Vrijdag 30/10/2020

Midden-Oosten

De veertig burgerslachtoffers die niemand erkent, ook België niet

Rook stijgt op boven Raqqa, de stad die gold als de hoofdstad van IS, na een luchtaanval van de internationale coalitie in juli 2017.Beeld AFP

Geen enkel lid van de internationale coalitie tegen IS neemt zijn verantwoordelijkheid op voor minstens veertig Iraakse en Syrische burgerdoden bij bombardementen. Ook België niet, dat deelnam met F-16’s en bij een aantal van deze incidenten betrokken kan zijn. Dat blijkt uit onderzoek van de ngo Airwars en een internationaal consortium van media.

De 26-jarige Muhammad sheikh Sa’ab ligt languit op enkele kussens in zijn huis in Assadiyah, een kleine plaats net buiten het Syrische Raqqa. Zijn prothese wil hij liever niet op de foto. Hij mist een been, naar eigen zeggen sinds een luchtaanval van de internationale coalitie tegen IS in de nacht van 12 op 13 mei 2017.

“We waren allemaal in huis toen de bommen van de coalitie vielen. Mijn jongere broer is daarbij overleden. Hij was 21 jaar. Mahmoud was geen strijder, maar een gewone burger. Ook mijn buurman Muhamad Al Nasih kwam om, net als een vluchteling van elders in Syrië die hier inwoonde.”

Muhammad sheikh Sa’ab verloor een been, naar eigen zeggen sinds een luchtaanval van de internationale coalitie tegen IS in de nacht van 12 op 13 mei 2017.Beeld Kamiran Sadoun

Tot begin 2019 was België een van de landen die actief deelnamen aan Operation Inherent Resolve van de internationale coalitie tegen IS in Syrië en Irak. België opereerde met F-16’s in een beurtwisseling met Nederland. In 991 missies gooide ons land bijna duizend bommen uit, zowat 5 procent van de luchtmissies van de coalitie. Publiekelijk heeft België nooit erkend dat daar burgerslachtoffers bij vielen.

De internationale coalitie deelde regelmatig informatie over incidenten met burgerslachtoffers, na eigen evaluaties of na berichtgeving in lokale pers en sociale media. Dat gebeurde bijvoorbeeld na de luchtaanval op Assadiyah, waarbij Muhammad sheikh Sa’ab zijn been verloor.

Meerdere berichten in de dag na die aanval maakten melding van burgerdoden. In de lijst met slachtoffers die zo bekend raakte, komt de broer van Muhammad sheikh Sa’ab niet voor, maar wel zijn 55-jarige buurman, Muhamad Al Nasih, en de ontheemde persoon. Meerdere getuigen in Assadiyah bevestigen aan De Morgen dat Muhammad sheikh Sa’ab toen inderdaad zijn been verloor, dat zijn broer overleed en dat zijn vader gewond geraakte door shrapnelscherven. Ze hebben het over tien tot vijftien doden.

In een verslag van augustus 2017 geeft de internationale coalitie zelf aan dat het “geloofwaardig” is dat bij deze luchtaanval burgerdoden vielen. “Er is geoordeeld dat bij een aanval op IS(-strijders) tien burgers onbedoeld gedood zijn in een gebouw grenzend aan het doelwit.”

Hoe verliep dit onderzoek?

In 2017 en 2018 waren er 197 incidenten waarvan de Internationale Coalitie het “geloofwaardig” acht dat er burgerslachtoffers vielen. In mei vorig jaar was het Amerikaanse leger verplicht in het Congres de burgerdoden bij Amerikaanse militaire operaties te rapporteren. Zo raakte bekend dat de VS 183 incidenten in die periode op zich nemen. De ngo Airwars, die burgerslachtoffers monitort, legde deze gegevens naast die van de coalitie en kwam zo tot een restgroep van veertien incidenten. Drie van die incidenten zijn toe te schrijven aan Australië.

Dat betekent volgens Airwars dat de overige elf incidenten, samen meer dan veertig burgerdoden, toe te schrijven zijn aan de andere bondgenoten binnen Operation Inherent Resolve. Frankrijk, het Verenigd Koninkrijk, Nederland en België waren in die periode actief.

Eind 2019 heeft Airwars zijn onderzoek overgemaakt aan mediapartners in deze landen om de bevoegde instanties ermee te confronteren. Het gaat om BBC, RTL Nederland, Libération en De Morgen. Via een lokale journalist in Syrië kon De Morgen getuigenissen verzamelen in Assadiyah.

Collateral damage

Volgens het onderzoek van Airwars zijn er elf betwiste incidenten, waarvan zeven plaatsvonden in de periode dat België actief was op het strijdtoneel. Over twee ervan heeft De Morgen eerder al bericht: een aanval op 27 februari 2017 en een op 21 maart 2017, waarbij volgens de internationale coalitie twee burgers overleden en vier anderen gewond geraakten.

Defensie heeft enkel in de Kamercommissie ‘opvolging van de buitenlandse zendingen’ uitleg gegeven over wat daar is gebeurd, ondersteund met beeldmateriaal. Dat is achter gesloten deuren. De aanwezige parlementairen zijn gebonden aan zwijgplicht.

