Dinsdag 20/10/2020

Getuigenissen60 jaar Congo

De vergeten kinderen van de kolonie: ‘In Congo noemen ze ons blank, in Europa zijn we gewoon zwart’

Lucien Bertens: ‘Als ik een andere zwarte zag in Maasmechelen, schrok ik. Ik beschouwde mezelf als blank zoals alle anderen.'Beeld Wouter Van Vooren

Ze worden ‘metiskinderen’ genoemd, in Congo door blanke kolonialen bij zwarte vrouwen verwekt. De meesten zijn door hun vader nooit officieel erkend. Allemaal moesten ze op zoek gaan naar hun familie. ‘Ze noemen ons hier de blanken, de mundele. In Europa zijn we gewoon zwart.’

Lucien Bertens (66): ‘Ik was een product van de kolonie’

“Mijn vader was een avonturier, met het hart op de juiste plaats. Hij werkte in de kolonie als agent sanitaire, een koloniaal ambtenaar. Omdat hij wat tropische geneeskunde had gestudeerd, was hij een soort van dokter in de brousse. Hij deed onderzoek naar malaria en lepra en zette ook inentingen. Mijn moeder is als geschenk gegeven, zo moet je dat bezien. Voor haar vader, een dorpschef, was het een manier om een band te krijgen met de blanken.”

Lucien Bertens werd in 1953 geboren in Kayeye, een dorp in Katanga. Het was de eerste standplaats van zijn vader. Toen een paar jaar later de strubbelingen rond de onafhankelijkheid van Congo begonnen, liet zijn vader, Remi Bertens, Lucien overkomen naar België. Het kind zou er opgroeien bij zijn nonkel en tante in Maasmechelen.

Lucien Bertens. Hij is als kind naar België gekomen. Hier is hij als oude man op bezoek bij zijn moeder, die hij dan uiteindelijk teruggevonden heeft in Congo.Beeld rv

Hoeveel metiskinderen er in Congo waren, is niet exact geweten. In 1947 zouden het er volgens een telling van het ministerie van Koloniën 4.056 geweest zijn, van wie enkele honderden al kinderen waren van metisouders. Hij heeft geluk gehad, zo zegt Lucien zelf. Het was toen zeldzaam voor blanke vaders om hun kinderen officieel te laten erkennen. “Dat heeft mij veel miserie bespaard. Ik was ook een product van de kolonie, van een blanke vader en een zwarte moeder. Na de onafhankelijkheid hebben de halfbloeden ginder het zeker niet makkelijk gehad.”

“Mijn vader is in Congo gebleven tot 1964 en is dan pas overgekomen. Maar dan begon hij weer aan een job als medisch vertegenwoordiger voor een Nederlandse firma en trok hij naar Noord-Afrika. Wij hadden geen goede band, mijn vader en ik, omdat ik hem nooit echt gekend heb. Eigenlijk hield ik dat af. Het zijn mijn nonkel en mijn tante die ik mijn hele leven ‘pa’ en ‘ma’ heb genoemd. Het was ook best bijzonder om als enige zwarte jongen op te groeien in Maasmechelen. Als ik een andere zwarte zag, schrok ik zelfs. Ik beschouwde mezelf als blank zoals alle anderen.”

“Mijn vader heeft mij toen ook altijd verteld dat mijn moeder dood was. Maar aan het einde van mijn studies voor kinesist – ik was toen ongeveer 25 – had ik het gevoel dat mijn moeder toch nog moest leven. Ik schreef mijn vader, die zich toen weer in België had gevestigd, een brief om hem te zeggen dat ik ontwikkelingswerk wilde gaan doen in Congo. Hij wou dat niet. Maar toen hij begreep dat ik mijn moeder wou gaan zoeken, heeft hij zijn connecties aangewend die hij daar nog had om haar te vinden. En dat is ook gelukt. Rond 1978 ben ik brieven beginnen te schrijven met mijn moeder en heb ik de eerste foto van haar gezien.”

“Dan ben ik getrouwd en kreeg ik zelf kinderen en raakte het contact wat verwaterd. Tot er in de jaren 90 een patiënt onze kinesistenpraktijk binnenkwam die toevallig een schoonbroer had in Kayeye. Ik viel mijn stoel. Die schoonbroer was een christelijke broeder, via hem heb ik vernomen dat mijn moeder naar Likasi was verhuisd. Het is pas toen, in 1996, dat ik verlof zonder wedde heb genomen en naar Congo ben getrokken.”

