Zaterdag 01/10/2022

de verscholen atoomschuilkelders uit de koude oorlog

Professor Luc De Vos:

Dr. Strangeloveop de Kemmelberg

Gevaar is het thema van de vijfde Erfgoeddag. Wij zochten een gevaar op dat zich niet in de programmabrochure bevindt. Het patrimonium van de Koude Oorlog blinkt dan ook niet uit door zichtbaarheid of toegankelijkheid. Het zit 15 meter diep onder de grond, afgeschermd door bureaucraten en verscholen achter gepantserde deuren. Een reportage over de pechstrook van de Koude Oorlog.

Erik Raspoet

Foto's Stephan Vanfleteren

Warandepark, Brussel. We werden welkom geheten in de Cercle Royal Gaulois. Als we maar een zaklantaarn meebrachten, klonk het aan de telefoon. Voor aspirant-leden geldt die voorwaarde niet. Volgens de website van de Cercle Gaulois volstaat een diploma hoger onderwijs of een kunstenaarsstatuut om naar een lidkaart te hengelen. Niet dat de eerste de beste dorpsadvocaat of kladschilder in aanmerking komt. De oudste en exclusiefste privé-club van België is een zootje van politici, zakenlui, bankiers, topambtenaren, magistraten en diplomaten. Hebben deze machtige mannen en vrouwen ooit het privilege genoten dat ons nu te beurt valt?

We lopen achter de receptionist aan door de chique eetzaal. Via een deur achter een fluwelen gordijn belanden we in een stapelruimte. Er zitten gaten in het plafond, het stucwerk bladdert af. De Cercle Gaulois, zo wordt achter de coulissen duidelijk, is niet meer dan een krakkemikkige doos met een laagje patina erop. De receptionist wijst ons de trap aan, half bedolven onder papier en rotzooi. Niet verdwalen, roept hij ons achterna, en oppassen voor de gaten in de vloer.

Behoedzaam dringen we door in een van de geheimste plekjes van de hoofdstad. We lopen betonnen trappen af, klauteren over puin, struikelen over buizen en raken verstrengeld in losgeslagen kabels. De bunker onder het Warandepark is een doolhof van gangen, nissen, kamertjes en balzalen. Ik voel een stuk linoleum onder mijn voeten. Een futiele poging van de laatste bewoners om wat huiselijke sfeer in de atoomschuilkelder te smokkelen? Vreemde tuigen laten zich in onze lichtkegel vangen. Ventilatiesystemen, waterpompen, sirenes, noodgeneratoren, het is gissen naar hun betekenis. Al dolende belanden we in de telefooncentrale waar alleen nog een metalen honingraat van overschiet. Ik check de brandblusser. Laatste technische controle: 1986. De datum klopt met de informatie van de civiele bescherming.

Tot eind jaren tachtig was dit de provinciale commandopost voor civiele veiligheid. Bij een Russische atoomaanval mochten enkele tientallen zorgvuldige geselecteerde functionarissen hier voor de nucleaire paddestoel komen schuilen. Gouverneur, burgemeesters, officieren van leger, brandweer en civiele bescherming, alleen diegenen wier overleven noodzakelijk werd geacht voor het bestrijden van de ramp en het voortzetten van het bestuur kwamen erin.

De civiele bescherming beschikte in iedere provincie over een soortgelijke bunker. De spil van dat netwerk was het Fort van Walem, waar in 1964 het Centrum fall-out werd ondergebracht. Het CFO, opgericht in het kader van de Navo, bewaakte via een fijnmazig meetnet het Belgische luchtruim. In geval van een nucleaire, chemische of bacteriologische besmetting stonden meteorologen klaar om de koers en de neerslag van de gifwolk te voorspellen. 1964, dat was twee jaar nadat de Cuba-crisis de wereld op de rand van de nucleaire holocaust had gebracht. Anno 1986 leken de kansen op een atoomoorlog al veel kleiner. Toen drie jaar later ook nog de Berlijnse muur viel, was de Koude Oorlog definitief voorbij. Het CFO werd opgedoekt en de schuilkelders kregen een nieuwe functie: discrete getuigen van een gevaarlijk verleden. Ze zouden perfect passen in het programma van de vijfde Erfgoeddag, die morgen volledig aan het thema gevaar is opgedragen.