“Omdat er in deze twee gevallen misschien sprake was van ‘collateral damage’, hebben we ze zelf overgemaakt aan het federaal parket, dat deze zaken heeft onderzocht”, klinkt het op het kabinet van minister van Defensie Philippe Goffin (MR). “En het parket heeft geen vervolging ingesteld, omdat alles volgens de regels is verlopen. Als er twijfel was, is er een onderzoek geweest. We staan recht in onze schoenen.”

Betrouwbare, strikte partner

Het parket heeft geoordeeld dat België bij die incidenten voldeed aan de rules of engagement, de inzetregels die elk land zichzelf oplegt. Die regels zijn gebaseerd op internationaal oorlogsrecht, maar de inhoud ervan blijft geheim.

“België staat in de internationale coalitie bekend als een betrouwbare, maar ook erg strikte partner, met verregaande rules of engagement”, zegt Yf Reykers, assistent-professor internationale relaties aan Universiteit Maastricht.

Die inzetregels kunnen bijvoorbeeld voorschrijven dat het enkel mag gaan om een militair doelwit. Maar ook binnen die inzetregels kunnen er, per ongeluk, burgerslachtoffers vallen. Na de kruisanalyse door Airwars blijken er in 2017 en 2018 nog vijf andere ‘geloofwaardige’ incidenten te zijn, waarbij ofwel België ofwel Frankrijk betrokken kan zijn. Het gaat onder andere om de aanval van 12 mei 2017 in Assadiyah, waarbij dus minstens tien doden vielen.

Een huis in puin vlakbij de inslag in Assadiyah in Noord-Syrië.Beeld Kamiran Sadoun

‘Many nations, one mission’

Defensie en het kabinet willen niet publiekelijk reageren op die lijst met incidenten, ook niet nu de operatie achter de rug is en België eventueel later dit jaar opnieuw F-16's stuurt.

“We willen geen precedent scheppen en geen polemiek starten met andere coalitiepartners”, klinkt het op het kabinet-Goffin. Dat is het ‘many nations, one mission’-concept. Als een land ontkennend antwoordt op een specifiek incident, kan dat oncollegiaal zijn ten opzichte van de andere potentiële uitvoerders van die luchtaanval. Tijdens de opdracht tegen IS had dat ook veiligheidsredenen, omdat burgerdoden kunnen leiden tot wraakacties.

Dat is niet de houding van het Amerikaanse leger, dat openlijker communiceert en in zeldzame gevallen overgaat tot compensaties. Europese landen nemen elkaar in bescherming over de schuldvraag, maar laten zo de eventuele burgerslachtoffers achter zonder erkenning of eventuele compensatie.

“Niemand van de autoriteiten of van de coalitie heeft ons bezocht”, zegt Muhammad sheikh Sa’ab. “Dat artificiële been heeft mij handen vol geld gekost, allemaal uit eigen zak betaald.”

De plaats waar in 2017 een bom van de internationale coalitie viel in Assadiyah. De put in de weg is gevuld, waar een ophoping nu zichtbaar is.Beeld Kamiran Sadoun

Ngo’s als 11.11.11 en Human Rights Watch kaarten al langer het gebrek aan tegemoetkoming aan. Ze vragen om een Europees mechanisme voor herstelvergoedingen.

“Compensaties veronderstellen eerst communicatie”, zegt Yf Reykers (Universiteit Maastricht). “Voor België knelt daar het schoentje. Het wettelijke kader om meer transparantie af te dwingen is veel te beperkt, zowel voor en tijdens de missie als achteraf.”

Toch impliciet een antwoord?

In Nederland is het roer omgegooid sinds het schandaal rond Hawija. Na onderzoek van Nederlandse media kwam vorig jaar aan het licht hoe bij een Nederlandse luchtaanval boven het Iraakse Hawija zeventig burgers omkwamen. Sindsdien belooft Nederland meer transparantie. Geconfronteerd met twee luchtaanvallen waarbij volgens Airwars enkel Nederland of Frankrijk betrokken kan zijn, heeft de minister nu meegedeeld aan een journalist van RTL dat Nederland het niet was.

Minister van Defensie Philippe Goffin (MR) voor een F-16 in Florennes.Beeld BELGAONTHESPOT

Het kabinet van minister Goffin bevestigt aan De Morgen dat op het lijstje van Airwairs twee incidenten staan die zijn onderzocht (27 februari en 21 maart 2017), waaruit impliciet valt te verstaan dat België niet betrokken was bij de vijf andere aanvallen. Dat zou ook deze incidenten in het kamp van Frankrijk leggen. Airwars is nog niet overtuigd: “België heeft eerder duidelijk gemaakt dat het enkel onderzoekt waar er mogelijke schendingen van internationaal humanitair recht waren. Bij veel incidenten met burgerdoden is er nochtans geen schending.”

Op vragen van de Franse krant Libération over deze incidenten antwoordde het Franse leger: “Onze nationale beoordelingen laten ons niet toe om een burgerdode te verbinden met een Franse aanval onder deze incidenten.”

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234