“Ik heb mijn moeder daar voor de eerste keer in bijna veertig jaar teruggezien. Dat is dubbel, zo’n ontmoeting. Ik heb tegen mijn moeder gezegd dat ik niet over het verleden wou praten. Ik ging niet vragen: ‘Waarom heb jij mij ooit losgelaten?’ Dat heeft geen zin. Ik wou geen oude wonde openscheuren. Er zijn halfbloeden in België, die hun Afrikaanse familie nooit hebben ontmoet. Ik heb die chance wel gehad. Ik heb mijn neven, nichten, halfbroers en halfzussen leren kennen.”

Cultuurschok

“Rond 2000 heb ik mijn moeder ook eens naar België laten komen. ‘Eén keer en nooit meer’, zei ze. Zij zou het leven hier nooit gewoon kunnen worden. Een frigo vol voedsel? Een stukje eten weggeven aan de hond? Zij moest een hele dag vechten om wat eten op tafel te krijgen. Voor mijn moeder was mijn vrouw ook baas over haar, toen ze bij ons in huis was. Bij de Lunda’s is er zo’n strikte hiërarchie. Mijn moeder wou zich bijvoorbeeld niet douchen voordat mijn vrouw was geweest. We hadden die cultuurschok niet goed ingeschat.”

“Mijn vader heeft geleefd tot 1988. De bedoeling was uiteindelijk dat hij toch nog met mij naar Congo zou gaan, maar dan is hij plots gestorven. Ik denk dat hij op het einde van zijn leven een schuldgevoel had naar mij toe.”

De ouders van Lucien Bertens. Beeld Wouter Van Vooren

“In 2018 is mijn moeder overleden. De laatste keer dat ik in Congo ben geweest, was in 2015. Ik hou nog steeds contact met mijn familie, maar het is niet veilig genoeg om er naartoe te gaan. Als ik daar kom, wil ik ook kunnen doorreizen.”

“Toen ik in Congo was, heb ik gezien wat de kolonialen er ooit hebben opgebouwd. Maar daar blijft niet veel meer van over. Als ik daar met oude mensen sprak, zeiden ze altijd dat de Belgen moesten terugkomen. Maar de jongeren hebben die tijd natuurlijk niet meer meegemaakt. Nu nemen de Chinezen het over. Het is in Congo maar een kleine elite die het goed heeft. De meeste mensen leven er van dag tot dag. Niemand denkt aan de lange termijn.”

Robert Lendo (64): ‘Een vader moet zijn kind erkennen’

“In Congo hebben ze ons altijd de mundele genoemd, de blanken. Voor Europeanen zijn we gewoon zwart. Wat zijn we dan eigenlijk? Als je dan zelf volwassen wordt, wil je weten waar je vandaan komt. Een papa kan je nog altijd niet uitvinden. Die moet zijn kind gewoon erkennen.”

Dat heeft hem heel zijn leven dwarsgezeten, vertelt Robert Lendo via WhatsApp vanuit Kinshasa. Lendo is als metis dus in Congo gebleven, maar probeert al bijna zestig jaar zijn Belgische familie op te sporen. Zijn moeder, een ongeletterde vrouw uit een arme familie, was daar eigenlijk tegen. Zijn vader heet volgens hem Roger Taymans.

Robert Lendo woont vandaag in Kinshasa. ‘Wij willen als metiskinderen onze rechten opeisen, omdat wij ook als Belgen geboren zijn.’Beeld Robert Lendo

“Ik ben geboren in Moanda, niet zo ver van Boma, in 1956. Mijn vader werkte voor Otraco, toen het Office National de Transports Coloniaux. Zoals ik het verhaal heb gehoord, is mijn moeder aan mijn vader voorgesteld door een bode van het bureau waar mijn vader werkte. Ze zijn natuurlijk nooit getrouwd, het was een buitenechtelijke affaire.”

