Zaterdag 24/10/2020

De valse trage in Jo Vandeurzen

De campagnedag begint vroeg vandaag. Bij het krieken van de ochtend spreekt Vandeurzen een aantal ziekenhuisdirecties toe over het dilemma van hun sector: hoe combineer je een versnellende schaalvergroting in de sector met steeds meer vraag naar persoonlijke dienstverlening aan de patiënt. Hij spreekt als een diesel, de grapjes zijn erg gedoseerd, maar hij kent zijn dossier. Hij vertelt hen over Capio, een beursgenoteerde zorggigant die met 15.000 man personeel 100 ziekenhuizen in acht Europese landen beheert. Hoe het budget niet langer zal toelaten dat ieder ziekenhuis vanuit een standalonepositie blijft draaien, hoe ze zullen moeten leren vanuit grotere verbanden hun kosten te minderen en efficiënter te worden, en dat te combineren met nieuwe technologie en dataverwerking om de patiënt beter te begeleiden. Zelfs het woord ‘interoperabiliteitsstandaarden’ komt er moeiteloos uit. Vandeurzen is een dossiermens met een visie, geen bevlogen ideoloog.

Piske

De ergste slag voor zijn imago werd Jo Vandeurzen ooit toegebracht door zijn puberende zoon, die hem in een interview met Humo eigenlijk maar “een piske” vond. En ook al had hij het alleen over de familiale situatie, waar mama overduidelijk de scepter zwaait, het paste naadloos in de gezapige, soms wat Fred Flintstoneachtige uitstraling van Vandeurzen, die ook karikaturisten als Erik Meynen graag gebruiken. Of in de stelling van Jean-Marie Dedecker, die Vandeurzen het charisma van een lavabo toedichtte.“We hebben toen met de vrienden een met bloemen gevulde lavabo aan zijn zijgevel gehangen, want één van zijn meer innemende kantjes is een grote zelfrelativering”, zegt zijn boezemvriend van dertig jaar Jos Stalmans, directeur van VKW-Limburg. “Dat Lamme Goedzakimago kleeft hem aan, maar klopt niet: dan maak je niet de politieke carrière die hij heeft gemaakt. Jo heeft een empathie voor anderen die soms aan het bovenmenselijke grenst, maar er zijn er al die ondervonden hebben dat je beter niet over bepaalde grenzen moet gaan.”Wie daarvan kan meespreken is een andere vriend, Bart De Wever, die in november 2006 had bedacht dat het misschien een leuk idee zou zijn om Jean-Marie Dedecker in N-VA binnen te lijven. “Mijn plan hield steek, in theorie toch. En natuurlijk hadden we niet soloslim gespeeld, er was daarvan vooraf een kennisgeving aan CD&V gegeven, en ik heb even de indruk gehad dat het daar wel zou passeren, op voorwaarde dat we Jean-Marie één verkiezing op de bank hadden laten zitten.”Vandeurzen monkelt wanneer die episode opgerakeld wordt: “Achteraf bekeken begrijp ik waarom N-VA dacht dat het mogelijk had kunnen passeren bij ons. Ook al had ik Bart een tijd daarvoor al gewaarschuwd via sms. Hij wist perfect dat ik het niet zag zitten. Maar hij zal wel geschrokken zijn toen bleek dat ik daar ook zo duidelijk consequenties aan verbond.”Een andere N-VA’er: “Bart heeft de krachtsverhoudingen binnen CD&V toen gewoon verkeerd ingeschat. Hij had de