Woensdag 08/02/2023

AchtergrondAmerikaanse politiek

De verlegen Trump-stemmer en stemsplitsen: waarom de opiniepeilers in de VS er wéér naast zaten

President Joe Biden maakt een selfie tijdens een bijeenkomst van Democraten in New York, twee dagen voor de tussentijdse verkiezingen. Beeld AFP
President Joe Biden maakt een selfie tijdens een bijeenkomst van Democraten in New York, twee dagen voor de tussentijdse verkiezingen.Beeld AFP

Hoe kan het dat de Democraten het bij de Congres-verkiezingen beter deden dan de peilingen suggereerden? Veel Amerikanen zijn, net toen de polarisatie op zijn hoogst leek, genuanceerder gaan stemmen.

Bas den Hond

Voor een Amerikaanse president die na 3 januari minstens één dichte deur lijkt te gaan aantreffen op Capitol Hill was Joe Biden woensdag merkwaardig vrolijk. “We hadden dus een verkiezing gisteren”, zei hij tegen de verzamelde Witte Huis-correspondenten. “En het was een goede dag, denk ik – voor de democratie.”

Maar toch echt geen goede dag voor een Democratische president. Hoewel voor tientallen zetels in het Huis van Afgevaardigden de stemmen nog worden geteld, ziet het ernaar uit dat de Republikeinen een kleine meerderheid krijgen. En daarmee krijgen ze, als hun fractie eensgezind blijft, de macht om wetten te blokkeren die Biden en de Democraten graag aangenomen zouden zien. En ze hebben het recht om politiek vervelende onderzoeken te starten, bijvoorbeeld naar het doen en laten van Bidens zoon Hunter.

De Democraten behouden wel de controle over de Senaat, maar twee jaar lang de vrije hand om rechters te benoemen lijkt voor de ambitieuze 79-jarige president een troostprijs. Toch was Biden vrolijk. Onverwacht werd hij dinsdag een historische president, althans voor wie historie in cijfers zoekt. En dat wil hij weten ook, nog voor de laatste stemmen geteld zijn. “We hebben minder zetels in het Huis van Afgevaardigden verloren dan welke Democratische president ook in de laatste veertig jaar!”

Mistastende voorspellingen

Waarom zaten de opiniepeilers ernaast? Die leken de schijnbaar ijzeren wet te bevestigen dat een zittende president het bij tussentijdse verkiezingen voor de kiezen krijgt en tientallen zetels verliest. Verkiezingen voor het Congres – het hele Huis van Afgevaardigden, een derde van de Senaat – worden elke twee jaar gehouden, dus een nieuw aangetreden president krijgt halverwege zijn eerste termijn al van de kiezers te horen wat ze ervan vinden. En steevast is het antwoord: valt tegen. Geen president lijkt er immuun voor: Barack Obama moest in 2010 maar liefst 63 zetels inleveren.

Er was maar één uitzondering: George W. Bush. In 2002 wonnen de Republikeinen acht zetels in het Huis. Maar dat was ook wel na historische gebeurtenissen: de aanslagen met vliegtuigen op New York en Washington op 11 september 2001 en daarna de oorlog in Afghanistan.

Was er tijdens het presidentschap van Biden ook zo’n historische gebeurtenis die zorgde voor een ‘meevallend’ verlies, waardoor ook de peilingbureaus mistastten met hun voorspellingen? Er zijn twee voor de hand liggende gebeurtenissen aan voorafgegaan.

De eerste gebeurtenis deed zich al voor toen Biden nog net geen president was: de aanval op het Capitool op 6 januari 2021, door een menigte Trump-aanhangers, door hem opgehitst om te voorkomen dat Biden tot president zou worden uitgeroepen. Honderden bestormers zijn inmiddels berecht, maar veel Republikeinen veroordelen hen niet en, dat is al even uniek, aangevoerd door Trump houden politici en miljoenen kiezers vol dat de verkeerde man in het Witte Huis zit.

De tweede historische gebeurtenis volgde ruim een jaar later: de beslissing van het Hooggerechtshof om het landelijke recht op abortus af te schaffen. Een lang gekoesterd verlangen van de Republikeinen en veel christelijke Amerikanen ging daarmee in vervulling en in de helft van het land werd abortus verboden of sterk ingeperkt.

Maar een ander deel van de Amerikanen was geschokt dat deze afschaffing opeens harde realiteit werd, dankzij drie benoemingen in het Hooggerechtshof tijdens het presidentschap van Donald Trump. En onder die geschokten waren heel wat Republikeinse kiezers. Toen later dit jaar in het conservatieve Kansas in een referendum werd voorgesteld het recht op abortus daar uit de grondwet te halen, werd dat met 59 tegen 41 procent verworpen.

Democraten in de verdediging

Dat die twee gebeurtenissen electorale gevolgen zouden hebben, leek logisch. Maar de Amerikaanse politiek is altijd een chaotisch strijdtoneel, een wisselwerking van media die graag elke week weer een nieuw onderwerp hebben waarover politici elkaar onder vuur kunnen nemen, en politici die via die controverses hun kiezers bij de les houden.