Ik raap een bundel documenten op. Het papier voelt wak aan maar de tekst is nog leesbaar. De eerste zin bezorgt me een schok van opwinding. "In het geval van een regimewijziging", staat er, "zal de operator het bericht Verviers B Plus uitzenden." Wat is dit? Ben ik op een gecodeerde handleiding voor burgerlijk verzet tegen Russische bezetters gestoten? Als we het document even later in het volle daglicht bestuderen, volgt de ontnuchtering. Niks geen blauwdruk voor ondergrondse acties tegen het Rode Gevaar. We hebben te maken met een reglement voor het proefdraaien van het luchtalarm, de regimewijziging heeft niks met een staatsgreep maar alles met het moduleren van sirenes te maken.

Die sirenes waren overigens geen product van de Koude Oorlog. Aan de vooravond van de Tweede Wereldoorlog werd in het hele land een luchtalarm uitgebouwd. De traditie zou tot het begin van de jaren negentig standhouden: elke eerste donderdag van de maand liet de civiele bescherming de sirenes proefdraaien. De bunker onder het Warandepark dateert overigens ook al uit 1939. Pas in de vroege jaren vijftig, in volle Korea-crisis, werd hij tot een atoombestendige schuilkelder verbouwd. Er kwamen dubbele wanden en zware metalen deuren om schokgolven op te vangen. Een systeem van luchtfilters en permanente overdruk moest de bewoners tegen nucleaire straling beschermen.

We steken de Wetstraat over, richting parlement. Twee kabinetsmedewerkers van kamervoorzitter De Croo tonen ons de geheime gang in de kelder. We kruipen in een donker gat, nog geen halve meter breed. In de onderbuik van de Senaat moet zich een identieke pijp bevinden. Bij de bouw van de bunker in 1939 lag de bedoeling voor de hand: in geval van nood konden de parlementsleden via deze weg hun vege lijf en dierbare mandaat redden. Zover is het nooit gekomen, maar toch werd in deze bunker politieke geschiedenis geschreven. Toen de Duitsers op 10 mei 1940 de militaire luchthaven van Evere bombardeerden, hield de regering-Pierlot crisisberaad in de catacomben onder het Warandepark. Onze expeditie botst op een bakstenen muur. Er is geen doorkomen aan, de parlementaire ontsnappingsroute naar de bunker werd bij de aanleg van de Brusselse metro onherroepelijk doorgeknipt. We keren dan maar terug naar de kabinetsmedewerkers die geintjes staan te maken. Stel je voor, zegt de ene, dat Maggie De Block of Hervé Hasquin zich door deze gang moeten wurmen. En Geert Lambert dan, steekt de andere hem de loef af.

Citadelpark, Gent. Als ergens een link bestaat tussen erfgoed en gevaar dan is het hier wel. Het park tussen het Sint-Pietersstation en de Heuvelpoort dankt zijn ontstaan aan militaire afschrikking. Het waren de Hollanders die in 1819 de opdracht hadden gegeven tot het bouwen van een gigantisch bolwerk. Toen de citadel in 1875 goed en wel voltooid was, rezen twijfels over het militaire nut en werd prompt besloten tot de afbraak. Ten behoeve van de naar groen snakkende burgerij werd op het puin een Zwitserse vallei aangelegd. De ondergrond van het park is nog altijd dooraderd met gangen van de citadel. We krijgen een rondleiding in de prachtige kazematten die door de stedelijke groendienst als opslagplaats worden gebruikt. Ronduit sensationeel is de zogenaamde mysterieuze grot, een kazemat die met natuursteen en cementen stalactieten is aangekleed.

