Donderdag 20/02/2020

De vergeten moslimslachtoffers van 11 september Ook terroristen richten 'collateral damage' aan

De Verenigde Staten en Groot-Brittannië worden geconfronteerd met het onvermijdelijke risico dat hun raketten soms de verkeerde doelen zullen raken als de bombardementen op Afghanistan blijven voortduren. Gebouwen zonder enige militaire betekenis zullen platgelegd worden en, nog erger, volledig onschuldige levens zullen beëindigd worden. Collateral damage, noemen wij het. Zijdelingse schade. Anderzijds, toen de terroristen in hun gekaapte vliegtuigen op het WTC in New York en het Pentagon vlogen, net buiten Washington DC, deed hun doeltreffende lef de wereld versteld staan. Een van de vliegtuigen stortte neer in de velden van Pennsylvania, maar de andere drie waren in de roos. En toch was de zijdelingse schade op 11 september enorm.

Hier zijn enkele namen. Samad Afridi, Omar Namoos, Asad Samir, Yusuf Saad, Talat Hussain, Azam Ahsan, Qasim Ali Khan, Naseema Simjee, Ashraf Ahmad Babu, Mohammad Chaudhurry, Jumma Haque. Er zijn nog vele anderen. Allemaal waren ze moslim en stierven ze tijdens de aanslagen in de Verenigde Staten. Verscheidene van hen werkten in het World Trade Centre. Sommigen maakten deel uit van de helden die zich haastten om gewonden te helpen, om daarna zelf verpletterd te worden. Minstens twee van hen waren passagiers op het vliegtuig.

Waarom hebben we niet meer gehoord van de moslimslachtoffers van Amerika's gruwel? In Groot-Brittannië woedde er een bitter debat over de vraag of islamitische leiders de terroristische aanslagen wel voldoende hadden veroordeeld. Maar pervers genoeg werd de discussie weer een van islam tegen Amerika, of islam tegen christendom, wat dezelfde uitdrukkingen zijn die Al-Qaeda gebruikte toen alle moslims werden opgeroepen deel te nemen aan de oorlog tegen Groot-Brittannië en de VS. Maar de islam is in Groot-Brittannië en de VS. Iemand had die namenlijst moeten verdelen.

Dokter Mansoor Khan is een huisarts uit Queens, New York, die een begeleidingscentrum voor Pakistaanse familieleden van de slachtoffers in New York opende. Volgens hem zijn de media schuldig, omdat zij nauwelijks iets gemeld hebben van de moslimslachtoffers die stierven op die vreselijke dinsdag. Ze hebben die realiteit onderdrukt, omdat die in de weg staat van het gemak te denken dat het een zij-tegen-ons-misdaad was, en dat het nu een zij-tegen-ons-oorlog is geworden. "Zeggen dat moslims slachtoffers zijn van deze gruwel en dat wij tegelijkertijd de daders zijn? Ik denk dat het een beetje moeilijk ligt voor hen om dat te slikken", meent dokter Khan.

Dan zijn er nog de cijfers. De media schuwen alles wat verwarrend is. En jammer genoeg is er veel verwarring over hoeveel islamieten er nu omkwamen tijdens de aanslagen. De nieuwszender CNN bijvoorbeeld heeft het over tweehonderd Pakistanen die stierven. Dat is een enorm getal. Heeft niemand dat verteld aan de demonstranten op de straten van Quetta en Islamabad? De Pakistaanse missie bij de Verenigde Naties heeft daarentegen slechts negen namen op haar lijst staan. Het Islamitisch Parlement in Groot-Brittannië meldde dat er vijftienhonderd moslims uit alle nationaliteiten stierven in de aanslagen. De Council on American Islamic Relations, in Washington, gaf het cijfer achthonderd. Make up your minds, guys.

Kijk bijvoorbeeld eens naar het geval van Salman Hamdani, een laboratoriumtechnicus, die op 11 september zijn huis in Queens verliet om te gaan werken in het Howard Hughes Medical Institute, in Manhattan. Zoals gewoonlijk nam hij metro nummer 7, maar op die dag keerde hij niet terug. Hij was slechts 23 jaar, maar al getraind om te helpen bij medische urgenties. Waarschijnlijk stapte hij op een ambulance die reed naar het WTC, nadat het eerste vliegtuig erin was gevlogen. (Hij is zelfs nooit op zijn werk geraakt.) Hij had, door zijn medische ervaring, genoeg reden om dicht bij de WTC-torens te zijn; misschien is hij er zelfs binnengegaan. Hun puin werd zijn graf.

