Maandag 27/01/2020

‘De Vlaamse leeuw op de dijk, dat doet pijn’

De mail viel op 9 januari 2011 in zijn bus. Het was 23.18 uur. “Je suis désolé, mais vu le comportement actuel de la gente dirigeante de votre région, nous avons décidé de ne plus nous rendre en Flandre.” Er volgde nog een zinnetje: “Merci de ne plus nous informer.” De nacht had mooier kunnen ingaan in hotel Apostroff in Koksijde. Een nacht en dag later kwam Luc Deltombe nog wel tot een poging tot antwoord, iets van ‘dat hij de week nadien naar Durbuy wilde gaan en wat hij dan moest doen’? Opnieuw antwoordde de klant: “Il est certain que vous ne serez (normalement) pas confronté au mépris allant parfois jusqu’au racisme.”

Dit alles kort en vrij vertaald: de man die ooit al eens in een van de zestig bedden van Deltombe sliep, wilde niet meer terugkomen. Niet naar het hotel. Maar vooral niet naar Vlaanderen. Om wat hij het gedrag van de Vlaamse politici noemt. En, bij de wat plagende wedervraag of Deltombe dan zelf wel naar Durbuy zou mogen gaan: “Het is zeker dat u (normaal gezien) niet geconfronteerd zal worden met misprijzen, soms zelfs met racisme.”

Misschien dat de rode hond van kunstenaar William Sweetlove in het bijgebouw van de Apostroff niet blafte, maar de liggende papier-maché koningin van Delphine Böel moet gejankt hebben. De taalgrens als splijtzwam in Koksijde. In het hotel waar je, op een woensdagmorgen in de paasvakantie, in de lobby kunt meegenieten van deze zin: “Wij zeggen bunker, vous dites bunkèr”? Toen hij in 1990 dit hotel begon, koos Deltombe niet zomaar voor ‘Apostroff’. “Het moest met een A beginnen”, zegt hij. “Zo sta je overal als eerste op de lijst. En ‘apostrof’ is een woord uit alle talen, dat heb je met ‘weglatingsteken’ toch minder. De dubbele -f vond ik interessant om misschien Russisch cliëntèle te vinden. Maar had ik toen geweten dat het internet en Google ooit zouden bepalen waar je een vakantie boekt, dan had ik het natuurlijk toch eenvoudiger geschreven.” Maar goed, Apostroff, zeker voor zijn Franstalige klanten was en is het handig. “Ik ben in 1961 geboren en heb nooit anders geweten dan dat Koksijde zeer gegeerd was bij Franstalige Belgen. Als kind kregen we het Frans met de paplepel mee. Jan Loones van de N-VA is van Koksijde, hij heeft zijn Frans geleerd van die kinderen.”

Die kinderen kwamen met bussen, autocars vol, met honderden en duizenden sinds de jaren vijftig, uitgestuurd door mutualiteiten. Uit Wallonië heel vaak. “Honderd vakantiekolonies had Koksijde. Toen waren dat kinderen van vaak heel eenvoudige komaf die op zulke kampen het belang van goed eten, dagelijks douchen en handen wassen werd bijgebracht. En al die kinderen, die zo vaak voor het eerst de kust zagen, kwamen jaren nadien terug. Zo gaat dat. Wij gingen op kamp naar de Ardennen en later gingen we terug. Wel, zo bleven de Franstaligen ook naar Koksijde komen. Vlamingen gaan naar Oostduinkerke, Fransen naar De Panne en de Walen komen naar ons.” Naar Coxyde dus, waar Walen thuis zijn.

Slechte Vlaming

We zijn goed aangekomen, is de titel van een expo die in Koksijde loopt over die vakantiekolonies. Ze werd geopend door André Flahaut. Niet toevallig. Daarvoor moeten we terug naar het einde van 2010. In een interview haalt Serge Van Damme, liberaal schepen van financiën van De Panne, uit naar wat hij de Waalse parasieten in zijn gemeente noemt. “Die mensen komen hier alleen maar in de sociale hangmat liggen”, zegt Van Damme. Dat haalt de krant, een dag later een Waalse krant, een dag later de lobby van de Apostroff. “De sléchtste dag van de kerstvakantie”, zegt Deltombe, in Koksijde zelf gemeenteraadslid voor Open Vld. “Mensen die beneden kwamen en die ik ‘une bonne année’ wensten, zeiden meteen: Vous pouvez garder votre bonne année. Ik wist niet wat ik hoorde. Ze vroegen of ze mochten afrekenen met het OCMW-geld dat ze van ons kregen, of we hun geld nog wel aanvaardden.” Deltombe zegt het rechtuit: “Wat die schepen, en hij is nochtans van mijn eigen partij, vertelde deed op dat moment meer kwaad dan wat Bart De Wever al gezegd had.” En toen kwam dus de krokusvakantie. “10 procent minder Waalse boekingen had ik. Dat kan aan veel factoren liggen, maar ik kreeg het gevoel: de Walen willen ons een beetje laten voelen dat we hen nodig hebben. Zoals de Oostenrijkers deden toen Louis Michel afraadde naar ginder te reizen omdat Jörg Haider er aan de macht was. Wat deden ze: ze bestelden geen kerstbomen meer bij ons. Wel, de Franstaligen boekten niet meer.”

