Maandag 30/01/2023

De uitvinder van het moderne landschap

'Eigenlijk is het met William Turner en John Constable hetzelfde als met de eeuwige strijd tussen de Beatles en de Rolling Stones", zegt Robert Hoozee, directeur van het Museum voor Schone Kunsten (MSK) in Gent. "Wie van beide groepen is de beste? Moeilijk te zeggen, ze hebben allebei hun fans. Dat geldt ook voor de twee Engelse schilders, die allebei op hun manier grote vernieuwers waren."

Net als de Beatles en de Stones waren William Turner (1775-1851) en John Constable (1776-1836) tijdgenoten, die - zo vertellen de mythische verhalen - aartsrivalen waren en ook op menselijk vlak niet goed met elkaar opschoten. Maar dat laatste moet gerelativeerd worden, zegt Hoozee. "Hoe verschillend ze ook waren, ze hadden wel degelijk het grootste respect voor elkaar."

Hoozee vertelt een sprekende anekdote, waaruit blijkt hoe eerzuchtig William Turner wel was. "Tijdens zijn leven is John Constable nooit succesrijk geweest, wegens zijn gedurfde aanpak. Om te laten zien dat hij ook andere onderwerpen aankon dan alleen maar de landschappen van zijn jeugd - en om tegelijk een andere, ruimere afzetmarkt aan te boren - had hij een historisch en stedelijk onderwerp genomen: de opening van Waterloo Bridge in Londen (in 1817, ER). Hij begon aan het schilderij te werken in 1819 maar bleef ontevreden over het resultaat. Toen het werk uiteindelijk geëxposeerd werd in de Royal Academy in 1832, bleef Constable tot op het laatste moment dingen aanpassen. Het eindresultaat was een druk schilderij met veel sloepen en veel rood. Uitgerekend dat werk kwam naast een vrij sobere marine van Turner te hangen. Tijdens de vernissage - de 'varnishing days' - kwamen de schilders net voor de opening van de tentoonstelling hun werken vernissen en afwerken. Turner schilderde graag op het laatste moment nog heel wat bij, om zo zijn virtuositeit te etaleren. Op zijn marine voegde hij in het midden één rode boei toe, als antwoord op al het rood van Constable. Toen Constable terugkwam in de galerie, zag hij wat Turner gedaan had. De reactie van Constable is legendarisch geworden: 'Mister Turner has been here and fired a gun'."

'Eigenlijk is het met William Turner en John Constable hetzelfde als met de eeuwige strijd tussen de Beatles en de Rolling Stones", zegt Robert Hoozee, directeur van het Museum voor Schone Kunsten (MSK) in Gent. "Wie van beide groepen is de beste? Moeilijk te zeggen, ze hebben allebei hun fans. Dat geldt ook voor de twee Engelse schilders, die allebei op hun manier grote vernieuwers waren."

Net als de Beatles en de Stones waren William Turner (1775-1851) en John Constable (1776-1836) tijdgenoten, die - zo vertellen de mythische verhalen - aartsrivalen waren en ook op menselijk vlak niet goed met elkaar opschoten. Maar dat laatste moet gerelativeerd worden, zegt Hoozee. "Hoe verschillend ze ook waren, ze hadden wel degelijk het grootste respect voor elkaar."

Hoozee vertelt een sprekende anekdote, waaruit blijkt hoe eerzuchtig William Turner wel was. "Tijdens zijn leven is John Constable nooit succesrijk geweest, wegens zijn gedurfde aanpak. Om te laten zien dat hij ook andere onderwerpen aankon dan alleen maar de landschappen van zijn jeugd - en om tegelijk een andere, ruimere afzetmarkt aan te boren - had hij een historisch en stedelijk onderwerp genomen: de opening van Waterloo Bridge in Londen (in 1817, ER). Hij begon aan het schilderij te werken in 1819 maar bleef ontevreden over het resultaat. Toen het werk uiteindelijk geëxposeerd werd in de Royal Academy in 1832, bleef Constable tot op het laatste moment dingen aanpassen. Het eindresultaat was een druk schilderij met veel sloepen en veel rood. Uitgerekend dat werk kwam naast een vrij sobere marine van Turner te hangen. Tijdens de vernissage - de 'varnishing days' - kwamen de schilders net voor de opening van de tentoonstelling hun werken vernissen en afwerken. Turner schilderde graag op het laatste moment nog heel wat bij, om zo zijn virtuositeit te etaleren. Op zijn marine voegde hij in het midden één rode boei toe, als antwoord op al het rood van Constable. Toen Constable terugkwam in de galerie, zag hij wat Turner gedaan had. De reactie van Constable is legendarisch geworden: 'Mister Turner has been here and fired a gun'."