En dus vermoordden de terroristen ook Salman, een jonge moslim die werd geboren in het Pakistaanse Karachi. Hij was naar Amerika gekomen met zijn familie toen hij nog maar net een jaar oud was en leefde nog steeds op een vrij traditionele Pakistaanse en islamitische wijze samen met zijn ouders en zijn twee jongere broers in Bayside, Queens. Zijn moeder Talat onderwijst Engels aan tieners, zijn vader Salim heeft een kleine winkel. Het is een familie waar de islam een grote rol speelde. Een Engelse versie van de koran ligt altijd op de salontafel. Een heilige islamitische tekst is geplakt op de koelkast. Sal - zo noemde zijn familie Salman - was bescheiden over zijn geloof, maar ernstig. Hij las de koran en bad vijf keer per dag.

Hoe zullen de terroristen deze dood rechtvaardigen? Misschien zelfs heel gemakkelijk, omdat Salman niet alleen de islam liefhad, maar ook het land dat zij haatten. Als tiener aanbad hij alle 'Star Wars'-films en die fascinatie geraakte hij nooit kwijt. Op de gepersonaliseerde nummerplaten van zijn marineblauwe Honda Civic stond 'YungJedi'. Hij studeerde parttime voor een master's degree aan de universiteit van New York en hij wilde dokter worden. Hij wilde ook naar Manhattan verhuizen, een bruisend eiland vol creativiteit die hij niet kon weerstaan. "Hij is een Amerikaan", zei Talat Hamdani enkele dagen na de tragedie. "Hij leest graag sciencefictionboeken en houdt van videospelletjes." Salman, een goedgebouwde jongeman, speelde op de middelbare school ook bij het footballteam.

Of denk aan het verdriet van Zara Khan, die meer dan een week na de WTC-aanslagen nog door de straten van Manhattan trok en flyers uitdeelde aan ieder die ze maar wilde aannemen. Er stond een foto op van haar 29-jarige broer Taimour Khan en een telefoonnummer. 'Bel alstublieft', stond er onder. Zara sprak met honderden mensen in die wanhopige dagen. Ze zocht journalisten op en hield de foto voor televisiecamera's. Maar, zoals bijna vijfduizend anderen in het WTC, was Taimour weg.

Ook hij kwam uit een Pakistaans en islamitisch gezin. In tegenstelling tot Salman was Taimour geboren in de VS en beschouwde hij zichzelf Amerikaan boven alles. Hij speelde niet alleen football, maar was kapitein van de ploeg in zijn school, in een comfortabele buitenwijk op Long Island, waar de Khans de enige Pakistaanse familie waren. Hij werd opgevoed als een seculiere moslim en als jonge man was Taimour zich nauwelijks bewust van de islam. Hij was al verhuisd naar Manhattan, waar zijn charme en zijn uiterlijk hem een populair maakten en een regelmatig bezoeker van het nachtleven. Maar volgens zijn familie beschouwde Taimour zichzelf niet enkel als Amerikaan, maar ook als moslim. En hij vergat nooit de nadruk die de islam legde op familie. "Bijna elke week kwam hij zijn moeder bezoeken", zegt zijn oom Ashad Khan. "Hij liet haar nooit koken. Hij nam haar altijd mee naar de beste restaurants."

Taimour Khan was een van de eersten die in aanraking kwamen met het misdaad van de terroristen. Hij was grondstoffenhandelaar voor het bedrijf Carr Futures en hij was al hard aan het werk toen het eerste vliegtuig om kwart voor negen in de toren van het WTC beukte. Carr Futures lag op de 92ste verdieping van de toren. Taimour maakte geen enkele kans.

Rahma Salie wist het zelfs nog eerder. Als moslim, afkomstig uit Sri Lanka en nog maar tien jaar in Amerika, was zij passagier op vlucht 11 van American Airlines, van Los Angeles naar Boston. Haar vliegtuig crashte op de noordelijke toren, die waar Taimour Khan in werkte. De terroristen hadden voor het opstijgen natuurlijk niet genadevol omgeroepen: 'Alle moslims mogen nu uitstappen, want dit gaat niet over jullie.' Dus was de 28-jarige Rahma, die zeven maanden zwanger was van haar eerste kind, gedoemd te sterven toen ze aan boord ging, in het gezelschap van haar echtgenoot Michael Theodoridis (32). Ze waren op weg naar het huwelijksfeest van een van haar beste vriendinnen op de middelbare school in Californië. En theoretisch gezien had ook Michael gespaard moeten worden. Hij was Grieks-Amerikaans en had zich tot de islam bekeerd voordat hij trouwde met zijn liefje van de universiteit.