Min 10 procent? Bij Westtoer, de West-Vlaamse overkoepelende dienst die zich met toerisme bezighoudt, hebben ze nog geen vergelijkende cijfers. Wel interessante gegevens over 2009. Van de 18,3 miljoen dagtoeristen kwamen er dat jaar 3,8 miljoen uit Wallonië of Brussel. Bijna 800.000 ervan gingen naar Oostende, Koksijde was een goeie tweede: 687.311. En er is meer uitgeteld: van de 2,5 miljard euro die alle dag- en verblijfstoeristen in 2009 aan de kust besteedden, kwam 541 miljoen euro uit portemonnees die in Franstalig België gevuld waren. Om maar te zeggen: het is een markt die Westtoer niet graag ziet verschrompelen.

Waarmee we weer bij André Flahaut zijn. “We zijn hem zelf gaan vragen om de opening van de expo We zijn goed aangekomen te komen doen”, zegt Deltombe. “Dat was een belangrijk signaal. Want ik voelde het zelf, en ik hoorde het ook bij collega’s: mensen bleven weg. Zelf ga ik met mijn vrouw al eens naar de Noord-Franse Côte d’Opale, al jaren. Wimereux, Wissant... vroeger liep je daar alleen. Maar nu zie ik daar steeds meer auto’s uit Franstalig Brussel en Wallonië. Pas op, ik denk wel dat ze zullen terugkomen. Ginder heb je niks: geen crèmeries, geen gocarts, geen wafels. Maar toch maakt het me bezorgd. En de reacties die ik kreeg op mijn mailing bevestigden dat. Ooit spraken ze hier van de Vlaamse Kust en de Vlaamse kusttram. Ik ben blij dat ze daarvan teruggekeerd zijn. We spreken toch ook niet van de Waalse Ardennen.”

Maar hoe gevoelig het toch geworden is, merkte hij deze week na zijn noodkreet in een Vlaamse krant en dan in een Waalse. De lezersfora puilden uit. Dit is het prachtigste nieuws in maanden. Laat ze thuis blijven, ze kunnen dan eens gaan werken. En: Opgeruimd staat netjes. Bij de Franstalige krant: La Vlaamse Kust, je n’y vais plus depuis tellement longtemps. Nog: Voyez ce que Bart a déjà fait et à quoi il arrive. In een poll met de vraag of lezers nog een vakantie naar de kust overwegen, klimt het blokje ‘neen’ naar bijna 90 procent. “Ik ben gestopt met alles te lezen”, zegt Deltombe. “Maar als je tegenwoordig durft zeggen dat je graag Waalse toeristen ziet komen, ben je blijkbaar al een slechte Vlaming.” Maar de paasvakantie is hoopgevend. Volgens Deltombe valt het op: “We hebben De Wever de voorbije maand amper gezien of gehoord, communautair is het rustiger en dat merken we.”

Te koop / à vendre

Hij zegt het letterlijk zo: “Hier zijn plus de Franstaligen que de Nederlandstaligen.” Gemengder kan een mens niet spreken, gemengder dan in Dunepark kun je in Koksijde-Oostduinkerke niet zijn. Wigwamvormige chaletjes en stacaravans door elkaar, een visvijver waar Robert Theys karpers verleidt (“Ik ben van Roubaix, als buitenstaander zie ik niet welke verschillen er zouden zijn tussen Vlamingen en Walen”), ervoor een container voor ‘oud brood/du vieux pain’. Fietsen en caravans zijn hier net zo goed te koop als ‘à vendre’.

