Donderdag 29/10/2020

ReconstructieZaak-Mawda

De vele leugens van de politie in de zaak-Mawda

Beeld RV

Jozef Chovanec, Jonathan Jacob, Brusselse minderjarigen die na tussenkomst van de politie de dood vinden: voor politiegeweld en de gebrekkige verklaringen achteraf hoeven we niet naar de VS te kijken. Ook in ons land schort er wat aan de politiecultuur, met als pijnlijkste voorbeeld van de voorbije jaren de dood van de 2-jarige peuter Mawda op een snelwegparking in Henegouwen. Er werden in de nacht van het drama verschillende versies van de feiten gefabriceerd, tot het parket wel moest toegeven dat het meisje door een politiekogel was gestorven.

In de nacht van 16 op 17 mei 2018 achtervolgen vier politieauto’s een bestelwagen op de E42 tussen Charleroi en Bergen. Om 2.03 uur weerklinkt iets wat op een schot lijkt. Om 2.04 uur komt de bestelwagen tot stilstand op de snelwegparking in Maisières. De agenten omsingelen de bestelwagen met getrokken wapens, en 28 mensen, voor het merendeel Koerdische vluchtelingen, springen uit de laadruimte. Eén man houdt een klein meisje in de armen en huilt hartverscheurend. ‘Please, ambulance! Please, ambulance!’ smeekt hij de agenten, terwijl hij het roerloze, bebloede lichaampje omhooghoudt.

Om 2.17 uur rijden ambulanciers Raymond en Louis het parkeerterrein op, even later gevolgd door spoedarts Johan en verpleegster Dorothée (*). Zij proberen de kleine Mawda te reanimeren, maar de dokter kan alleen maar vaststellen dat de peuter al overleden is. Om 2.32 uur rijden Raymond en Louis weg, met achteraan in de ambulance het lijkje van het meisje. Raymond is erg aangeslagen en belt het noodnummer 112 om zijn hart te luchten tegen de dispatcher – het gesprek wordt opgenomen, zoals het protocol het voorschrijft.

‘Noodnummer 112.’

‘Ja, goeienavond. Excuseer me dat ik u stoor. Raymond hier.’

‘Ja, zeg maar.’

‘Er is net een achtervolging geweest met een busje vol vluchtelingen.’

‘Oké.’

‘Blijkbaar hebben ze als dreigement het meisje (onduidelijk)... Ze reden en hebben de achterruit gebroken, en daarna zou die kleine per ongeluk uit het busje gevallen zijn.’

‘Dus het was een minibusje met illegalen en...’

‘Ja, een camionette...’

‘En ze hebben die kleine getoond om... Waarom eigenlijk?’

‘Tja, dat is het nu net: om te zeggen dat ze moesten stoppen met de achtervolging, of dat ze anders... Euh, ze hielden dat meisje uit het raam en toen was er een botsing. Ze hebben hard geremd en toen is ze gevallen, terwijl ze nog reden...’

‘Shit zeg. Is ze er erg aan toe?’

‘Ze is dood. We brengen haar nu weg.’

Advocate Selma Benkhelifa: 'Waarom zit de getuigenis van de spoedarts niet in het dossier? Ik vraag al maanden dat die man wordt geïdentificeerd.'

HOOFD ALS STORMRAM

De volgende dag, op vrijdag 18 september 2018, staat de nachtelijke achtervolging met dodelijke afloop breed uitgesmeerd in de kranten. Maar ze vermelden allemaal een andere versie dan die van de ambulancier: de vluchtelingen zouden het meisje als een soort stormram gebruikt hebben om de achterruit te verbrijzelen, en ze zouden haar daarna uit het raam gehouden hebben om de politiepatrouilles op afstand te houden. Dat is namelijk wat Henri (*), een officier van de federale gerechtelijke politie die ter plaatse was, in zijn proces-verbaal heeft geschreven. Dat is ook wat het parket van Bergen op 17 mei volhoudt tegenover de verzamelde pers: de kleine Mawda is overleden aan de gevolgen van een schedeltrauma. Tot de autopsie ’s avonds een andere doodsoorzaak aan het licht brengt: het meisje is omgekomen door een politiekogel.