indruk dat Yves Leterme onze motivatie wel begreep, en dat hij ook inzag dat Dedecker voor het kartel een electoraal slimme zet was. Dus dacht Bart: als de baas van ’tkot mee is, zal Vandeurzen ook wel plooien. Wij dachten dat Leterme Batman was en Vandeurzen Robin, het hulpje dat alleen met de Batmobile van het voorzitterschap mocht rijden omdat Yves minister-president geworden was. We vonden dat we dat bijzonder goed gedaan hadden. Dat is even anders uitgedraaid.”Bart De Wever: “Ik had de situatie verkeerd ingeschat, ja. Ik viel van mijn stoel toen ik Jo op de radio het kartel hoorde opblazen.”Jo Vandeurzen: “Je kent CD&V goed genoeg om te weten dat er veel momenten zijn dat je bij ons enerzijds-anderzijds strekkingen hebt. Maar hier zat men intern helemaal op één lijn. Het had zelfs niets te maken met druk vanuit het ACW, zoals gesuggereerd werd. Die vibratie in het bestuur was unisono. Dan moet je als voorzitter functioneren. Ik heb daar nooit één moment over getwijfeld, het was echt een brug te ver. De sterkte maar ook de zwakte van een kartelformule, en dat zie je ook bij sp.a en Open Vld, is dat de grote partner altijd goed moet zorgen dat zijn eigen corebusiness en geloofwaardigheid niet helemaal worden opgegeven aan de eenheid van het kartel. Een kartel knaagt aan de identiteit van de beide partners. Het maakt je eerst sterker, maar je komt onvermijdelijk uit op een probleem: ofwel is het doorgroeien, ofwel terugschroeven. De staart mag niet met de hond gaan kwispelen, zoals jij tot uit den treure geschreven hebt. Aan de figuur van Dedecker, aan zijn manier van politiek bedrijven, kleeft een politieke stijl die je niet kunt matchen met die van CD&V, zoals we sindsdien al vele keren gezien hebben. Hij zou trouwens ook binnen N-VA de boel overgenomen hebben. Je kunt geen partij met Dedecker zijn, alleen één van Dedecker. Misschien heb ik toen wel Bart De Wever zijn politieke carrière gered, zonder dat hij het zelf besefte. (lacht) Voor hem was het misschien op korte termijn een interessante electorale optie, maar op lange termijn zou het niet werkbaar geweest zijn. Enfin, zie je het al gebeuren: Herman Van Rompuy en Jean-Luc Dehaene die binnenkomen op een karteloverleg met N-VA en aan de overkant van de tafel Dedecker zien zitten? (lacht)”Bart De Wever: “Ik ben toen door de zwartste week uit mijn carrière gegaan. Wat ik toen enorm aan Jo heb geapprecieerd, ook al was hij duidelijk de initiatiefnemer van de breuk, is dat hij daar nooit één triomfalistisch woord over gesproken heeft, wat vele anderen in de Wetstraat niet zouden kunnen laten hebben. Integendeel, daags nadien hing hij al vol begrip aan de lijn, om zonder reserves uit te leggen wat er was gebeurd. Hij heeft me toen thuis bij hem uitgenodigd en me politiek en menselijk opgeraapt. Tot dan waren we collega’s die heel goed met elkaar opschoten, toen zijn we vrienden geworden.”En toen wist meteen ook iedereen in CD&V en N-VA dat ‘piske’ Vandeurzen zwaarder kon wegen dan Yves Leterme zelf.