In totaal schat Danny Van Crombrugge hier bijna negenhonderd chalets. Zijn eigen Ligier met nummerplaten Kikine (vooraan) en 007 (achteraan) staat geparkeerd bij die van Murielle Dieltiens. Ze komt “uit Mouscron”, en al bijna twintig jaar brengt ze hier veel vakanties door. “Zonder problemen”, zegt ze. “Ik heb me altijd beziggehouden met de animatie voor de kinderen. En mijn Nederlands is niet zo best, dus sprak ik Frans. Maar als de kinderen me niet begrepen Nederlands natuurlijk. En het gaat perfect. Ach, kinderen die spelen, verstaan elkaar toch. En op de Halloween-wandeling roepen ze: Nous voulons des bonbons, wij willen bollen.” Toch gebeurde, uitgerekend die ene dag, voor het eerst iets vreemd: “Een Vlaamse mevrouw begon te schelden dat er Frans werd gesproken, dat het hier wel Vlaanderen was. Maar daar werd meteen korte metten mee gemaakt, ook door de Vlamingen. Van communautaire problemen wil niemand hier iets horen.”

Waarom? Omdat het in Dunepark altijd zo geweest is. In de frisse lentezon op haar klapstoeltje herinnert Valérie Duray uit La Louvière zich dat het altijd zo was. Al dertig jaar geleden kwam ze hier voor het eerst. Toen met haar grootouders. Vandaag is ze er met haar kinderen. “Mijn mamy klaagde er wel eens over dat de mensen in de caravan naast haar pas facilement bonjour zeiden”, glimlacht ze. “Et ils parlent toujours flamand. Ik heb haar maar uitgelegd dat het natuurlijk Vlaanderen was. Problemen zijn er nooit geweest. Iedereen verstond iedereen. Maar ik moet wel zeggen dat het de laatste jaren anders is in Koksijde. Ik ken zelf mensen die niet meer willen komen naar Vlaanderen, door het politieke klimaat. Dat is begonnen met de opkomst van het Vlaams Belang. En ik moet zeggen: een rij Vlaamse leeuwenvlaggen op de dijk, dat doet me zelf ook pijn. Je gaat je afvragen of men niet liever heeft dat we weggaan? De politiek in Brussel begint invloed te krijgen op de gewone mensen. Vroeger stonden we toch neutraler tegenover elkaar, neen? Nu worden we tegen elkaar opgezet.”

Zou het, meer nog dan een cijfer, een binnensijpelend gevoel zijn? Dat de kilte in Brussel toch stilaan ook de gewone mensen kouder maakt? Volgens Valéries zoon Guillaume gebeurt het dat je op een terras niet meer bediend wordt omdat je Franstalig bent. “Dat maakt me toch angstig.”

Slachtoffer van Brussel

Tweetaligheid is niet makkelijk: Werp hier uw hondenpoepzakje in wordt Jeté ici vos sacs à crottes de chien. Maar krakkemikkig of niet, tweetaligheid mag hier precies nog. En in zijn bureau op de derde verdieping van het imposant moderne gemeentehuis vindt burgemeester Marc Vanden Bussche de taalwetgeving niet altijd evident. “Koksijde is nochtans bijna een grensgemeente, er zijn altijd veel Franstaligen van over de schreve naar onze gemeente gekomen”, zegt hij. “Op de borden zijn we echter verplicht alles eentalig Nederlands te zetten. Maar onze toeristische brochures geven we in vier talen uit. Dat kost geld.” Er is echter geen keuze, het communautaire gehakketak en het feit dat Vlamingen en Walen in Brussel niet tot een akkoord komen, maakt de Koksijdse burgemeester ongelukkig. Op zijn bureau een exemplaar van een krant, van de weeromstuit zouden ook in Middelkerkes zustergemeente Vresse-sur-Semois minder Vlamingen komen.

“Toerisme is hier aan de kust onze enige industrie. Als de toeristen wegblijven, dan kunnen we werk zoeken in het binnenland. Of opnieuw allemaal gaan vissen. De Walen en de Franstalige Brusselaars hebben zich hier altijd thuis gevoeld en laat hen alstublieft onze kust nog altijd als hun kust aanvoelen. Helaas worden Vlamingen soms afgeschilderd als Walenhaters en dat is absoluut niet het geval.”

