Woensdag 30/11/2022

De uitvinder van het licht

Wie af en toe een Belgisch museum bezoekt, kent het werk van Ensor. Antwerpen biedt een superieur overzicht van zijn schilderkunst en Gent bezit een schitterende selectie tekeningen en etsen, terwijl Brussel en Oostende enkele topwerken in huis hebben. In Parijs wordt daarvan de crème de la crème samengebracht, aangevuld met bruiklenen uit Frankrijk, Duitsland, de Verenigde Staten en Japan. Ensor au grand complet. Overrompelend.

Op een verblijf aan de Brusselse academie en een handvol excursies naar Londen, Parijs, Rijsel en Den Haag na heeft James Ensor zijn geboortestad Oostende nauwelijks verlaten. Oostende was zijn inspiratiebron, in alle opzichten. Hij heeft de plaats zien groeien van ingekapseld vissersdorp tot mondaine badstad. De weidsheid van de polders en de oneindigheid van de zee, de verstikkende beslotenheid van het burgerbestaan, de schelpen, maskers en souvenirs die in de winkel van zijn moeder werden verkocht, het carnaval dat Oostende jaarlijks uit zijn winterslaap wakker schudde en het licht, het alomtegenwoordige licht op de grens van land en water: het zit allemaal in zijn schilderijen.Het Musée d’Orsay biedt een hoofdzakelijk chronologisch overzicht van Ensors oeuvre. Hier en daar is ruimte voor thematische groeperingen, zoals de 33 tekeningen die het Musée d’Orsay in 1963 aangekocht heeft en de grote reeks zelfportretten die de ijdele Ensor in de loop van vele jaren maakte. De tentoonstelling is helder opgebouwd en werkt in alle opzichten, door de afwisseling van dicht bij elkaar gehangen schilderijen met de genereuze ruimte die grootschalige werken krijgen. Er wordt ingenieus met de kleur van wanden omgegaan en het is een plezier om veel maskers en een beeldje van een echte zeemeermin (objecten die Ensor nog in zijn bezit heeft gehad) in de expositie te zien opduiken. Voorts is het een mooi gebaar van het Musée d’Orsay om de gratis tentoonstellingsbrochure en alle zaalteksten in drie talen aan te bieden: Frans, Engels én Nederlands.