beleidsmens

Jo Vandeurzen voert atypisch campagne: behalve dat ik die dag met hem meeloop, is er geen enkele afspraak met de media. Maar achtereenvolgens wel: een fotoshoot met lokale ACV-kandidaten in de kringwinkel van Houthalen, waar veertig arbeiders 6.000 ton ijskasten, wasmachines en ander huishoudmateriaal herstellen voor sociale herverkoop. Een bedrijfsbezoek aan bouwbedrijf Jansen in Meeuwen-Gruitrode, in één generatie uitgegroeid van klein stukadoorbedrijf naar 750 werknemers, en nu geleid door dochter Nadia, midden dertig, een vrouw die voldoende energie uitstraalt om een middelgrote stad draaiende te houden, en die een vurig pleidooi houdt om kindercrèches op bedrijventerreinen te kunnen oprichten, wat vandaag volgens de bestemmingsplannen niet mag. Dan naar Genk, waar de mijnsite van Winterslag wordt omgebouwd tot een creatief bedrijventerrein en waar wereldberoemd keramiekkunstenaar Piet Stockmans al zijn atelier heeft. De haven van Genk - ja, Genk heeft een haven - waar 60.000 opleggers per jaar per trein naar Italië worden vervoerd zonder dat ze nog een kilometer autostrade zien, en waar de baas Vandeurzen onderhoudt over wat er wetgevend beter zou kunnen. Even binnenwippen bij ’t Instapje in Waterschei waar ze hun eerste verjaardag vieren: het is een project waarbij twaalf voltijdse begeleiders kleuters uit sociaal zwakkere gezinnen met spel en taalontwikkeling ondersteunen nog voor ze naar de kleuterschool gaan, om iedereen met zo gelijk mogelijke startkansen te laten beginnen. Het is een nevenproject van de negen jaar oude Opvoedingswinkel, waar ouders terechtkunnen voor ieder mogelijk opvoedingsprobleem. Destijds was dat de eerste in Vlaanderen, en Vandeurzen was er één van de drijvende krachten achter.We zijn ondertussen acht uur op de baan, en Vandeurzen heeft hooguit honderd mensen gezien en de hand gedrukt. Een manier van campagnevoeren die door de meeste politici, die van tv-studio naar chatsessie naar andere tv-studio lopen, als an absolute waste of time beschouwd zou worden. Stilaan begrijp ik dat de standvastigheid waarmee hij Dedecker tegenhield, niet alleen een stijlkwestie is, het gaat om een totaal andere existentiële benadering van wat politiek voor hen beiden is: eigen ego versus gemeenschapsdienst, tafelspringen versus langzaam opbouwen, schelden versus luisteren, oneliners versus dossierkennis, het politieke beest versus de bestuurder van de res publica.Vriend Jos Stalmans: “Eind jaren zeventig zochten we een provinciaal verantwoordelijke voor de scouts, en alle kandidaten die zich hadden aangemeld vonden we niet goed genoeg. Jo leidde toen de grootste groep van Limburg, met als totemnaam Gespierde Cheetah, volgens hem het resultaat een tijdelijke zinsverbijstering van de leiding die hem die naam gaf. Dat klopt niet, hij was erg sportief in die tijd. Zowat iedereen vond dat hij het moest doen, maar daar is heel wat overredingskracht aan te pas gekomen, persoonlijke ambitie was niet zijn drijfveer. Nooit geweest ook, Jo is bijna altijd gevraagd, heeft nooit of zelden gekandideerd voor iets. Ik heb me daar wel eens kwaad in gemaakt, omdat ik vond dat hij op die manier veel kansen in zijn carrière onbenut gelaten heeft. Maar ik moet mijn ongelijk toegeven: hij is een valse trage, hij is er op zijn manier ook gekomen, zonder vijanden te maken, en met minder krassen op de ziel dan vele anderen. Kijk, wat hem typeert: bij zijn vijftigste verjaardag heeft hij een feest gegeven voor zowat tachtig mensen. Hij had daar zonder probleem de hele partijtop en nog wat grote namen uit de Wetstraat naartoe kunnen laten komen. Wel, er waren welgeteld drie Limburgse politici, meer kameraden dan collega’s, en voor de rest niets dan vrienden, medewerkers en militanten.”Peter Poulussen, oud-woordvoerder van Vandeurzen en Leterme: “Hij gruwt van de politique politicienne, de BlackBerrycultuur, de clichés waarmee men elkaar om de oren slaat. Je zult Jo nooit betrapt kunnen hebben op een trottoirinterview voor de 16. Hij zoekt oplossingen, geen conflicten, en hij spreekt zich niet over een onderwerp uit waar hij nog geen nota met alle relevante cijfers en feiten over heeft. Hij heeft ook een onwaarschijnlijk empathisch vermogen voor de logica en de argumenten van de anderen: als er iemand bij ons op het partijbestuur kritiek gaf op Joëlle Milquet zei hij: ‘Probeer je eens in haar Waals-Brusselse wereld te verplaatsen.’ Dat heeft hem soms het imago opgeleverd dat hij wat te soft is voor het haaiengevecht dat de grote politiek dan zou moeten zijn. Wel, ik geloof eerder dat we beter af zouden zijn met wat meer persoonlijkheden als Jo.”Het is vier uur in de namiddag. We zijn terug in Genk aanbeland, waar Vandeurzen een uurtje mee brieven gaat vullen en dichtplakken met zijn campagnestaf van vrijwilligers, mensen van wie hij de stem, zo mag worden aangenomen, al lang op zak heeft.