Wat hem zorgen baart? “Wij zijn een beetje het slachtoffer van de grote vrees die in Brussel bestaat voor de uitbreiding van de rand ginder”, zegt Vanden Bussche, die verwijst naar het ‘wonen in eigen streek’-concept dat in een Vlaams decreet werd gegoten en waarbij enkel personen die een voldoende band met een streek kunnen bewijzen recht hebben een grond of een pand aan te kopen. Ook in enkele straten van Koksijde geldt dat. Net als Deltombe vreest de burgemeester dat een en ander de Franstalige landgenoten naar de Côte d’Opale doet uitwijken. Campagnes, onder meer door Westtoer, moeten hen weer verleiden. André Flahaut naar de expo uitnodigen, was een stukje van die dans. “En in oktober zal de provincie Luik onze eregast zijn op een toeristische beurs in Koksijde. De band tussen Wallonië en Koksijde bestaat al zo lang. Jean-Claude Van Cauwenberghe (ooit minister-president van het Waals Gewest, RVP) zei dat hij beter campagne kon voeren op de dijk van Koksijde dan thuis in Wallonië. ‘De helft van mijn kiezers loopt hier’, zei hij.”

Een uitsmijter? “Tussen Koksijde en Charleroi bestaat al jaren een samenwerkingsakkoord. In juli en augustus sturen zij politieagenten die met die van ons gemengde patrouilles vormen. Dat is gemakkelijk om tijdens de zomer mensen aan te spreken. En als tegenprestatie leveren wij pelotons die meehelpen om bij voetbalwedstrijden van Charleroi tegen bijvoorbeeld Club Brugge de orde te handhaven.”

Philippe Gilbert

Op woensdag zijn de immobiliënkantoren van Koksijde dicht, maar aan de telefoon zegt Greta Cambier: “Net na nieuwjaar is traditioneel de periode waarin mensen moeten boeken voor het volgende jaar. Toen viel het ook ons op: er kwamen minder aanvragen uit het zuiden van het land.” Nochtans hoor je op deze namiddag in de winkelstraten van de kustgemeente bijzonder veel Frans. Bij bakker Nicholas: Goeiemiddag, bonjour. Bij vishandel La Marée lacht de vis je in twee talen toe: blauwe lengfilet/filet de lingue bleus, het smaakt hetzelfde. En op de dijk stoot je op een groep van ‘Jeunesse et Santé’. Wat in de jaren vijftig al begon, bestaat ook nu nog. Koksijde als kampplaats, We zijn goed aangekomen in Coxyde. Met een hanenmuts op zijn hoofd kan Sébastien alleen uit Wallonië komen. “Maar die muts is geen politiek symbool”, schudt de jongeman. “Ik kom hier al tien jaar als begeleider, we leiden monitoren op die ooit zelf jeugdkampen zullen begeleiden. En ik kan niet zeggen dat de sfeer in Koksijde veranderd is. We voelen ons nog altijd even welkom.”

Claude Vansteenkist is een van de begeleiders van ‘Vacances Vivantes’, een andere groep op de dijk. Brusselaar. Franstalig van origine. Hij spreekt Nederlands. “Ik denk dat gewone mensen altijd proberen elkaar te begrijpen”, zegt hij. “Gelukkig is dat de meerderheid in ons land. Helaas schetsen extremisten wel eens een ander beeld.” Een beeld dat mensen uit elkaar drijft, knikt Monique Squelart. “Mijn moeder was een Limburgse, mijn vader een Waal. Zelf woon ik in Watermaal-Bosvoorde. Dat is geen probleem, alleen ben ik onlangs wel met een cursus Arabische dans gestopt omdat ik het wat moe was om van medecursisten voortdurend te horen dat ze daar of daar niks wilden gaan drinken omdat het een Franstalige zaak is. Over zaken in Brussel hé. Ik vind dat jammer. Net zoals ik het jammer vind dat ik voor mijn Limburgse familie het favoriete nichtje was ‘omdat ik Nederlands’ spreek. Als we beginnen met onze verschillen te accentueren, dan houdt het niet op. Weet je wat ik denk? Dat onze grootouders die voor dit land gestreden hebben zich in hun graf zouden omdraaien.”

In het gemeentehuis van Koksijde hangt een bord met daarop alle jumelages van Koksijde-Oostduinkerke. Het Waalse Wépion en Wanze zijn daarbij. Als het van Koksijde zelf afhangt liefst nog heel lang. En dan zegt de radio op weg naar huis: “De Waalse renner Philippe Gilbert heeft de Brabantse Pijl gewonnen.” Dat valt plots op. Was dat vroeger niet: onze landgenoot, Philippe Gilbert?

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234