Donderdag 28/01/2021

De verrijzenis van een dodenkamp

Het fort van Breendonk is een klassieker onder de schooluitstappen. Nog altijd wordt de jeugd het gruwelijk lot der politieke gevangenen voorgehouden. Maar of ze daar ook een verhoogde burgerzin aan overhouden? De jonge historici Patrick Nefors en Patrick Moreau boksen een nieuwe, eigentijdse tentoonstelling in elkaar. Minister-president Patrick Dewael van zijn kant heeft Breendonk herontdekt toen hij hardop van een Vlaams holocaustmuseum droomde.

Erik Raspoet

Foto's Gert Jochems

Een stralende winterdag. Twee zwanen trekken rimpels in het water van de gracht, de halzen gebogen in sierlijke vraagtekens. Waar blijft de fotograaf om deze idylle te vereeuwigen? De kans dat deze vogels ooit een huwelijksreportage mogen opsmukken, is klein. Dit is Breendonk, een naam die geen romantiek verdraagt. Alleen al die borden langs de A12. Een wanhopig uitgestoken hand, door prikkeldraad doorboord. Verstrooide chauffeurs die dit signaal zouden missen, worden in Breendonk alsnog met de neus op de feiten gedrukt. Het expressieve monument van beeldhouwer Janchelivici laat weinig aan de verbeelding over, dit is een plaats waar mensen onnoemelijk leed hebben doorstaan.

Ik beken: het Fort van Breendonk is een hiaat in mijn opvoeding. Het planetarium van Ukkel, de Antwerpse dierentuin, de citadel van Dinant, schoolreizen hebben we genoeg gemaakt. Vreemd genoeg stond het Fort van Breendonk nooit op het programma. Vreemd, want voor generaties scholieren gold een bezoek aan het voormalig concentratiekamp als een rite de passage, een verplichte stap op weg naar verantwoord burgerschap. Menige lezer zal door volgende impressies naar een lang vervlogen schooljaar worden teruggeflitst. Want, zo zal blijken, in het Fort van Breendonk is de afgelopen vijftig jaar bitter weinig veranderd.

'Betreedt deze plaats met eerbied, hier hebben mensen geleden opdat U in vrijheid zoudt leven.' Gewapend met deze richtlijn loop ik over de brug naar het poortgewelf. Een druk op de knop verbreekt de stilte. Uit een antieke luidspreker schalt een krakende stem die de bezoeker in de gepaste stemming moet brengen voor hij de tunnel betreedt. Hoe de arrestanten door de SS'ers werden binnengeranseld, een voorsmaakje van de terreur waaraan ze de volgende weken en maanden onderworpen zouden worden. De emotie is ongeveinsd, de stem spreekt uit persoonlijke ervaring. Sterk is de boodschap, armzalig de verpakking. Of je nu voor Nederlands, Frans, Engels of Duits kiest, alleen met gespitste oren kun je vernemen waarom deze poort de drempel tussen leven en dood vormde. Maar ook zonder voorkennis wordt gauw duidelijk dat Breendonk geen vakantiekolonie was. Adjectieven als sinister en naargeestig schieten door mijn hoofd. Sfeerschepper bij uitstek is de vochtige kilte die me onwillekeurig in mijn kraag doet duiken. "En dan te bedenken dat de gevangenen slechts in lompen gekleed gingen", zegt de gids met de geruite pet. "Zelfs in het putje van de winter sliepen ze onder een dunne deken." De laatstejaars van het atheneum van Leopoldsburg hangen aan zijn lippen. Dat een hele kamer met 48 mannen het met twee nachtemmers moest stellen, dat maakt grote indruk. "Het ergste was het ledigen van de po", vervolgt de gids. "Gevangenen moesten geblinddoekt met de overvolle emmer door de gang zeulen. Wie ook maar één druppel morste, werd afgeranseld. In Breendonk was de geringste aanleiding goed om een pak slaag uit te delen."

