Zondag 22/09/2019

Essay

De Vlaamse strijdleeuw is, voor de zoveelste keer, door de mand gevallen

De geel-zwarte Vlaamse Leeuw was zeer aanwezig op de jongste editie van Pukkelpop. Dat was geen toeval, maar een zorgvuldig geplande actie van onder meer Vlaams Belang Jongeren. Beeld Francis Vanhee

Op heel wat plekken is hij al kind aan huis, de geel-zwarte Vlaamse strijdleeuw waarover deze week zoveel heisa ontstond. Op Pukkelpop was hij een nieuwkomer, die de harten en geesten wilde veroveren. Dat pakte anders uit, schrijft senior writer Joël De Ceulaer. De cultuurstrijd ontspoorde. Alweer.

Of Billie Eilish volgend jaar op Pukkelpop opnieuw de massa in vervoering zal brengen, valt uiteraard nog niet te voorspellen. Dat er opnieuw tientallen, misschien honderden, Vlaamse strijdvlaggen op de camping en het festivalterrein zullen worden geplant, staat wél al vast. En net zoals afgelopen zaterdag zal dat geen toeval zijn, maar een zorgvuldig geplande actie. De Vlaams-nationalistische jongeren die gepakt, gezakt en bevlagd naar Pukkelpop trokken, zijn een ‘cultuurstrijd’ aan het voeren, zei Bart Claes, voorzitter van Vlaams Belang Jongeren, maandag in deze krant. Meer bepaald een cultuurstrijd waarbij ze, aldus Claes, “de harten van de jongeren willen veroveren”: “We gaan dat het komende jaar vaker doen, ook op andere gelegenheden. We willen het Vlaamse gevoel associëren met leuke dingen en het Vlaamse identiteitsbesef meer ingang doen vinden.”

Joël De Ceulaer. Beeld Eric de Mildt

Het is niet meteen de historische missie van De Morgen om Vlaams Belang Jongeren van strategisch advies te voorzien, maar toch zijn we zo vrij om hier even aan te stippen dat de achterban van Claes – of minstens een deel van die achterban – vorig weekend niet veel ‘harten’ heeft ‘veroverd’. Flessen vullen met urine, die later worden aangetroffen bij tenten waarin tienermeisjes liggen te slapen, is geen charmeoffensief. In het holst van de nacht een klopjacht organiseren op Anuna De Wever, waarbij je lukraak tenten openritst en de goorste verwensingen roept, valt evenmin onder de noemer ‘leuke dingen’. Toch niet in dit universum. In dit universum noemen we dat: geweld. En dat is strafbaar.

Bezetting door NSV

De veldslag, zoals sommige vlaggenplanters de incidenten op Pukkelpop noemden, is om vele redenen dieptragisch, maar biedt wel het voordeel van de duidelijkheid. De nieuwe generatie radicale Vlaams-nationalisten bevat een extreemrechtse kern en gooit Vlaams Belang dertig jaar terug in de tijd. De oudere lezer zal zich herinneren hoe Filip Dewinter en kompanen destijds ook het geweld niet schuwden. Een van de bekende veldslagen die toen werd uitgevochten, speelde zich af op 7 maart 1984 aan het Stuc in Leuven. Omdat de Algemene Studentenraad had geweigerd om de Nationalistische Studentenvereniging (NSV) te subsidiëren, wegens ‘racistisch en pro-apartheid’, had een aantal NSV’ers het gebouw van die Studentenraad bezet. Toen een massa studenten zich na een oproep op Radio Scorpio verzamelde aan het Stuc, om tegen die bezetting te protesteren, kwam de NSV-brigade naar buiten gestormd, gemaskerd en gewapend met baseballknuppels – bij die, ahum, cultuurstrijd werd een student kreupel geslagen.

We mogen ervan uitgaan, of we zullen in elk geval maar hopen, dat de tentenbestorming op Pukkelpop niet werd georganiseerd of expliciet aangemoedigd door Vlaams Belang – niet door de VB-jongeren van Bart Claes, niet door VB-voorzitter Tom Van Grieken. Maar Van Grieken was wel érg zuinig met zijn veroordeling – hij vond het geweld “niet oké” – en bleek na afloop vooral tevreden over de resultaten van de culturele veldslag. Op Twitter juichte hij bij de foto van een wapperende leeuw: “De festivals zijn van ons.” Kennelijk leeft hij in de overtuiging dat zijn troepen respect hebben afgedwongen voor de Vlaamse strijdvlag. Terwijl precies het omgekeerde is gebeurd: dat arme geel-zwarte beest is nog maar eens, voor de zoveelste keer, door de mand gevallen. Tanden uit. Poten gebroken.

