaker baanbrekend werk geleverd. Het land heeft afgerekend met meningitis door een vaccin te ontwikkelen dat Europese landen Cuba alleen maar kunnen benijden. Maar het blijft een land in nood, zowel door het inefficiënte communistische beleid als door de oppositie daartegen vanuit de VS. 's Werelds machtigste natie ligt nauwelijks 120 kilometer ten noorden van Cuba en legt dat land nu al zesendertig jaar een verstikkend embargo op. Het eiland beschikt over getalenteerde dokters, maar mist de uitrusting en de opleiding die nodig zijn om zelfs routinematige chirurgische ingrepen uit te voeren. Daardoor is er geen verschil tussen dit en eender welk ander ontwikkelingsland: Cuba heeft blinde kinderen die eigenlijk helemaal niet blind hoeven te zijn.

En dus staan aan het ziekenhuis van het provinciestadje Ciego de Avila geduldig ouders en kinderen te wachten in hun zondagse pak. Vooral de moeders lijken gespannen en zenuwachtig. Velen storten in als hen gevraagd wordt om het belang van deze dag te beschrijven. In Europa huilen ouders geschokt als ze horen dat hun kind een oogoperatie moet ondergaan, omdat dat nieuws samenvalt met de diagnose, kort na de eerste tekenen dat er iets mis is. In Cuba is de operatie iets waar deze ouders al heel lang naar uitkijken. De meesten zullen vandaag huilen van ontgoocheling, sommigen van geluk en opluchting. Ten minste een van de patiënten, een meisje van veertien, kijkt al meer dan tien jaar uit naar dit moment.

Julia is anders dan de andere kinderen. Ze is oud genoeg om onder woorden te brengen wat blindheid betekent, en haar gezicht lijkt dat van iemand die nog ouder is. Ze zit halverwege de zonovergoten kamer te wachten, samen met haar moeder. Nu en dan krijgt ze een uitdrukking op haar gelaat die alle taal- en cultuurbarrières overstijgt. Het is de droefheid van een volwassene die tegen een depressie vecht, en is helemaal niet op zijn plaats op een kindergezicht.

Julia was twee jaar toen de wereld rondom haar donker werd. Ze kreeg wat haar moeder als een keelinfectie omschrijft, die vervolgens ook haar ogen aantastte. Toen ze drie was, vond ze daglicht zo pijnlijk dat ze 's nachts speelde en overdag sliep. De diagnose ging tergend langzaam: haar moeder nam haar mee naar vier ziekenhuizen en bracht een hachelijk jaar in Havana door voor ze uiteindelijk de moed liet varen en naar huis terugkeerde.

In de geïndustrialiseerde wereld zou haar probleem weinig meer dan een irritatie geweest zijn. Het staat zo goed als vast dat ze uveïtis had, een ontsteking binnenin het oog die gemakkelijk genezen kan worden met druppeltjes. In Europa worden zelfs huisdieren daar zonder problemen voor behandeld. "Als iemand denkt dat zijn huisdier loenst en duidelijk pijn aan de ogen heeft - en uveïtis is een erg pijnlijke aandoening -, dan moet hij of zij het dier dringend laten behandelen", schrijft de Britse dierenbescherming voor. Maar Julia had niet het geluk een Britse kat te zijn, en haar toestand verslechterde nog. Het littekenweefsel van de ontsteking blokkeerde haar gezichtsvermogen en het litteken was zo dik geworden dat Ed Holland later zou zeggen dat hij nog nooit zoiets gezien had, zelfs niet in de vakliteratuur. Eén manier waarop dokters bepalen hoeveel een oog nog ziet is door erin te kijken: het deel van het netvlies dat zij zien aan de achterkant zegt iets over hoeveel het oog zelf kan zien. Als ze bij Julia komen, zien de Orbis-dokters niets. Ze kunnen niet verklaren hoe het komt dat ze toch iets ziet, hoe weinig het ook is.