de breuk

Op 23 september 2008 kondigde voorzitter Marianne Thyssen de definitieve breuk van het kartel aan.Bart De Wever: “Eigenlijk wisten we al een jaar dat dat ging gebeuren. In augustus 2007 zijn alle Vlaamse voorstellen gelekt via Le Soir, dat was echt het definitieve signaal dat ze niet wilden. Al wat volgde, was therapeutische hardnekkigheid. We dronken de kelk en de vraag was alleen of CD&V kon weerstaan aan haar genetische drang om altijd maar verder te willen besturen. Jo zag dat ook. Ik denk dat hij, ook al omdat hij minister van Justitie was geworden en er minder bovenop zat, mentaal al de knop had omgedraaid, wist dat het hopeloos was. (lacht) Hij was uit de shit, ik kon verder blijven ploeteren, eerst met Etienne Schouppe, dan met Marianne Thyssen.”Jo Vandeurzen: “Ik was nog lid van de fameuze G4, zat er nog kort op en sprak nog vaak met Bart over de situatie. Maar ja, in het leven van een organisatie moet je soms de knopen doorhakken. En als Kris Peeters zijn nek uitsteekt, de gemeenschapsdialoog wil aangaan, het mandaat daarvoor vraagt en krijgt, en je ziet N-VA de week ervoor het vertrouwen in de federale regering opzeggen, dan weet je dat je met een probleem zit. We werden meer en meer een one-issue-partij over de staatshervorming, en je moet oppassen dat je geen achtervolger wordt van je kleinere partner. Met alle respect: dat was het dilemma van Bart ook. We apprecieerden elkaar, maar we stonden allebei onder druk van de achterban. Je wilt vasthouden, maar je voelt dingen blokkeren. Hoe pijnlijk het ook is, dan moet je durven te scheiden. We zagen ook de sociaaleconomische materies die op ons afkwamen, en we blijven toch een partij die daar ook iets over te vertellen heeft. Ook toen heb ik gekozen voor interne eenheid en cohesie. Dat is prioritair op de kartelformule. De zaterdag dat we congres hielden over N-VA zaten op dat podium mensen die wisten dat ze een uur later moesten gaan vergaderen over het mogelijke faillissement van Fortis.” Een CD&V-topman: “Jo, die nochtans de naam heeft emotioneel te durven zijn, heeft dat heel rationeel en rustig benaderd, fatalistisch bijna. Hij heeft ook de meest beklijvende speech op die bijeenkomst gehouden, wat we van hem niet gewend zijn. (lacht) Maar Yves (Leterme, YD) reageerde een stuk emotioneler. Hij was blijkbaar de laatste die besefte dat het niet anders meer kon.”Jo Vandeurzen: “Ik kan emotioneel zijn, maar niet op zo’n moment. Dan ben ik te analytisch en begrijp ik te rationeel waarom het verhaal op was. Dan aanvaard je dat ook, met spijt misschien, maar toch niet met grote emoties. Die spaar je op voor andere dingen. Wanneer je aan de ouders van de vermoorde agente Kitty Van Nieuwenhuyzen als minister van Justitie moet gaan uitleggen waarom het gerecht de verdachte van die moord bijna had gelost, bijvoorbeeld. Toen was ik blij dat ik mijn kabinetschef bij me had, want de krop in mijn keel was even te groot om nog iets te kunnen uitbrengen.”

