Maandag 25/10/2021

'De Vlaamse primitieven zijn het topje van een ijsberg'

vervolg van pagina 21

"We weten wel dat Jan van Eyck in dienst was van de Bourgondiërs, maar wát hij precies uitvoerde, weten we niet. Maar dat hof had dus een enorm prestige en werd door velen geïmiteerd: vorsten, aristocraten, burgers en handelaren."

Leren we in de tentoonstelling ook iets over de invloed van Van Eyck op andere schilders, als Petrus Christus of Rogier Van der Weyden?

"Ik ben daar niet zo zeker van. Als het ervaren wordt als een van de verhaallijnen, dan is dat goed, maar het is niet de bedoeling. Ik denk dat ons uitgangspunt compleet onbegrijpelijk is voor een gewone bezoeker: het probleem met historische tentoonstellingen is dat je lange verklaringen moet geven en mensen ertoe dwingen om je zienswijze te delen. We kunnen bezoekers eigenlijk alleen de mogelijkheid geven naar schilderijen te komen kijken en zelf verbanden te ontdekken. Van het begin af was het duidelijk dat we moesten kiezen voor dialoog en confrontatie tussen de werken onderling. We hebben schilderijen gegroepeerd omtrent thema's en motieven, we hebben ook de meeste Van Eycks bijeengebracht als een groep.

"We hadden graag meer Van der Weydens getoond, maar de bruiklenen waren moeilijk."

Zien we dat de schilders in het Noorden iets gemeenschappelijks hadden?

"Het is natuurlijk maar het topje van een ijsberg. Het gaat om extreem getalenteerde schilders, die in persoonlijk contact stonden met elkaar en hoge eisen stelden aan hun werk. Er zijn banden tussen Petrus Christus en het atelier van Van Eyck, tussen Memling, de artistieke erfenis van Brugge en zijn opleiding bij Van der Weyden.

"Maar als je kijkt naar veel werk uit die tijd: dat heeft - en ik moet voorzichtig zijn - weinig meer dan historische waarde."

Veel is verloren gegaan.

"Zeker, en dat is misschien maar goed ook. Wat we overhouden is de crème de la crème."

Ik blijf zitten met de vraag waarom Italië, met zo'n sterke veertiende-eeuwse schilderkunst, plots geïnteresseerd is in wat er zich in de Nederlanden afspeelt?

"Dat is moeilijk te beantwoorden. Je stelt op een bepaald moment vast dat in het atelier van Andrea del Verrocchio schilders als Botticelli, Ghirlandaio, zelfs Leonardo geïnteresseerd raken. Er is een continue instroom van Vlaamse schilderijen en de Italianen zien dat die anders zijn. Ze proberen die werken te imiteren: vooral de luminositeit. Bijvoorbeeld Juan Rixach, een Spaanse schilder, probeert dat heldere licht na te bootsen en bij elke penseeltrek moet hij gezien hebben dat het hem niet lukte. Dat is diep tragisch."

Probeerden ze ook het minutieuze realisme te imiteren?

"Ja, maar Van Eyck is meer dan realisme. En dat 'meer' is moeilijk te omschrijven. Misschien moeten we erover zwijgen en het overlaten aan de fantasie van de kijker.

"Ik geloof sterk dat veel bezoekers nieuwe dingen zullen ontdekken. De visuele impact zal groot zijn. Vooral uit het Zuiden zijn er ontdekkingen, werken die ons verrassen, die een nieuw licht op de noordelijke schilderkunst werpen.

"We geven een panorama van kunstwerken, hier en daar zitten moleculen die een grote artistieke kracht hebben om erover te discussiëren. Maar het punt is dat de discussie over een tentoonstelling meestal voordien al plaatsgevonden heeft. Wij proberen de zogeheten wetenschappelijke, academische discussie uit te stellen. Pas op het moment dat de kunstwerken bij elkaar zijn, kan de discussie beginnen. We hebben onze catalogus dan ook doelbewust dun gehouden, het is meer een handboek.

"Tijdens de tentoonstelling zullen er ervaringen worden opgedaan. Misschien ook slechte - want er zijn schilders bij die nog maar recentelijk meer aandacht hebben gekregen, bijvoorbeeld van Barthélemy d'Eyck brengen we een viertal werken samen, maar hoe zal dat uitpakken? Kloppen alle toeschrijvingen wel? Ik heb die werken ook nog nooit samen gezien.

"Het is een risico. Maar dat is wat ik 'interessant' noem. We zullen zien wat er gebeurt als al die werken bij elkaar zijn. Of de constructie standhoudt. Misschien is het te optimistisch maar ik zou elke toeschouwer willen aanmoedigen zijn eigen conclusies te trekken. Ik wil mijn zienswijze niet opleggen. De beelden moeten voor zichzelf spreken, ze kunnen meer zeggen dan duizend woorden. Hoe meer je leest hoe minder je kijkt."

Is het daarom een moeilijke tentoonstelling?

"Absoluut. Niets minder."

Jan van Eyck, de Vlaamse Primitieven en het Zuiden. Grootmeesters ontmoeten elkaar (1430-1530). Van 15 maart tot 30 juni in het Groeninge Museum, Dijver 16, 8000 Brugge. Dagelijks van 10 tot 18 uur, woensdag tot 21 uur, zaterdag en zondag 9 tot 18 uur. Gesloten op 9 mei. Er wordt gewerkt met tijdsblokken. Inl. 070/22.33.02, www.brugge2002.be en Fnac.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234