Maar mensen passen zich aan, en Julia heeft geleerd om uit niets toch nog iets te halen. Ze moet een paar minuscule gaatjes aan de rand van het litteken gevonden hebben, die zo klein zijn dat de dokters ze op screaming day niet kunnen opsporen. Ze heeft geleerd dat ze door haar hoofd in een bepaalde richting te draaien toch een paar details van de wereld kan ontwaren. Terwijl ze zit te wachten om onderzocht te worden, vraag ik haar om mij te beschrijven. In erg algemene bewoordingen lukt haar dat wel, maar als ik haar daarna naar de kleur van mijn ogen vraag, draait ze haar hoofd naar links, beweegt haar ogen naar rechts, en bestudeert ze me langdurig van heel nabij. Maar zelfs in een goed verlichte kamer als deze kan ze dat niet uitmaken, en de inspanningen putten haar duidelijk uit.

Ze kan niet lezen, en omdat ze heimwee had op de speciale kostschool die de Cubaanse overheid voor haar zocht, gaat ze nu al jaren niet meer naar school. Ze is jong voor haar leeftijd, ondanks de volwassen droefheid. Als de Orbis-verpleegster elk kind een teddybeer geeft om te knuffelen, vraagt Julia er ook een. De beer blijkt het eerste stuk speelgoed te zijn dat ze ooit gekregen heeft, en als ze hem eens in haar armen heeft, kan ze er geen afstand meer van doen. Toch is ze op andere punten jaren voor op haar leeftijdgenoten. Ze wil zangeres worden, en als ze voor ons zingt zijn de pijnlijke emoties die uit haar stem spreken dusdanig dat we onmiddellijk begrijpen waarom een van haar buren, die van haar houdt als van zijn eigen dochter, niet naar haar wil luisteren. Nu zit ze zenuwachtig te wachten. Ze verwacht niet dat ze voor een operatie in aanmerking zal komen, want in twaalf jaar blindheid heeft niemand haar ooit enig goed nieuws gebracht.

Ik benijd de chirurgen niet. Hoe kies je tussen Julia en Jenny, de vroegrijpe vierjarige die Maury Marmor in zijn onderzoekskamer voor zich aan het winnen is? Of tussen Jenny en Roilan Cardoso, de vriendelijke jongen van tien die bij een psychiater in behandeling is omdat hij de deur ging openmaken en in het oog getroffen werd door een stukje metaal uit een katapult? Hoe kies je tussen een van die kinderen en Ana María Perpinán, een 63-jarige gepensioneerde lerares die opnieuw de straat zou willen kunnen oversteken om haar buurvrouw te helpen die aan een kunstnier gekluisterd is, maar voor wie het leven elke zin verloren heeft omdat ze door haar blindheid zelf thuis gevangen zit en een last is voor anderen en voor zichzelf?

Julia's linkeroog, troebel en bloeddoorlopen, is duidelijk blind. Het klein beetje zicht dat ze nog heeft in haar rechteroog verslechtert, en ze vreest dat die spleet licht binnenkort ook zal verdwijnen. Welke invloed blindheid op haar heeft, vraag ik. Ik verwacht dat ze iets praktisch zal zeggen, zoals niet kunnen lezen of 's avonds uitgaan of op een fiets rijden. "Ik zal nooit een vriendje hebben", antwoordt ze. Als ik vraag wat ze in haar dromen ziet, zegt ze dat ze altijd dezelfde nachtmerrie heeft: de dokter die zegt: 'Jij zult niet geopereerd worden, jij zult niet zien'. Later legt een vriendin uit dat haar dat drie maanden geleden ook echt overkomen is. Een dokter vroeg Julia om de kamer te verlaten, maar ze bleef aan de deur luisteren en hoorde zo dat er geen hoop was. Ze gedroeg zich toen al vreemd, verdween soms voor langere tijd uit huis tot ze bij zoekacties van de buren werd teruggevonden. Nu is ze erg in zichzelf gekeerd en weigert ze nog buiten te komen. Ze had het geregeld over zelfmoord, en al wie haar kende zag haar daar ook toe in staat.