‘De koers is van ons’

Dat het al een hele week – tot en met vandaag – over die vermaledijde leeuw gaat, is zeer eigenaardig. Mochten de klopjacht en het flessenplassen zijn voltrokken door Vlaamse jongens met een migratieachtergrond, dan zou niemand nog maar gezíén hebben welke vlag ze eventueel bij zich hadden. Maar Vlaams Belang zou wel de Kamer in spoedzitting bijeen hebben geroepen om een debat en maatregelen te eisen. Iedereen zou het gehad hebben over ‘festivalterreur’, zoals iedereen het deze zomer had over ‘zwembadterreur’. N-VA-kopstuk Theo Francken zou zich boos hebben afgevraagd waar de ouders van die jongeren waren. VB-Kamerlid Dries Van Langenhove zou gezegd hebben dat we al die ‘kansenparels’ – zoals hij jongeren met een migratieachtergrond denigrerend noemt – maar terug naar hun zogeheten land van herkomst moeten sturen.

Maar nu nam het debat meteen een bocht naar die vlag. Terwijl die vlag helemaal geen probleem is. Van Hendrik Vuye tot Bruno De Wever: elke bonafide kenner heeft nu wel uitgelegd dat de geel-zwarte versie niet de ‘collaboratievlag’ is, maar de ‘strijdvlag’. De officiële leeuw, die de overheid gebruikt, is rood van tong en klauw. De geel-zwarte leeuw is er voor hen die een eigen staat verkiezen boven de eigen deelstaat. En daar is niks mis mee. Dat is een legitieme verzuchting. Leve de geel-zwarte leeuw! Dat de organisatie van Pukkelpop al vóór de baldadigheden liet weten niet opgezet te zijn met die vlag, was een communicatieflater vanjewelste. Dat ze de vlaggen ná de baldadigheden liet weghalen, was ook al niet zo slim. De daders moesten worden opgespoord, niet hun symbolen. De reactie van Pukkelpop was misplaatst en ongepast. Dat verklaart voor een groot stuk de verongelijkte, overdreven reacties uit Vlaams-nationalistische hoek.

Maar ook de reacties tégen die strijdvlag waren dus zwaar overdreven. Het is niet dat de geel-zwarte leeuw voor het eerst opdook in de publieke ruimte. De paniek was nergens voor nodig. Die strijdleeuw vult minstens twee keer per jaar het televisiescherm van haast elke Vlaamse huiskamer zonder dat er een haan, van welke deelstaat ook, naar kraait. Iedere koersliefhebber weet dat. De Ronde van Vlaanderen lijkt, behalve een wielerwedstrijd, soms ook een kampioenschap geel-zwart vendelzwaaien – er wapperen en staan zoveel strijdvlaggen langs het parcours dat renners er soms over vallen. Niet alleen tijdens de Ronde van Vlaanderen, trouwens: in 2004 miste Leif Hoste een kans op winst in Parijs-Roubaix doordat er een geel-zwarte leeuw in zijn spaken terechtkwam.

De geel-zwarte ‘strijdvlag’ is op koersen zoals de Ronde van Vlaanderen al jaren een vaste waarde, zonder dat er een haan naar kraait. Beeld Hollandse Hoogte / Patrick Post

Die bevlagging van het wielerwezen – ‘De koers is van ons!’ – is in hoge mate de vrucht van het werk van wijlen Ivan Mertens, stichter van Vlaanderen Vlagt en een naam als een klok in de Vlaamse Volksbeweging. Wijlen Mertens deelde jarenlang op evenementen grote en kleine geel-zwarte vlaggen uit, vele honderdduizenden in totaal. “De eerste jaren waren hard”, vertelde hij in 2010 aan Het Nieuwsblad. “We kregen constant beledigingen naar ons hoofd geslingerd. In 2005 wilde ik ermee stoppen, ik had er genoeg van. Maar ik heb doorgezet en in 2006 kwam het kantelpunt. Er is iets veranderd in Vlaanderen. Nu voelen we ons beschermd. Als iemand ons nog durft aan te vallen, krijgt die meteen de boodschap om op te hoepelen, van mensen die ik niet ken. Ik beschouw mijn missie dus als deels geslaagd. Nu moeten de Vlamingen het zelf doen. Ze weten nu dat je geen pak rammel krijgt als je met een Vlaamse vlag zwaait.”

