Zaterdag 23/01/2021

De vliegende Brusselaars

Catch, dat is toch het Amerikaanse nepcircus waarin brullende mannen met stoelen naar elkaar gooien? Niet zo op deze club in Brussel, waar jongeren van diverse pluimage de knepen van het échte catchen aanleren. Morgen vindt er zelfs een internationaal kampioenschap plaats. Crazy Joe, Achilles en Caïman Colorado Junior zijn er alvast klaar voor.

Welgekomen, dames en heren, voor de hoofdact van het weekend. In de categorie top- talenten van de Brussels Young Wrestling Style ziet u in de linkerhoek, met 93 kilogram voor 1 meter 70, achttien jaar is hij, een daverend applaus voor: Jonas Teresa-Miguel!

Ringnaam?

"Crazy Joe."

Favoriete catchbeweging?

"Een Northern Light Souplex."

Sorry?

"Een Northern Light Souplex. Dat is een houdgreep rond het middel van de tegenstander. Dan pak ik hem met beide handen vast en gooi ik hem over mijn schouder, zodat hij met een luide knal op de grond valt."

Jonas Teresa-Miguel is lid van de Brusselse catchclub Brussels Young Wrestling Style (BYWS). Net als twee teamgenoten heeft hij zich gekwalificeerd voor de finale van het BPX Intercontinental 3 Ceintures-concours, het hoogtepunt van een internationale competitie met vechters uit Engeland, Frankrijk, Duitsland en Italië. De finale vindt zondag plaats in De Kleurdoos, een basisschool in het centrum van Brussel.

Vijf dagen na de halve finale, georganiseerd in Parijs, woon ik een training van BYWS bij. Een woensdagavond in november, het is opvallend warm voor de tijd van het jaar.

"Ik ben blij", zegt Nsimba Bafuka, trainer van BYWS. "In Parijs hebben we als team een sterke indruk nagelaten. Ook al was het niet evident."

"Hoe bedoel je?", vraag ik.

"Een paar Fransen zochten ruzie. Zogezegd waren ze niet akkoord met onze speelstijl, maar volgens mij waren ze gewoon ontgoocheld dat ze door zulke jonge gasten werden uitgeschakeld. De reactie van mijn jongens was sterk. Iedereen bleef rustig; dat is vroeger wel eens anders geweest. 'We vechten het straks uit', zeiden ze. 'In de ring, niet op straat.'"

Op woensdag- en donderdagavond en op zaterdagnamiddag geeft Bafuka les aan een vijftiental Brusselse jongeren. Hij doet dat in het Frans, in een kleine turnzaal in een zijstraat van de hoofdstedelijke snelweg genaamd Anspachlaan.

"Waarom ben je zo blij met hun reactie?", vraag ik.

"Het toont dat mijn inspanningen van de voorbije jaren niet voor niets zijn geweest", zegt hij. "Dat de jongens oppikken wat ik hen op training vertel."

Bafuka is tweeënvijftig. Om de schedel heeft hij een bandana: blauw met een gele bol, de kleuren van zijn geboorteland. Hij loopt op blote voeten. De enkels zijn met blauwe beschermers bedekt, erboven draagt hij een lange zwarte broek. De ogen zijn een bron van kracht en licht.

Zijn ringnaam is Shaolin Showman Colorado.

Hij heeft een zwarte gordel in judo, karate en jiujitsu.

"Tegenstanders vrezen onze stijl", zegt hij. "Het is een mengeling van alle vechtsporten die ik de jongeren hier leer. De meesten zijn als kind bij mij begonnen en hebben alle leeftijdscategorieën doorlopen. Ze combineren alle grepen die ik ze ooit heb geleerd, en dat levert een aparte stijl op. Heel spectaculair, met veel acrobatie en theater. Geen onnozelheden als met een stoel op elkaars hoofd slaan, maar echte catch. Typisch Brusselse catch."

Niet de catch die ik ken van Eurosport, van 2BE en Canal+. Van Hulk Hogan. Van The Wrestler, de mooie maar Amerikaanse film over Randy 'The Ram' Robinson. "Brussel is Amerika niet", zeg ik.

Zelf heeft Bafuka een rol in Waste Land, de bloedstollende film van Pieter Van Hees. In bloot bovenlijf bevecht hij in de film een kamp, de ring omgeven door zweet en donkerte.

"Je moet niet denken dat de catch in Amerika beter is dan hier", zegt hij. "Daar is er geld, zijn er sponsors en heeft de pers veel aandacht voor de sport. Maar dat is het ook zowat. Let op, ik ben niet tegen alles dat vanuit Amerika naar hier komt, zeker niet. Ik wil mijn leerlingen gewoon naar de juiste cultuur leren kijken. Ik wil hen trots leren zijn op België. Vincent Kompany, Justine Henin, Kim Clijsters, de broers Borlée: dat zijn toch geen Amerikanen? Dat zijn Belgen. Aan hen moet de jeugd zich spiegelen."

