Donderdag 20/01/2022

De verleidingstactieken van Porto

Porto, of Oporto (de haven), zoals de Engelsen de Noord-Portugese stad aan de Atlantische Oceaan noemen, trekt je meteen mee naar een ver en blijkbaar erg rijk verleden. Antiek, barok en welvarend zouden heel goed de eerste indruk kunnen beschrijven die deze stad op je maakt. Maar zo zijn er nog wel een paar Europese steden. De eigenheid en de charme van Porto zit vooral vastgeklonken in de vijf bruggen die de gezellige oude stad, over de Douro-rivier heen, verbinden met het stadsdeel aan de overkant van het water, Vila Nova da Gaia, het rijk van de portwijn. Behalve deze drank en allerlei oude schatten kan Porto ook pronken met de modernistische, sobere gebouwen in de stijl van Alvaro Siza, Portugals beroemdste architect. Dat deze stad volgend jaar, samen met Rotterdam, het vaandel van 'Culturele Hoofdstad' zal dragen, lijkt door al die troeven bijna vanzelfsprekend.

Voor veel reislustigen en ook voor de Portugezen zelf is Porto nochtans 'die sombere stad van graniet' en vooral de eeuwige nummer twee, na het frivolere Lissabon. Tegenover de hoofdstad, met haar pastelkleurige huizen, wordt Porto maar al te vaak gezien als het grijzere, noordelijke centrum van werk en handel aan de woeste oceaan. Dat is ook wel zo, maar de stad heeft veel meer in zich dan dat. Wellicht voelt ze zich vaak gefrustreerd omdat ze alles, tot en met de geschiedenis, mee heeft om de belangrijkste stad van het land te zijn, maar dat nooit kan zijn.

Hier bloeide het middeleeuwse Portugal open, van hieruit vertrokken ontdekkingsreizigers en explodeerde Portugals zeevaart, hier en enkel hier rijpt de nationale trots, de portwijn, en deze stad bepaalde zelfs de naam van het hele land. 'Porto Kalè' of 'mooie haven' heette dat dan in het Grieks. Wat taalkundig verbuigingswerk deed de rest, en 'Portugal' was geboren. Door de grootse plannen die de organisatoren voor Porto 2001 koesteren, in combinatie met de verleidingstactieken die Porto al eeuwen bezit, maakt de stad echter een goede kans om binnenkort eens een gedeelde eerste plaats met Lissabon op te eisen.

Porto is eigenlijk op en rond de resten van middeleeuwse stadsmuren gebouwd en drijft op gigantische granietlagen aan de noordoever van de Douro en de kustlijn van de zee. Je ziet heel duidelijk dat de stad van beneden af, aan de monding en de haven, naar boven toe gegroeid is. Vlak aan die majestueuze monding liggen de oergezellige kades en de oude, grillige stadskern, die samen door Unesco tot werelderfgoed zijn uitgeroepen. Dat middeleeuwse centrum, de Ribeira, is een echte, ietwat vervallen volksbuurt met een wirwar van steegjes. Verloren lopen is hier de opdracht. Het stikt er van de schipperscafés, met typisch gekleurde tegels (azulejos) verfraaide huizen, wapperende was en de beste visrestaurants. Op het menu staat steevast kabeljauw en stokvis, met een mierzoet dessert achteraf. Een aanrader voor mensen wier tanden dat niet kunnen verduren is een populair gerecht van gekarameliseerde melk en amandelen met een naam die door een Nederlandstalige Portugese vertaald wordt als 'kamillezever'. Delicieus.

Van de Ribeira kruipt de stad langs de rivier omhoog tot in de groene Douro-vallei waar de portdruiven groeien. Via kanalen onder de stad, en jammer genoeg ook via een oud rioleringssysteem, stroomt nog meer (vuil) water de Douro in. 's Nachts zorgt al dat water voor een mysterieus, constant geruis en in de ochtend voor mistdampen. Vanaf de gietijzeren Dom Luis I-brug, naar een plan van Gustave Eiffel (of zijn leerling Seyrig), en vervaardigd door een familie uit Willebroek, heb je het beste uitzicht op Porto. Omdat alles op heuvels gebouwd is, lijkt de lappendeken van gebouwen nog ingewikkelder, alsof de ene rij gebouwen op de andere rust. Wat opvalt zijn de vele klokken- en kerktorens. Religieuze aanbidding tekent, zeker van op bepaalde hoogtes, het silhouet van deze stad. En niet alleen de buitenkant maar ook het interieur van de vele kerken toont aan dat de Portugezen niet bepaald sobere protestanten zijn. Met goud bedekt hout en andere overdaad zijn zowat overal te vinden.

De Igreja do Carmo springt in het oog door een Delfts aandoend versiersel op een van de buitenmuren: wit-blauwe tegeltjes, de befaamde azulejos. Wie de energie heeft om de klokkentoren van de barokke Igreja dos Clérigos te beklimmen kan genieten van nog een ander prachtzicht op de stad, de rivier en de vallei genieten. Romantisch als geen ander en daarom absolute topper bij trouwers is het voormalige augustijnse klooster Convento do Pilar aan de overkant, in Vila Nova da Gaia. Zowel de kloostergang als de kerk zijn cirkelvormig, en bovendien staat ook deze kerk op een potige heuvel. Een bezoek op zondag verhoogt de kans dat een stuk trouwjurk op je vakantiefoto's staat, want dat is de dag waarop men in Portugal trouwt. De nagels van de bruidegom van vandaag zien er niet uit. Hij wacht namelijk al erg lang op zijn geliefde. Aan de voet van de heuvel blijkt waarom: ellenlange files, overal auto's en in eentje inderdaad een dame in het lang en wit. "Het is een pest", weet onze chauffeur. "Een paar jaar geleden kon iedereen ze tegen een goedkope lening kopen, en nu zijn er te veel, en zijn er te veel mensen die de afbetalingen toch niet kunnen ophoesten." Zijn onberispelijke Frans verdwijnt in een toeterconcert.