Resoluut modern

De toon wordt gezet door een Chinese vaas met doodskop en hoedje. Het is het soort motief dat in het latere werk van Ensor vaak voorkomt. Maar laten we bij het begin beginnen. Een schuin toelopende zaal geeft een mooi overzicht van Ensors vroegste werk. Meteen is het Boem! Paukeslag. Hier is een resoluut moderne meester aan het werk. Enkele stadsgezichten zoals Van Iseghemlaan in de regen en Vlaanderenstraat in de sneeuw (allebei uit 1880 en uit privécollecties) zijn nauwelijks herkenbaar: het zijn landschapjes vol vegen en vlekken, balancerend op de grens tussen figuratie en abstractie. Het zijn statements. Ensor, op dat moment nog maar twintig, schildert fors, nabootsing van de werkelijkheid interesseert hem niet, de kleuren spatten van het doek.In de realistische schilderijen die hij in hetzelfde jaar maakt, zoals De lampenist, een stilleven met chinoiserie en De schilderes,is het licht het onderwerp én de hoofdpersoon. Zie hoe het licht op het koper en het glas weerspiegeld wordt, hoe het anders schijnt op delicaat porselein of hoe datzelfde licht, gefilterd door een raam, op kasten, papieren en de arm en het palet van de schilderes valt. En dan is er nog de wurgende claustrofobie van de burgerlijkheid: een jonge vrouw ligt op bed, verdrietig of wanhopig, de gordijnen zijn dichtgetrokken. De kamer is tot de nok gevuld met zware, opdringerige kleuren die de vrouw insluiten. Zelden werd een interieur zo verstikkend geschilderd.Aan het eind van de zaal troont De oestereetster (1882), een magistraal en ronduit erotisch schilderij. Ensor laat het licht zingen in glazen, karaffen en wijnflessen, op spiegels en servetten. Het is een landschap van dranken en spijzen, een loflied op leven en eten. In Orsay heeft men vlakbij een ander enorm schilderij gehangen: Daken in Oostende (1884). Een woeste, loodzware en toch van licht tintelende lucht, wolkenzwanger, verdringt de daken die in een speels rood zijn geschilderd. Een Belgische vlag wappert er eenzaam. Het is een schilderij dat zwaar van verf is, geboetseerd en bewerkt met het paletmes. Het licht komt hier werkelijk uítde verf.In enkele goedgekozen citaten zet Ensor zich af tegen de impressionisten. Hij noemt ze net geen prutsers. “Ik ben de eerste die de vorm van het licht, de vervormingen van de lijn door het licht heeft begrepen.”Het licht, het allesverzengende licht dat zelfs goddelijke proporties krijgt, zal Ensor een tijdlang bezighouden. In een aantal schilderijen lijkt het licht uit de bomen en uit de lucht te lekken, als was het water. Licht zal Ensors grootste werken uit die periode omspoelen, werken waarin hij een grootse chaos laat triomferen. “De lijn is de vijand van het genie”, zegt hij. Hij grijpt naar Bijbelse thema’s en voert meer en meer Christus op als verpersoonlijking van het licht. Zelfs de etsen en zwart-wittekeningen trillen van het licht.Stilaan ontstaat een typisch ensoriaanse wereld waarin de schilder de rol van Christus op zich neemt, het Licht Zelve. Christus werd omringd door huichelaars, Ensor wordt uitgespuwd door critici. Hij laat ze vaak verborgen gaan achter maskers. Maar de scènes spelen in het toenmalige, politiek verscheurde België. In de fel oplichtende tekening Intrede in Jeruzalem hangen wimpels met ironische opschriften als ‘Charcutiers de Jéruzalem’, ‘Mouvement flamand’, ‘A bas la Calotte’ en ‘Colman Mustard’. Te midden van chaos en onzekerheid is er maar één licht: Ensor, de Verlosser van de Kunst.1887 is een keerpunt. Op de salon van de kunstbeweging Les XX triomfeert de Franse schilder Seurat met zijn enorme schilderij Un dimanche après-midi sur l’île de la Grande Jatte,terwijl Ensors werk slecht wordt ontvangen. Ensor zint op wraak en maakt een nog omvangrijker schilderij: De intrede van Christus in Brussel in 1889. Dat werk is nu in het Getty Museum in Los Angeles en reist niet meer.

Maskers en skeletten

Maskers en skeletten duiken steeds vaker in zijn werk op, tekens van hypocrisie en sterfelijkheid. Ensor wordt bitterder en spuwt zijn gal over koning, kerk en gerecht, burgers en kunstcritici. Zo laat hij in een bekende tekening de machthebbers letterlijk schijten op de kop van het volk. Hij voelt zich miskend en beeldt zichzelf vaak uit omringd door maskers en monsters. Twee doodskoppen (kunstcritici?) verscheuren “un hareng saur” (een gerookte haring), woordspeling op ‘art Ensor’.Maar rond 1895 is het vat af. Vanaf dat moment herhaalt Ensor zich, hij plagieert zichzelf en antidateert werken. Hij wordt gevierd, laat zich in de adelstand verheffen en geeft zijn eigen mythe vorm. Hij overlijdt op hoge leeftijd in Oostende.In vijftien jaar tijd heeft hij een adembenemend oeuvre neergezet en een grote evolutie doorgemaakt. Natuurlijk kwam Ensor niet uit het niets. Hij is de erfgenaam van Bosch en Bruegel, Goya en Turner, de Britse schilder die vóór Ensor het verst ging in de uitbeelding van verblindend licht. Ensor zelf is de wegbereider van het expressionisme, dada en het surrealisme. Kandinsky, Nolde en Vuillard kwamen naar Oostende om de revolutionaire meester te bezoeken. Ensor was tevens een showbeest en een mythomaan, een zelfingenomen dwarsligger en een burgerlijk anarchist. Ook dat maakt hem modern, zelfs hedendaags. In meer dan één opzicht is Salavador Dalí schatplichtig aan Ensor. Kijk goed, er is zelfs een fysieke gelijkenis tussen hen.

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234