“Met de gebeurtenissen rond de onafhankelijkheid van Congo in 1960, heeft mijn vader geprobeerd om mij mee te nemen naar België. Hij bekommerde zich dus blijkbaar wel om mij. Maar mijn moeder wou niet dat ik meeging. Zo ben ik eigenlijk zonder mijn vader opgegroeid.”

“In 1974 heb ik iemand ontmoet die bij Otraco werkte en een vriend kende van mijn vader. Van die vriend hebben we per brief dat mijn vader uit Congo was vertrokken, zonder een adres achter te laten. Ik heb er toen veel moeite ingestoken om hem op het spoor te komen. Ik ben naar de Belgische ambassade geweest. Maar daar zeiden ze dat ze geen dossiers hadden van de Belgen, die voor 1962 in Congo waren aangekomen. Er was ook ooit eens een piloot, een kennis van mij, die ik het adres meegaf dat ik uiteindelijk van mijn vader had achterhaald. Maar toen hij op die plaats kwam in België, wist niemand iets over mijn vader.”

“Dan word je ouder, ga je settelen en krijg je zelf kinderen. Wanneer mijn kinderen zijn opgegroeid, begonnen ze zich dezelfde vragen te stellen over hun afkomst als ik. ‘Waar is onze opa?’, vroegen ze. En dan heb ik hen het hele verhaal verteld. Door het internet is er voor hen veel meer mogelijk dan in mijn tijd. En in 2012 zijn ze erin geslaagd om contact te leggen met een zekere Roger Taymans. Maar dat bleek uiteindelijk niet mijn vader te zijn. Het was iemand anders met dezelfde naam die toevallig ook in Congo was geweest. Hij had in Kalemie (het vroegere Albertville, YV) in het leger gezeten. Hij kende mijn vader wel, zei hij. Maar volgens hem was mijn vader al overleden.”

Halfbroers

Het lot van de metiskinderen kwam decennialang niet onder de aandacht in ons land. Pas in 2015 werd de Association Métis de Belgique opgericht. Ook in Congo bestaan soortgelijke verenigingen. In de jaren daarna volgden er ook politieke initiatieven om de metiskinderen te helpen om hun ouders te identificeren. Het was het Vlaams Centrum voor Adoptie dat uiteindelijk meer informatie over Roger Taymans te pakken krijgt.

“Toen hebben we ook ontdekt dat ik nog twee halfbroers had in België. Die zijn geboren in Rwanda, waar mijn vader na zijn tijd in Congo heen is gestuurd. Ik heb hen toen een brief geschreven om hun te melden dat zij dus nog een broer hadden hier in Congo. Maar ik heb hen nog nooit ontmoet.”

“Toen we ook de overlijdensakte van mijn vader kregen, is mijn dochter, die in Litouwen woont, naar Luik gereisd om zijn graf te bezoeken. Ze is ook op zijn adres geweest en heeft daar zijn vrouw gevonden. Maar die wou niets van haar weten. Ze heeft haar zelfs niet in huis binnengelaten. Het enige wat mijn dochter vroeg was om een foto van haar grootvader. Toen de deur dichtging, begon mijn dochter te wenen. En die foto heeft ze uiteindelijk via via toch gekregen.”

Vorig jaar heeft premier Charles Michel uiteindelijk zijn excuses aangeboden aan de metiskinderen namens ons land. Niet alleen omdat velen hun ouders nooit gekend hebben, maar ook omdat honderden ‘halfbloeden’ bij hun ouders zijn weggehaald en grootgebracht in Belgische instellingen of bij pleeggezinnen. Veel metissen hebben in hun leven ook problemen gehad met documenten, omdat ze nooit de Belgische nationaliteit hadden gekregen.

“Ik heb me door de Belgische staat vroeger in de steek gelaten gevoeld”, zegt Robert. “In 1990 waren onlusten in verschillende Congolese steden. Toen België een vliegtuig stuurde om onderdanen op te halen mocht ik niet mee. Terwijl er Congolezen, die enkel voor Belgen werkten, wel op het vliegtuig zaten.”

“Wij willen als metiskinderen onze rechten opeisen, omdat wij ook als Belgen geboren zijn. Ik vind dat mijn kinderen ook in België zouden moeten kunnen wonen. We hopen dat België met de 60ste verjaardag van de Congolese onafhankelijkheid dat onrecht herstelt.”

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234