Zaterdag 19/10/2019

De Vergeten Gevangenen

In 1961 werden aan weerszijden van het IJzeren Gordijn duizenden mannen en vrouwen zonder proces gevangengehouden, omdat hun politieke of religieuze opvattingen niet strookten met die van hun regering. Peter Benenson, een Londense advocaat, vatte daarom het idee op voor een wereldwijde campagne, Appeal for Amnesty (Oproep tot Amnestie) 1961, waarmee hij regeringen wilde oproepen die mensen vrij te laten of ten minste een eerlijk proces te geven. De tekst waarin Benenson zijn ideeën uiteenzette en die tot de oprichting van Amnesty International leidde, verscheen op 28 mei 1961 in de Londense krant The Observer. Hij is veertig jaar na datum nog altijd pijnlijk actueel, en De Morgen drukt hem dan ook graag nog een keer integraal af.

Sla elke dag van de week de krant open en je vindt wel een bericht van ergens ter wereld over mensen die gevangengehouden, gefolterd of terechtgesteld worden, omdat hun opvattingen of geloofsovertuiging onaanvaardbaar zijn voor hun regering. Er zitten verscheidene miljoenen van die mensen achter de tralies - en zeker niet allemaal achter het Ijzeren of het Bamboe-gordijn - en hun aantal neemt elke dag nog toe. De krantenlezer krijgt er een misselijkmakend gevoel van machteloosheid bij. En toch, als deze gevoelens van afkeer over de hele wereld gebundeld konden worden in gezamenlijke actie, dan zou er daadwerkelijk iets kunnen gedaan worden.

In 1945 al keurden de stichtende leden van de Verenigde Naties de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens goed:

Artikel 18. - Eenieder heeft recht op vrijheid van gedachte, geweten en godsdienst, dat recht omvat tevens de vrijheid om van godsdienst of overtuiging te veranderen, alsmede de vrijheid hetzij alleen, hetzij met anderen zowel in het openbaar als in zijn particuliere leven zijn godsdienst of overtuiging te belijden door het onderwijzen ervan, door de praktische toepassing, door eredienst en de inachtneming van de geboden en voorschriften.

Artikel 19. - Eenieder heeft recht op vrijheid van mening en meningsuiting. Dat recht omvat de vrijheid om zonder inmenging een mening te koesteren en om door alle middelen en ongeacht grenzen inlichtingen en denkbeelden op te sporen, te ontvangen en door te geven.

Er kan op dit ogenblik niet met zekerheid vastgesteld worden in hoeveel landen de burgers daadwerkelijk die twee rechten genieten. Wat telt is niet de rechten die op papier bestaan in de Universele Verklaring, maar wel of ze in de praktijk kunnen uitgeoefend en afgedwongen worden. Geen enkele regering doet bijvoorbeeld meer moeite om haar grondwettelijke waarborgen te benadrukken dan de Spaanse, en toch past ze ze niet toe.

Er is over de hele wereld een groeiende tendens om de ware gronden te verhullen waarop 'non-conformisten' gevangengenomen worden. In Spanje worden studenten die pamfletten verspreiden waarin het recht wordt opgeëist om over de huidige gang van zaken van mening te wisselen, beschuldigd van 'militaire subversie'. In Hongarije worden katholieke priesters die hun koorscholen proberen open te houden beschuldigd van 'homoseksualiteit'.

Die valse beschuldigingen wijzen erop dat regeringen verre van ongevoelig zijn voor de druk van de externe publieke opinie. En als de wereldwijde publieke opinie zich op één zwakke plek concentreert, kan ze soms volstaan om regeringen te doen inbinden. Zo werd de Hongaarse dichter Tibor Dery onlangs vrijgelaten nadat in verscheidene landen Tibor Dery-comités opgericht werden. In Spanje werden professor Tierno Galván en zijn literaire vrienden in maart vrijgesproken na het bezoek van een aantal vooraanstaande buitenlandse waarnemers.