Charmezangers met vlag

Er is inderdaad iets veranderd in Vlaanderen. Al een hele tijd. Sinds begin deze eeuw is de Vlaamse overheid steeds assertiever wat betreft het versterken van een natiegevoel. Zo wordt de muzikale viering van de Vlaamse feestdag op 11 juli live uitgezonden door de openbare omroep. En ook dat festijn wordt, net als de Ronde van Vlaanderen, zwierig opgefleurd met geel-zwarte vlaggen. Pukkelpop-organisator Chokri Mahassine moet dat maar eens bekijken. Niet om nieuwe bands te scouten, maar om te wennen aan de vlag. Terwijl Billie Eilish, Eels en Pennywise op Pukkelpop met wat geluk in de verte een paar Vlaamse vendels konden ontwaren, zien Peter Van de Veire, Niels Destadsbader en Jelle Cleymans elk jaar hónderden van die strijdleeuwtjes in het publiek. Niemand brengt die vlaggetjes spontaan mee, natuurlijk. Ze worden vooral uitgedeeld door vrijwilligers van, opnieuw, de Vlaamse Volksbeweging. Bekijk de zwaaivlaggetjes die deze zomer werden gebruikt nog maar eens op de video’s: geen rode tong of klauw te bespeuren.

Een kleine maar veelzeggende anekdote, even tussendoor. Op 11 juli 2015 liep het naar verluidt mis met de vlagbedeling. Het publiek was in hoge mate vlagloos. Het Vlaams-nationalistische weekblad Het Pallieterke kende de verklaring voor de blunder: men was vergeten ze uit te delen, schreef de verslaggever: “In Antwerpen zou die taak worden uitgevoerd door de studenten van het NSV, maar die waren uiteindelijk niet meer in staat nog vlaggetjes uit te delen na zes gratis biervaten op het Conscienceplein. De weg naar een eigen Vlaamse staat is lang, maar zelfs de afstand tussen het Conscienceplein en de Grote Markt was voor deze Vlaamse strijders iets te hoog gegrepen.”

Subtiele megafoon

Laat het even bezinken: de geel-zwarte zwaaivlaggetjes waarmee het televisiescherm elk jaar op 11 juli wordt gevuld, worden onder meer uitgedeeld door NSV-studenten, die tot de uiterste rechterflank van het Vlaams-nationalisme behoren en een rijk verleden vol vechtpartijen achter zich aan slepen. Het onschuldige familievertier dat ons gratis wordt verstrekt door Vlaamse overheid en openbare omroep, is een subtiele megafoon voor de Vlaamse Volksbeweging. Voor wie dat opmerkt, tenminste, want uiteraard hebben de meeste toeschouwers geen benul van de betekenis van het symbool waarmee ze staan te zwaaien – met alle respect voor de liefhebbers van het lichte lied, maar het publiek bij zulke zangstondes zwaait met alles wat men het ter hand stelt: tijdens Tien om te zien wapperde men vroeger ook op eenvoudig verzoek met sjaaltjes en spandoeken voor Willy Sommers en andere charmezangers, die door de respectieve marketingteams aan de inkom werden uitgedeeld. Mensen zwaaien desnoods met een vlag van Boma Worst, als de sfeer van een tv-opname dat vereist.

Die onverschilligheid van het zwaaiende publiek is niet noodzakelijk een probleem voor de Vlaamse Volksbeweging. In zekere zin is het juist de bedoeling, zou je kunnen zeggen: het gaat immers om de ‘normalisering’ van de Vlaamse strijdvlag. Natievorming is een proces dat in hoge mate onbewust verloopt. De verkeerslichten worden zwart en geel geschilderd, er komt een leeuwtje aan de burgemeesterssjerp, de renners komen aan in een zee van geel-zwarte vlaggen, en ook op de televisie wordt driftig gewapperd met het symbool van de mensen die willen dat Vlaanderen een aparte staat wordt. Zo worden wij allemaal gaandeweg steeds meer Vlaming, en steeds minder Belg.