de val

Op 19 december diende Jo Vandeurzen zijn ontslag in, na een vernietigende nota van de voorzitter van het Hof van Cassatie Ghislain Londers, waarin stond dat er ernstige aanwijzingen waren dat het principe van de scheiding der machten geschonden was, ook door hem.Vandeurzen: “Ik weet niet hoe vaak ik die film opnieuw heb afgedraaid. Uiteindelijk denk ik dat het een verhaal is waarbij mensen een aantal gebeurtenissen aan elkaar hebben geknoopt en daaraan hun conclusies hebben verbonden, zonder dat die meteen met de waarheid overeenstemmen. Ik heb al vaak aan De slinger van Foucault gedacht, een boek van Umberto Eco over een man die denkt dat er een geweldige samenzwering bezig is die er uiteindelijk niet blijkt te zijn, maar hij rijgt de feiten aan elkaar tot ze passen in zijn theorie. Het is niet omdat dingen gelijktijdig gebeuren dat ze daarom causaal verbonden zijn. “Ja, ik had informatie dat in die 18de kamer zeer rare dingen gebeurden, en er een grote ruzie tussen de rechters was. Ja, ik heb dat gesignaleerd aan het parket. En het parket, heeft dan, zonder dat ik dat wist en in alle autonomie, de vraag gesteld om die zetel opnieuw en anders te laten samenstellen. Wat het parket trouwens mag, dat past binnen zijn wettelijke bevoegdheid. Maar dat hebben een aantal mensen binnen de zetelende magistratuur anders begrepen, dat is ook duidelijk. Dat is de trigger van het grote probleem geweest. Ik zit hier als procureur met een serieuze klacht over de werking van een kamer, ik moet daar volgens de wet op toezien, dus ik vraag een nieuwe samenstelling. Dat is een juridische visie waar je het al dan niet eens mee kunt zijn, maar die wel mocht gesteld worden zonder dat er van een probleem met de scheiding der machten sprake was. Ik heb me pas de week erna gerealiseerd welke dynamiek daar aan de gang was. Mag ik als minister van Justitie contact hebben met het Openbaar Ministerie? Vaneigens, hoe kan ik anders een beleid uiteenzetten en doen uitvoeren? Daar zit de schending dus niet, hé? De minister van Justitie moet elke week in het parlement minstens tien vragen beantwoorden, waarop hij het antwoord niet kan geven tenzij hij contact heeft met het parket. Is het nu echt onmogelijk te geloven dat procureur-generaal De Le Court heeft gedaan wat hij dacht dat hij moest doen, zonder daarvoor instructies te hebben gekregen? In zijn vordering is hij onafhankelijk: ik ken mijn pappenheimers op het parket genoeg. Wanneer je hen zou trachten te beïnvloeden in hun individuele vordering, zouden ze dat meteen negeren, zo ze er zelf geen rel van zouden maken.“Met alle respect, ik verwijt die zetel ook niets. Ik heb nooit geïnsinueerd dat ze fout zaten in hun beoordeling. Het enige jammere vind ik, dat men mij niet gecontacteerd heeft om mijn visie te vragen. Wat men daarmee dan zou gedaan hebben, blijft me gelijk, maar ik heb het gevoel nooit mijn versie te hebben mogen geven. Als ik in iets ontgoocheld ben, is het dat: een voorzitter van Cassatie heeft ook een telefoon niet?“Ik heb mijn ontslagbrief ’s ochtends geschreven, nog voor ik wist wat er in het rapport zou staan. Maar in de wetenschap dat ik geen tijd mocht laten verloren gaan, wanneer dat negatief ging zijn, want ik ken de processen die dan op gang komen in de politiek: de zaken relativeren, je beginnen te overtuigen om het toch niet te doen. Met alle mogelijke rationaliteiten zoals algemeen belang, continuïteit en noem maar op. Daar wilde ik me tegen wapenen. En ik wou het ook niet meemaken dat ik dan drie dagen later, in een perceptiegevecht dat toch niet te winnen was, alsnog