Doorgaans vertoeft onze gids in hogere sferen. Het kantoortje van de dienst plantsoenen ligt op een kunstmatige heuvel die het hele park domineert. Straks, wanneer bomen en struiken in bladertooi staan, lopen wandelaars op de lager gelegen paden er argeloos aan voorbij. Zelfs oplettende passanten vermoeden de ware functie van het rechthoekige bouwsel niet dat de Stad Gent in 1995 van de civiele bescherming erfde. Het huisje is weinig meer dan de gecamoufleerde toegang tot een kelder ter grootte van een half voetbalveld. De constructie steekt 10 meter diep in de grond en werd opgetrokken uit gewapend beton van gemiddeld 2 meter dik. We lopen de trap af, Jan Blomme wijst ons op een bijzondere eigenschap van de immense poort. Het stalen gevaarte kan in twee delen opendraaien, zoals de deur van een paardenstal. "Een voorzorgsmaatregel", zegt hij. "Stel dat de uitgang na een inslag door puin werd geblokkeerd. Dan konden ze via het bovenste gedeelte toch nog ontsnappen."

Hier hebben we geen zaklantaarns nodig. Er is elektriciteit, de ruimte wordt zelfs verwarmd om de verloedering tegen te gaan. Deze schuilkelder werd nooit volledig ontmanteld. De noodgenerator, het luchtverversingssysteem, ze kunnen met één draai aan een knop tot leven worden gewekt. Gefascineerd lees ik de metalen fabrieksplaatjes die naar de vroege jaren vijftig verwijzen. De installatie om het afvalwater te versassen, roept zelfs een literaire connotatie op. Klaarkomen als een Stork-pomp, zoek het maar op in de Gangreen-cyclus van Jef Geeraerts.

De vergaderzaal draagt nog de sporen van een nbc-oefening uit mei 1991. Nbc staat hier niet voor televisie maar voor nucleair, bacteriologische en chemisch. Downwind prediction, lees ik op een van de borden. Eén keer per jaar was het hier groot alarm. De Intex-oefening van de Navo bracht in het hele land honderden militairen en burgers op de been. In het Fort van Walem verschenen verbindingsofficieren uit de buurlanden. Rampen werden gesimuleerd en communicatiesystemen op de proef gesteld. Het duurde 24 uur om het volledige draaiboek af te werken.

In deze bunker konden dertig mensen gedurende één maand de nucleaire winter overleven. Er was zelfs een ontspanningszaal met een radio en een televisie. Geschikt als verzetje tijdens de wachtstonden in vredestijd, maar wat had je eraan als buiten de Derde Wereldoorlog woedde en van de Reyerslaan alleen nog een smeulende puinhoop overbleef? Dan was je beter af met de leeslampjes die nog altijd de muren van de lege slaapzaal opsmukken. Hier bevindt zich een van de nooduitgangen, een loodrechte schacht die bovengronds in het park uitmondt. "Die hebben we maar dichtgelast", zegt Jan Blomme. "Er kwamen langs hier weleens clochards binnen om te slapen." Een asiel voor daklozen, het lijkt me nog geen slechte bestemming voor deze nutteloze moloch. "De stad zit ermee opgescheept", weet de man van de groendienst. "Wat kunnen ze ermee beginnen? Het S.M.A.K. heeft hier al eens iets georganiseerd. Maar dat liep niet van een leien dakje, want er mogen maximaal tien bezoekers tegelijkertijd binnen. Afijn, ze hebben tijd om erover na te denken. Want één ding is zeker: het zal hier de eerste jaren niet instorten."

Ook deze bunker heeft een prenucleair verleden. Volgens Jan Blomme hebben de Duitsers er tijdens de oorlog geroofde kunstwerken opgeslagen. "En toch", zegt hij, "zijn er veel Gentenaars die deze bunker niet eens kennen." Misschien brengt de erosie daar spoedig verandering in. Onze gids toont de plekken waar het beton door de heuvel schiet, zoals een onderzeeër die door de waterspiegel breekt. Als er niet wordt ingegrepen, ligt de bunker binnen enkele jaren bloot.