Het belangrijkste is dat de publieke opinie snel en breed gemobiliseerd wordt, nog voor een regering in de vicieuze cirkel van haar eigen repressie verstrikt raakt en met een nakende burgeroorlog geconfronteerd wordt. Op dat ogenblik is de situatie voor die regering immers te hopeloos geworden om nog toegevingen te doen. Om doeltreffend te zijn, moet de publieke opinie een brede basis hebben en internationaal, niet-sektarisch en niet-partijgebonden zijn. Campagnes om de vrijheid te bevorderen die uitgaan van één enkel land, of één enkele partij, tegen een andere, leiden dikwijls tot niets anders dan een verheviging van de vervolgingsgolf.

Om die redenen hebben we Appeal for Amnesty 1961 opgericht. De campagne, die vandaag begint, is een initiatief van een groep Londense advocaten, schrijvers en uitgevers, die allen de onderliggende overtuiging delen die Voltaire destijds formuleerde: "Ik verafschuw uw opvattingen, maar ik ben bereid te sterven voor uw recht ze te uiten." Wij hebben in Londen een vereniging opgericht om informatie te verzamelen over de namen, aantallen en leefomstandigheden van diegenen die we voortaan 'gewetensgevangenen' zullen noemen en die we als volgt definiëren: eenieder die fysiek (door opsluiting of anders) verhinderd wordt uiting te geven (in elke vorm van woorden of symbolen) aan elke mening die hij er oprecht op nahoudt en die niet tot persoonlijk geweld aanzet of geweld vergoelijkt. We sluiten ook diegenen uit die met buitenlandse regeringen samenspannen om hun eigen regering omver te werpen. Onze vereniging zal af en toe persconferenties geven om de aandacht te vestigen op het lot van bepaalde gewetensgevangenen uit verschillende delen van de wereld. En ze zal feitelijke informatie verstrekken aan elke bestaande of nieuwe groepering, om het even waar ter wereld, die zich achter onze inspanningen voor vrijheid van gedachte en godsdienst wil scharen.

In oktober zal in het kader van onze Amnesty-campagne een speciale Penguin-uitgave gepubliceerd worden. Het boek zal de verhalen bevatten van negen mannen en vrouwen uit verscheidene delen van de wereld, met uiteenlopende politieke en religieuze opvattingen, die gevangengenomen werden vanwege die opvattingen. Geen van hen is beroepsmatig met politiek bezig. De opvattingen waarvoor ze in de gevangenis belandden zijn in elke vrije samenleving gemeengoed.

Een van de verhalen gaat over de weerzinwekkende wreedheid waarmee Angola's belangrijkste dichter, Agostino Neto, behandeld werd vóór de huidige onlusten daar losbraken. Dokter Neto was een van de vijf Afrikaanse dokters in Angola. Zijn inspanningen om de gezondheidszorg voor de Afrikanen te verbeteren waren onaanvaardbaar voor de Portugezen. In juni van vorig jaar viel de Politieke Politie zijn huis binnen, ranselde hem voor de ogen van zijn familie af en nam hem vervolgens mee. Sindsdien zit hij zonder aanklacht of proces gevangen in Kaapverdië.

Vanuit Roemenië zullen we het verhaal afdrukken over de filosoof Constantin Noica, die tot vijfentwintig jaar gevangenisstraf veroordeeld werd, omdat hij van de universiteit was weggestuurd en toch vrienden en studenten bleef ontvangen, die naar zijn uiteenzettingen over filosofie en literatuur kwamen luisteren. Het boek zal ook het verhaal bevatten van de Spaanse advocaat Antonio Amat, die een coalitie van democratische groeperingen probeerde uit te bouwen, en sinds november 1958 zonder proces opgesloten zit, en het verhaal van twee blanken die door hun eigen rasgenoten vervolgd worden, omdat ze vinden dat andere rassen gelijke rechten moeten krijgen: Ashton Jones, de 65-jarige dominee die vorig jaar herhaaldelijk afgeranseld en drie keer opgesloten werd in Louisiana en Texas, en Patrick Duncan, de zoon van een voormalige Zuid-Afrikaanse gouverneur-generaal, die na drie gevangenisstraffen nu een verbod kreeg opgelegd om de komende vijf jaar elke bijeenkomst bij te wonen of toe te spreken.