ontslag had moeten nemen. Er zijn altijd redenen te bedenken om jezelf te overtuigen dat je goed bezig bent en moet blijven zitten. Maar geef toe: elke week een matrakkage in het parlement, een zetelend minister als onderwerp van een onderzoekscommissie, dat was toch niet houdbaar?”Vriend Jos Stalmans: “Ik heb hem nooit zo diep zien zitten als toen, dat was flirten met de depressie, ja.”Oud-woordvoerder Peter Poulussen: “Het was ook nog meer dan het ontslag zelf. De vader van Jo is een belangrijke Limburgs advocaat geweest, Jo is ook jurist. Dan is minister van Justitie zowat het allermooiste wat je je als persoonlijk doel kunt stellen, het is waarschijnlijk de droom van de vader voor zijn zoon ook waarmaken. Het gegeven zit dus volledig verweven in wie je bent, ook familiaal, en dat is zowat de sterkste band bij de Vandeurzens. En dan moet je weg, op beschuldiging dan nog dat je zowat het allerbelangrijkste basisprincipe van je vak hebt overtreden. Dat is geen ontslag, dat is een rechtstreekse negatie van al wat je bent en waar je voor staat. Natuurlijk dat je dan door het zwartste dal gaat.”Tot vandaag blijft de vraag of Vandeurzen de dans niet ontsprongen zou zijn, mocht de legendarische tussenkomst van Yves Leterme op het spreekgestoelte van de Kamer er niet geweest zijn. De toenmalige premier wist te melden dat hij niet de enige minister was die telefoontjes had gekregen over de gang van zaken in het Hof van Beroep, en trok zo Vandeurzen mee het dossier in. Het was alsof een bom ontplofte en ook de CD&V-fractie reageerde verbijsterd.Een CD&V-Kamerfractielid: “We wisten niet wat we hoorden. Mocht het nog onduidelijk zijn geweest voor iemand wat het karakterverschil tussen Leterme en Vandeurzen is, toen werd het wel zonneklaar. Er zijn bij ons ooit voor minder vendetta’s voor het leven ontstaan. Het ongelooflijke is dat Vandeurzen hem dat, ik denk zelfs oprecht, vergeven heeft. Mocht het omgekeerde zijn gebeurd, dan had Jo voor eeuwig op de harde schijf van Leterme gestaan.”Een parlementslid uit de meerderheid: “Jo heeft zich ook niet proberen wit te wassen met het bloed van zijn medewerkers, zoals Yves wel heeft gedaan. Ik denk dat dit voor altijd de manier zal tekenen waarop ze in het milieu bekeken worden. Toen Jo terugkwam en ondervoorzitter van de Kamer werd benoemd, ging er op alle banken van het parlement een warm en gemeend applaus op. Ik denk niet dat Leterme die ervaring ooit nog gaat meemaken.”Het CD&V-Kamerfractielid: “Het verschil tussen de twee is dat Yves een ontwortelde en Jo een verankerde mens is.”Jo Vandeurzen blijft lang stil als we hem de bovenstaande citaten voorleggen. Zegt dan: “Iedereen is blijkbaar mateloos gefascineerd door de vraag of ik sindsdien nog door een deur kan met Leterme. Ik vond dat niet bepaald leuk, en ik heb hem dat ook gezegd. Maar ik kan wel begrijpen hoe het zo ver is kunnen komen. Ik heb een eerste minister gezien die het succes niet gegund werd, die dag en nacht werkte, die loodzware onderhandelingssessies alleen moest dragen, die kampte met zijn gezondheid, en die dan op zijn eer werd aangevallen. Dan schrijf je zo’n brief, in een grote verontwaardiging van nu is het genoeg geweest. En dan schrijf je wat te snel en zonder genoeg advies, misschien. Dat is de context geweest. We hebben samengewerkt, ik heb met hem soms meer tijd gedeeld dan met mijn familie, en ik heb waardering voor hem. Ik zie zijn fouten wel, net zoals hij de mijne, maar ik blijf respect hebben, en dat zet ik niet op de helling omdat daar zo’n turbulent moment is geweest. Zo zit ik niet in elkaar.”

