Vrijdag 22/11/2019

'De Vlaming spreekt in zijn onderbewuste nog Frans'

Het laatste anderhalf jaar is zijn leven totaal veranderd. Van een schrijver van erudiete maar frivole boeken over Frankrijk, werd Bart Van Loo een tv-figuur. 'Toen men mij aankondigde als schrijver en humorist, stond ik toch even te kijken.'

Het is allemaal begonnen toen uitgever Harold Polis (van De Bezige Bij Antwerpen) de eerste drie boeken van Bart Van Loo (Parijs retour uit 2006, Als kok in Frankrijk uit 2008 en O vermiljoenen spleet! uit 2010) bundelde in één Frankrijktrilogie. Dat was anderhalf jaar geleden. "Het boek kostte twintig euro, dat is 0,02 euro per pagina. Blijkbaar kwam het op het juiste moment, want al snel werden er 10.000 van verkocht.

"Tijdens het schrijven van het chansonboek belde Rolly Smeets van Klara me en dat gesprek leidde tot een radiodocumentaire op basis van het boek. Chantal Pattyn (nethoofd van Klara, KvdB) ging vervolgens met EMI rond de tafel ging zitten." Chanson. Een gezongen geschiedenis van Frankrijk is ondertussen 20.000 keer verkocht (derde plaats in de bestsellerlijst van literaire non-fictie) en van de cd's gingen er 25.000 de deur uit. Het programma werd genomineerd voor de Prix Europa. Dit jaar publiceerde hij ook nog Bleu, blanc, rouge - Reis door Frankrijk in 80 vragen, kwestie van de aandacht warm te houden.

De doorbraak bij het grote publiek begon toen Ivan De Vadder spontaan 'Et maintenant' van Gilbert Bécaud mee begon te zingen in De zevende dag. Er kwam een telefoontje van Woestijnvis en een tiendelige reeks in De laatste show. Daarna kwam er een uitnodiging voor het Nederlandse De wereld draait door. "Matthijs van Nieuwkerk heeft een zwak voor Frans chanson en hing met een kinderlijk enthousiasme aan mijn lippen. Hij vroeg me meteen om elke maand terug te komen."

Boeken verkopen en op televisie verschijnen is niet alles. "Ik heb de afgelopen jaren honderden lezingen en optredens gegeven", zegt Van Loo. "Om het met Guido Belcanto te zeggen: ik ben al mijn lezers letterlijk uit hun living gaan halen."

Voor de hand liggende vraag: hoe is het allemaal begonnen?

"Het nulpunt was 1997. Ik was 24 jaar en gaf Franse les aan een technische school. Ik maakte een schoolkrant met de leerlingen, nam ze mee naar Franse films. Ze vonden me wel een toffe gast, maar ze zeiden ronduit dat mijn vak hen geen fluit interesseerde.

"Op een dag kreeg ik een uitnodiging van de bibliotheek van Merelbeke om drie avonden te komen praten over de negentiende-eeuwse Franse literatuur. Ik werkte een jaar aan een syllabus van 150 pagina's. Ik kreeg 75 euro per avond. De mensen waren tevreden en ik mocht terugkomen met lezingen over de twintigste-eeuwse Franse literatuur.

"Uiteindelijk kwam ik bij Tertio terecht. Hoofdredacteur Bert Claerhout gaf me vrij spel en veel ruimte. Toen ik hem op een dag vertelde over Guy de Maupassant, zei Claerhout me dat ik naar Normandië moest gaan, in de voetsporen van de schrijver. Daar ontstond het idee voor Parijs retour: reizen door Frankrijk met literatuur als kompas. Struinen door het decor van een roman. Zo komt literatuur tot leven.

"Net toen ik op punt stond te tekenen bij Davidsfonds, ontmoette ik Harold Polis. Die werkte toen nog bij Nijgh & Van Ditmar, maar nam me mee naar Meulenhoff-Manteau en daarna naar De Bezige Bij Antwerpen."

Wat betekent zo'n uitgever dan voor jou?

"Harold Polis is veel meer dan mijn uitgever. Hij is mijn klankbord en in feite ook mijn manager. Hij zegt me: 'Jij moet vooral schrijven, en wij zorgen wel voor de rest.' Ondertussen heb ik ook een boekingsagent. Marketing is niet meer weg te denken, maar anderzijds is het succes ook het gevolg van jaren werken, lezen en schrijven in de marge. Dat lange traject heeft me gemaakt tot wie ik ben, als schrijver en conferencier.

"Ik heb respect voor mensen als Tom Lanoye. Hij heeft ons laten zien dat het mogelijk is om van je pen en je stem te leven. Onlangs werd ik aangekondigd als 'schrijver en humorist'. Daar stond ik van te kijken, maar het klopt wel dat mijn conferences een stevige dosis humor bevatten. Ik heb een hekel aan de cynische afstandelijkheid van de postmoderne intellectueel. Ik wil enthousiasme en betrokkenheid overbrengen, al moeten die wel geworteld zitten in kennis, inzicht en eruditie."

Waarom is de Franse cultuur plots zo hip, net op het moment dat de Vlamingen zich losmaken van de Franstaligen in België?

"Een combinatie van nostalgie en een verlangen naar verandering. Neem het Franse chanson. Jarenlang werd het onder de mat geveegd. Radio en tv zwegen in alle talen. Mijn boek bleek mensen blij te maken en te ontroeren. Lezers bedankten me dat ik hun oude liefde weer had aangewakkerd. Het Franse chanson is een onlosmakelijk onderdeel van de Vlaamse cultuur. In zijn onderbewuste spreekt de Vlaming nog altijd Frans.