Het publiceren van de persoonlijke verhalen van gevangenen met uiteenlopende politieke opvattingen, is een nieuwe techniek. Ze werd aangenomen om te voorkomen dat die campagne hetzelfde lot ondergaat als vroegere campagnes voor amnestie, die zo vaak meer aandacht besteedden aan het vertolken van de politieke opvattingen van de gevangenen dan aan werkelijk humanitaire doelstellingen.

Hoe kunnen we te weten komen hoe het vandaag met de vrijheid gesteld is in de wereld? De Amerikaanse filosoof John Dewey zei ooit: "Als je je een beeld wilt vormen van een samenleving, ga dan na wie er in de gevangenis zit." Dat is een moeilijke raad om op te volgen, want maar weinig regeringen zijn tuk op vragen over hoeveel gewetensgevangenen ze gevangenhouden. Maar een ander criterium dat men kan toepassen is de mate waarin de pers kritiek mag uiten op de regering. Zelfs veel democratische regeringen zijn verbazingwekkend gevoelig voor kritiek in de pers. In Frankrijk heeft generaal De Gaulle het aantal inbeslagnames van kranten opgevoerd, een beleid dat hij overerfde van de Vierde Republiek. In Groot-Brittannië en de Verenigde Staten worden af en toe pogingen ondernomen om de angel van de perskritiek te verwijderen door hoofdredacteurs in vertrouwen te nemen over 'staatsgeheimen', zoals in de recente zaak-Blake.

Binnen het Britse Gemenebest heeft de regering van Ceylon een aanval op de pers ingezet en dreigt ze ermee de hele sector onder staatstoezicht te plaatsen. In Pakistan is de pers onderworpen aan de krijgswet. In Ghana is de pers van de oppositie verregaand gemuilkorfd. In Zuid-Afrika, dat komende woensdag het Gemenebest verlaat, plant de regering nieuwe wetten om bepaalde publicaties te kunnen censureren. Buiten het Gemenebest heeft de persvrijheid het bijzonder moeilijk in Indonesië, de Arabische wereld en Latijns-Amerikaanse landen zoals Cuba. In de communistische wereld, en ook in Spanje en Portugal, wordt kritiek in de pers zelden getolereerd.

Een andere toetssteen is de vraag of de regering een politieke oppositie toelaat. In de naoorlogse periode zijn over heel Azië en Afrika tal van 'persoonlijke' regimes ontstaan. Waar oppositiepartijen niet de kans krijgen om hun eigen kandidaten naar voren te schuiven of verkiezingsuitslagen te verifiëren, staat veel meer op het spel dan hun eigen toekomst. Meerpartijenverkiezingen mogen dan omslachtig zijn en het risico op coalities mag dan misschien tot zwakke regeringen leiden, tot nu toe is er geen andere manier gevonden om minderheden vrijheid en non-conformisten persoonlijke veiligheid te garanderen. Welke waarheid er ook mag schuilen in de oude stelling dat democratie slecht samengaat met opkomend nationalisme, we mogen ook Winston Churchills dictum niet vergeten: "De democratie is een verdomd slecht systeem, maar niemand heeft al een beter bedacht."

Een vierde criterium is de vraag of diegenen die beschuldigd worden van misdrijven tegen de staat een snel en openbaar proces krijgen voor een onpartijdige rechtbank, of zij het recht hebben getuigen op te roepen, en of hun advocaat de kans heeft om naar eigen inzicht hun verdediging op zich te nemen. De voorbije jaren heeft zich een betreurenswaardige ontwikkeling voorgedaan is sommige van die landen die zich zo graag beroepen op een onafhankelijk gerecht: door de noodtoestand uit te roepen en hun tegenstanders in 'preventieve hechtenis' te nemen, omzeilen regeringen de verplichting om concrete beschuldigingen te uiten en die ook te bewijzen. Het andere uiterste is het enthousiasme in sovjetlanden om instellingen op te richten die wel rechtbanken genoemd worden maar dat in werkelijkheid helemaal niet zijn. De zogenaamde 'volksrechtbanken' in de USSR, die de bevoegdheid hebben af te rekenen met 'parasieten', zijn in essentie weinig meer dan afdelingen van het ministerie van Arbeid, die niet in de samenleving in te passen elementen overplaatsen naar de vrije ruimte van Siberië. Ook in China gebeurt een dergelijke zogenaamd onpartijdige 'herverdeling van arbeid' op grote schaal.

