Maandag 01/03/2021

'De uitleg stemt niet overeen met wat getoond wordt'

Op de allereerste na heeft Jan Hoet alle Documenta's gezien. Hij kwam als 24-jarige 'met autostop en er was nog niet eens een autostrade, onvoorstelbaar!' naar Kassel voor Documenta II (1959). 'We hadden weinig geld. Ik moest borden wassen om mijn hotel te kunnen betalen', vertelt hij. Negen Documenta's later praat De Morgen met Jan Hoet over 'zijn' Documenta IX in 1992 en die van Okwui Enwezor nu. En over de kunst waarvan Hoet zegt: 'Voilà, dat is het.'

Kassel / Van onze verslaggeefster ter plaatse

Nica Broucke

Wij ontmoeten Jan Hoet op een terras aan het Museum Fridericianum; zijn aura reikt verder dan het hectaregrote plein. De artistiek adviseur van het S.M.A.K. en directeur van het MARTa Museum in Herford wordt constant herkend en aangeklampt: Jan Hoet is hier (nog steeds) een ster, maar wel een die - in tegenstelling tot zijn collega Harald Szeeman - niet te beroerd is om een stukje van zijn kostbare tijd vrij te maken voor een gesprek.

Wat is uw eerste indruk over Documenta 11?

Jan Hoet: "Dat hij groot is! Ik vind het goed dat er zoveel werken worden getoond. Je kunt hier gerust een week blijven, zonder alles gezien te hebben. Het is een onuitputtelijke Documenta waaraan je veel van jezelf kunt toevoegen. Dat vind ik interessant. Ik ben ook onder de indruk van de enorme behoefte die er bestaat om kunst te maken. Wat er buiten gebeurt, wordt nu in een kunstcircuit gebracht, op die manier krijgt de kunstwereld eindelijk een beetje contact met de buitenwereld en krijgt de buitenwereld een idee van de grote noodzaak die er bestaat om kunst te maken."

Wat vindt u van dat concept? Vindt u het discours over politiek-maatschappelijk thema's die het afgelopen jaar door Enwezor en zijn ploeg werd gevoerd ook hier, in het 'Vijfde Platform' terug?

"Men voegt een discours toe aan Documenta dat niet in de Documenta af te lezen is, met andere woorden: de parlé stemt niet overeen met wat er getoond wordt. Ik vind het wel normaal dat het debat gevoerd wordt, maar de keuzes die gemaakt werden, richten zich niet altijd naar de dingen die te maken hebben met survival, de strijd om te overleven, met armoede, corruptie en isolement. Er worden te veel nivellerende, sociologische toestanden getoond en de echte belevingsmomenten zijn zeldzaam. Alsof die mensen niet meer moeten vechten. Ook het visuele engagement - de directe, fysieke ervaring waardoor je inderdaad achterover gaat, verward of geïrriteerd geraakt - komt zelden uit de verf. De aangekaarte problemen worden op een te afstandelijke, vlakke manier behandeld. Als je mooie fotografie brengt, dan treedt de techniek op de voorgrond, en dat is hier een beetje het probleem."

Bijna drie kwart van wat hier te zien is - video's en internetsites - zou men net zo goed thuis, en in betere omstandigheden, kunnen bekijken. Kijkt u alle video's uit?

"Ja, maar ik kom veel terug. Ik woon hier op 120 kilometer vandaan, in Herford. Kijk, het is moeilijk om video op een ruimtelijke manier te tonen en te ervaren. Ik ben er eerlijk gezegd ook nog niet uit wat de ideale presentatievorm is. Ik heb het geprobeerd, want de 'grote' namen in de videowereld, Stan Douglas (ook hier aanwezig, NB), Garry Hill en Bill Viola, werden voor het eerst op Documenta IX getoond. Ik wou hun werk als een sculptuur in de ruimte plaatsen, maar ook dan ga je er te snel aan voorbij. Video wordt snel efemeer en vergankelijk en is inwisselbaar met andere dingen."

Wat zijn nu de belangrijkste verschillen tussen 'uw' Documenta en die van Okwui Enwezor?

"De mijne had meer met chaos te maken, met een oorlog tegen de (Golf)oorlog. De mensen waren gesatureerd van kunst. Want waarom moet er kunst zijn in een wereld waar oorlog is? Ik zei: 'Potverdomme, we gaan het aanpakken als een oorlog tegen de oorlog.' Ik wou de ene icoon tegen de andere laten vechten. Dat gaf een geweldige energiestoot en heeft veel jonge mensen terug naar de kunst getrokken."

Bedoelt u met iconen de grote namen uit de kunstwereld?

"Helemaal niet, want die waren er niet. Veel kunstenaars waren nog helemaal niet bekend, maar zijn het inmiddels wel geworden. Kijk, ik bedoel ermee dat je een ruimte hebt met één werk dat de dingen tot stilstand brengt. Sommige artiesten hebben dat niet zo begrepen en toonden, zoals in een galerie, tot zes werken. Daar kun je niet tegenop, dan kreeg je de indruk dat het over commerce ging, hoewel ik de commerce heb uitgesloten. De galeristen mochten niet binnen en de briefwisseling gebeurde altijd rechtstreeks met de kunstenaars. Om te tonen dat de tentoonstelling met de kunstenaars werd gemaakt. Maar je hebt natuurlijk altijd kunstenaars die er toch een galerie van maken, en dat is een beetje het probleem geweest."

