Woensdag 23/10/2019

De Venus van Jef, 's lands laatste schokgolf

Toen de deze week overleden Jef Geeraerts in 1968 Black Venus op Vlaanderen losliet, was dat een blikopener voor andere schrijvers. Voor kerk en staat daarentegen een stomp in de maag: het boek werd uit de rekken gehaald. Vandaag lijkt dat ondenkbaar. 'Literatuur is marginaal geworden.'

"Wat staat er zaterdag van jou in de weekendkrant?", vraagt moeder, donderdag aan de telefoon.

"Een verhaal over Jef Geeraerts en hoe zijn boek verboden werd."

"O. Ik heb dat toen gelezen. Ik vond het maar een vies ventje. Misschien moet ik het eens herlezen. Maar ik denk dat ik hem nog altijd een vies ventje zou vinden."

Dit jaar wordt ze 85, hele bibliotheken las ze leeg, ook al in de jaren 60. Van Jef Geeraerts hield ze nooit. Leeftijdgenoot nochtans, en tot aan zijn dood woonde hij in haar dorp. Maar toen hij Black Venus schreef, woonde Geeraerts nog in de stad en was Drongen nog katholiek. Zoals heel Vlaanderen. De bom sloeg in.

Walter van den Broeck (74) had in 1968 Ik ben maar een neger en Het verhaal van Matsombo al gelezen. Daarin las de schrijver al over een heel ander Congo dan "dat van het zilverpapier en de afgestempelde postzegels", zegt hij, maar: "Black Venus gaf niet alleen een ander zicht op wat de kolonialen daar gedaan hadden, Jef pikte aan bij wat Henry Miller met Sexus, Plexus en Nexus had gedaan. Die waren in het Nederlands verschenen en dat hadden we gelezen. Dat was heel vrijmoedig en in één keer kreeg Vlaanderen daarbij aansluiting. Dankzij Jef."

Dat 'dankzij' is een woord dat Walter van den Broeck zomaar kiest. "Het was niet zozeer een kwestie van Vlaanderen wakker schudden", zegt de schrijver van, onder meer, Groenten uit Balen en Brief aan Boudewijn. "Het boek verzette gewoon de bakens van de literatuur in Vlaanderen. 'Ha, zo, dat mag dus eigenlijk ook.' Die bedenking. Jef ging daarmee wel degelijk dwars tegen de hele katholieke moraal in die als een soort ijzeren hand boven Vlaanderen hing. Missionaris worden was in die tijd het hoogste goed. Een familie met een zoon die dat werd, steeg vijf sporten op de maatschappelijke ladder. Black Venus was een dijkbreuk.

En dan kwam Ik Jan Cremer. Toen was het hek helemaal van de dam."

In Vlaanderen was dat zo, al was het boek van Jan Cremer enkele jaren voor Black Venus gepubliceerd. Adriaan van Dis (68), de avond van de dood van Jef Geeraerts winnaar van de Libris Literatuurprijs voor Ik kom terug zegt het zo: "Als ik dat boek vandaag openklap, valt het vanzelf open op de pagina's waarbij ik me aftrok. Een waanzinnige indruk liet dat boek na. Maar er was meer. Ingenieur Van Dis, een minister bij de SGP en nog verre familie van me, had het zogenaamde Ezelsproces gevoerd tegen Reves Nader tot u (een boek waarin de hoofdpersoon seks had met de tot ezel gereïncarneerde God; RVP) en zei dat "alle homoseksuelen met gespleten tong in de hel zouden zitten". Een reden te meer om homo te worden! Maar vooral was er die hunkering naar verandering."

Racisme

Maar seks dus. Dat was waarom Black Venus voor commotie zorgde. Niet omwille van - waar Geeraerts later wel werd van beschuldigd - seksisme of racisme. "Dat was niet waarom Vlaanderen op zijn achterste poten ging staan", herinnert Walter van den Broeck zich. "Je mag alleen niet vergeten dat tot in 1966 een katholieke index bestond en dat 95 procent van de bibliotheken in de handen van de kerk was. Die kregen De boekengids, waarin een signalement van elk nieuw boek stond, met daaronder een quotering in Romeinse cijfers. Van I tot VI. Kinderboeken kregen een VI, 'Boeken voor allen' een V, bij IV was je al aan boeken voor volwassenen."