In juni zal Julia vijftien worden. Dat is een belangrijke verjaardag in Cuba, de overgang van meisje naar vrouw, en wie het zich kan veroorloven geeft dan een feest waarvoor een fotograaf, een kapper en een Scarlett O'Hara-jurk wel het minimum zijn. Nu de jarenlange behandeling Julia geleerd heeft dat goede ogen te veel gevraagd is, heeft ze haar ambities bijgesteld. Voor ze depressief werd en er allemaal de zin niet meer van inzag, droomde ze van twee dingen: het beetje gezichtsvermogen redden dat haar nog restte, en haar loensende, nutteloze linkeroog laten opereren zodat het in dezelfde richting zou kijken als haar bijna nutteloze rechteroog. Op die manier zal ze er op de foto's van haar vijftiende verjaardag tenminste uitzien zoals alle andere tieners. Het is een innemend meisje, teder en gevoelig, met een buitengewone zangstem en de gewoonte om als een stripfiguurtje met haar voet te stampen als ze teleurgesteld is. Voor het einde van de week zullen we erg aan haar gehecht raken.

Tegen het midden van de middag ziet het er voor Julia even goed uit als anders: slecht. Ze is de 34ste naam op Maury Marmors lijst, en bij nummer 27 heeft hij de vijf patiënten al die hij nodig heeft. Toegegeven, ze is een ingewikkeld geval, wellicht te ingewikkeld voor een operatie. Doordat ze jong is en blind aan beide ogen is ze een grote kanshebber, maar de dokters hebben ook duidelijke lesvoorbeelden nodig. Waarom zou je een ingewikkeld geval kiezen als geen enkele Cubaanse oogarts ooit nog zoiets zal zien?

Dan stapt Rob Whitty, de jonge Brit die verantwoordelijk is voor de DC10, Marmors kamer binnen. Je kunt een zesde patiënt nemen, zegt hij. Marmor kiest onmiddellijk: zijn 31ste kandidaat is een kind van zes van wie het linkeroog telkens in zijn schedel verdwijnt in plaats van naar de Donald Duck van de dokter te kijken. Om 16.03 uur lijkt Julia's lot bezegeld.

Marmor zet zijn onderzoeken voort; hij wil dat elk kind ten minste een diagnose krijgt. Moeder 33 komt met een erg bedrukt gezicht naar buiten, en als Julia binnenkomt, is de beslissing snel genomen. Ze is te moeilijk, zegt Marmor. Als hij haar opereert, verliest ze misschien haar oog. Het kan alleen een klus zijn voor Ed Holland.

Voor Marmor zijn Holland en zijn gelijken de helden van de chirurgie, die binnenin het oog werken met niets anders dan handinstrumenten. Ook Holland heeft zijn lijstje al klaar. Maar als hij Julia ziet, wil hij haar er toch aan toevoegen. Ze is een interessante patiënte, blind in beide ogen, en daarnaast is er ook het menselijke aspect: als hij neen zegt, zal ze waarschijnlijk nooit meer een kans krijgen. Als hij haar eerder gezien had, zegt hij, had hij haar zeker op zijn lijst gezet, zonder twijfel. Er wordt druk heen en weer gediscussieerd.

En plots is het de volgende dag en hebben we Julia naar huis gebracht in afwachting van haar operatie die later die week gepland is, en haar vriendin vertelt hoe dicht ze bij een zelfmoord was en hoe de jongens uit de buurt grapjes maken als ze langskomt, zoals 'Tienes un ojo fumando, y el otro esperando el calo' (Je ene oogt rookt, en het andere wacht op de peuk). Haar grootouders zijn zo ontroerd dat ze geen woord kunnen uitbrengen. Terwijl er dertig of veertig mensen rond het huis samentroepen - een erg bescheiden huis, met elektriciteit maar zonder televisie of koelkast, en zo klein dat Julia het bed deelt met haar moeder en haar broer - lijkt de moeder plots een andere, jongere vrouw dan gisteren. Nochtans is er in feite nog niets gebeurd, behalve dat ze een grondstof terughebben die ze al een hele tijd kwijt waren: hoop.