Dokter Dominique (*) van het ziekenhuis in Jolimont, waar het lichaam van Mawda naartoe is gebracht, vertelt een jaar later aan het Comité P, dat toezicht houdt op het functioneren van de politiediensten, hoe de autopsie is gegaan. ‘Toen we het lichaam van het kindje overhandigd kregen, hadden we als enige informatie dat er een achtervolging door de politie was geweest. Het kindje was door een raam aan de politie getoond en er ook uit gevallen, wat mogelijk de dood heeft veroorzaakt.’

De tweede arts, dokter Christiane (*), heeft haar twijfels als ze het stoffelijk overschot onderzoekt. ‘Ik zag een wonde rechts van de neus, ter hoogte van het neusgat. Het was een cirkelvormige en vrij diepe wonde. Dat leek me toch vreemd: het klopte niet met de uitleg die ons was gegeven. De verwondingen zouden er ook anders uitgezien hebben als het meisje uit een voertuig was gevallen.’ De dokters nemen contact op met de dispatching van de politie, en krijgen te horen dat ze niets meer mogen doen om het onderzoek niet te belemmeren. De volgende avond wordt een grondige autopsie uitgevoerd en het vermoeden van dokter Christiane wordt bevestigd: het gaat om een kogelwonde.

In de tussentijd wordt er druk overleg gepleegd. Donderdagochtend om 3.10 uur krijgt de magistraat van wacht bij het parket van Bergen, Pierre Marleghem, een telefoontje dat een politieagent zijn wapen heeft gebruikt bij een achtervolging. De beller is Henri, de officier van de federale gerechtelijke politie die zich nog op het parkeerterrein bevindt. Heeft hij de magistraat verteld dat het meisje desondanks niet is gestorven door een politiekogel, maar ten gevolge van een schedeltrauma? Het antwoord op die vraag blijft onduidelijk. Niet veel later wordt de magistraat gebeld door Patrick (*), die nacht de officier van wacht bij de gerechtelijke politie, die zich in zijn kantoor bevindt. Hij wil op veilig spelen en suggereert Marleghem om het Comité P in te schakelen. Op zijn beurt vraagt de magistraat hem om een wetsdokter contact te laten opnemen met de spoedarts en ‘zekerheid te hebben of het al dan niet om een schotwonde gaat’. De wetsdokter doet dat telefonisch, zonder het lichaampje van Mawda te zien.

Op 22 mei belegt het parket opnieuw een persconferentie, waarop Ignacio de la Serna, de procureur-generaal van Bergen, en procureur des Konings Christian Henry zich in alle mogelijke bochten wringen om uit te leggen hoe ze zich zo hebben kunnen vergissen. De verklaring: de spoedarts heeft bij de eerste diagnose vastgesteld dat Mawda is overleden aan een schedeltrauma, ‘waarbij hij uitsloot dat ze gestorven kon zijn door een kogel’. Procureur Henry: ‘We hebben ons gebaseerd op wat de spoedarts de agenten ter plaatse heeft verteld. Aan een wetsdokter is gevraagd om contact op te nemen met de spoedarts, en die heeft zijn versie nogmaals bevestigd: het gaat om een schedeltrauma, niet om een schotwonde.’

Een journalist die wil weten voor welk ziekenhuis de spoedarts werkt, krijgt nul op het rekest van de procureur: ‘Dat ga ik u niet zeggen.’

‘Een familie achteraan in de bestelwagen is in paniek geraakt. Een vader heeft een ruit gebroken en zijn kind aan de politie getoond. ‘Neem geen risico's!' wilde hij daarmee zeggen.’Beeld RV

‘NIET SCHIETEN’

In februari 2019 maakt Selma Benkhelifa, de raadsvrouw van de ouders van Mawda, zich boos: ‘Waarom zit de getuigenis van de spoedarts niet in het dossier? Ik vraag al maanden dat die man wordt geïdentificeerd. Heeft hij echt gezegd wat er wordt beweerd in het dossier?’ Onderzoeksrechter Pamela Lonfils vraagt meteen aan het Comité P om de spoedarts te ondervragen.