Te vooruitstrevend

Te vooruitstrevend

De voorbereidende schets en tekeningen voor Waterloo Bridge zijn in Gent te zien, maar ze zijn niet meteen representatief voor het oeuvre van Constable. Zijn roots lagen in het graafschap Suffolk, in het oosten van Engeland, en zijn specialiteit is en blijft het Engelse landschap - samen met zijn uitzonderlijke wolkenstudies en een handvol marines, die hij maakte toen hij later in Brighton woonde.

Wij, toeschouwers van de 21ste eeuw , zien in Constables schilderijen evenveel voorbeelden van het arcadische, idyllische Engelse landschap: bijna een ideaalbeeld van het archetypische Engeland. In zijn tijd lagen de kaarten evenwel anders: Constable verkocht weinig omdat zijn kunst als te vooruitstrevend werd beschouwd.

"John Constable onderging de invloed van alle grote landschapsschilders, zoals Rubens, Ruysdael, Cuyp en Claude Lorrain", zegt Hoozee. "Van Rubens nam hij de roodbruine onderschildering over, die hij heel vaak laat doorschemeren in zijn landschappen. Maar Constable mag dan door de grote meesters beïnvloed zijn, hij wil tegelijk van de klassieke schema's en formules af."

Dat is alvast een van de grote verschillen tussen Constable en Turner. De toets van Turner was vernieuwend: hij wou het licht vangen en is op die manier een voorloper van de impressionisten. "Maar de opbouw van Turners werken bleef zeer klassiek. Zo zijn er nog verschillen: Turner is een virtuoos schilder, Constable niet. Turner trekt heel Europa rond om overal het landschap te tekenen en schilderen, Constable niet. En vooral dat laatste was innoverend. Constable wou niet reizen en besloot om alleen lokaal bezig te zijn. Het landschap dat hij door en door kende, bracht hij telkens weer in beeld. Even heeft hij gereisd en toen zei hij: 'I will return to Bergholt', zijn geboorteplaats. Hij besefte dat hij achter beproefde formules aan had gelopen."

De jaren tussen 1809 en 1821 zijn Constables boeiendste periode, vindt Hoozee. De vallei van de Stour met Dedham in de verte (1805-1809) is een prachtig, vroeg olieverfwerkje op papier. Het heeft in tweehonderd jaar niets aan frisheid ingeboet. De werken van Constable zijn door de nazaten rechtstreeks geschonken aan het Victoria and Albert Museum in Londen en zijn daar steeds in optimale omstandigheden bewaard. Ze verlaten ook zelden de kluizen. Dat verklaart hun uitstekende staat. Maar Constable werkte ook met prima materiaal. Hij trok de natuur in met zijn schildersdoos en verf, ook daar wees hij de openluchtschilders van de school van Barbizon en de impressionisten de weg. Tubes bestonden nog niet, hij prepareerde zijn verf zelf op basis van gemalen pigmenten, waardoor hij beter van kwaliteit was en nauwelijks verkleurd is.

Maar terug naar De vallei van de Stour met Dedham in de verte. Nog opvallend aan het landschapje zijn de meticuleuze details. En al even precies zijn de weersomstandigheden weergegeven. Constable werd niet voor niets de weerman van Suffolk genoemd. Ooit is naar zijn wolken wetenschappelijk onderzoek verricht: daaruit bleek dat hij ook een hoogst betrouwbaar meteoroloog was.