Het idee om een vliegtuig te gebruiken om de armste blinden nieuwe hoop te brengen, dateert uit de jaren zeventig. Orbis was het visioen van David Paton, een Texaanse oftalmoloog die erg begaan was met het niveau van de oogchirurgie in de ontwikkelingslanden. Hij droomde ervan een beurtrolsysteem in te stellen met de allerbeste specialisten uit de verschillende vakgebieden die aan plaatselijke dokters de nieuwste instrumenten en technieken zouden gaan demonstreren. Aangezien geen van die landen over de nodige infrastructuur beschikte, was daarvoor een vliegend ziekenhuis nodig. Maar dat betekende wel dat er een gevonden en gefinancierd moest worden.

Paton ging aankloppen bij Al Ueltschi, de voorzitter van FlightSafety International in New York, die al zijn contactpersonen opbelde. In het begin had het tweetal geen geluk. Maar toen benaderden ze de voorzitter van United Airlines, die vervolgens de directeur van de luchtvaartmaatschappij aansprak, en van de ene dag op de andere kregen ze het oudste vliegtuig van de vloot. Er was wel een voorwaarde: Ueltschi moest een document ondertekenen waarin stond dat hij het geld had om het vliegtuig om te bouwen. Hij tekende, maar het geld had hij niet. De oude DC8 was afgeleefd en lekte, maar Orbis zamelde 5 miljoen dollar (4,3 miljoen euro of 172 miljoen frank) in en tegen 1982 was het vliegtuig luchtwaardig. De eerste twee jaar deed het vliegtuig vierentwintig landen aan, waar het telkens twee tot drie weken bleef. In 1992 kon de organisatie dankzij schenkingen van drie mensen een grotere DC10 kopen. Dat toestel, waarvan de ombouwing 15 miljoen dollar kostte (ongeveer 13 miljoen euro of 516 miljoen frank), is steriel, beschikt over alle nodige accommodatie en kan om het even welk water zuiveren. Het is uitgegroeid tot een mobiele medische school die opleidingen verzorgt op veel verschillende niveaus.

Terwijl de oftalmologen de operatie volgen, leiden verpleegsters plaatselijke verpleegsters op, technici plaatselijke technici, enzovoort. Een belangrijk obstakel voor de geneeskunde in arme streken is de uitrusting: moeilijkheden om onderdelen te krijgen of handleidingen te lezen kunnen ertoe leiden dat een waardevolle microscoop of chirurgische instrumenten ongebruikt in de kast blijven liggen. In de romp van de DC10 neemt Orbis defecte apparatuur mee om ze te herstellen.

De organisatie doet ook haar best om nieuwe uitrusting mee te nemen naar de landen die ze aandoet, en om er zeker van te zijn dat de opleidingen realistisch zijn, opereren de chirurgen alleen in de plaatselijke ziekenhuizen en gebruiken ze enkel de daar beschikbare instrumenten.

Onlangs is de klemtoon ook elders komen te liggen. De DC10 is een uitstekend visitekaartje dat regeringsleiders, gezondheidsministers, reporters en mediamensen ertoe aanzet om druk uit te oefenen voor een betere oogverzorging in hun land. Maar het toestel is erg duur en het herstellen van het gezichtsvermogen van tientallen miljoenen mensen vereist permanente nationale programma's. Orbis werkt aan een langdurige aanwezigheid in zes landen, waaronder India, waar de blinde bevolking op 10,5 miljoen mensen geraamd wordt, China, Bangladesh en Ethiopië. In dat laatste land is één op 67 mensen blind, maar er is maar één oftalmoloog per miljoen mensen. Het land heeft eenvoudigweg meer chirurgen nodig.