Om het kort te maken: boeken met II kwamen al niet meer in de bibliotheek en I was echt verboden. "Zelfs Boerenpsalm van Felix Timmermans kreeg een III, omwille van een passage waarin Boer Wortel door een spleet in de muur kon zien hoe Marieke zich waste. Wie dat boek wilde ontlenen, moest al een goede reden én de goedkeuring van de bibliothecaris hebben. Het straffe was dat door dat systeem alle boeken van Nobelprijswinnaars niet uit te lenen waren in Vlaanderen. Die stonden allemaal op de index."

Walter Soethoudt (75) bevestigt wat Van den Broeck zegt. "Van racisme lag Vlaanderen niet wakker", zegt Soethoudt, in die tijd zelf schrijver van pornografische literatuur die hij bij De Dageraad, de uitgeverij van zijn ouders uitgaf. In zijn eigen 'Walter Soethoudt'-uitgeverij gaf hij anderen uit: Paul Koeck, de eerste druk van Groenten uit Balen van Walter van den Broeck.

"Jan Cremer had de weg vrijgemaakt, dat klopt. En eigenlijk vond ik Black Venus nog een braaf boekje. Jef heeft één keer echte porno geschreven. Tussen Gangreen I en II schreef hij De fotograaf, onder het pseudoniem Claus Trum, en ik gaf dat uit. Als er in Gangreen II weinig gebeurt op gebied van seks, dan komt dat daardoor: hij had zich helemaal uitgeleefd in De fotograaf. Waarom hij dat deed? Hij kon wel wat geld gebruiken. Ik betaalde hem 120.000 frank voor dat boek."

Wat Soethoudt vertelt, doet hij altijd met een glimlach. Zoals hij zegt dat Antwerpen toen toch al wat verder dan de rest van Vlaanderen stond in de moraal. Maar dan gebeurt er toch iets geks. André Van Halewyck (63), vandaag uitgever bij de uitgeverij met zijn naam, was 17 in 1968 en op dat moment amper van onder de kerktoren in Beveren-Waas uitgekomen.

"Wat me vandaag frappeert en fascineert, is waarom mensen zolang in de samenleving meedraaien en niks durven te zeggen", zegt Van Halewyck. "Dan was Jef toch anders. Hij was een Belgische ambtenaar in Congo geweest en Black Venus zorgde niet alleen voor een literaire catharsis, Jef speelde er ook de rol van literaire klokkenluider mee. Het feit dat dat boek in 1969 de Belgische Staatsprijs voor Proza won, doet mijn respect voor die jury alleen maar stijgen. Piet Van Aken had die drie jaar eerder gewonnen en mocht daarom in de jury zetelen. Toen hij hoorde dat ze Geeraerts zouden bekronen, nam hij ontslag."

Van Halewyck lacht: "De CVP moet toen een bijzonder helder moment gehad hebben, want het was de socialistische minister van Justitie Alfons Vranckx die het boek meteen nadien verbood en uit de rekken liet halen."

Regelrechte censuur

Een boek werd onderwerp van politiek debat: dat waren nogal tijden. "Wat toont dat niet alleen de kerk zich tegen dat boek verzette", zegt Walter van den Broeck. "Zelfs een socialistisch minister begon een privékruistocht tegen wat hij pornografie noemde. De BOB kreeg de opdracht wekelijks kranten- en boekenwinkels af te schuimen met een lijst van boeken en tijdschriften die niet te koop mochten aangeboden worden. Nu waren die gasten van die tijdschriften slim, hoor. De Lach heette de volgende keer Lach en zo stond het niet op die lijst: dat bleef dus liggen. Maar het is dus wel straf dat Frans Van Mechelen (toen voor de CVP minister van Nederlandse Cultuur; RVP) de jury van de Staatsprijs volgde en die prijs gewoon uitreikte. Hij was de man die Vlaanderen volbouwde met culturele centra; als hij de jury niet was gevolgd, was er misschien van alles losgekomen."

"Het beste wat een boek kan gebeuren, is verboden worden", zegt Adriaan van Dis. "Denk aan Madame Bovary, dat wordt vandaag nog verkocht. Nederland had het met Reve, en zelfs een gedicht van Remco Campert had het, omwille van één zin in een gedicht dat 'Niet te geloven' heette: 'Alles zoop en naaide / heel Europa was één matras.' Ik zat nog op de middelbare school in 1967 en qua leesopdrachten waren we in het interbellum blijven steken. Terwijl op dat moment Wolkers en Mulisch en Reve volop aan het schrijven waren. Zelfs de gedichten van Kloos vond onze conservatieve leraar Nederlands niet geschikt."