‘Je kutgevoel voor humor’

Maar het pleit is nog niet beslecht. Er blijft, bij die natievorming, nog één obstakel over dat uit de weg moet worden geruimd, één front waar de cultuurstrijd nog niet gestreden is. De koersliefhebber is over de streep, de fans van Niels Destadsbader kijken niet meer op van een vlaggetje meer of minder – maar de culturele elite wil nog niet mee. Dáárom was de veldslag op Pukkelpop voor de Vlaams Belang-troepen zo belangrijk. En dáárom waren ook bonafide Vlaams-nationalisten deze week zo ontstemd. Ze pikken het niet dat in bepaalde kringen nog altijd op hun diepste overtuiging wordt neergekeken.

Het is altijd al een tragische botsing geweest. Vlaams-nationalisten, van Vlaams Belang tot N-VA, willen graag dat de Vlaamse identiteit wordt versterkt, dat de Vlaamse cultuur wordt opgestoten in de vaart der volkeren. Het probleem is: de meeste exponenten van die Vlaamse cultuur hebben lak aan het Vlaams-nationalisme. Van Tom Lanoye tot Luc Tuymans, van Tom Barman tot Dimitri Verhulst, van Daan Stuyven tot KVS-baas Michael De Cock – veel mensen die gezien worden als vertegenwoordigers van de culturele elite staan in het identiteitsdebat niet aan de kant van het Vlaams-nationalisme.

Sommige Vlaams-nationalistische jongeren droegen op Pukkelpop, behalve de strijdvlag, ook een bijbehorend trumpiaans petje. Beeld Francis Vanhee

De voorbeelden die dat aantonen, zijn talrijk. Neem Daan Stuyven: die schreef in 2011, op vraag van De Standaard, het beruchte lied ‘Landmijn’, waarin hij zich afvroeg waarom we ‘ons laten ontvoeren door koetervlaamse boeren, de bruine zeep op onze vloer’ – hij had het ten aanzien van de niet bij naam genoemde Bart De Wever over diens ‘kutgevoel voor humor’, zijn ‘zelfverzonnen tumor’, zijn ‘straatje zonder einde strategie’.

Niet alleen artiesten, ook de Vlaamse media worden door Vlaams-nationalisten vaak als tegenstrevers beschouwd. Zelfs door een progressieve N-VA’er als Jan Peumans. Toen ik hem in 2013 interviewde, samen met oud-collega Ruud Goossens, zuchtte de toenmalige Vlaams Parlementsvoorzitter: “Ik begrijp de Vlaamse media toch niet, hoor. U moet de kranten in Catalonië eens lezen. Daar ondersteunt de pers het nationalisme. Hier doen journalisten het tegenovergestelde. Als ik een Catalaans nationalist was en u Catalaanse journalisten, dan zouden wij hier samen een mooi artikel van kunnen maken.”

Gravensteengroep

Uiteraard is de openbare omroep zéker een mikpunt in dit debat. In de startnota van Bart De Wever voor de Vlaamse formatie viel deze passage op: “De VRT moet meer dan ooit focussen op zijn publieke karakter, het versterken van de Vlaamse identiteit en haar representativiteit ten aanzien van het ideologische landschap in Vlaanderen.”

Dat de VRT te linksig, te progressief en on-Vlaams was, vond ook Jean-Pierre Rondas toen hij nog programma’s maakte voor Klara. Op het einde van zijn loopbaan nodigde hij vooral gesprekspartners uit die dat eenheidsdenken doorbraken – in zijn laatste programma was Bart De Wever de praatgast. Rondas maakte ook deel uit van de Gravensteengroep, een denkclub die in 2008 door een aantal journalisten, kunstenaars en intellectuelen – onder wie Chris Michel, Jan Verheyen en Etienne Vermeersch – werd gesticht om te bewijzen dat ‘Vlaamsgezind’ niet noodzakelijk ‘extreemrechts’ hoeft te zijn.

En toch blijft het anno 2019 een mismatch: het culturele veld, zeg maar, en de Vlaamse beweging. Dat verklaart de heisa deze week. Dat de Vlaamse strijdvlag op Pukkelpop door de organisatie als ongewenst werd bestempeld, is voor zowel Peter De Roover als Dries Van Langenhove onaanvaardbaar. Dat de voorzitster van de Jongsocialisten de organisatie al voor het geweld op die vlaggen wees met de vraag of dát is waar Pukkelpop voor staat, is als het ware een dolksteek in het hart van iedere fiere Vlaming.