Hoewel de meeste vrijwilligers erg enthousiast zijn over Orbis, zijn er toch vaak problemen waardoor ze zich gaan afvragen of ze er wel mee door moeten gaan. In Afrika kun je bijvoorbeeld hard werken en weggaan met het gevoel dat er vooruitgang is geboekt. Maar dan, vertelt een chirurg, "kom je er terug en merk je dat de jonge dokter die van jou een bijkomende opleiding kreeg naar Saoedi-Arabië is getrokken voor een goedbetaalde baan, dat al het technische personeel aan aids overleden is, dat de infrastructuur die jij op poten zette er niet is, dat het instrument waar jij de schenking voor hebt versierd kapot is of spoorloos of ergens in een kast ligt of als broodrooster gebruikt wordt. Er komen bij dit soort werk zoveel persoonlijke emoties kijken dat de mensen zich wel eens afvragen waarom je dat allemaal doet. Waarom verlaat je je vrouw, je gezin, je praktijk die op volle toeren draait om je de moeite, de onkosten en de fysieke belasting van deze trips op de hals te halen? Wel, je hebt de blik op het gelaat van de patiënten gezien. Dat verklaart waarom je hier bent."

Op de dag van Julia's operatie is Ed Holland zenuwachtig. Hij wordt 's nachts voortdurend wakker, en om vier uur weet hij dat er van slapen niets meer in huis zal komen. Operaties van pasgeboren baby's bezorgen hem ook altijd zenuwen, maar andere gevallen uiterst zelden. Julia is echter een van de moeilijkste gevallen die de dokter ooit is tegengekomen.

De voorzieningen aan boord van het vliegtuig zijn uitstekend, maar het is toch niet hetzelfde als thuis, waar Holland al een paar duizend operaties heeft uitgevoerd. Hij weet daarenboven niet zeker waar hij de eerste insnijding moet maken. Julia's iris zit vast aan haar hoornvlies, en dat maakt het moeilijk om binnenin het oog te geraken. Het oog zou vol bloed kunnen lopen, de operatie zou een nieuwe ontsteking kunnen veroorzaken. Deze operatie zal een schaakspel worden, en de hele week heeft hij in rustige momenten zijn zetten zitten voorbereiden. Het ergste is misschien nog dat niemand weet in welke staat Julia's netvlies is, doordat het litteken en de hevige grauwe staar het zicht op de achterkant van het oog belemmeren. Als het erg beschadigd is of als de oogzenuw aangetast is door glaucoom, maakt het niet uit of de operatie lukt: in dat geval zal Julia toch niet zien.

De meeste mensen vermoeden wellicht dat ze misselijk zouden worden als ze een oogoperatie zagen, maar Hollands schaakspel is meeslepend en bevat passages van uitzonderlijke schoonheid. Hij gebruikt fijne mesjes om openingen te maken waarlangs hij zijn instrumenten in het oog kan inbrengen, en algauw is hij aan Julia's littekenweefsel aan het trekken. Jarenlang heeft dit weefsel haar gezichtsvermogen belemmerd, maar nu bezwijkt het onder pincetten van niet meer dan 3 millimeter dik. Terwijl het weefsel weggetrokken wordt, komt een donkere en vloeibare pupil tevoorschijn die al tien jaar niemand meer gezien heeft. Het is een intiem en ontroerend moment; dit is de kamermuziek van de geneeskunde. Daarna verwijdert hij de vertroebelde lens en plant hij een andere in, zodat het oog zijn vorm behoudt. Als de operatie naar haar einde loopt, komt er een spontane reactie van de Cubaanse oftalmologen voorin in het vliegtuig: ze applaudisseren. Een tolk haalt Julia's moeder erbij, zodat ze op het scherm het afgewerkte product kan zien dat ondertussen wordt dichtgenaaid. Kijk, zegt ze, dat is Julia's oog. Is het niet mooi?

Wat oogchirurgie zo aangrijpend maakt, is dat je onmiddellijk de resultaten ziet. De ene dag zie je een reeks kinderen die allemaal met een teddybeer in hun wagentje de operatiekamer binnengerold worden. De volgende dag wordt het verband weggenomen en vertellen de kinderen de chirurg hoeveel vingers ze zien, terwijl de volwassenen rondom hen zachtjes huilen.