Er werden dus boeken in beslag genomen en aan de grens in, pakweg, Wuustwezel, werden boeken tegengehouden. Ik Jan Cremer en boeken van Jan Wolkers wilde Alfons Vranckx liever niet naar Vlaanderen laten overkomen. "Maar ook toen werd het slim gespeeld", zegt Walter van den Broeck. "Een boek als Turks fruit werd aan de grens in beslag genomen, maar op de factuur die de transporteurs bij zich hadden, stonden er bijvoorbeeld honderd exemplaren. De tweehonderd die nog ergens verborgen zaten in de koffer van de wagen, stonden er niet op. Een boekhandel als Corman in Oostende, gaf de mannen van de BOB zelf Black Venus mee." Dat er in de kelder nog wat voorraad stond, werd er niet bij gezegd.

"We hebben betoogd tegen Alfons Vranckx", herinnert Van Halewyck zich. "Voor zijn huis in Leuven, aan de Maria Theresiastraat. Uiteindelijk was dat regelrechte censuur en protesteerden we tegen de geestelijk gesloten samenleving. Toch straf dat in, nota bene, 1968, de socialisten daar bang van waren. Mijn engagement kwam net voor een stuk uit mei '68. De bevrijding van het individu. Of misschien was het de illusie van de bevrijding wel. Nog eens: de CVP moet een helder moment gehad hebben."

Het is misschien toevallig, maar 1968 was ook het jaar waarin Hugo Claus Masscheroen schreef. Een toneelstuk gebaseerd op het verhaal van Mariken van Nieumeghen en waarin de schrijver zijn vrienden Hugues C. Pernath, Bob Cobbing en Freddy de Vree naakt als De Heilige Drievuldigheid op het toneel bracht. De rechtbank veroordeelde Claus tot een gevangenisstraf van vier maanden, later werd die omgezet tot een voorwaardelijke gevangenisstraf en een boete. De rechter was katholiek. De minister van Justitie heette Alfons Vranckx.

"Claus heeft in 1970 Het leven en de werken van Leopold II geschreven", zegt Van Halewyck. "En dat was toch weer straf van Claus. Ook al verscheen dat behoorlijk in de marge, net als een boek van Julien Weverbergh over Leopold II. Ook met Masscheroen bleek dat Claus een goede luisteraar was van wat er leefde. Hij schreef dat allemaal in een klimaat dat niet evident was. Dat pad heeft Geeraerts uiteindelijk niet geëffend. Het kolonialisme kwam pas in Gangreen II naar boven, maar is door journalisten toen nooit echt opgepikt."

We bellen Julien Weverbergh (84), in die periode aan de slag bij uitgeverij Manteau, maar in terugblikken op toen heeft hij geen zin meer. Alles staat in Weverbergh 30-70, zegt hij, zijn memoires die in 2005 in de collectie Privé-domein bij De Arbeiderspers uitgegeven werd. Onvindbaar boek geworden, enkel via bol.com en als e-book nog te vinden. Weverbergh schrijft erin uitvoerig over onder meer een tijdschrift als BOK, over 'De Vijfde Meridiaan', een reeks binnen Manteau waarvoor jonge schrijvers te trappelen stonden en over hoe hier in Vlaanderen gekeken werd naar de vertaling bij Polak & Van Gennep van La pornographie van Witold Gombrowicz en naar Ik Jan Cremer van De Bezige Bij. "Elke beginnende of gevestigde uitgever bad voor een boek dat kon tippen aan soortgelijke provocatie", schrijft Weverbergh.

Porno à volonté

Alles gaat voorbij. Moet er nog gepraat worden over de omslag van eind de jaren 60? We zijn vijftig jaar later en je moet vaststellen: de impact die literatuur toen kon hebben, heeft ze vandaag niet meer. Ja, schrijvers als Erwin Mortier, Tom Lanoye, David Van Reybrouck en Stefan Hertmans houden heel erg de vinger aan de pols van de maatschappij en gaan het debat aan. Maar dat doen ze (of moeten ze doen) via opiniestukken in de krant, die dan gretig gedeeld worden via Twitter. Overigens alle lof voor dat werk; er zijn ook schrijvers die niet verder komen dan 'ik' en dan andere auteurs afzeiken. Maar passons, hun naam schrijven ze zelf genoeg, ze moeten niet meer in dit verhaal.