Tijdens dat aanvullende onderzoek blijkt dat het niet om één persoon gaat, maar wel om de twee ambulanciers, de spoedarts en de verpleegster die in de nacht van 16 op 17 mei naar de snelwegparking in Maisières zijn gereden. Zij komen in het voorjaar van 2019 getuigen voor het Comité P en leggen dezelfde verklaringen af. ‘Een agent kwam ons vertellen dat het meisje uit de bestelwagen was gevallen’, zegt verpleegster Dorothée. ‘De inzittenden hadden de achterruit aan diggelen geslagen en de peuter getoond, en op een bepaald moment is ze uit de bestelwagen gevallen. Ik heb een agent nog gevraagd of er vuurwapens waren gebruikt, maar dat ontkende die ten stelligste.’

Ambulancier Raymond vertelt hetzelfde, en zijn gesprek met de dispatcher van het noodnummer 112, dat is opgenomen, bevestigt zijn versie. Ook dokter Johan getuigt in die zin: ‘Mij werd verteld dat het meisje uit de rijdende bestelwagen was gevallen. Ik heb op geen enkel moment iets over een vuurwapen horen zeggen.’

Nochtans weten meerdere agenten die zich die nacht op het parkeerterrein bevinden, dat er wel een schot is gelost. Ze kunnen op zijn minst vermoeden dat het gewonde meisje daar het slachtoffer van is geworden. Om 2.02 uur hoort de dispatcher van de politie over de radio een geluid: ‘Wat was dat?’ Een agent in een auto van de federale wegpolitie die vlak achter de bestelwagen rijdt, antwoordt meteen: ‘Het venster aan de rechterkant is uit elkaar gespat, ze hebben de ruit rechts gebroken.’ De dispatcher dringt aan: ‘Ben je zeker dat het een ruit was? Heeft er niemand geschoten?’ Een inspecteur antwoordt: ‘Ik kan dat niet bevestigen, maar ik heb wel gezien dat de ruit is ontploft.’

Alle acht de agenten in de vier achtervolgende auto’s hebben dat gesprek kunnen volgen. Een paar uur later worden ze ondervraagd door hun collega’s van de politiezone Bergen-Quévy, en verscheidene agenten bevestigen dat ze een schot gehoord hebben. Eén van hen verklaart: ‘Ik hoorde een dof geluid en meteen daarna zag ik dat het venster vooraan rechts aan scherven was gevlogen.’ Een andere agent was nog explicieter: ‘Ik hoorde iemand schieten. Ik ben er absoluut zeker van dat het een schot was.’ Maar tegenover de hulpverleners zwijgen ze daarover in alle toonaarden.

De ambulance blijft een kwartier ter plaatse, van 2.17 uur tot 2.32 uur. Om 2.25 uur belt Dimitri (*), de teamgenoot van de man die later de schutter blijkt te zijn, met zijn overste Clément (*), de officier van wacht in het commissariaat. Hij brengt hem ervan op de hoogte dat zijn collega een kogel heeft afgevuurd. Ondertussen loopt hij meerdere keren rond de bestelwagen, en zegt hij dat ‘het mogelijk is dat het kind daardoor gewond is geraakt – ik had hem nochtans gezegd niet te schieten.’ De schutter blijft al die tijd in de politieauto zitten. Iets later vertelt Dimitri hetzelfde aan een officier van de federale wegpolitie, die mee de achtervolging heeft ingezet. Maar geen van hen zegt er een woord over tegen de hulpverleners; ze houden het op ‘uit de wagen gevallen’.

Aan de leden van het Comité P vertelt dokter Johan waarom hij daar in eerste instantie geloof aan heeft gehecht: ‘De wonde kon door een val veroorzaakt zijn. Het hoofd van een kindje is vrij zwaar in verhouding tot de rest van het lichaam, en als het valt, komt het vaak eerst met het hoofdje in contact met de grond. Daarbij kunnen de halswervels breken en de hersenstam of het ruggenmerg raken, en zo een hartstilstand uitlokken. Niemand heeft me daar gezegd dat er een vuurwapen was gebruikt. Ik heb daar ook niet aan gedacht, ik wilde in de eerste plaats het kindje redden. Toen dat niet was gelukt, ben ik niet lang meer gebleven, hoogstens nog tien minuten.’