"In de nasleep van de reeks op Klara loopt er nu een mooi chansonprogramma met Kurt Van Eeghem waarin telkens een andere compagnon over zijn band met die traditie vertelt. In het begin moesten ze nog zoeken, maar nu bieden de kandidaten zich zelf aan. Het is weer hip om je liefde voor het chanson hardop te belijden. Patrick Riguelle en ook Isolde Lasoen, zelfs Daan laten zich openlijk inspireren door het chanson, er verschijnen bij ons boeken over Brel, Gainsbourg en Piaf."

Vroeger betoogden flaminganten wanneer Exploration du Monde activiteiten in Vlaanderen organiseerde en nu lopen de zalen vol als jij komt spreken.

"Het is een luxe wanneer 250 geïnteresseerde mensen een kaartje kopen. Ik weet niet of ik een katalysator ben of een symptoom, maar het is wel een feit dat Vlamingen de Franse cultuur opnieuw ontdekken.

"Onlangs kwam Peter De Roover van de Vlaamse Volksbeweging naar een van mijn voordrachten. Hij was in de wolken. Heel wat rabiate flaminganten koesteren de Franse cultuur. Ik citeerde Brassens, die stelde dat nationalisten des imbéciles heureux zijn qui sont nés quelque part. Daar was hij het natuurlijk niet mee eens, maar hij droeg wel mijn dozen met boeken naar de parking. Hij gaf me ook licht om het slot van mijn auto te vinden. Du choc des idées jaillit la lumière, zei hij. (lacht)"

Wat kunnen wij leren van de Fransen?

"We kunnen van hen leren iets meer naar onze eigen cultuurgeschiedenis te kijken. En zij kunnen van ons leren iets minder navelstaarderig te zijn.

"Het scharnierjaar is 1980, de dood van Jean-Paul Sartre, het einde van een tijdperk. Een jaar later wordt Mitterrand president, maar hij kan niet voorkomen dat de Franse cultuur van haar pluimen verliest. Sindsdien raken het chanson en de literatuur het eigen land niet meer uit. De poortwachters van de Angelsaksische cultuur controleren de grens. Zo vertroebelde ook ons zicht op Frankrijk, we zijn de sleutels tot hun cultuur kwijtgeraakt. Het lijkt erop dat heel wat mensen dat nu betreuren."

Hoe kijk je naar de politieke evolutie? Minder België, meer Vlaanderen.

"Ik ben tegen de splitsing van Brussel-Halle-Vilvoorde. De enige manier om ons land te redden is één federale kieskring te maken. Het is toch godgeklaagd dat ik in Vlaanderen niet op een Waalse politicus kan stemmen, terwijl de federale regering voor de helft uit Franstaligen bestaat.

"Dankzij mijn Nederlandse avontuur in De wereld draait door ontdekte ik dat er ook een muur staat tussen Vlaanderen en Nederland. Het is niet omdat je Vlaanderen veroverd hebt, dat je ook in Nederland sneller aan de bak komt. Je moet helemaal opnieuw beginnen. Bij ons moet je eerst Antwerpen, Gent en Brussel veroveren en dan pas kun je aan Amsterdam beginnen.

"Het is meegenomen dat Nederlanders dol zijn op Frankrijk. Ze houden ook van ons, althans van onze bourgondische kwaliteiten. Wij zijn letterlijk en figuurlijk een toegangspoort tot la douce France."

Wat brengt de toekomst nog voor Bart Van Loo?

"Karl Vannieuwkerke heeft me gevraagd om samen met hem op een dernymotor Frankrijk te doorkruisen. Ik benieuwd wat voor televisie dat gaat opleveren.

"Mijn grootste zorg is een evenwicht vinden tussen enerzijds research en schrijven en anderzijds optredens, televisie en andere projecten. Tussen het klooster en het podium. Ik krijg geregeld voorstellen van productiehuizen. Maar ik wil in 2015 een boek over Napoleon uitbrengen. Na drie boeken over literatuur en een boek over gezongen geschiedenis ben ik misschien wel toe aan drie boeken over geschiedenis tout court.

"Ik heb me tussen mijn 20ste en 35ste vooral verdiept in fictie. Ik heb Balzac, Zola, Maupassant en andere grootheden verslonden. Nu helt mijn interesse steeds meer over naar non-fictie. Mijn boek over Napoleon wordt geen klassieke biografie maar ook geen makkelijk boekje over één aspect uit zijn leven. Ik wil het Grote Verhaal van Napoleon nog eens vertellen. Zoals steeds in de eerste plaats voor mezelf, maar misschien heeft iemand anders er ook wat aan."

Middlebrow

Bart Van Loo is ook het onderwerp van een academische studie. Studente journalistiek Paulien Henkes (KU Leuven) schreef een bachelorscriptie over 'Populaire cultuur in de Frankrijktrilogie'. Ze concludeert dat Van Loo nieuwe media inzet om een zo groot mogelijk publiek tot een traditionele manier van literatuurbeleving aan te sporen. "Omwille van die tussenpositie is het een goed voorbeeld van wat we middlebrow noemen", schrijft ze. "Aan de hand van succesformules uit de populaire cultuur (reisgidsen en kookboeken) maakt hij de elitaire literatuur toegankelijk voor iedereen."

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234