Er was, naar mijn gevoel, ook meer animo. Deze Documenta lijkt me erg cerebraal, weinig sensueel en bijna bijna klinisch proper. Wat denkt u daarvan?

"De atmosfeer nu is te goed, er is niemand die zich ongelukkig voelt, niemand raakt geïrriteerd. Iedereen vindt het goed, en dat is een gevaarlijke affaire. En wat het gebrek aan sensualiteit betreft: je hebt gelijk, je ziet geen enkele vrouw en ik heb nog geen enkele blote borst gezien (lacht); maar ik heb nog niet alles gezien. Dat heeft te maken met de figuur van Enwezor zelf: hij houdt het puriteins, hé. De bergen gemalen koffie van Artur Barrio in de Binding-Brauerei verrassen precies omdat ze zo schmutzig zijn en daardoor afsteken bij het overige.

"Ik zei het al, de afstandelijkheid en de accumulatieve esthetiek treden te veel op de voorgrond. Gelukkig zijn er hier en daar wat accenten waardoor je geboeid wordt, zoals bij Tayou (zie hieronder, NB) en bij Sanja Ivekovic, die onder de toren (in het Fridericianum, NB) het onderzoek naar de oorlog en naar haar moeder in Auschwitz voert. Dat gebeurt op een soevereine manier die ontroert en beklijft.

"Net op het moment dat je denkt dat je het wel gezien hebt, blijf je plots staan en zie je iets waarvan je denkt: 'Voilà, dat is het.' Werken die de eentonigheid en het accumulatieve karakter van deze Documenta doorbreken. Ik mis ook een aantal sterke figuren, zoals een Anri Sala, die op de Biënnale van Venetië met die video van een clochard in de kerk een meesterwerk heeft gemaakt. Kijk dat bedoel ik nu met een icoon: het is een werk dat je nooit meer vergeet. Het is geen aaneenschakeling, het is niet narratief en je hoeft er geen studie over te maken."

Bij welke kunstenaars denkt u: 'Voilà, dat is het'?

"Pascale Marthine Tayou is fantastisch. (Tayou werd in 1967 in Kameroen geboren en woont en werkt in Yaoundé en Brussel. Zijn 'Game Station', een coproductie van Documenta 11 en de Franse Gemeenschap van België, bestaat uit een prefabhuisje met verschillende kamers in wit dennenhout. Binnenin staan monitoren met straatbeelden van 'spelende' (op een orgel, met de kaarten...) mensen in Yaoundé. Een videomonitor volgt, rechtstreeks, de Wereldbeker, NB). Hoet: "Dat heeft ten minste met survival te maken. Al de rest (Hoet spreekt over de Documenta-Halle, NB) is zo gelijkmatig; wat Fareed Armaly boven toont, dat is een diagram, een beetje te schools. Gelukkig staat Tayou op het einde van de Documenta-Halle, dan weet je ten minste waarom je daar naartoe moet gaan.

"Een van de beste werken die ik hier gezien heb, is van Mark Manders (°1968, Nederland, NB), in de Binding-Brauerij. Zo precies en zo gevoelig: van het ene materiaal in het andere, van de ene constructie in de andere. Een trapje naar omhoog. Een venstertje, een muurtje. Het gevoel dat je erachter kunt lopen. Twee figuurtjes die de bezoeker ontvangen... Het is ongelooflijk, prachtig werk. Ook van kleur: die grijzen, dat houtwerk, die bakstenen. Dat is een echte levensruimte, daar zit een heel leven in van een bescheiden kunstenaar. Wellicht het beste werk dat Manders ooit heeft gemaakt.

"De video van Eija-Liisa Ahtila (°1959, Finland, getiteld The House Tale, een dvd-projectie op drie schermen van 14', NB) is ook zeer goed. De overgang van de ene ruimte (scherm, NB) naar de andere is zeer subtiel. "Have you ever been alone in the world", zegt ze. Dat is schoon.

"Ook de video van Kutlug Ataman, The 4 Seasons of Veronica Read, is overgetelijk; de installatie van On Kawara (met een liveperformance waarin twee mensen voor de radio eindeloos nummertjes tellen, gebaseerd op Kawara's One Million Years, NB) is ook goed. Dat heeft ten minste nog met passie te maken. En Fiona Tan, Mona Hatoum, Isaak Julien... Cildo Mereiles vond ik geestig. (Mereiles verkoopt ijsjes van diepgevroren water in ijskarretjes buiten het Fridericianum, NB).

"Shirin Neshat vind ik een beetje te veel cinema. Dan is de Niro schoner. (lacht) Stan Douglas heeft me een beetje ontgoocheld, maar misschien lag dat aan de presentatie. En Sekula was veel te veel: een retrospectieve heeft hier geen zin. Een voorbeeld van een totaal irrelevante manier van presentatie is zonder twijfel Louise Bourgeois. Je komt de zaal binnen en je raakt onder de indruk van al die tekeningetjes. Maar uiteindelijk bekijk je er maar vier of vijf van, en dat is het. Het zijn bovendien niet haar beste tekeningen, nogal schools, vind ik. En Hanne Darboven (DM 8/6) heeft me ook teleurgesteld. Haar werk is formeel geworden, ze was vroeger veel beter.

"Maar ik heb nog niet alles gezien, en zeker nog niet alle video's. Ik kan nog geen overzicht geven, want ik moet straks nog het Kulturbahnhof zien."

Vervolg op pagina 34

'Mijn Documenta had meer met chaos te maken, met oorlog tegen de oorlog'

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234