Gids en gevolg begeven zich naar de volgende statie van de kruisweg, de folterkamer van Breendonk. Ik blijf alleen achter in de met houten beddenbakken volgestouwde kazematten. Weer zo'n aftandse luidspreker, weer die krakende stem. Appèl, brutale bevelen, gevangenen die als bezetenen hun bed opmaken. Wie zijn stromatras niet tot een perfecte balk wist te modelleren, vroeg gewoon om een pak slaag. Nog meer drukknoppen nodigen uit tot multimediale experimenten. Op de muur van een isoleercel worden graffiti van gedetineerden geprojecteerd, de overbelichte beelden wisselen zo snel dat het onmogelijk is de kreten van wanhoop te ontcijferen. Behalve als gedenkteken voor de politieke gevangenen van de nazi's kan Breendonk ook worden bezocht als een staaltje van museale archeologie. Pronkstuk is wel het statistisch display dat ik op de eerste verdieping van het eigenlijke museumgebouw ontdek. Het ziet eruit als een soort aquarium met rode en groene lampjes die als neonvisjes oplichten om de mortaliteit te illustreren. Zonde van de energie, want de cijfers spreken voor zich. In het Auffanglager Breendonk passeerden 3.566 gedetineerden, waarvan er in het kamp zelf 164 werden gefusilleerd en 21 werden opgeknoopt, terwijl er 108 elders werden terechtgesteld. Vanuit Breendonk vertrokken bovendien vijftien transporten naar andere concentratiekampen, zonder de joden mee te rekenen die via de Mechelse Dossinkazerne naar Auschwitz werden versluisd. Ongeveer de helft van die weggevoerden is nooit teruggekeerd. De populatie was overigens erg verscheiden. Landlopers, zwarthandelaars, werkweigeraars, politieke tegenstanders, gewapende verzetslui, communisten die na de inval in de Sovjet-Unie met bosjes tegelijk werden opgepakt, joden die een achtste van de totale bevolking uitmaakten. Al deze informatie ligt verspreid over vitrinekasten vol foto's, documenten en relicten. Nergens valt te lezen dat België naast de 3.566 van Breendonk nog 37.500 erkende politieke gevangenen telt, waarvan grofweg een derde de oorlog niet heeft overleefd. Mineur detail?

Oudbakken is het zeker, maar Breendonk blijft niettemin een beklemmende ervaring. Je hoeft geen interactieve beeldschermen te hebben gezien om de folterkamer met een wee gevoel in de buik te verlaten. Hier werden verzetslui verhoord en gemarteld, vaak tot de dood erop volgde. Naakt, de handen op de rug gebonden, zo werden deze mannen en vrouwen aan een katrol opgetrokken en met ossenpezen, sigarettenpeuken, brandijzers, stroombouten en houtsplinters bewerkt. De beulen hielden steeds een emmer koud water binnen handbereik om bewusteloze patiënten weer bij te brengen. Na de sessie lieten ze hun slachtoffers vallen, pardoes boven op twee houten blokken met scherpe, opstaande randen. Tijdens het folteren stond de deur altijd wagenwijd open, het gekerm droeg in hoge mate bij tot de permanente terreur die in het kamp heerste. Sommige details roepen onbeantwoorde vragen op. In het museum wordt een vingerknijper bewaard, een fraai afgewerkt exemplaar met een koperen schroef waarop de fabrikant zelfbewust zijn logo heeft aangebracht. Zouden ze destijds in de gouden gids hebben geadverteerd? Bamag-Meguin AG aus Berlin, een kei in vingerknijpers en ander marteltuig.

Even gruwelijk als het folteren was de chronische uithongering waaronder alle gevangenen te lijden hadden. Het dagelijks menu hangt in het museum uit: 225 gram brood, een liter watersoep en vier koppen eikelkoffie. Volstrekt ontoereikend, zeker voor gedetineerden die dag in dag uit slavenarbeid moesten verrichten. Zonder dat labeur zou deze plek er vandaag trouwens heel anders uitzien. Breendonk, een schakel in de Antwerpse fortengordel, lag helemaal ingegraven toen de Gestapo er in september 1940 neerstreek. De grondwerkzaamheden boden de bezetter een dubbel voordeel: Lebensraum en een manier om de weerstand van de gevangenen te ondermijnen. Een kwart miljoen ton aarde hebben de dwangarbeiders afgevoerd, een gekantelde kruiwagen werd met stokslagen bestraft.

Aïda Baeza is behoorlijk onder de indruk. De terreur, de executies, de systematische ontmenselijking, ze heeft het allemaal scrupuleus vertaald voor de bezoekers uit het Chileense vaderland. "Het heeft te maken met onze geschiedenis", motiveert ze de weinig opbeurende excursie. "Chili is bezaaid met kampen als Breendonk. Vele nazi-beulen zijn na de oorlog trouwens naar Chili gevlucht, ze hebben hun ervaring goed kunnen gebruiken." Aïda is een balling, ze heeft onder Pinochet zelf drie jaar in een strafkamp gezeten. "Deze plek mag nooit verdwijnen", zegt ze. "Breendonk is een symbool in de strijd tegen het fascisme."