En gaandeweg werden de Democraten daardoor in de verdediging gedrukt op andere onderwerpen, naarmate 8 november dichterbij kwam. Had Joe Biden de terugtrekking van Amerikaanse troepen uit Afghanistan geen chaos laten worden? Hoe kon hij de inflatie zo uit de hand laten lopen? Wisten de Democraten wel dat je in de metrostations van New York grote kans liep op de rails gegooid te worden?

De peilingen leken het beeld van een Democratische partij in het nauw te bevestigen. In 2021 had grofweg 45 procent van de kiezers voorkeur voor de Democraten en maar 40 procent voor de Republikeinen. Begin 2022 wisselden de twee partijen stuivertje, aan het eind van de zomer weer even, en sinds half oktober lagen de Republikeinen opnieuw op winst, laatste stand 46,9 tegen 45,7 procent. Dat kleine verschil hing als een donkere wolk boven de Democratische vooruitzichten.

Tot ongenoegen van Biden. “Ik weet dat ik sommige van jullie irriteerde met mijn obsessieve optimisme, maar ik had er een goed gevoel over, de hele tijd”, zei hij woensdag.

De verlegen Trump-stemmer

Wat een rol kan hebben gespeeld bij peilingbureaus, is het besef dat ze er de afgelopen jaren al vaker naast zaten. In 2016 voorspelden ze dat Hillary Clinton president zou worden, maar het werd Donald Trump. In 2020 suggereerden ze dat Biden met gemak Trump zou verslaan – het werd met de hakken over de sloot. Het leek erop dat de peilers, die met het jaar meer moeite hebben om nog mensen aan de telefoon te krijgen, in 2016 extra veel moeite hadden om Trump-stemmers te spreken te krijgen. En dat ze voor dat probleem vier jaar later nog steeds geen oplossing wisten.

Aan mensen die meteen ophangen kun je per definitie niet vragen waar ze wonen, wat hun opleiding is en hoeveel ze verdienen. Je kunt hoogstens de kleine groep Trump-stemmers die wel antwoordt een groter gewicht in je steekproef geven – maar wie zegt dat die groep representatief is? De ‘verlegen Trump-stemmer’ werd een zeurende kiespijn voor de beroepsgroep.

Kort voor de verkiezingen begon een aantal peilingdeskundigen in de media lont te ruiken. Hadden peilingbureaus, vooral de kleinere, die voor politieke kandidaten werken, niet al te grondig gecorrigeerd voor een tekort aan Republikeinen in hun steekproeven? Of was er een kudde-effect, waarbij alle verhalen in de media over een drama voor de Democraten onbewust doorsijpelen in de verwerking van de resultaten?

Ja, concludeerde woensdag al The Wall Street Journal in een analyse van de uitslagen voor de Senaat. In staat na staat zag je het de Republikeinen een paar procent slechter doen dan in de gemiddelde peilingen kort ervoor.

En commentatoren van nieuwszenders en kranten trapten in dezelfde val. “Ik denk dat heel veel mensen die de politiek volgen mentaal de Republikeinen een paar ‘verlegen Trump-stemmer’-bonusprocentpunten gaven”, zei de Republikeinse peiler Kristen Anderson tegen The Atlantic. “En daarom zijn ze nu verbaasd.”

De uitstervende gewoonte van het stemsplitsen

Maar wat Amerika dinsdag heeft beleefd is niet alleen een kiezersvolk dat minder naar de Republikeinen opschoof dan gedacht. Het stemde ook genuanceerder dan voorheen. In New Hampshire werd de Republikeinse gouverneur Chris Sununu herkozen met 57 procent procent van de stemmen. Maar de Republikeinse kandidaat voor de Senaat, oud-generaal Don Bolduc, zag zijn Democratische tegenstander Maggie Hassan met 54 procent winnen. Daar moeten aardig wat Sununu-stemmers bij hebben gezeten.

Dit ‘stemsplitsen’, voor verschillende functies stemmen op kandidaten van verschillende partijen, was lange tijd heel gewoon, maar leek door de toenemende polarisatie in de VS een uitstervende gewoonte. Dit jaar is het een belangrijke factor gebleken. Al weken voor de verkiezingen verzuchtte de Republikeinse fractieleider in de Senaat, Mitch McConnell, dat ‘de kwaliteit van kandidaten’ de Republikeinen de meerderheid in de Senaat zou kunnen kosten.

Dat hij gelijk kreeg, is een bittere pil voor de Republikeinen. En het is maar helemaal de vraag of het relatieve fiasco van dit jaar zal leiden tot een strengere selectie van kandidaten tijdens de volgende voorverkiezingen.

Als het daarvan komt, zal dat de Republikeinen een sterkere concurrent voor de Democraten maken. En dat zal dan te danken zijn aan Republikeinse kiezers die besloten niet blind alle kandidaten aan te kruisen waar ‘Republikeins’ bij staat. Als ze daar voortaan een gewoonte van maken, zal dat nog een reden zijn de verkiezingen van november 2022 tot historisch te verklaren.

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234