Zaterdag 28/01/2023

'De veranderde mentaliteit zal politici wakker schudden'

Eerlijke globalisering, zo heet een nieuw spraakmakend boek van Joseph Stiglitz. De Nobelprijswinnaar voor de economie (2001) die het Witte Huis en de Wereldbank als zijn broekzak kent, schopt er even hard mee tegen de schenen van het establishment als met Perverse globalisering, de voorganger die een scherpe aanval op de ongebreidelde markteconomie was. De Amerikaanse academicus die activist werd, was te gast in Boekenbeursstad Antwerpen.

door Hans Muys

Dat Joseph Stiglitz van een gerespecteerd wetenschapper uitgroeide tot een spraakmakende strijder voor gelijkheid en eerlijke ontwikkeling, danken we eigenlijk aan Bill Clinton. Want hij was het die na zijn verkiezing tot president de economieprofessor uit zijn ivoren universiteitstoren naar het Witte Huis haalde. Als hoofd van de adviseurs die het (succesvolle) economische beleid uittekenden. En vandaar trok Stiglitz naar een ander machtscentrum in Washington: de Wereldbank, waar hij senior vicepresident en chef-economist werd en zich bezighield met ontwikkelingsproblematiek.

In die politieke slangenkuilen verdedigde de man die naam had gemaakt als theoretisch economist met veel vuur de principes die zijn werk eigenlijk al van meet af aan kenmerkten. De tekortkomingen bijvoorbeeld van het soort ongebreidelde markteconomie dat in het Reagantijdperk tot doctrine was uitgeroepen. Of de wanverhouding tussen het arme Zuiden en het rijke Noorden. Stiglitz deed dat met een hardnekkigheid en openheid die uiteindelijk tot een aftocht met slaande deuren leidde.

Maar als zijn tegenstanders uit het establishment hadden gedacht dat ze na zijn terugkeer naar de universitaire wereld verlost zouden zijn van de uitvinder van de 'informatie-economie', kwamen ze bedrogen uit. Stiglitz had geleerd hoe de politiek en de internationale instellingen werken en begon nu pas echt aan de weg te timmeren.

Aan zijn lange lijst met puur wetenschappelijke publicaties voegde hij in hoog tempo een aantal boeken toe die hem bekend maakten bij een breder publiek. In The Roaring Nineties hekelde hij de hebzucht en dolgedraaide liberalisering die het Amerikaanse bedrijfsleven in die periode in diskrediet bracht. Maar nog meer rumoer veroorzaakte Globalization and Its Discontents (in het Nederlands: Perverse globalisering), een scherpe aanval op de rol die de internationale financiële instellingen spelen bij de schaduwkanten van die economische omwenteling. Het vervolg daarop is nu ook in het Nederlands uit: Eerlijke globalisering.

'Globalisering' is een term die vaak nogal losjes wordt gebruikt. Kunnen we beginnen met uw definitie?

"In mijn boek gaat het vooral over economische globalisering. Dat is de grotere integratie van alle landen als gevolg van de toegenomen stromen goederen, diensten, kapitaal en soms zelfs arbeid. In dat proces spelen lagere vervoers- en communicatietarieven een grote rol, maar ook andere aspecten zoals ideeën, technologie en cultuur. Denk maar aan de manier waarop China zijn achterstand op het vlak van kennis aan het goedmaken is."

En tegen die ontwikkeling bent u - om nog een misverstand weg te nemen - niet principieel gekant?

"Nee, niet op zich. Een van de thesissen van mijn boek is dat globalisering inderdaad het potentieel heeft om tot hogere inkomens te leiden, zowel in rijke als in arme landen. Dat puur economische argument is zonder meer juist. Mijn kritiek is dat de manier waarop we met globalisering omgaan net heeft geleid tot grotere ongelijkheid. Dat er niet alleen winnaars maar ook verliezers zijn. In theorie zouden die winnaars de verliezers kunnen compenseren, maar dat gebeurt niet."

In uw eerdere boek, Perverse globalisering, richtte u uw pijlen vooral op internationale financiële instellingen, met name het Internationaal Monetair Fonds. Met succes trouwens.

"Ja, sommige zaken die ik aanklaagde, zijn inderdaad veranderd. Denk maar aan de herziening van de oneerlijke stemmenverdeling in het IMF en de erkenning dat armoede een prioriteit is. Het is nog niet genoeg, maar er is wel wat gebeurd."

Wat bracht u ertoe om daar met Eerlijke globalisering een vervolg op te schrijven?