Als Julia's verband wordt weggenomen, is er eerst ontzetting. Het is niet meer dan menselijk om te hopen, maar dan vergeet men toch dat er amper achttien uur geleden nog met naalden en een afzuigpompje in een oog gepeuterd werd dat door de vele jaren zonder behandeling al meer geleden heeft dan de meeste andere. Julia's hoornvlies is opgezwollen en ze kan niets zien. Hoewel Holland zegt dat hij tevreden is over het resultaat van de operatie, kan hij zijn ontgoocheling niet verbergen. De tiener is doodsbang: de weinige speldenprikjes licht die ze nog zag, zijn weg. De operatie was een succes, maar de patiënte kan niets zien.

En dan gebeurt er een klein mirakel. Naarmate de zwelling begint af te nemen, ontdekt ze dingen over de wereld rondom zich. Elke minuut kan ze iets nieuws zien. Letters van de naam van de fabrikant op een toestel, het patroon van iemands hemd. Voor het eerst in jaren kan Julia rechtstreeks naar de dingen kijken die ze wil zien. Ze hoeft nu haar hoofd niet meer naar de ene kant te draaien en haar ogen naar de andere. Als ze uit het vliegtuig stapt, gaat ze naar een struik die langs de startbaan groeit en plukt ze een rode bloem. Het is een absurd symbolisch moment, en iedereen die zou zien hoe we foto's staan te maken zou denken dat het geënsceneerd is. Maar het gebeurde echt. Gisteren was dit tienermeisje blind. Nu plukt ze een bloem om die aandachtig te bestuderen, terwijl haar haren in de wind wapperen. Holland blijft er ondertussen bescheiden bij. "Dit is één week uit mijn leven", zegt hij. "Het stelt niets voor. Soms voel ik me schuldig omdat ik niet meer doe."

Wanneer we op het einde van de week afscheid nemen van Julia, is haar hoornvlies nog altijd opgezwollen en haar gezichtsvermogen nog altijd erg slecht naar de normen die wij allemaal - op 180 miljoen mensen na - als vanzelfsprekend beschouwen. Maar het verbetert, en ik zal nooit haar uitzinnige vreugde vergeten na de operatie. Ze was niet in te tomen. Een ernstig gesprek voeren in haar bijzijn was onmogelijk. Het enige wat ze wilde doen, was kussen en dansen en omhelzen en zingen.

Als Julia een Europees of een Amerikaans meisje was, zou ze nu opnieuw geopereerd worden. Ed Holland zou zijn kamermuziek ook op haar andere oog uitvoeren, en ze zou ook een spieroperatie ondergaan om haar loensen te corrigeren. Maar ze is een Cubaans meisje, en ze heeft één kans gekregen. De DC10 van Orbis was in haar land gedurende eenentwintig dagen. Haar aan beide ogen opereren, zou betekenen dat een ander kind niet geopereerd kan worden.

We leven op een grote planeet, en die bevat veel mensen die het zo slecht hebben dat het verleidelijk is om te denken dat er niets aan te doen is. Maar toch. Het medische team van Orbis telt vierentwintig mensen, plus drie vrijwillige chirurgen. Dat is een handvol mensen: op één bus hebben ze allemaal ruim de plaats. Sinds Orbis van wal stak, heeft dit handvol mensen aan 22.000 patiënten het gezichtsvermogen teruggegeven, en een opleiding gegeven aan 42.000 artsen in negenenzeventig landen. Alles samen werden naar schatting zes miljoen mensen geholpen door ofwel het medische team zelf, ofwel door de mensen die erdoor opgeleid werden. Als de organisatie zo verder doet, is er op een bepaalde dag misschien een mirakel mogelijk. Blindheid zou de weg van de pokken kunnen opgaan. En verdwijnen.

© Sunday Times Magazine

Vertaling: Wim Coessens

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234