Woensdag 21/10/2020

De Unesco-files

Niet minder dan 878 plekken in de wereld mogen zich vandaag Werelderfgoed noemen. "Een titel waarmee je niet een twee drie verandert in een toeristische trekpleister", zegt Koen Van Balen, directeur van het Raymond Lemairecentrum aan de KU Leuven, waar al dertig jaar lang Unesco-inspecteurs worden opgeleid.

"Wie uitgeroepen wordt tot Werelderfgoed, krijgt ook helemaal geen extra geld van Unesco om toeristische promotie te doen. Integendeel, vaak moet er geïnvesteerd worden voor je het label Werelderfgoed krijgt. Ervoor zorgen dat het gebouw veilig is, dat er geen steen op het hoofd van een bezoeker kan vallen. Dus moet je eerst gaan repareren en restaureren."

Als je het label krijgt, horen daar ook verplichtingen bij. "De verplichting om de site goed te onderhouden, bijvoorbeeld." Wie zich niet aan de voorwaarden van Unesco houdt, kan zijn label Werelderfgoed even vlug kwijtraken als hij het gekregen heeft. "Ik herinner me één geval in Oman, een landschap dat uniek was omdat er oryxen woonden. Dat is zijn label verloren omdat de dieren wegtrokken: hun habitat werd te vaak verstoord. Een fout die wel eens gemaakt wordt bij Werelderfgoed, is dat het gebied te klein wordt afgebakend. Neem nu een natuurreservaat: als je alleen het reservaat beschermt kan er een autosnelweg naast komen liggen die de dieren wegjaagt. Je moet ook voor een buffergebied zorgen."

Dat is een advies dat ze in Jemen, waar net een archipel vol beschermde diersoorten is erkend als Werelderfgoed, wel kunnen gebruiken. Een van de eersten die inzagen hoe belangrijk het is om Werelderfgoed ruim af te bakenen was de Belg Raymond Lemaire. "Die man was visionair voor zijn tijd", zegt Van Balen, directeur van het Lemairecentrum, dat ook erkend is als Unesco-leerstoel. "In de jaren vijftig werden vooral individuele gebouwen erkend en beschermd als erfgoed. Lemaire was een pionier die een nieuwe visie over erfgoed ingang heeft doen vinden in de wereld: hij vond dat je een gebouw nooit los mag zien van de buurt waar het ligt, van de mensen of dieren die er wonen. Lemaire heeft trouwens meegeschreven aan het Charter van Venetië van 1964, het eerste richtinggevende document voor de bewaring en restauratie van monumenten. Als Unesco vandaag ook landschappen als het Heilig Kayawoud in Kenia of levende tradities als het carnaval van Binche erkent, hebben we dat aan het gedachtegoed van Lemaire te danken. Hij introduceerde namelijk ook de categorie gemengd erfgoed, wat wil zeggen dat hij niet alleen het gebouw, maar ook de natuur of het landschap waarin het lag liet beschermen. Hij werkte mee aan de restauratie van wereldmonumenten zoals de Borobodur op Java, de Akropolis in Athene en de scheve toren van Pisa."

De grootste wereldwonderen zijn al in de jaren zestig en zeventig erkend door Unesco. Maar dat wil niet zeggen dat er geen toppers meer zitten bij de pas erkende sites. De grotten van Altamira duiken immers op in de nieuwe lijst. "Het gaat hier wel niet om dé grot van Altamira, maar om andere grotten die in de buurt van de originele ontdekt zijn en die even waardevolle tekeningen bevatten", legt Koen Van Balen uit. "De originele grot was al erkend, maar te klein afgebakend. Wat de nieuwe sites in China en Afrika betreft, die klinken ons niet zo bekend in de oren. Maar ze zijn daarom niet minder hoogstaand en spectaculair dan de monumenten die we kennen."

Wat zijn de criteria om tot Werelderfgoed te worden erkend? Waarom Robbeneiland wel en de Sint-Michielskerk in Leuven niet? "Ik kan je geen vier criteria opnoemen, want die zijn voor elke categorie - landschap, gebouw, levende traditie, gemengd erfgoed - verschillend. Maar we kijken altijd naar hoe uniek iets is - en helaas zijn er veel gelijkaardige kerken zoals de Sint-Michiels. Ook het historische belang speelt mee: was het bijvoorbeeld het eerste gebouw in deze stijl of speelde het een grote sociale rol? De gevangenis van Robbeneiland is niet zo mooi van architectuur als de Sint-Michiels, maar het is wel de plek waar Nelson Mandela zat, een symbool van de apartheid, van een tijdperk."

Werelderfgoed mag dus lelijk zijn? "Ja. Unesco kijkt verder dan het esthetische aspect alleen. Ik ben deze zomer nog in Zuid-Afrika geweest, en nee, die huizen op Robbeneiland waar de bewakers woonden of de cellen van de gevangenen, die zijn niet mooi. Maar ze vertellen wel een waardevol verhaal over de menselijke samenleving, over het lijden van een man, van een ras, en hoe daar een einde aan is gekomen. De Sint-Michiels is misschien een begrip in Leuven en betekent iets voor mij. Maar Werelderfgoed moet niet alleen betekenisvol zijn voor een volk, ook voor de mensheid. En dat is nog iets anders, nietwaar?"

Er staan geen Belgische gebouwen of landschappen bij het pas erkende Werelderfgoed. Is er in ons land niet genoeg waardevols? "Integendeel. Wist je dat België een heel grote dichtheid aan Unesco Werelderfgoed kent? Als je de landkaart bekijkt, staat ze vol met stipjes. Voller dan vele van de ons omringende landen. Zowat alle begijnhoven en belforten zijn bij ons erkend, dankzij Lemaires invloed. Hij heeft het begijnhof van Leuven, dat in de jaren vijftig door het OCMW gebruikt werd als huisvesting voor de armen, laten beschermen en restaureren. Dat was toen ongezien. Ook een kapelletje in het Arenbergpark, dat toen als tuinhuis gebruikt werd, heeft hij op eigen houtje gerestaureerd. Dat kapelletje staat er nu nog altijd heel mooi bij. België is trouwens een voorbeeldland als het op monumentenzorg aankomt. Ons systeem van monumentenwacht, een mobiel team dat voor onderhoud en reparaties zorgt over het hele land, wordt in andere landen gekopieerd."

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234