'Nederig', noemde Constable zijn aanpak. Hij streefde waarheidsgetrouwheid na en wou de natuur dienen. Maar die aanpak werd door zijn tijdgenoten nauwelijks geapprecieerd: Constables oprechtheid vonden ze veel te revolutionair. Het duurde dan ook lang voor de schilder erkenning kreeg, hij werd pas tot lid van de Royal Academy gekozen in 1829, toen hij al 52 was.

"Constable wou zoveel mogelijk met nieuwe ogen kijken," zegt Hoozee. "Hij huldigde een bijna wetenschappelijke aanpak van de waarneming. Het klopt dat de Britse empirische traditie daar voor iets tussen zit. Maar de wetenschappelijke aanpak stond de emotie, en zelfs een zekere natuurreligiositeit, niet in de weg. Er zit zeker gevoel in de landschappen van Constable. Toch was schilderen voor hem een vorm van wetenschap, elk schilderij een experiment. Constable schildert ook in series: één landschap telkens uit een andere invalshoek en telkens onder andere weers- en lichtomstandigheden. Dat is zeer modern: zo toont hij zich een voorloper van bijvoorbeeld Monet, die veel later reeksen maakte van bijvoorbeeld de kathedraal van Rouen of een hooimijt."

Soms speelt het onderwerp nog nauwelijks een rol. Ook dat doet denken aan latere schilders als Courbet en Corot en de daaropvolgende impressionisten. Neem bijvoorbeeld Landweg met een zandheuvel uit 1811: een heuvel en een zandweg en verder niets. De olieverfschets is slechts 16 bij 20 centimeter groot, maar heeft monumentale allures. Alles lijkt bovendien in beweging: het zand stuift op, de wolken zijn in beweging.

In Gent zijn veel landschappen te zien - hier en daar tekeningen, maar vooral olieverfschetsen, die sober zijn opgehangen. Het is opvallend hoe verscheiden Constable werkt: nu eens met veel details, dan weer met bijna abstracte vlakken, nu eens smeuïg, dan weer heel los of harkerig, maar altijd snel. Hij wil het vlietende licht, de wisselende schaduwen en de voorbijzeilende wolken vatten. Het overgrote deel van die schetsen zijn geen voorstudies die geleid hebben tot een 'afgewerkt' schilderij. De schetsen moeten beschouwd worden als voldragen werken op zich.

De voorbereidende schets en tekeningen voor Waterloo Bridge zijn in Gent te zien, maar ze zijn niet meteen representatief voor het oeuvre van Constable. Zijn roots lagen in het graafschap Suffolk, in het oosten van Engeland, en zijn specialiteit is en blijft het Engelse landschap - samen met zijn uitzonderlijke wolkenstudies en een handvol marines, die hij maakte toen hij later in Brighton woonde.

Wij, toeschouwers van de 21ste eeuw , zien in Constables schilderijen evenveel voorbeelden van het arcadische, idyllische Engelse landschap: bijna een ideaalbeeld van het archetypische Engeland. In zijn tijd lagen de kaarten evenwel anders: Constable verkocht weinig omdat zijn kunst als te vooruitstrevend werd beschouwd.

"John Constable onderging de invloed van alle grote landschapsschilders, zoals Rubens, Ruysdael, Cuyp en Claude Lorrain", zegt Hoozee. "Van Rubens nam hij de roodbruine onderschildering over, die hij heel vaak laat doorschemeren in zijn landschappen. Maar Constable mag dan door de grote meesters beïnvloed zijn, hij wil tegelijk van de klassieke schema's en formules af."

Dat is alvast een van de grote verschillen tussen Constable en Turner. De toets van Turner was vernieuwend: hij wou het licht vangen en is op die manier een voorloper van de impressionisten. "Maar de opbouw van Turners werken bleef zeer klassiek. Zo zijn er nog verschillen: Turner is een virtuoos schilder, Constable niet. Turner trekt heel Europa rond om overal het landschap te tekenen en schilderen, Constable niet. En vooral dat laatste was innoverend. Constable wou niet reizen en besloot om alleen lokaal bezig te zijn. Het landschap dat hij door en door kende, bracht hij telkens weer in beeld. Even heeft hij gereisd en toen zei hij: 'I will return to Bergholt', zijn geboorteplaats. Hij besefte dat hij achter beproefde formules aan had gelopen."