Meisjes

BYWS ontstaat in de lente van 2010. Tom Flachet, medewerker van Buurtsport Brussel, plaatst 'Lucha libre' op de affiche van Museum Night Fever, een jaarlijks gebeuren in Bozar. Het kadert in een multidisciplinair Mexico-festival, met voorts ook een tentoonstelling over Frida Kahlo.

'Lucha libre' is een Mexicaanse vechtsport, gebaseerd op spectaculaire grepen en vooral bekend van de kleurrijke maskers.

Flachet kiest niet voor professionele catchers uit Midden-Amerika, maar voor Brusselaars van tien tot vijftien jaar. Hij krijgt daarbij hulp van Nsimba Bafuka, sportanimator bij Buurtsport Brussel en jarenlang trainer van het professionele catchteam van de Democratische Republiek Congo.

Het optreden is een succes, BYWS een feit.

We zijn vier jaar verder en ik vraag Bafuka wat er sinds 2010 is veranderd.

"We zijn er serieus op vooruitgegaan", zegt hij. "Het wordt voor de buitenwereld steeds duidelijker dat wij kampioenen opleiden. We blijven ook voortdurend in beweging. Momenteel ben ik bijvoorbeeld op zoek naar extra financiële middelen om met de club naar Congo te kunnen reizen."

"Waarom? Omdat de sport daar veel meer leeft dan in België. Hier hoor ik soms dat er veel volk is opgedaagd voor een wedstrijd. Als ze dan zeggen dat er zeker tweehonderd man was, moet ik eens goed lachen. In Congo vocht ik dikwijls voor zeventienduizend man. Niet één keer, maar iedere dag van de week."

In Brussel geeft Bafuka les in zes verschillende gevechtsdisciplines. Samen goed voor zeventig leerlingen, van alle leeftijden.

"Meer moet het niet worden", zegt hij. "Ik werk het liefst in kleine groepen. Dan kun je iedereen individueel begeleiden. Beter kwaliteit dan kwantiteit, anders wordt het te commercieel. Ik volg ook van dichtbij hoe iedereen het op school doet. Als ze het daar laten afweten, grijp ik in. Net als bij mijn eigen zoon. Normaal zou hij hier vanavond zijn, maar zijn schoolresultaten waren niet goed en dus is hij thuis aan het studeren."

De hoofdmacht van BYWS bestaat uit een vijftiental leden. Hun leeftijd gaat van veertien tot drieëntwintig jaar. Hun afkomst is divers.

Dit zijn enkele namen: Kofi, Jeremy, Melina, Jacques, Dimitri, Kamal, Robinson, Kevin, Richie, Basiel, Antony, Jessy, Florence, Maiva, Louise, Josar, Esteban en Cheyenne.

Zij noemen Bafuka tonton, Frans voor nonkel.

"Deze club houdt jongeren van de straat", zegt tonton. "Buiten zouden ze leren hoe je iemand kunt vermoorden met een mes. Hier leren ze omgaan met hun kracht, met hun hoofd en hun emoties. Veel jongens in de club hebben al problemen met justitie gehad. Kleine of grote. Dankzij de sport hebben ze zichzelf een techniek aangeleerd om het leven aan te kunnen. Niet iedereen blijft naar de trainingen komen, jammer genoeg, maar degenen die blijven, zijn wel een voorbeeld voor de anderen in de quartier."

Discipline is zijn devies. "Zelfs in de manier van kleden. Belachelijke pakjes zijn verboden. In de ring wil ik geen obsceniteiten zien. Als een van de jongens de broek van zijn tegenstander aftrekt, wat soms gebeurt, zal hij het achteraf mogen horen. En de meisjes mogen er niet als strippers bijlopen, zoals je op televisie ziet. Wij doen aan sport. Aan niets anders."

Meisjes?

Ja, meisjes. Ze duwen en trekken vrolijk mee. Springen en vallen, staan op en gaan weer door. Ze zijn deel van het geheel.

Dames en heren, in de rechterhoek van de ring stellen we graag de tweede Brusselse finalist aan u voor. Met 88 kilo en 1 meter 88, hij is tweeëntwintig jaar oud, geef hem een overweldigende ontvangst: Anas Bennouna!

Ringnaam?

"Achilles." Favoriete catchbeweginG?

"Een Super Kick."

Een wat?

"Een Super Kick. Dan spring ik in de lucht, strek ik mijn ene been zo hoog mogelijk en laat ik mijn andere been hangen, voor het evenwicht. Wanneer ik op mijn hoogste punt ben, trap ik de tegenstander op de grond."