Later kwam er bij het verdriet van Rahma Salies familie nog een wrede belediging. Een week na de terroristische aanslagen plaatste de FBI haar naam op een 'watch list' van personen die mogelijke banden hebben met de daders. Dat kwam omdat zij op het gekaapte vliegtuig zat, omdat haar reispatroon - ze was een consultant voor een Bostons it-bedrijf - overeenkwam met dat van de daders en - oh, ja - omdat haar naam vagelijk moslim klonk. Later werd zij verwijderd van de bewuste lijst, maar niet voordat verscheidene familieleden al waren geweerd van alle vliegtuigen toen ze naar Boston wilden reizen voor haar herdenkingsmis. Een oom zat in Tokio zelfs al op het vliegtuig naar de VS, toen hij werd teruggeroepen naar de vertrekhal en verwijderd door de politie. De FBI maakte zich op deze manier schuldig aan de lompste vorm van discriminatie en etnische onderscheiding. De angst voor discriminatie of, nog erger, fysieke schade geeft een verklaring voor de verwarring over het aantal moslims dat werd gedood op 11 september en wie ze nu precies waren. Families durven misschien niet naar buiten te komen om een vermiste aan te geven omdat ze bang zijn de aandacht te trekken. Dat noemt doktor Khan, de huisarts uit Queens, het 'dubbele gevaar' van de familieleden van moslimslachtoffers. Ze hebben iemand die ze liefhadden, verloren. Maar omdat ze moslims zijn, zoals de terroristen, denken ze dat ze risico lopen voor wraakacties van boze Amerikanen. De Council on American Islamic Relations telde sinds de aanslagen al vijftienhonderd haatmisdrijven tegen moslims in de VS. Er is nog een ander probleem. Volgens Muhammad Tariqur Rahman, van de Islamist Circle of North America, doen moslimfamilies geen aangifte van vermisten, en hebben ze zo geen financiële voordelen, uit immigratieredenen: "Er waren een hele boel illegalen die werkten in restaurants of krantenwinkels aan de metro's. Hun families zullen nooit aangifte doen over hun dood, uit vrees dat zij gedeporteerd worden."

Zelfs als het slachtoffer een green card had en dus legaal verbleef in de VS, zijn families nog niet op hun gemak. Meneer Rahman heeft zijn eigen lijst van veertig Pakistanen die vermist worden sinds de tragedie. Hij schat dat er zo'n honderdvijftig moslims omkwamen. Zijn organisatie investeerde in advertenties in New Yorkse etnische kranten en zelfs in spots op Urdu-televisiezenders, om mensen aan te moedigen naar voren te komen. Maar tot nu toe was de respons erg klein.

De moslimslachtoffers van 11 september zijn de vergeten slachtoffers. Ze werden gemakkelijk vergeten, omdat zovelen zelfs geen naam hadden. En het is voor beide zijden gemakkelijk om hen te vergeten. We moeten nu de verhalen van Salman, Taimour en Rahma in de hoogte houden. En we moeten luidop de lijst van islamitische namen opsommen. Omdat ze, in gevaarlijke tijden als nu, veel dingen vertellen. Dit is geen botsing van beschavingen en zeker geen botsing van religies. Sommige moslims voelen dat het hun plicht is om zich te voegen bij de doelstellingen van Al-Qaeda en haar leider Osama bin Laden, of op zijn minst er sympathie voor uit te drukken. Maar ook moslims waren slachtoffers van Al-Qaeda. En als er weer een aanslag komt, in Londen of New York, zullen ze opnieuw slachtoffer worden. Voor Al-Qaeda zijn de VS de vijand en het land van de ongelovigen. Maar de VS zijn een land met zeven miljoen moslims. Waarvan de grootste groep trouwens bestaat uit Afrikaans-Amerikanen.

"Iedereen is getroffen, om het even welke godsdienst je hebt", zegt Haleema Salie, de moeder van Rahma Salie. Eenvoudig uitgedrukt. Heel belangrijk. De Taliban zeggen wel dat dit een heilige oorlog is. Ze hebben het mis, omdat er moslims zijn aan beide kanten.

David Usborne

CNN heeft het over tweehonderd Pakistanen die stierven. Dat is een enorm getal. Heeft niemand dat verteld aan de demonstranten op de straten van Quetta en Islamabad?

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234