Dat symbool is dringend toe aan een opknapbeurt. De eerste tekenen van het reveil zijn trouwens al zichtbaar. Een kabelgoot slingert zich door de duistere tunnels naar de verste uithoeken van het Fort, dit wordt de levensader van de nieuwe tentoonstelling die volop gebruik zal maken van de modernste audiovisuele technologie. "Kijk maar eens goed rond", nodigt Patrick Nefors me uit, "binnen anderhalf jaar zul je deze plaats niet meer herkennen." Vorig jaar verruilde historicus Nefors het prestigieuze Studie- en Documentatiecentrum Oorlog en Hedendaagse Maatschappij voor het Fort van Breendonk, waar hij met collega Patrick Moreau het puin van vijftig jaar wetenschappelijke verwaarlozing mocht ruimen. "We zijn helemaal van voren af aan begonnen", zegt hij. "Het archief was nooit eerder geïnventariseerd. De stukken lagen her en der verspreid, sommige documenten waren al aangevreten door het vocht."

Patrick en Patrick hebben zich intussen stevig ingewerkt. Het archief werd op orde gebracht en uitgeplozen, ze verslonden ieder woord dat aan Breendonk werd gewijd. Het ontbreekt immers niet aan getuigenissen, vele oud-gevangenen klommen na de oorlog in hun pen om de verschrikking van zich af te schrijven. "Toch zitten er nog vele hiaten in onze kennis", zegt Patrick Nefors. "Om te beginnen zijn de cijfers onzeker. 3.566 is een minimale schatting, wellicht zijn in Breendonk zo'n 4.000 gevangenen gepasseerd. Jammer genoeg hebben we geen volledige transportlijsten, zoals de Mechelse Dossinkazerne. Ook het naoorlogse lot van enkele prominente SS'ers is nog onduidelijk. Over de kampleider Philipp Schmitt hebben we zekerheid, die werd op 9 augustus 1950 geëxecuteerd, het laatste doodvonnis dat in België werd voltrokken. Maar zijn rechterhand, de beruchte Untersturmführer Prauss, is na de oorlog in het niet verdwenen. Prauss stond bekend als een varken, maar de ergste beulen waren de Vlaamse SS'ers Wijss en De Bodt. De eerstgenoemde was een gewezen bokser, een echte sadist die voor de krijgsraad toegaf dat hij ervan genoot gevangenen te mishandelen."

Onvermoede aspecten worden in kaart gebracht. Als het Fort zich kon ontpoppen als een kamp voor vijfhonderd gevangenen, dan was dat mede te danken aan nijvere vaklui uit de omgeving die er hun brood verdienden. Middenstanders uit Breendonk leverden voor zes miljoen aan het Fort, het cijfer werd opgeduikeld in het gemeentearchief. Economische collaboratie? "Voorzichtig", vermaant Patrick Moreau. "Sommige bouwvakkers probeerden de gevangenen te helpen. Zo is er een elektricien die stiekem proviand meebracht en brieven naar buiten smokkelde." Zijn collega Patrick Nefors heeft ervaring met het hellend vlak van de economische collaboratie, hij heeft er namelijk een boek over gepubliceerd. "Bij sommigen lag het er wel dik op", zegt hij. "Neem nu burgemeester-brouwer Moortgat van Breendonk. Die adverteerde in het partijblad van het VNV met de slogan, 'Eén volk, één staat, één bier'."

Patrick Moreau is al twee jaar bezig met het interviewen van getuigen. Veelal verloopt het contact via de Vereniging der Oud-Gevangenen van Breendonk, die nog een honderdtal leden telt. De getuigenissen worden opgenomen door Televox, het Fort van Breendonk ressorteert immers onder het ministerie van Landsverdediging. Er zitten bekende namen tussen, zoals André Wynen, eermalig voorzitter van het naar hem genoemde artsensyndicaat. Ook gewezen hofmaarschalk Herman Liebaers werd gepolst. Wetenschappers, magistraten, kunstenaars, journalisten, het zijn dankbare gesprekspartners. "Maar we willen geen vertekend beeld ophangen", zegt Patrick Moreau. "In Breendonk zaten niet alleen intellectuelen. Ik ben ook gaan praten met een boer uit Herent. Minder mondig, maar daarom niet minder waardevol." Al die research zal uitmonden in een volledig nieuwe tentoonstelling die Breendonk definitief van zijn ouderwetse imago moet verlossen. Historisch verantwoord maar ook bevattelijk voor zestienjarigen, want de schoolgaande jeugd blijft de voornaamste doelgroep. De vormgeving werd toevertrouwd aan Paul Vandebotermet, een internationaal vermaard tentoonstellingsontwerper die ook tekende voor het allerwegen geloofde Joods Museum voor Deportatie en Verzet in de Mechelse Dossinkazerne.

Onder begeleiding van Patrick en Patrick maak ik een tweede ronde. Het regent wetenswaardigheden waarvan de modale bezoeker heden jammerlijk verstoken blijft. Waar beter kunnen we beginnen dan bij de kantine van Gestapo? Na de oorlog werd dit lokaal zo getrouw mogelijk gerestaureerd, compleet met adelaar en gotische letters. Meine Ehre heißt Treue, onder deze leuze vonden liederlijke slemppartijen plaats. "Na iedere executie werd er gezopen", vertelt Patrick Moreau. "Vaak liep het uit de hand. Dan werden gevangenen in het holst van de nacht uit hun cel gehaald en urenlang mishandeld. Soms deed de kantine dienst als spoedrechtbank. De tien verzetslui van Senzeilles werden hier ter dood veroordeeld omdat ze de bemanning van een Amerikaans vliegtuig hadden verstopt. Terwijl de eerste drie werden opgeknoopt, werden de anderen nog volop gemarteld. En toch hebben ze de schuilplaats van de Amerikanen niet verklikt."

We zijn opnieuw bij de kazematten die pas bij een tweede lezing hun geheimen prijsgeven. De kachel bijvoorbeeld blijkt een eerder symbolische functie te hebben vervuld. "Meestal waren er geen kolen om te stoken", weet Patrick. "Niet dat het veel uitmaakte. Zelfs als ze brandden, kreeg je er nog geen handdoek op gedroogd." En de mysterieuze hendel die uit de benauwende isoleercellen priemt? "Daarmee konden ze de bank overeind zetten", zo luidt de handleiding. "Op die manier verplichtten ze de gevangene de hele dag rechtop te staan. Leunen was streng verboden, de muren waren trouwens gekalkt. Een witte vlek op je kleren betekende een aframmeling."

We verlaten de gebaande paden, de volgende kamer ligt niet op het huidig bezoekersparcours. "Hier komt de zaal van de post", kondigt Patrick Nefors aan. "Ken je dat verhaal niet? In september '42 werden in een klap 39 postbodes van Brussel 1 opgepakt en naar Breendonk gedeporteerd. De Duitsers verdachten hen van steun aan de sluikpers en het achterhouden van brieven van verklikkers. Sommigen hebben hier tot mei '43 vastgezeten. Niet echt lang, maar wel lang genoeg om vijf collega's van ontbering te zien sterven. Ze hadden pech: tijdens de winter van '42-'43 brak hier de hel los, het was de periode waarin er aan de lopende band werd gefolterd en gemoord."

De vele kamers van het Fort met concrete verhalen tot leven wekken, dat is volgens Patrick Moreau de uitdaging. "Neem nu de lotgevallen van Israël Steinberg", zegt de dertigjarige historicus. "Steinberg werd hier als varkenshouder aangesteld. Voor een jood is dat de grootst mogelijke belediging, maar Steinberg maalde er niet om. Integendeel zelfs, dank zij het varkensvoer hoefde hij geen honger te lijden. Hij was een geluksvogel, tijdens zijn transport naar Auschwitz wist hij van de trein te springen. Toen kreeg hij een geniale inval: hij meldde zich bij de politie en vroeg zelf om hem in een Belgische gevangenis op te sluiten. Zo heeft hij de oorlog overleefd. Kijk, met zo'n verhaal krijgt zo'n varkensstal plots veel meer reliëf."

Hij neemt me mee naar enkele vertrekken die nooit eerder voor het publiek werden opengesteld. De douchezaal oogt verrassend clean, maar er kleeft bloed aan de gele tegels. "Na de val van Stalingrad hebben ze hier enkele joden verdronken", vertelt de gids. "Stalingrad was net gevallen, de Duitsers beseften dat het met de oorlog de verkeerde kant uitging. Het vermoorden van joden was hun manier om hun frustraties af te reageren." Ook de paardenstal wordt wellicht in de nieuwe tentoonstelling opgenomen. De SS-officieren omringden hun nobele viervoeters met tedere zorgen, van ieder paard hangt er een bordje met naam en geboortedatum. "En dat terwijl de gevangenen alleen een nummer mochten dragen", Patrick Moreau zegt het met oprechte verontwaardiging in zijn stem. "Het Fort is voor mij geen neutrale plaats", verklaart hij zijn opvallende betrokkenheid. "Mijn grootvader werd hier doodgeslagen. Hij zat bij Socrates, een clandestien netwerk dat ondergedoken verzetslui en joden hielp. In de laatste weken van de oorlog werd hij verklikt. Getuigen hebben hem in Breendonk zien binnenkomen, zijn lijk werd nooit teruggevonden." De nagedachtenis van zijn grootvader eren, dat was zijn belangrijkste drijfveer toen hij twee jaar geleden solliciteerde. "Ik wil van het Fort iets moois maken", zegt hij. "Maar zodra de nieuwe tentoonstelling klaar is, ben ik weer weg. Hier carrière maken, ik mag er niet aan denken. Breendonk blijft een veel te enge plek."

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234