De snelste manier om het lot van gewetensgevangenen te verzachten, is publieke aandacht, en dan vooral aandacht van hun eigen medeburgers. Door het opkomende nationalisme en de spanningen van de koude oorlog ontstaan er onvermijdelijk situaties waarin regeringen noodmaatregelen nemen om hun bestaan veilig te stellen. Het is van vitaal belang dat de publieke opinie erop toeziet dat die maatregelen niet buitensporig zijn, en ook niet gehandhaafd blijven als het gevaar geweken is. Als de noodsituatie langere tijd aanhoudt, moet de betrokken regering ertoe worden aangezet om haar tegenstanders vrij te laten en de kans te geven om in het buitenland asiel te zoeken.

Hoewel er geen statistieken zijn, slagen de laatste jaren wellicht steeds minder mensen erin om asiel te krijgen. Dat komt niet zozeer door de onbereidwilligheid van andere landen om die mensen onderdak te bieden, maar wel door de steeds efficiëntere grenscontroles, waardoor het veel moeilijker wordt om een land te ontvluchten. Pogingen om tot een werkbare internationale conventie te komen, slepen al jaren aan zonder veel resultaat.

In veel landen is er ook het probleem dat aan immigranten bepaalde arbeidsbeperkingen worden opgelegd. Zolang in de 'gastlanden' geen werk beschikbaar is, blijft het recht op asiel een grotendeels leeg begrip. Appeal for Amnesty 1961 wil dan ook bijdragen tot een meer leefbare werksituatie voor politieke en religieuze vluchtelingen. Het zou goed zijn als er in elk 'gastland' een centraal werkgelgenheidsbureau werd opgericht, en dat in overleg met de werkgeversfederaties, de vakbonden en het ministerie van Tewerkstelling.

Dit is een bijzonder toepasselijk jaar voor een Amnestie-campagne. Het is de honderdste verjaardag van de eedaflegging van president Lincoln en van het begin van de Burgeroorlog, die eindigde met de bevrijding van de Amerikaanse slaven. Het is ook de honderdste verjaardag van het decreet dat de Russische lijfeigenen vrijmaakte. Honderd jaar geleden maakte de begroting van premier Gladstone een einde aan de buitensporig hoge belasting op krantenpapier, en kwam er zo een veelzijdigere en vrije pers. In 1861 kwam ook een einde aan de tirannie van koning 'Bomba' in Napels en ontstond het eengemaakte Italië. Het was ook het jaar van de dood van Lacordaire, de Franse dominicaanse die zich afzette tegen de religieuze onderdrukking in zijn land.

Het succes van de Appeal for Amnesty-campagne hangt af van hoe scherp en krachtig de publieke opinie achter één doel kan worden geschaard. Het hangt ook af van de mate waarin die campagne alomvattend kan zijn in haar samenstelling, internationaal van karakter en politiek ongebonden in haar beleid. Wij verwelkomen elke groepering die bereid is vervolging te verwerpen, waar die ook plaatsvindt, wie er ook voor verantwoordelijk is en wat de onderdrukte opvattingen ook zijn. Hoeveel er kan worden verwezenlijkt als mannen en vrouwen van goede wil zich verenigen, bleek al tijdens het voorbije Wereldvluchtelingenjaar. Het is ontegensprekelijk zo dat de meeste zaken waar Appeal for Amnesty 1961 toe oproept alleen door regeringen verwezenlijkt kunnen worden. Maar de ervaring leert dat in dergelijke zaken regeringen slechts willen volgen als de publieke opinie hen voorgaat. Het was de druk van de publieke opinie die honderd jaar geleden tot de bevrijding van de slaven leidde. Onze taak is nu om voor onze geest dezelfde vrijheid af te dwingen als voor ons lichaam.

Vertaling: Wim Coessens

Het is ontegensprekelijk zo dat de meeste zaken waar Appeal for Amnesty 1961 toe oproept alleen door regeringen verwezenlijkt kunnen worden. Maar de ervaring leert dat in dergelijke zaken regeringen slechts willen volgen als de publieke opinie hen voorgaat

Peter Benenson

Amnesty International

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234