Vrijdag 21/06/2019

Marie Kondo

De Vlaamse Marie Kondo’s: “Vriendelijke oproep aan alle millennials: ga jullie bucht opruimen bij je ouders”

'Marie Kondo komt zweverig over, maar eigenlijk is ze heel extreem. Als we haar volgen, leven we straks allemaal in lege interieurs.' (Kondo in Netflix-reeks 'Tidying Up') Beeld RV

Als die sokken in je kleerkast je geen levensvreugde brengen, heb je ze dan werkelijk nodig? Dat is in een notendop de spark of joy-filosofie van opruimgoeroe Marie Kondo, die in haar nieuwe Netflix-reeks Tidying Up telkens één huis aanpakt en de bewoners afscheid doet nemen van alles wat overbodig is. De serie is een kleine hype, en ook opruimen zelf is aan een opmars bezig. Opruimcoaches Joke Himpens (38) en Katrien Feyaerts (33): “Soms zijn mensen zo beschaamd dat ze niemand meer uitnodigen.”

Marie Kondo, terechte hype of onzin?

Katrien Feyaerts (OrganiZen): “Ze is een schattig, spiritueel vrouwtje en het is mooi hoe ze mensen aanleert om spullen met respect te behandelen. Ze doet je beseffen dat een object met een functie in je leven waardevol is. Ik ga alleen niet akkoord met de manier waarop ze haar visie oplegt. Zeggen dat je maar dertig boeken in je kast mag hebben, dat zou ik nooit doen. Je mag niets doen waarbij mensen zich niet goed voelen.”

Joke Himpens (Practical Joke): “Haar stijl is ook mijn ding niet. Regel nummer één is voor mij dat je niet zonder toestemming kasten opentrekt. Ik zal altijd eerst aan klanten vragen: 'Mag ik hier eens in kijken?' Vaak reageren ze verbaasd: 'Natuurlijk, daarvoor ben je hier.' Dan druk ik ze op het hart dat ik niet zomaar kom rondsnuffelen.”

Wat is het typische profiel van jullie klanten?

Feyaerts: “Mensen die er het geld voor hebben (lacht). Ik werk deeltijds als maatschappelijk werker, en dan kom ik soms bij mensen over de vloer van wie ik weet dat ze mijn hulp kunnen gebruiken. Maar die kunnen zich dat niet veroorloven.”

Himpens: “Het zijn ook meestal vrouwen, vaak moeders. Ik denk dat zij nog steeds het grootste deel van het werk in huis op zich nemen.”

Feyaerts: “Al kan het ook andersom. Ooit ging ik een gezin helpen waar de man zei: 'Voor mij was het niet meer vol te houden.' De vrouw, een kleuterjuf, had lang thuisgezeten met een burn-out. Zij had het huishouden altijd gerund, maar door haar burn-out moest de man dat overnemen. En toen ze beiden weer gingen werken, was de structuur weg. Die man vond nooit iets terug en stoorde zich daar enorm aan. Rommel kan echt wegen op relaties, je mag dat niet onderschatten.”

Himpens: “Kinderen kunnen ook een steentje bijdragen door hun speelgoed netjes te houden. Pas op, ik weet dat dat niet vanzelfsprekend is. Mijn eigen kinderen luisteren ook niet altijd naar mij. Maar je moet hard durven te zijn. Zo had ik ooit al heel vaak tegen mijn kinderen gezegd dat ze de blokkendoos moesten ordenen. Op een bepaald moment was ik het beu en heb ik alles aan de deur gezet. Zo'n duidelijk signaal, dat heeft effect.”

Beeld RV

Maar kinderen maken nu eenmaal rommel.

Himpens: “Zelfs als ze al het huis uit zijn! Een probleem dat ik vaak tegenkom, zijn twintigers die alleen gaan wonen maar al hun spullen bij hun ouders opbergen. 'Jullie zolder is groot genoeg. We komen het ooit wel eens halen.' Maar eigenlijk willen die ouders dat niet, die hunkeren naar orde in hun huis. Dus, een vriendelijke oproep aan alle millennials: ga dringend jullie bucht opruimen bij je ouders.” (lacht)

Feyaerts: “Ouders kunnen hun kinderen ook eens uitnodigen op een zondagnamiddag om dan samen door die oude spullen te gaan en herinneringen op te halen. Zo is het minder pijnlijk om knopen door te hakken en dingen weg te gooien. Dat zou een nieuwe Vlaamse traditie kunnen worden, een feestdag zelfs (lacht). Stel je voor: een officiële verlofdag om op te ruimen!”

Zijn er huizen waar je binnenkomt, de rommel ziet en denkt: hier is geen beginnen aan?

Himpens: “Zeker. Ik ben geen toverfee, hè, ik kan niet zomaar alles wegtoveren.”

Feyaerts: “Je ziet het meteen als alles verloederd is en vuil. Dat is heel schrijnend, dat mensen zo moeten leven.”

Himpens: “Ik speel ook altijd open kaart: 'Ja, dit is erg. Maar we pakken het wel aan.' Eén keer stonden we onder zware tijdsdruk: het huis van een overleden ouder moest leeggemaakt worden voor de verkoop. Die mensen zagen dat niet zitten, hadden het te lang uitgesteld. Toen dacht ik echt: 'Misschien is het onbegonnen werk.' Omdat ik wist dat aan elk potje en pannetje een herinnering kon vasthangen. We zijn er toch door geraakt, maar het was bij momenten erg emotioneel.”