De jaren tussen 1809 en 1821 zijn Constables boeiendste periode, vindt Hoozee. De vallei van de Stour met Dedham in de verte (1805-1809) is een prachtig, vroeg olieverfwerkje op papier. Het heeft in tweehonderd jaar niets aan frisheid ingeboet. De werken van Constable zijn door de nazaten rechtstreeks geschonken aan het Victoria and Albert Museum in Londen en zijn daar steeds in optimale omstandigheden bewaard. Ze verlaten ook zelden de kluizen. Dat verklaart hun uitstekende staat. Maar Constable werkte ook met prima materiaal. Hij trok de natuur in met zijn schildersdoos en verf, ook daar wees hij de openluchtschilders van de school van Barbizon en de impressionisten de weg. Tubes bestonden nog niet, hij prepareerde zijn verf zelf op basis van gemalen pigmenten, waardoor hij beter van kwaliteit was en nauwelijks verkleurd is.

Maar terug naar De vallei van de Stour met Dedham in de verte. Nog opvallend aan het landschapje zijn de meticuleuze details. En al even precies zijn de weersomstandigheden weergegeven. Constable werd niet voor niets de weerman van Suffolk genoemd. Ooit is naar zijn wolken wetenschappelijk onderzoek verricht: daaruit bleek dat hij ook een hoogst betrouwbaar meteoroloog was.

'Nederig', noemde Constable zijn aanpak. Hij streefde waarheidsgetrouwheid na en wou de natuur dienen. Maar die aanpak werd door zijn tijdgenoten nauwelijks geapprecieerd: Constables oprechtheid vonden ze veel te revolutionair. Het duurde dan ook lang voor de schilder erkenning kreeg, hij werd pas tot lid van de Royal Academy gekozen in 1829, toen hij al 52 was.

"Constable wou zoveel mogelijk met nieuwe ogen kijken," zegt Hoozee. "Hij huldigde een bijna wetenschappelijke aanpak van de waarneming. Het klopt dat de Britse empirische traditie daar voor iets tussen zit. Maar de wetenschappelijke aanpak stond de emotie, en zelfs een zekere natuurreligiositeit, niet in de weg. Er zit zeker gevoel in de landschappen van Constable. Toch was schilderen voor hem een vorm van wetenschap, elk schilderij een experiment. Constable schildert ook in series: één landschap telkens uit een andere invalshoek en telkens onder andere weers- en lichtomstandigheden. Dat is zeer modern: zo toont hij zich een voorloper van bijvoorbeeld Monet, die veel later reeksen maakte van bijvoorbeeld de kathedraal van Rouen of een hooimijt."

Soms speelt het onderwerp nog nauwelijks een rol. Ook dat doet denken aan latere schilders als Courbet en Corot en de daaropvolgende impressionisten. Neem bijvoorbeeld Landweg met een zandheuvel uit 1811: een heuvel en een zandweg en verder niets. De olieverfschets is slechts 16 bij 20 centimeter groot, maar heeft monumentale allures. Alles lijkt bovendien in beweging: het zand stuift op, de wolken zijn in beweging.

In Gent zijn veel landschappen te zien - hier en daar tekeningen, maar vooral olieverfschetsen, die sober zijn opgehangen. Het is opvallend hoe verscheiden Constable werkt: nu eens met veel details, dan weer met bijna abstracte vlakken, nu eens smeuïg, dan weer heel los of harkerig, maar altijd snel. Hij wil het vlietende licht, de wisselende schaduwen en de voorbijzeilende wolken vatten. Het overgrote deel van die schetsen zijn geen voorstudies die geleid hebben tot een 'afgewerkt' schilderij. De schetsen moeten beschouwd worden als voldragen werken op zich.