Hij legt ook uit dat hij kort na de achtervolging donderdagochtend vroeg is opgebeld door de wetsdokter, maar hij ontkent met klem dat hij uitgesloten achtte dat Mawda door een kogel was gestorven. Bovendien stipt hij aan dat hij diezelfde ochtend is gebeld door ‘een magistraat van het parket van de procureur des Konings’. ‘Die vrouw vroeg me of het kind door een kogel was geraakt. Ik was erg verbaasd, en antwoordde dat ik niet wist dat er een vuurwapen was gebruikt. Ik vertelde haar wat ik ter plaatse had vernomen, en dat ik een wonde in het aangezicht van het meisje had gezien. Dat die door een kogel veroorzaakt kon zijn, dat viel helemaal niet uit te sluiten.’

Die verklaring staat dus haaks op wat het parket de volgende dag zal blijven benadrukken: dat het absoluut uitgesloten is dat Mawda door een vuurwapen om het leven is gekomen. De identiteit van de vrouw is nooit achterhaald, omdat de telefoontjes niet zijn onderzocht: het is niet bekend of ze bij het parket werkt, dan wel of het om een agente gaat.

GEEN RISICO’S

Tijdens het onderzoek door Comité P in 2019 komt er wel een ander element aan het licht, dat kan verklaren waarom de agenten de versie van de gevallen peuter aan de hulpverleners hebben verteld. Tijdens de achtervolging heeft een inzittende de linkerachterruit aan scherven geslagen met een koevoet en één, dan wel twee kinderen laten zien aan de politiepatrouilles. ‘We waren bang dat ze een kind door het raam zouden gooien’, bevestigen meerdere agenten later. Volgens hen leek het alsof de vluchtelingen de kinderen als schild gebruikten, maar de vader van Mawda nuanceert dat: ‘Tijdens de achtervolging riepen mensen tegen de bestuurder dat hij moest stoppen. Er werd gegild en gehuild, en een familie achteraan in de bestelwagen is in paniek geraakt. Een man heeft die ruit gebroken en zijn kind aan de politie getoond. ‘Er zijn kinderen aan boord, neem geen risico’s!’ wilde hij daarmee zeggen.’

Volgens het onderzoek van het Comité P hebben de agenten inderdaad de kinderen gezien en zijn ze trager beginnen te rijden. Hoe dan ook is er toch één auto dichter genaderd en is er een schot gelost, dat dodelijk zou blijken te zijn. Daarna zijn er op het parkeerterrein in Maisières uiteindelijk drie verschillende versies van het drama gebrouwen. Eerst was Mawda uit de bestelwagen gevallen. Toen één van de agenten zijn superieuren ervan op de hoogte bracht dat er was geschoten, kwam iemand met een ander scenario op de proppen: er zouden niet één, maar twee schoten gevallen zijn: iemand van de vluchtelingen zou teruggeschoten hebben. In de derde versie zouden de vluchtelingen zelf Mawda om het leven gebracht hebben.

Al die versies zijn van tafel geveegd na onderzoek door het parket van Bergen. De schade is dus beperkt gebleven, maar dat er agenten gelogen hebben, staat vast. En binnen het parket hebben mensen er de ogen voor gesloten, mogelijk in verlegenheid gebracht door één van de magistraten, die bleef volhouden dat het meisje niet was gedood door een politiekogel.

Het proces over de dood van Mawda vindt plaats op 23 en 24 november voor de correctionele rechtbank van Bergen. De agent die het dodelijke schot loste, zal zich moeten verantwoorden voor onopzettelijke doodslag. Daarnaast staan ook de bestuurder van de bestelwagen en een mensensmokkelaar terecht voor kwaadwillige obstructie van het verkeer met de dood tot gevolg.

(*) Om juridische redenen zijn de namen van de betrokkenen veranderd.

© Humo

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234