"Ik wilde ditmaal een breder landschap schetsen, waarin ook plaats was voor thema's als grondstoffen en intellectuele eigendomsrechten, zaken waaraan ik in mijn eerste boek niet toekwam hoewel ze toch een belangrijk onderdeel vormen van globalisering. Ten tweede wilde ik onderstrepen dat het probleem ligt in de manier waarop we omgaan met globalisering, door te beschrijven dat er andere vormen van globalisering mogelijk zijn."

Een punt van kritiek dat als een rode draad door uw boeken loopt, is de manier waarop collega-economisten omgaan met de theorieën van Adam Smith en beweren dat totaal vrijgelaten markteconomieën uit zichzelf en zonder inmenging tot efficiëntie zullen leiden. De 'onzichtbare hand' dus.

"Juist, want het is natuurlijk niet zo dat volledig vrije markten alle problemen vanzelf zullen oplossen. Dat heb ik al aangetoond in mijn onderzoek naar de economie van de informatie (dat Stiglitz de Nobelprijs opleverde, HM). Markten zijn lang niet altijd efficiënt. Ze produceren soms te veel, denk maar aan de uitstoot van CO2. En ze produceren soms te weinig van sommige zaken, zoals kennis of research. Een voorbeeld: we hebben de kennis om het gen te isoleren dat met borstkanker te maken heeft. Maar het bedrijf dat die kennis heeft, wil die te gelde maken, zodat arme mensen geen toegang hebben tot die ontwikkeling en zullen sterven."

In tegenstelling tot uw collega Jagdish Bagwhati gelooft u niet onvoorwaardelijk in de heilzame werking van liberalisering van handel en kapitaalmarkten.

"Nee, want ook die liberalisering leidt vaak tot ongelijkheid, tot winnaars en verliezers. En die verliezers vind je niet alleen in de ontwikkelingslanden, al gaat daar terecht de meeste aandacht naar uit, maar ook in de geïndustrialiseerde wereld. De rijke landen als geheel winnen als gevolg van globalisering, maar dat geldt lang niet altijd voor de mensen individueel. Je kunt een wereld krijgen van rijke landen met arme burgers.

"Zeker omdat in het rijke Noorden de globalisering soms wordt gebruikt als een politiek excuus om het sociale vangnet te ondermijnen en ook als een argument om de lonen in bedwang te houden. Door de concurrentie uit ontwikkelingslanden zijn de jongste jaren in Amerika de inkomens van de laagstbetaalden dramatisch en die van de middenklasse licht gedaald. Dat heeft niet uitsluitend te maken met globalisering, ook de technologie speelt een rol. Maar daaraan kun je niets doen, aan globalisering wel. Vandaar het groeiende verzet."

De Oost-Aziatische landen die een succes hebben gemaakt van globalisering hebben het evenwicht gevonden waar u voor pleit: dat tussen de rol van de markt en die van de overheid. Maar kan dat geëxporteerd worden naar andere landen?

"Niet als geheel, maar je kunt wel de manier van denken exporteren, het idee van de balans waarover we het hadden. Denk aan Chili, het succesvolste Latijns-Amerikaanse land. Dat heeft in grote trekken het Aziatische model gevolgd, maar aangepast aan de eigen omstandigheden en beperkingen. Chili ontwikkelde een variant die bij het land past en die werkt. Voor Afrika ligt het moeilijker. Maar in Manchester, waar ik ook onderzoek doe naar armoede, sprak ik met een aantal Afrikaanse leiders over de mogelijkheid om bij hen het Aziatische model toe te passen en met name Ethiopië is daar goed mee bezig."

In uw boek bestrijkt u veel aspecten van globalisering. Twee thema's krijgen ook hier veel aandacht: het milieu en de armoede. Over het milieu heeft een van uw Wereldbankcollega's, Nicholas Stern, onlangs een ophefmakend rapport gepubliceerd.

"Stern maakte voor de eerste keer zonneklaar dat de kostprijs van de opwarming uiteindelijk vijfmaal hoger zal liggen dan het prijskaartje als we nu ingrijpen. Daarmee is de vraag niet langer of we ons kunnen permitteren om iets te doen, maar wel of we ons kunnen permitteren om niets te doen. Het antwoord is voor mij duidelijk.

"Daarom pleit ik voor een globale belasting op de uitstoot van broeikasgassen. In feite is dat zo'n simpel idee dat je je afvraagt waarom we er niet eerder aan hebben gedacht. Natuurlijk zijn de 'winnaars' van nu, zoals de VS, daar niet blij mee."