Dualisme

Dualisme

Maar blijkbaar had Constable toch de behoefte om al die kleine landschappen bij elkaar te puzzelen tot een groter, verhalend, geheel. Daaruit ontstonden zijn 'six footers', grote schilderijen van 1,5 bij 2 meter, zoals zijn beroemde Hooiwagen uit 1821 en Het springende paard uit 1825. Voor elk van die schilderijen maakte Constable eerst studies en dan een olieverfschets op even groot formaat. Dat is bijzonder ongewoon. De definitieve werken (respectievelijk in National Gallery en Royal Academy in Londen) zijn veel preciezer en minutieuzer uitgewerkt, ze zijn bijna doodgeschilderd, in tegenstelling tot de levendige schetsen die in Gent te zien zijn.

"Dat is het dualisme van Constable, de spanning die in de man zit," legt Hoozee uit. "Enerzijds is er de pure observatie en de bijna fotografische aanpak met gewaagde cadreringen, en anderzijds heeft hij de hang om een gecomponeerd, verhalend, klassiek, bijna heroïsch schilderij te maken."

Later vestigde Constable zich aan de kust, in Brighton. Zijn vrouw leed aan tbc en de zeelucht zou haar goed doen. Constables marines zijn lichter van kleur dan zijn landschappen: hij gebruikt geen bruinrode ondergrond meer. Zijn eenvoudige strandgezichten kondigen het werk van Manet al aan. Maar na de dood van zijn vrouw maakt hij enkel nog donkere schilderijen: de wereld is somber geworden. Ook zijn techniek verandert: de verf wordt dik, droog en in snelle halen opgebracht. Zelfs de witte toren van de kathedraal van Salisbury is grauw geworden. Zijn werk grenst dan aan het expressionisme.

Alle schetsen in Gent komen uit het Victoria and Albert Museum in Londen. Het is werk dat er vaak in de laden van het prentenkabinet ligt. Daarom is het een unieke kans om zoveel werk van Constable bij elkaar te zien. En op te gaan in het immer veranderlijke weer boven de glooiende heuvels van Suffolk.

Maar blijkbaar had Constable toch de behoefte om al die kleine landschappen bij elkaar te puzzelen tot een groter, verhalend, geheel. Daaruit ontstonden zijn 'six footers', grote schilderijen van 1,5 bij 2 meter, zoals zijn beroemde Hooiwagen uit 1821 en Het springende paard uit 1825. Voor elk van die schilderijen maakte Constable eerst studies en dan een olieverfschets op even groot formaat. Dat is bijzonder ongewoon. De definitieve werken (respectievelijk in National Gallery en Royal Academy in Londen) zijn veel preciezer en minutieuzer uitgewerkt, ze zijn bijna doodgeschilderd, in tegenstelling tot de levendige schetsen die in Gent te zien zijn.

"Dat is het dualisme van Constable, de spanning die in de man zit," legt Hoozee uit. "Enerzijds is er de pure observatie en de bijna fotografische aanpak met gewaagde cadreringen, en anderzijds heeft hij de hang om een gecomponeerd, verhalend, klassiek, bijna heroïsch schilderij te maken."

Later vestigde Constable zich aan de kust, in Brighton. Zijn vrouw leed aan tbc en de zeelucht zou haar goed doen. Constables marines zijn lichter van kleur dan zijn landschappen: hij gebruikt geen bruinrode ondergrond meer. Zijn eenvoudige strandgezichten kondigen het werk van Manet al aan. Maar na de dood van zijn vrouw maakt hij enkel nog donkere schilderijen: de wereld is somber geworden. Ook zijn techniek verandert: de verf wordt dik, droog en in snelle halen opgebracht. Zelfs de witte toren van de kathedraal van Salisbury is grauw geworden. Zijn werk grenst dan aan het expressionisme.

Alle schetsen in Gent komen uit het Victoria and Albert Museum in Londen. Het is werk dat er vaak in de laden van het prentenkabinet ligt. Daarom is het een unieke kans om zoveel werk van Constable bij elkaar te zien. En op te gaan in het immer veranderlijke weer boven de glooiende heuvels van Suffolk.

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234