minister

Jo Vandeurzen: “Na een paar weken heb ik de knop omgedraaid. Je kunt niet blijven malen en zwartdenken, of je gaat helemaal de dieperik in. Toen was er de lijstvormingsdiscussie, die zoals altijd niet te makkelijk verliep. Dan is er geen grijs meer: ofwel ga je, ofwel niet. Het werd de eigenaardigste lijstvorming die ik ooit heb meegemaakt: na anderhalf uur waren we eruit. Met een zetelend minister die op twee wou gaan staan, met een vroegere lijsttrekker die ook zonder probleem een stap achteruit wou gaan. Steun langs alle kanten, knop om, kop omhoog en we vertrekken.”Vriend Jos Stalmans: “Toen hebben we met een tiental vrienden bij hem thuis een tuinfeest gehad, tot het ochtendgloren. Toen wisten we dat we erdoor waren.”Bart De Wever: “Ik gun het hem van harte. Ik denk dat zich bij hem ook een beetje de Frank Vandenbrouckeknik heeft voorgedaan: de steriliteit van het federale niveau beu, daar genoeg miserie en slagen gehad, en nu snakkend naar een beleidsniveau waar hij vijf jaar lang stabiliteit vindt en met een goede ploeg wél iets kan verwezenlijken. Hij zou de geknipte volgende Vlaamse minister van Welzijn en Gezondheid zijn. Hij gaat dat ook worden, denk ik.”Een CD&V-fractielid: “Iedereen gunt hem dat, maar misschien verkijkt hij zo wel een kans. We zullen de uitslagen afwachten, maar het zou me niet verbazen mocht Jo Vandeurzen na de verkiezingen nog populairder blijken te zijn dan Yves Leterme. Wat hem de natuurlijke leider van de partij zou kunnen maken.”Jo Vandeurzen: “Dat zal ik niet zijn, geloof me. Ik moet nu bijna vechten tegen het beeld dat ik een ongelooflijke score ga halen. Maar ik sta absoluut niet te springen om de populairste van CD&V te worden, dat is echt niet mijn ambitie.”Ondertussen zijn we nog maar eens in een ziekenhuis beland, ditmaal het ZOL in Genk, na Ford de tweede grootste werkgever van de provincie Limburg. Een openbaar fusieziekenhuis, waar Vandeurzen als voorzitter de herstructurering deed. Wat is dat toch met hem en ziekenhuizen?Jo Vandeurzen: “Mocht ik ooit uit de politiek stappen, dan vermoed ik dat ik in deze sector terechtkom. De meest arbeidsintensieve, gecompliceerde bedrijfstak die je kunt vinden, die voor gigantische uitdagingen staat. Waar je in aanraking komt met de innovatiefste technieken. Maar vooral omdat het zo... Existentieel is. Neem het dak van een ziekenhuis en vlieg er met een helikopter boven. Wat zie je anders dan de meest bepalende momenten in een mensenleven? Geboren worden en doodgaan, lijden, angst en vreugde in de meest intense vorm. En je ziet jezelf in al je schamelheid en kwetsbaarheid als je daar in je operatiehemdje staat.”Het blijft even stil. “Weet je, ik ben in de politiek gegaan ten tijde van het Globaal Plan van Dehaene, toen er jarenlang niets anders was dan bezuinigen en besparen. Ik heb de mijnen hier zien dichtgaan, toen men voorspelde dat Genk een desolaat gebied zou worden, de kanker van Limburg. Maar de politiek en het middenveld hebben er een toonbeeld van reconversie van gemaakt. Politiek kan dingen veranderen, ik heb dat hier gezien. Daarvoor doe ik het. Ik vrees de antipolitiek, zoals wij allemaal. Het politieke klimaat vandaag, dat haantjesgedrag, mensen worden dat ook beu. Het kan toch niet dat het alleen maar kan als het stoer is, borstgeklop, de straffe quote aan de deur van de 16. Wel, dan neem ik graag wraak voor de ‘piskes’ van deze wereld, die de boel echt willen laten draaien. In respect voor elkaar. Als ik voel dat niet meer kan, dan stop ik ermee.”

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234