Na tweeënhalf uur is de training voorbij. Gretig haakten Jonas, Anas en de anderen de schouders ineen. Balden ze kuiten. Wierpen ze elkaar door de lucht, als ging het om zandzakjes.

Zittend op de tatami luisteren ze naar Bafuka. Hij praat over automatismen en hard werken. Op het voorhoofd van de jongeren zie ik zweet, in hun ogen glinsters.

Aandachtig toeschouwer is Salvatore Vullo, grootvader van Antony (16) en Esteban (15). De eerste trainde voluit mee, de tweede staat op krukken langs de kant. Gebroken knieschijf.

Het verhaal van Salvatore Vullo is ook dat van deze club, deze stad, dit land. Ik begrijp dat hij in Sicilië is geboren. Op zijn tweede naar La Louvière verhuisd, daarna naar Sint-Gillis. Dat hij als lasser in de haven van Antwerpen heeft gewerkt en naar werven in Zweden en Argentinië is gestuurd.

Dat hij nu weer in Brussel woont.

"Ik kom elke training kijken", zegt hij. "Ik vind het prachtig dat iedereen zo aandachtig naar Nsimba luistert. Hier leren ze tenminste nog wat respect is."

Alleen school telt

Intussen praat Bafuka zoals hij eruitziet: krachtig, zelfverzekerd en zorgzaam.

"Ik moet niet weten dat een van mijn gasten denkt dat hij niet meer moet studeren", zegt hij na de training. "Catch blijft een hobby. School is wat telt. Daaraan moeten ze de meeste tijd en aandacht geven, niet aan de club. Misschien zal het op een dag mogelijk zijn om in België van catch te leven; eerlijk gezegd geloof ik daar wel in. Er is veel talent in België en kijk hoe het met voetbal is gegaan de voorbije jaren. Maar op dit moment is het nog een verre droom."

Er is nog een lange weg te gaan, zegt Bafuka. De catchwereld in België noemt hij één grote komedie. "Er is geen echte federatie en sommige gekken noemen zichzelf een club terwijl ze amper twee of drie leden hebben. Ze zien een programma op tv en apen dat gewoon na. Ze hebben niet eens een eigen zaal, laat staan een deftige tatami. Wij hebben een goede turnzaal en iedereen die zich inschrijft heeft automatisch een verzekering. Ik heb tenminste nog de tijd genomen om de sport tot in de puntjes te leren. Dat maakt een enorm verschil."

Drie weken later zie ik de groep opnieuw. Het is zaterdagmiddag, de winter is in het land. Ook Salvatore Vullo is er. "Nog een week tot de finale", zegt hij. "Ik begin al nerveus te worden."

De training in de turnzaal verloopt scherp. Het tempo ligt hoger dan de eerste keer. De grepen zijn strakker, de blikken nauwer.

"Ze zijn er klaar voor", zegt Bafuka. "Ik voel het."

"Denk je dat ze zondag kunnen winnen?", vraag ik.

"Franchement? Oui. Er is een Duitser die allicht te sterk zal zijn, maar voor de rest ligt het dicht bij elkaar. Alles is mogelijk."

"Is het kampioenschap een belangrijk moment voor de club?"

"Ja. Vooral voor de allerkleinsten. Voor de finalewedstrijden zullen zij een demonstratie geven. Zo kunnen ze al eens proeven van het echte werk. Het belangrijkste is dat zij de finalisten bezig zien, gasten die hier jaren geleden begonnen zijn en nu stilaan tot de top behoren. Daar kunnen ze zich aan spiegelen."

"Is de toekomst verzekerd?"

"O ja. Het wordt alleen maar beter."

Halfweg de training moet Salva-tore Vullo er opeens vandoor. Klein-zoon Antony heeft een enkel verzwikt. Er sluipt twijfel in zijn stem. "Ik wil zo snel mogelijk naar het ziekenhuis", zegt hij. "Zondag is het kampioenschap. Dan wil ik fit zijn."

Zachtjes rijden Salvatore en Antony de parkeergarage uit. Aan de wielen van hun wagen hangen geen velgen.

Tot slot, dames en heren, alle handen op elkaar voor de derde en laatste Brusselse finalist. Hij is achttien jaar, weegt 80 kilo voor 1 meter 80, en is de kapitein van de ploeg. Hier is... Jonathan Moke!

Ringnaam?

"Caiman Colorado Junior." Favoriete catchbeweging? "De Splash."

Euh.

"Een Splash, ken je dat niet? Dan ligt de tegenstander languit op de grond en spring ik zo hoog als ik kan. Ik probeer recht op zijn buik te vallen, want man: dat geeft een klap. Zalig gewoon."

De finale van het internationale kampioenschap vindt morgen, zondag, plaats, vanaf 15 uur in de sporthal van De Kleurdoos. Kogelstraat 29, Brussel, www.byws.be

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234