Rijksadministratief Centrum, Lier. Hier moet zowat het best beveiligde archief van België rusten. Muren van gewapend beton, interieur in schokbestendige en brandvrije materialen, als ingang een sluis die met geen tank te forceren vallen. In dit Fort Knox van het vaderlandse archiefwezen liggen dossiers van de Mechelse rechtbank naast belastingaanslagen van vroede Lierenaars. Potentiële indringers vinden niet enkel gepantserde deuren op hun weg. De afgedankte atoomschuilkelder wordt bewaakt door Ludwina Cools, een gewetensvolle ambtenaar van financiën die al 23 jaar het gebouw van het RAC beheert. Met onverholen wantrouwen neemt ze ons op. Een bezoek aan de schuilkelder? Dat kan ze helaas niet toestaan.

Ik ruk me bijna de haren uit het hoofd. Weken op voorhand heb ik getelefoneerd en gecorrespondeerd met alle denkbare instanties. Alles leek in kannen en kruiken, en nu we ter plaatse zijn, krijgen we dit staaltje van bureaucratische onwil. Had ik dan Didier Reynders persoonlijk moeten opbellen? Of Laurette Onkelinx? Sarcasme helpt niet, het hoofd blijft nee schudden. Het kost ons een half uur zalven en smeken om haar van onze onschuldige bedoelingen te overtuigen. Dat het ons alleen om het relict van de Koude Oorlog te doen is, en dat we heus niet van plan zijn steelse blikken op het archief te gooien. Met veel tegenpruttelen zal ze de deur dan toch openen.

Spectaculair is anders, het ziet eruit als een tot archief omgebouwde parkeergarage. Toch is dit voor archeologen van de Koude Oorlog een buitenkans. De provinciale commandopost voor civiele veiligheid dateert uit de late jaren zeventig, het is de enige bunker in ons land die als atoomschuilkelder werd ontworpen. Vergelijk het met het frame en de mat van een trampoline. De buitenste wand moest de schokgolf van een nucleaire voltreffer absorberen, terwijl de kern van schuilkelder gevrijwaard bleef. Daarom was er een zwevende vloer, terwijl alle leidingen met een vernuftig verensysteem aan het plafond hangen.

Ludwina Cools groeit warempel in haar rol als gids. Ze toont ons de decontaminatiekamer bij de toegangssluis. Als buiten de geigerteller tilt sloeg, moesten bezoekers verplicht onder een ontsmettende douche passeren. "De kleine deur onder het RAC diende in feite als nooduitgang", legt ze uit. "Ze kon alleen van binnenuit worden geopend. Het was namelijk niet de bedoeling dat het personeel van het RAC er zijn toevlucht tot zou nemen. De mannen van de civiele bescherming hebben me dat nog verteld. Zelfs bij een echte atoomaanval mochten er geen burgers binnen. De schuilkelder diende alleen voor een handvol belangrijke mensen. Dat heeft in Lier weleens kwaad bloed gezet. Tijdens de eerste Golfoorlog kwamen mensen me vragen waar de schuilkelder zich precies bevond. Dan moest ik ze ontgoochelen en vertellen dat er toch niemand in mocht. Mensen reageerden verontwaardigd. Hebben we in Lier een atoomschuilkelder, dan mogen we er niet in als het echt nodig is."

Het verschil is opmerkelijk. In Amerikaanse steden als New York werden in de jaren vijftig reusachtige schuilkelders voor de burgerbevolking gebouwd. België heeft inzake het beschermen van de bevolking tegen het nucleaire armageddon een minder ruimhartige koers gevolgd. Gewone burgers werden aan hun lot overgelaten, de schuilmaatregelen waren er enkel voor een handvol 'kernspelers' die de continuïteit van het regime moesten vrijwaren. Een verdedigbare keuze, vindt professor Luc De Vos, die krijgsgeschiedenis doceert aan de Koninklijke Militaire School en de KU Leuven. "De bevolking beschermen was toch een hopeloze onderneming. Met het lanceren van de Sputnik in 1957 was het concept van de schuilkelder in één klap voorbijgestreefd. In de tijd van de vliegtuigbombardementen kon je nog proberen om mensen te evacueren. Maar het verschijnen van de eerste kernraketten heeft alles veranderd. Wat moet je nog gaan evacueren als er tussen de lancering en de explosie maar een paar minuten verstrijken?"