Maar de zandbergen en putten die momenteel Porto's pleinen en boulevards teisteren, beloven beterschap: er wordt aan een efficiënter en uitgebreider metrosysteem gewerkt. Tegelijkertijd, en in het vooruitzicht van Porto 2001, worden pleinen en straten opnieuw aangelegd. In een bij momenten adembenemende stad als Porto zijn die gaten in de grond niet zonder enig gevaar. Als je bijvoorbeeld net een bezoekje aan het met nog meer azulejo's versierde São Bento-station gebracht hebt, of vlak na een halfuurtje turen over Porto's panorama vanaf één van de vijf bruggen, is de kans groot dat je van pure bewondering tegen een metrofundament aanknalt of in een put tuimelt. Tegen 2001 moeten de meeste van die maanlandschappen verdwenen zijn.

Essentieel om het karakter van Porto te leren kennen zijn een tochtje op de Douro en een rondleiding in een porthuis aan de overkant van die rivier. Op een paar geel met zwarte rabelo's, de boten waarmee vroeger de portwijn vanuit de vallei naar de stad werd verscheept, kun je nu verschillende cruises maken onder de bruggen door, richting vallei en weer terug, tot net voor de oceaan. Pas als je daarbij een traditioneel visgerecht en een paar glazen port kunt naar binnen spelen heb je pas echt al je zintuigen aan de stad blootgesteld. Om het verhaal van de porto en ook wel de drank zelf tot je te laten doordringen begeef je je best naar één van de grote porthuizen in Vila Nova da Gaia. Het zijn de Engelsen die de 'uitvinding' van de portwijn op hun naam mogen schrijven. Toen zij in de 17de eeuw Douro-wijn begonnen in te voeren, kwam een zeeman op het idee om er brandewijn aan toe te voegen zodat de wijn de lange overtocht zou overleven. Grofweg is dat nog altijd het recept voor de port. Wie het geluk heeft een paar betere soorten te proeven, geeft de Engelsen overschot van gelijk dat ze de zoete drank naar hun druilerige eiland exporteerden.

Evenmin te versmaden is een wandelingetje door het neoclassicistische voormalige beursgebouw, La Bolsa. In de oude donkere kantoren, waar in het Latijn de deugd van hard labeur wordt aangeprezen, kun je ervaren hoe je dronken kunt worden op driedimensionaal uitgesneden parket. Hoogtepunt is de ovale Salão àrabe, waar iedere centimeter muur versierd is met imitatie-Moorse arabesken. Turkoois, groene en rode steentjes en lampen maken er een indrukwekkend maar al weer zeer barok geheel van. Liefhebbers van iets soberder, art deco bijvoorbeeld, komen in Porto ook aan hun trekken. Vooral de huizen in en rond de Galleria de Paris-straat zijn pareltjes. In Jugendstil-café Majestic en in boekhandel Lello & Irmao, opgetrokken in de Engelse Arts & Crafts-variante, waan je aan het begin van deze versleten eeuw.

Echt modern, ontegensprekelijk sober en al even stijlvol is het witte Serralves-museum, ontworpen door de meesterlijke Alvaro Siza. "Het is hier zo prachtig dat je vergeet naar de moderne kunst aan de muren te kijken", zegt een Franse toeriste tegen een vriendin. Nog meer hypermoderne gebouwenpracht belooft het met veel tromgeroffel aangekondigde Casa da Musica, een groots muziekhuis dat de Nederlandse architect Rem Koolhaas bedacht heeft. Aan de voorontwerpen te zien wordt het erg vernieuwend, wat in een stad waar de komst van een kubusvormig beeld al voor erg veel rumoer zorgde, niet vanzelfsprekend is. Het muziekhuis moet het paradepaardje van Porto 2001 worden, hoewel het, ironisch genoeg, zelfs tegen eind 2001 nog niet helemaal af zal zijn. "Dat is nu nog geen ramp", zegt een kritische Portugese. "Maar waar ik wel een beetje voor vrees is dat het alweer een eliteproject wordt. In een land waar museumkaartjes voor de eigen bevolking echt duur zijn en waar bijvoorbeeld literatuur niet erg in de markt ligt, zou dat niet meer mogen", voegt ze daaraan toe. Hopelijk denken de projectleiders dus niet dat minder gegoede inwoners van Porto toch genoeg hebben aan de culturele schatten buiten de museummuren. Hoewel die zowat iedereen met culturele trek kunnen verzadigen.

Barbara Debusschere

Info: Dienst voor Toerisme Portugal 02/230 52 50Essentieel om Porto te leren kennen zijn een tochtje op de Douro en een rondleiding in een van de porthuizen.

Foto Corbis / VPM

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234