Dinsdag 27/10/2020

David Bowie

De vele gezichten van David Bowie

Beeld Wikimedia Commons

Ziggy Stardust, de Thin White Duke en Major Tom bewijzen het: David Bowie was de ultieme kameleon. In zijn bijna vijftig jaar lange carrière vond hij zichzelf telkens opnieuw uit. Van zijn meest excentrieke alter ego's tot de popgod en de garagerocker op leeftijd die hij uiteindelijk werd: dit zijn de meest kenmerkende gezichten van David Bowie.

Dave Jay

Al in 1962 - hij was toen amper 15 jaar - voelde Bowie de nood om in een andere gedaante te kruipen. In die periode trad hij als zanger en saxofonist op in diverse bluesbandjes, waaronder The Konrads. Daarbij nam hij de naam Dave Jay aan, geïnspireerd door Peter Jay and the Jaywalkers, een band die hij bewonderde omwille van hun saxofoonkunsten.

Arnold Corns

Arnold Corns was een nevenproject tijdens zijn jaren aan Dulwich College, en min of meer een generale repetitie voor Ziggy Stardust. Samen met enkele medestudenten richtte David Bowie de band op in 1971. De naam is een woordspeling op het nummer 'Arnold Layne' van Pink Floyd.

Onder het mom van Arnold Corns bracht Bowie twee singles uit - 'Moonage dream'/'Hang on to yourself' en 'Hang on to yourself'/'Man in the middle' - met matig succes. Midden jaren 70 werd het project stopgezet.

Beeld rv

Major Tom

Een van de meest memorabele karakters van David Bowie. De fictieve astronaut dook voor het eerst op in het nummer 'Space oddity' (1969), maar meer dan een alter ego is Major Tom een autografisch personage. Bowies eigen interpretatie van het karakter evolueerde gedurende zijn carrière. Waar hij in 'Space oddity' nog een astronaut is die de verplichtingen van de wereld nu en dan ontglipt, wordt hij in 'Ashes to ashes' (1980) een "junkie, strung out in heavens high, hitting an all-time low".

In 1995 maakte Major Tom een comeback in 'Hallo Spaceboy' (en zeker in de remix die Bowie maakte met de Pet Shop Boys), waarin Bowie opnieuw de ruimtekaart trekt.

Beeld rv

Hunky Dory

'Hunky Dory' (1971) was het vierde studioalbum van David Bowie en de naam van zijn eerste echte alter ego. Na de onrust die 'The man who sold the world' een jaar eerder veroorzaakte in de Verenigde Staten - omwille van de jurk die hij op de hoes droeg - speelde Bowie vanaf nu zijn androgyne persoonlijkheid ten volle uit. Met lang haar, luxe-accessoires en opvallende mantels heeft Hunky Dory een verfijnde, vrouwelijke stijl.

Beeld rv
Beeld getty

Ziggy Stardust

Enkele jaren nadat Bowie zichzelf met 'Space oddity' vestigde als een artiest waarmee rekening gehouden moest worden, brak hij definitief door met Ziggy Stardust. Het werd meteen zijn meest bekende incarnatie, de androgyne halfgod, met rood haar en plateaulaarzen.

Als Ziggy Stardust herdefinieerde Bowie een heel tijdperk van rock 'n roll. De opkomst en ondergang van het karakter worden belicht op het gelijknamige album: 'The rise and fall of Ziggy Stardust and the spiders from Mars' (1972). Tegen het einde van het decennium liet Bowie het karakter uitdoven.

Het album wordt wereldwijd beschouwd als een van de beste en meest invloedrijke platen aller tijden. Er werden zo'n 7,5 miljoen exemplaren van verkocht.

Als Ziggy Stardust.Beeld rv

Aladdin Sane

Velen zien Aladdin Sane, een woordspeling op 'A lad insane', als het karakter uit Bowies meest productieve periode. Bowie zelf omschreef Aladdin Sane ooit als "niet meer dan een ontwikkeling van Ziggy Stardust". Net als het iconische personage had de nieuwkomer hetzelfde rode haar, maar de outfits maakten plaats voor nog meer excentrieke, glanzende gewaden. Dit was Ziggy Stardust in een veramerikaanste versie, als bonafide rockster.

Aladdin Sane werd geïntroduceerd met zijn zesde, gelijknamige studioalbum uit 1973.

Als Aladdin Sane.Beeld rv

Halloween Jack

Na Aladdin Sane was Bowie nog niet klaar met de mutatie van Ziggy Stardust. Gebaseerd op '1984' van George Orwell, figureerde op het album 'Diamond dogs' uit 1974 een Stardust- en Sane-achtige antiheld met de naam Halloween Jack, die zichzelf verliest in een steeds erger wordende sociaal-politieke nachtmerrie.

De originele albumhoes, ontworpen door de Belg Guy Peellaert, werd een waar collector's item. Hij toonde Bowie als deels mens, deels hond, met zichtbare genitaliën. Na de release werd hij met een penseel 'gecastreerd', maar ballen had de plaat sowieso.

Als Halloween Jack.Beeld Wikimedia Commons
Beeld getty

Thin White Duke

Op het eerste zicht leek de onberispelijk geklede, magere Thin White Duke 'normaler' dan Bowies vorige personae. Uiterlijk werd de Duke vooral gekenmerkt door een stijlvolle, cabaretachtige garderobe, maar achter de schermen namen de gigantische hoeveelheden cocaïne die Bowie gebruikte de overhand.

De Thin White Duke werd vooral geïdentificeerd met het album 'Station to station' (1976), en werd in de titelsong bij naam genoemd. Toch werd het personage al geïntroduceerd tijdens de 'Young Americans'-tour in 1975. Bowie leefde in die periode naar eigen zeggen op "rode pepers, cocaïne en melk", en dat reflecteerde zich in zijn persoonlijkheid.

Onberispelijk gekleed in wit hemd, zwarte broek en vest, was de Duke een figuur vol tegenstrijdigheden, die de liefde bezong met een gekwelde intensiteit, terwijl hij niets voelde. Het karakter werd omschreven als "een gekke aristocraat", "een amorele zombie" en een "gevoelloze Arische superman". Voor Bowie zelf was de Duke "een naar karakter", en later "een boeman".

Als de Thin White Duke.Beeld Wikimedia Commons

Bowie als popgod

Nadat hij Major Tom een nieuw leven schonk in 'Scary monsters' (1980), gooide hij het voor 'Let's dance' (1983) over een andere boeg. De pessimistische weerspiegelingen van drugverslavingen en duistere visioenen maakten plaats voor vrolijker melodieën in de titelsong, 'Modern love' en 'Shake it'.

Vestimentair schitterend in pak en stropdas, heerste Bowie over de eighties, zowel op tv als in de hitlijsten.

In 1983.Beeld Photo News

Garagerocker op jaren

Naarmate de jaren vorderden, werden Bowies personages steeds subtieler. Aan het begin van de jaren 90 ging hij 'back to basics' voor het rockproject 'Tin machine'. Nadien experimenteerde hij met dansbare varianten als jungle en drum 'n bass.

In 1995.Beeld REUTERS
Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234