Feyaerts: “Vaak is er ook meer aan de hand. Soms hebben mensen lang met een depressie gekampt, of leven ze in armoede, of gaat het om een gezin met vier of vijf kinderen en kunnen ze het gewoon niet aan. Het is te gemakkelijk om te zeggen dat mensen zelf schuld hebben aan hun rommel. Ooit was er een man die heel intensief krantenknipsels over wetenschap bijhield. Hij was enorm intelligent, maar in de loop der jaren was hij wat in de marginaliteit geraakt. Daar worstelde hij mee, dus bewaarde hij die artikels 'voor later', om kennis te vergaren. Hij kon nergens afstand van nemen, daar had hij mijn hulp voor nodig.”

Wordt er tijdens het opruimen dan vaak gehuild?

Feyaerts: “Bijna altijd. Wenen en zuchten: 'Hoe kon ik het zo ver laten komen?' Het zit vaak heel diep, hè. Mensen spreken daar niet met anderen over. Rommel is taboe, er hangt schaamte rond. Soms gaat het zo ver dat ze maandenlang geen volk in huis uitnodigen. Meestal ben ik de eerste persoon met wie ze erover kunnen praten.”

Wat is de grootste probleemzone?

Himpens: “De gevreesde Tupperware-kast, de kwelling van iedere Vlaming! Je trekt ze open en alles valt eruit. We blijven maar nieuwe doosjes kopen, omdat onze oude niet meer compleet zijn. Eigenlijk zouden we in Vlaanderen een soort van Tinder voor Tupperware moeten opstarten, zodat mensen deksels en potjes kunnen uitwisselen.”  (lacht)

Is het ook geen ziekte van deze tijd, altijd maar meer willen hebben?

Himpens: “Absoluut. In plaats van de rommel te doorploegen en een overzicht te krijgen van wat ze in huis hebben, kopen mensen liever iets nieuws. Het is het 'chocopotprobleem': een klant van mij had vijf geopende potten choco in vijf keukenkasten staan, en toch kocht ze telkens als ze naar de supermarkt ging een nieuwe pot. Want haar kinderen zouden boos zijn als ze dat niet in huis had.”

Feyaerts: “Nog zoiets: voorraadkasten, dat is toch nergens voor nodig? Sommige mensen hebben echt een hele winkel in hun keuken of garage staan. Er heerst een soort angst dat we niet genoeg in huis gaan hebben. Maar hoeveel potten tomatensaus je ook hebt, het zal je geen gemoedsrust brengen.”

Himpens: “Winkels spelen daar ook op in. Er zijn regelmatig monsterpromoties zoals de 'kastenvullers' bij Delhaize of de 'hamsteractie' bij Albert Heijn. Maar maakt het je werkelijk gelukkig als je tien dozen Kleenex hebt?”

Zijn jullie dan helemaal anti-spullen?

Himpens: “Neen. Het laatste wat ik wil, is een huis waar geen leven in zit. Dat stoort me ook aan Marie Kondo: ze komt over als een zweverige dame, maar eigenlijk is ze heel extreem. Als we haar volgen, leven we straks allemaal in lege interieurs. Maar we hebben net spullen nódig, als tastbaar teken van affectie. Ik had eens een klant die een beetje vervreemd was van zijn ouders. Nadat zijn vader gestorven was, vond hij een pak nieuwjaarsbrieven van de kleinkinderen terug, dat die vader al die tijd had bewaard. Toen besefte de man: hij gaf toch om ons.

“Aan de andere kant moet ik er wel vaak op hameren: álle kindertekeningen en macaroniknutselwerkjes bijhouden maakt je geen betere ouder. Ik hoor moeders zeggen: 'Ik kan dat toch niet weggooien, ze hebben dat met zoveel liefde gemaakt.' Ja, oké, maar hang er één op een prominente plaats, zo weet je kind dat het je iets doet. En gooi de rest weg.”

Beeld RV

Bestaat er onder opruimcoaches ook zoiets als beroepsmisvorming?

Feyaerts: (lacht) “Ik vind het moeilijk om in een rommelig huis te zijn, dat leidt mij af en ik mag er niets aan doen. Het is echt not done om ongevraagd potjes te gaan rangschikken, hoezeer mijn handen ook jeuken.”

Eerlijk: is jullie eigen huis dan altijd zo netjes?

Himpens: “Om echt geloofwaardig te zijn, zou ik nu 'natuurlijk' moeten antwoorden.” (lacht)

Feyaerts: “Mensen hebben mij dat nog nooit durven te vragen (lacht). Maar mijn huis is altijd ordelijk, ja. Ik doe dat voor mezelf. Om het wat wollig uit te drukken: mijn omgeving moet rust uitstralen, anders kom ik niet tot rust.”

Himpens: “Het hangt ook sterk af van je eigen normen. In de ogen van één vriendin is mijn huis hyperopgeruimd, voor een andere, die een stuk neurotischer is dan ik, is het te rommelig. Ik pleit er niet voor dat we allemaal constant met een stofdoek moeten rondlopen. We mogen geen slaaf worden van het opgeruimde leven.”

Tidying up with Marie Kondo, nu te zien op Netflix

©Humo

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden