Dinsdag 22/06/2021

De vermageringskuur van een kaskraker

Antwerpen

Van onze medewerker

Stephan Moens

Op de gezichten van veel oudere mensen was vrijdagavond in de Elisabethzaal in Antwerpen een blijde verwachting te lezen: eindelijk kregen zij nog eens de gelegenheid een van de kaskrakers van de operahuizen van toen te horen: Faust van Gounod, concertant weliswaar, maar dat is nog altijd beter dan niks. Maar of ze na afloop allemaal even verguld waren met wat ze gehoord hadden, mag betwijfeld worden. En daar waren goede en slechte redenen voor.

Als zij verwacht hadden de smartlap uit hun jeugd te horen, kwamen zij bedrogen uit. Dirigent Jan Caeyers heeft op de vanwege haar sentimentaliteit gevreesde partituur (waarvan hij nochtans grotendeels de 'traditionele' versie laat spelen, met vele latere toevoegingen) een interpretatieve vermageringskuur toegepast, die op vele plaatsen, bijvoorbeeld in de intieme scènes met Marguérite, de fijnheden van Gounods orkestratie goed laat uitkomen, maar op andere ook op de rand van het bloedeloze en steriele komt. Voor de spektakelstukken (de wals, het soldatenkoor, de kerkscène) mist het Nederlands concertkoor dan weer beheersing, kracht en glans. Af en toe stelt een (nochtans correct) snel tempo de uitvoerders ook voor problemen. Over het algemeen voert het orkest de opdracht nochtans zuiver uit; vooral de houtblazers leveren mooie momenten.

Ook de bezetting zal bij het publiek met Faust-ervaring enige ontgoocheling veroorzaakt hebben. Onder de kleinere rollen kan enkel Anne-Cathérine Gillet indruk maken omdat zij de rol van Siébel met veel expressie en overtuiging brengt; helaas zingt zij niet altijd juist. Erik Frithjof (Wagner) is zwak; Marianne Vliegen (Dame Marthe) tamelijk kleurloos en Thierry Vallier (Valentin) heeft geen erg mooie stem. De titelrol is met Ray Wade duidelijk onderbezet: zijn niet onaangename tenortimbre is te zwak voor deze rol en daarenboven zingt hij zonder enig engagement. Wilfried Van den Brande zet zich wel in voor de rol van Méphistophélès, maar hij mist er de middelen voor: de stem blijft opgesloten, mist 'éclat' en is niet in staat de vele registers van deze rol (die ook ironie en een 'seigneurale' instelling inhoudt) gestalte te geven.

De enige die helemaal overeind blijft, is Cécile Perrin als Marguérite. Zij geeft aan de rol terecht een enigszins melancholische inkleuring, een zweem van weemoed. Daarbinnen tekent zij met voorzichtige toetsen Marguérites verschillende gemoedstoestanden, zonder ooit de eisen van de vocale schoonheid geweld aan te doen. Het lijkt wel een verinnerlijkte interpretatie, die ver van elk Castafiore-gedoe staat, ook in de juwelenaria. Dat betekent niet dat de technische bagage niet aanwezig zou zijn, maar Perrin zet die helemaal in voor deze eerder stille rolinvulling. In haar zang kan men vermoeden wat deze uitvoering beoogde: een herbronning van de Faust-interpretatie vanuit de innerlijke muzikaliteit van het stuk. Daar zal eens een operahuis betere middelen tegenaan moeten gooien.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234