Woensdag 25/11/2020

De verantwoordelijkheid van de oorlogsschrijver

Marnix Beyen doceert politieke geschiedenis aan de Universiteit Antwerpen. Zijn recensie van Wil verscheen op dereactor.org.

Op de achterflap van de met de Fintro Literatuurprijs bekroonde roman Wil staat dat Jeroen Olyslaegers "de breed aangenomen grenzen tussen goed en kwaad" betwist. De auteur heeft dus niet alleen aan de literatuur, maar ook aan de geschiedschrijving en de historische beeldvorming een bijdrage willen leveren. Ondanks het fictieve karakter van het verhaal is hij daar grotendeels in geslaagd. Aanschouwelijker dan historici dit kunnen doen, toont Olyslaegers de tegenstrijdigheden waarmee mensen werden geconfronteerd in een complexe stad onder nationaalsocialistisch bestuur.

Dit perspectief is minder nieuw dan de achterflap ons wil doen geloven. Sinds de jaren 80 zijn ook de historici van de Tweede Wereldoorlog 'uit de ban van goed en fout' getreden. Zij waren daarin voorafgegaan door literaire auteurs en filmmakers, die vermoedelijk veel meer dan historici bepalen hoe oorlogen herinnerd worden. Van Louis Paul Boons literaire kroniek Mijn kleine oorlog (1947) tot Hugo Claus' monumentale Het verdriet van België (1983), van Paul Berkenmans melodramatische film Want allen hebben gezondigd (1961) over Claus' regiedebuut De vijanden (1967) tot André Delvaux' aangrijpende Vrouw tussen hond en wolf (1979): allen hebben ze de Vlamingen erop gewezen dat de keuze vóór of tegen de nationaalsocialistische bezetter allesbehalve eenduidig was.

Dat Olyslaegers zich in dit rijtje schaart en inzoomt op een groep van wie de medeplichtigheid de laatste jaren sterk is benadrukt - de Antwerpse politie - valt zeker toe te juichen. Toch moeten we ons ook hoeden voor een scheeftrekking in de andere richting. Door alle nadruk op ambiguïteit en kleinmenselijke ambities dreigen we uit het oog te verliezen dat ook in Vlaanderen mannen en vrouwen door een brede waaier aan ideologische motieven werden bewogen om zich zo nodig tot de dood te verzetten tegen de nationaalsocialistische overheersers.

De 'vaderlandsliefde' waarop zij zich beriepen, kon autoritaire, koningsgezinde vormen aannemen, maar ging in vele gevallen gepaard met een primaire verdediging van de religieuze en vrijheidsgezinde tradities van het land.

Al snel na de Bevrijding kwam het verzet in Vlaanderen in diskrediet naar aanleiding van de vergeldingsacties die 'septemberweerstanders' op Duitsgezinden (niet noodzakelijk collaborateurs) uitvoerden. Daardoor is deze erfenis van het 'echte' verzet in Vlaanderen grotendeels vergeten, ook door de literatuur.

Daarin brengt Wil nauwelijks verandering: de verzetsgroepering die in beeld komt, is een wereldvreemd clubje en wanneer mensen onderdak bieden aan joden doen ze het vooral uit materiële berekening. Natuurlijk wil ik niet pleiten voor een romantiserende literatuur die deze verzetsfiguren doet uitgroeien tot helden van bovenmenselijke allures, zoals dat onder meer nog in Robbe De Herts Engelstalige productie Gaston's War (1997) het geval was. Maar het zou wel mooi zijn als een literaire auteur een van deze vergeten figuren in al zijn of haar veelzijdigheid en tegenstrijdigheden tot leven zou wekken.

Om dat mogelijk te maken, zouden ook historici eerst meer onderzoek moeten verrichten naar dit deel van de geschiedenis. Zo kunnen zij samen literaire auteurs of andere cultuurmakers een schromelijke onrechtvaardigheid in het Vlaamse collectieve geheugen ongedaan helpen maken. Dat anno 2017 uitgerekend in Breendonk nog wordt vastgehouden aan een straat genoemd naar een van de meest prominente collaborateurs (Cyriel Verschaeve) toont hoe belangrijk een dergelijke opdracht ook vandaag nog is.

De grote impact van de literatuur op de oorlogsherinnering zadelt auteurs van oorlogsromans met een zekere verantwoordelijkheid op, al kan natuurlijk niemand hen zeggen waarover zij moeten schrijven.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234