De vraag is: waarom is literatuur op zich - als en in boeken - niet meer in staat het tot debat te schoppen? Laat staan parlementaire debatten. Walter van den Broeck ziet dit: "Literatuur is marginaal geworden. Dat zie je aan twee zaken. Eén: we hebben amper nog boekhandels. En twee: er zijn te veel andere media bijgekomen. Alleen al als het over pornografie gaat? In die tijd kon je in duistere winkels terecht voor zeer slecht uit het Frans vertaalde boekjes. Of je kon bij Walter Soethoudt terecht. Maar als mijn kleinkind vandaag aan de pc gaat zitten en op Google 'penis' intikt, krijgt hij pornografie à volonté. Zelfs daar hebben boeken geen verhaal meer."

André Van Halewyck: "Er is een bombardement aan informatie. En zelfs al is onze mindset er nog niet helemaal aan aangepast: Gangreen was echt in your face, en dat effect krijg je niet meer."

Het allerlaatste taboe

We zoeken naar boeken die de voorbije twintig jaar voor wat rimpeling in het rustig meertje in België zorgden. Na de dijkbreuk van Geeraerts. We komen bij Une paix royale uit, van de Franstalige auteur Pierre Mertens, die in 1995 door prinses Lilian werd gecontesteerd. Enkele alinea's uit het boek moesten geschrapt worden. "Maar dat stof ging snel liggen."

Verder? Vorig jaar werd Schoenaerts van Stan Lauryssens uit de rekken gehaald. De vrouw die de honden eten gaf van Kristien Hemmerechts stootte op verontwaardiging omdat ze in de huid kroop van Marc Dutroux' vrouw Michelle Martin. Een enkele boekhandelaar wilde het niet verkopen, maar dat was naar eigen zeggen omdat hij het gewoon niet goed genoeg vond. En drie jaar geleden maakte toenmalig minister Johan Vande Lanotte zich druk om het verschijnen van De keizer van Oostende van VRT-journalisten Wim Van den Eynde en Luc Pauwels. Dat verscheen bij Van Halewyck.

"Qua intimidatie kon dat tellen", zegt André Van Halewyck. "Toen de CEO van Electrawinds me belde, heb ik hem enkel gezegd: 'Ik wist niet dat Napels zo dicht bij de Noordzee lag.' (lacht) Ach. Opnieuw: ik vind het frappant dat er zo weinig gebeurt. En dan toch weer chapeau voor Jef Geeraerts. In 1983 verscheen Drugs, misschien wel zijn meest politieke misdaadroman, waarin hij schreef hoe een rechtse staatsgreep werd voorbereid. Het is ondertussen een meer dan hardnekkig gerucht dat de Bende van Nijvel daarmee bezig was. Jef had goede tipgevers."

Het grote verschil met toén is dat boeken die nu al eens voor heisa zorgen, dat doen omwille van de realiteit. Schoenaerts, Michelle Martin, Vande Lanotte, Lilian Baels: dat ging over échte mensen. Puur fictief een thema behandelen, zorgt niet meer voor ophef in het parlement.

Zegt Adriaan van Dis: "Alleen al daarom zou je soms eens durven hopen dat de PVV van Geert Wilders aan de macht komt. Dan wordt literatuur vanzelf een hobby van een links groepje en dat zou dan weer een boost kunnen geven aan de literatuur."

Maar zou het kunnen dat Vlaanderen geen taboes meer kent? Dat alles geschreven is en dat we vijftig jaar later geen maatschappelijk thema meer kunnen verzinnen dat, via literatuur, de gemoederen nog begeestert? Walter Soethoudt lacht. "Er is er nog eentje", zegt hij. "Steven de Batselier (een inmiddels overleden Leuvense psycholoog; RVP) heeft eens een boek geschreven over pedofilie. Meer dan twintig jaar geleden. Het boek is nooit verschenen, maar ik heb die teksten gelezen. Nu ben ik een redelijk vrije geest, maar mijn maag keerde toch om toen ik het las. Voor dat soort boeken zijn we niet klaar."

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234