Maar dat is precies uw bedoeling?

"Juist."

U beschrijft armoede als een van de andere topproblemen en illustreert dat met de metafoor van de Europese koe die per dag 2 dollar aan subsidies krijgt, wat meer is dan de helft van de wereldbevolking ontvangt. Wat gaat u daar precies aan doen als leider van het nieuwe Brooks World Poverty Institute van de universiteit van Manchester?

"Dat is bovenal een academisch initiatief. Als we de armoede willen aanpakken, moeten we de wortels ervan goed leren begrijpen en inzien welk beleid nodig is om daar iets aan te doen. Een beter begrip is cruciaal om doeltreffender te kunnen optreden. Het is bijvoorbeeld door ons groeiende inzicht in de manier waarop landbouwsubsidies bijdragen tot armoede in ontwikkelingslanden, dat we andere manieren kunnen uitwerken om onze boeren te steunen zonder dat dit ten koste gaat van boeren die veel armer zijn."

U biedt in uw boek een groot aantal remedies en oplossingen aan om de globalisering beter te doen werken: van de 'broeikasbelasting' waarover u het zonet had, tot economische regularisering en financiële wetgeving. Maar daarvoor is een politieke consensus nodig. En u schrijft zelf dat economische globalisering sneller gaat dan politieke. Hoe hoopvol bent u dan over de kans die dergelijke voorstellen maken?

"Ik ben hoopvol. In de eerste plaats omdat er een groeiend bewustzijn is binnen de maatschappij, al gebeurt dat in Europa sneller dan in Amerika. Daardoor verandert onze mentaliteit en dat is een eerste vereiste om politici wakker te schudden.

"Ook beginnen de mensen in te zien dat als we niks doen aan die problemen, de problemen ons wel zullen vinden. Denk maar aan het migratieprobleem, in Europa zowel als in de VS. We kennen de belangrijkste oorzaak: de ongelijke levensstandaard. Die dwingt de migranten ertoe om, zeer tegen hun zin, hun gezinnen achter te laten. Dus als we zorgen dat de mensen in ontwikkelingslanden het beter krijgen, pakken we ook het migratieprobleem aan.

"De globalisering brengt dat probleem, net als dat van epidemische ziektes en zelfs terrorisme, tot aan onze voordeur, dus daar kun je beter constructief mee omgaan. Die realiteit zorgt voor een andere mentaliteit en dat zal op termijn politieke gevolgen hebben."

U bent ook optimistisch wanneer u schrijft dat de wereld wel gedwongen zal zijn een deel van de hervormingen die u bepleit door te voeren. Maar u koppelt daar meteen de vraag aan vast of dat zal gebeuren voor of na een reeks rampen. Wat is daarop uw eigen antwoord?

"Ik schreef dat in de hoop dat er hervormingen zullen komen voordat er zaken echt fout gaan. Ik geloof dat dit in sommige gevallen ook het geval zal zijn, maar niet helaas niet met alles. Neem de klimaatverandering: de druk om daaraan iets te doen neemt wel toe, maar het probleem is dat het moeilijker op te lossen is dan andere rampen. Want als de broeikasgassen eenmaal in de atmosfeer zitten, kan het een eeuw duren om de schade ongedaan te maken. Ook het financiële systeem blijft labiel en omdat de VS daar, heel kortzichtig trouwens, tevreden over zijn, zal er niets aan worden gedaan tot er een crisis uitbreekt."

Daarmee zijn we opnieuw beland bij de even doorslaggevende als negatieve rol die Amerika in het globaliseringsverhaal speelt. Bent u daarover positiever gestemd door de stembusuitslag van dinsdag?

"Absoluut. Ook al zal het niet makkelijk zijn om de zaken te veranderen. Het probleem is dat de Amerikaanse media de burgers een heel ander, beperkt wereldbeeld bieden. Zo werd in mijn land veel minder aandacht besteed aan mijn berekening van het gigantische prijskaartje dat aan de Iraakse oorlog vastzit dan in Europa. Toch stemden veel Amerikanen tegen die oorlog. Voelden ze, zelfs onbewust, aan dat je voor die miljarden dollars vrede had kunnen kopen in plaats van verwoesting? Ook wat dat betreft gaan we de goede kant op."

Het rijke Noorden gebruikt de globalisering als een politiek excuus om het sociale vangnet te ondermijnen en de lonen in bedwang te houden

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234