Het culturele cordon

Sinds de historische score van VB en N-VA bij elkaar opgeteld, op 26 mei laatstleden, ligt de lat voor Vlaams-nationalisten hoger dan ooit. Ze zijn niet meer tevreden met koers en zangfestijn. Dat is te gemakkelijk, daar valt qua natievorming geen vooruitgang meer te boeken. Vlaanderen staat stevig in de steigers. Alleen de culturele elite doet nog altijd te meewarig. En dat moet anders. Die cultuurstrijd wordt gevoerd. De leeuw is nog steeds verongelijkt. De leeuw wil hogerop. De leeuw wil er hélemaal bij horen.

Daarom wil Dries Van Langenhove in de raad van bestuur van de UGent. Daarom wilde hij een delegatie van Schild & Vrienden in de Vlaamse Jeugdraad. Daarom wilde Vlaams Belang per se dat hun uitgeverij Egmont een plekje zou krijgen op de Boekenbeurs, wat sinds vorig jaar ook het geval is. Daarom wilde N-VA de sympathiserende Mia Doornaert als voorzitter van het Vlaams Fonds voor de Letteren. Daarom willen ze allemaal respect voor hun vlag op Pukkelpop. Het culturele cordon van de politiek correcte elite, zoals dat heet, moet worden doorbroken. Noem het een vorm van emancipatie, een vraag om de erkenning van ideologische diversiteit. Die vraag is trouwens niet geheel onterecht: er bestaat bij de culturele elite nu eenmaal een zekere neiging tot eenheidsdenken.

Maar deze veldslag in de cultuurstrijd is dus ontspoord. Het is bijzonder treurig voor de rechtgeaarde Vlaams-nationalisten dat baldadige jongeren hen hebben meegesleurd in een draaikolk van vunzigheden met vlagvertoon. Te hopen valt dat de leeuw zich tegen de volgende festivalzomer, in weerwil van wat het Vlaamse strijdlied beweert, tóch een beetje wil laten temmen. Een vrijblijvende suggestie om harten en geesten te veroveren: strooi bloemetjes op de camping van Pukkelpop in plaats van flessen met urine.

Beeld Francis Vanhee

Maar op dit moment ziet het er beroerd uit. Het is duidelijk dat VB-voorzitter Tom Van Grieken en zijn Kamerlid Dries Van Langenhove elkaar hebben gevonden. Van Grieken is niet de volmaakt respectabele politicus waarvoor hij versleten wil worden. Woensdag deelde hij de Instagram-foto van een meisje dat op Pukkelpop een Vlaamse vlag in brand had gestoken – onmiddellijk werd betrokkene bedolven onder de bedreigingen. Terwijl Van Grieken toch zou moeten weten dat het verbranden van een vlag zélfs in de VS, waar de vlag heilig is, niet bestraft kan worden. Op andermans tent urineren en een klopjacht houden op tienermeisjes, daarentegen, zijn er even strafbaar als hier.

Terug bij af

De voorzichtige conclusie van dit debat over de strijd op Pukkelpop is dubbel: de leeuw heeft tegelijk een stap vooruit én een stap achteruit gezet, en bevindt zich aldus weer in de spagaat die hem al decennia kwelt. Enerzijds weten we nu dat er met de strijdvlag op zich niets mis is – ook op muziekfestivals zal dat beeld gaandeweg wennen. Anderzijds heeft een deel van de cultuurstrijders op Pukkelpop de vlag weer fameus bezoedeld.

Het is altijd de levensmissie van Bart De Wever geweest om het Vlaams-nationalisme te bevrijden uit de zwarte klauwen van extreemrechts. Tot eind vorig jaar leek hij daarin te slagen. Vandaag lijkt hij terug bij af, als was hij Leif Hoste die vlak voor de meet een vlag tussen de spaken krijgt. Het is wachten op een finaal oordeel van de geschiedenis: welke plek krijgt Pukkelpop 2019 straks in de canon? Betrof het een klein, eenmalig incident of waren de vijandigheden het begin van een jarenlange lijdensweg?

Wij hopen het beste, en zeggen graag met Theo Francken: retweet als u het eens bent!

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234