Het selectief beschermen van sleutelfiguren uit het militaire en civiele bestuur was tijdens de Koude Oorlog vaste prik. "Niet alleen in schuilkelders", verzekert professor De Vos. "In de vroege jaren vijftig heeft België voor de regering en de koninklijke familie in Kongo een schuilplaats gebouwd. In Kamina, daar zou wel nooit een atoombom ontploffen. Ach, dat strategische bolwerkdenken is van alle tijden. Zelfs schuilkelders zijn niet helemaal passé. Wat is de Airforce One van George Bush anders dan een vliegende schuilkelder?"

Kemmelberg, Heuvelland. Professor De Vos heeft ons op weg naar dit militaire topgeheim gezet. Topgeheim, inderdaad, want het heeft moeite gekost om toegang te krijgen tot de reusachtige schuilkelder in de flank van de Kemmelberg. Kan het dat de Koude Oorlog in dit stuk van de Westhoek nog niet helemaal uit de lucht is? De bijbehorende geheimzinnigheid is in ieder geval nog van kracht. De piot die vanuit de kazerne van Ieper werd afgevaardigd heeft spreekverbod gekregen. Hij mag deuren openen en lichten doen branden, maar geen enkele inlichting verstrekken. Tot zijn grote spijt, bekent hij spontaan, want hij kent deze bunker als zijn broekzak. Misschien komt er een einde aan zijn spreekverbod, wanneer een voorlopig nog vaag plan werkelijkheid wordt. Het leger denkt erover in de voormalige commandobunker onder de Kemmelberg een museum over de Koude Oorlog te huisvesten. Muilkorf of niet, onze gids heeft alvast een perfecte slogan klaar. "Welkom in de teletijdmachine", zegt hij terwijl hij de lichtschakelaar omdraait. "Wie hier binnenstapt, wordt recht naar de jaren vijftig teruggeflitst."

Het is niet overdreven, alles ademt de sfeer van de fifties. Een uitputtende boedelbeschrijving is een onmogelijke opdracht, ik moet voor het sprekende detail gaan. De vaalgroene muren, het meubilair, de schemerlampen, de bakelieten telefoons met waarschuwend opschrift 'deze lijn is niet beveiligd'. Aan de muur in de telefooncentrale herken ik de pendule van mijn oudtante Serafine in het bejaardentehuis. Niet te geloven dat dit commandocentrum van de landmacht, strategisch ingeplant ver van stedelijke centra, nog in de late jaren negentig voor oefeningen werd gebruikt.

We dalen af naar de aula, 15 meter diep onder de grond. Het doet me denken aan de war room uit Dr. Strangelove, het meesterwerk van Stanley Kubrick dat zich in de Koude Oorlog afspeelt. Aan de muren hangen gigantische kaarten. De geschiedenis is hier gestold in de jaren tachtig, het IJzeren Gordijn loopt als een ritssluiting over het Europese vasteland. Een ladder op wielen maakte het mogelijk troepenbewegingen tot in de bovenste hoeken van de kaarten aan te duiden. Wellicht gebeurde zo'n ingreep op een wenk van de strategen die op het podium plaats hadden genomen. Ik ben geïntrigeerd door de rode fauteuil in het midden van de aula. Was die misschien bestemd voor de opperbevelhebber van het leger, voor de Belgische koning met andere woorden? Natuurlijk, onze gids mag op geen enkele vraag antwoorden. Ik neem plaats in de armzetel en overschouw de toestand. Nu nog de knop vinden en de Derde Wereldoorlog kan beginnen.

'In de vroege jaren vijftig heeft België voor de regering en de koninklijke familie in Kongo een schuilplaats gebouwd. In Kamina, daar zou wel nooit een atoombom ontploffen'

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234