Zondag 20/06/2021

De twitteraar als tv-barometer

De nieuwe ‘dwarskijker’ is er nog niet gevonden, maar steeds meer kijkers geven via Facebook en Twitter hun mening over wat ze op televisie zien. Voor tv-makers zijn de sociale media een extra instrument om meer te weten komen over wat de kijkers denken, al loopt Vlaanderen nog een flink stuk achter op Nederland.

Google TV zal het hebben, als het later deze maand start, en ook Mobistar krijgt het voor het einde van 2010 op zijn tv-platform: een applicatie waarmee je via het tv-scherm toegang krijgt tot Twitter en in 140 tekens commentaar kunt geven op wat je ziet. Erger je je aan de interviewstijl van Goedele Liekens of sta je versteld van het veelal conservatieve wereldbeeld van de jongeren uit De school van Lukaku? Gooi het op Twitter en je kunt er meteen over discussiëren met andere kijkers.

De widgets mogen nieuw zijn, wie nu op Twitter of Facebook rondsnuistert, zal al veel commentaar vinden op tv-pro- gramma’s. Met de laptop of iPad op schoot of de smartphone in de hand delen veel kijkers hun tv-kritieken met de wereld. “Televisie is het belangrijkste on- derwerp waarover gesproken wordt op sociale media”, stelt Roek Lips, netmanager van Nederland 3. Lips pioniert bij het ontwikkelen van manieren waarop tv en sociale media elkaar kunnen versterken.

De Nederlandse publieke omroep testte al eens de interactie tussen tv en nieuwe media uit. “Daarvoor hadden we een tool ontwikkeld die alle verkeer over een tv-programma mat”, zegt Lips. “Die reacties werden nadien gecombineerd met Uitzending Gemist (een onlinemediaspeler, JDB), zodat je perfect kon zien op welk moment van het programma er de meest reacties kwamen. Dat werkte prima.”

De applicatie gaf zelfs zoveel inzicht dat het naar meer smaakte. De volgende versie moet het voor Lips vooral mogelijk maken om te analyseren wat er op Facebook of Twitter geschreven wordt. “Het moet een soort waarderingsmeter worden waarmee je in één oogopslag ziet wat men van een programma vindt.”

Hashtags

Voor het zover is, meten de Nederlandse omroepen er nog alleen maar de hoeveelheid reacties mee. Maar dat geeft programmamakers ook al heel wat stof, zegt Lips. “RTL4 gebruikte het vorige week al bij de talentenjacht The Voice. Per seconde werden er twintig à dertig reacties op het programma gegeven.”

Zo’n vaart loopt het in Vlaanderen voorlopig nog niet, vooral omdat we veel minder twitteren dan onze noorderburen. Toch beseffen ook de zenders hier dat ze er baat bij hebben te volgen wat er over hun programma’s online geschreven wordt, al gebeurt dat in de praktijk niet zo systematisch als in Nederland. Jan Ste- vens, de netmanager van Canvas die zelf ook twittert als @janvas, zoekt regelmatig op Twitter naar reacties op Canvas-programma’s. “Die reacties geven toch een eerste indruk over hoe het programma ontvangen wordt. Al moet je daar ook mee opletten. Zeker Twitter is maar voor een beperkt publiek.”

Toch wil Canvas in de toekomst actiever met sociale media omgaan. Een optie is om bij het begin van een programma een hashtag mee te geven, een vast label dat de conversatie over dat programma op Twitter vergemakkelijkt. Dit voorjaar werd dat al gedaan bij The VirtualRevolution, een reeks over het internet. Op die manier stimuleerde men succesvol het onlinediscussiëren. Na de uitzending werd een debat georganiseerd op de website. Met die site heeft Canvas ook plannen. “Binnen de zes maanden voorzien we op die plek een soort kader voor sociale interactie”, zegt Stevens, “zodat kijkers makkelijk via Twitter of Facebook hun mening kunnen geven. In eerste instantie zullen we dit gebruiken voor programma’s als Terzake en Reyers laat die bij uitstek de meningsvorming stimuleren.”

Je verhaal versterken

Bij de andere zenders gaat men nog niet zo ver, al ziet men wel overal wel in dat sociale media een positieve invloed kunnen hebben op de programma’s en de zender. “Het is belangrijk dat je als mediamaker ook actief aanwezig bent op sociale media”, meent Jean Philip De Tender, de netmanager van Eén en op Twitter bekend als @jeanphilip. “Via die media kun je je verhaal versterken. Al moeten we bij Eén misschien actiever nadenken over hoe we Twitter en Facebook meer kunnen inzetten, bijvoorbeeld bij een programma als In Godsnaam, dat toch een debat op gang trok.” Al wil hij ook niet te veel experimenteren. “Dat is meer voor Studio Brussel en Canvas. “Het profiel van de twitteraar sluit eerder bij die zenders aan.”

“We hebben sinds kort een press officer new media”, zegt Sara Vercauteren, woordvoerster van de Vlaamse Media Maatschappij (vtm, 2BE, Jim). “We willen weten wat er leeft bij onze kijkers en streven naar een opener communicatie. Daarom willen we ook meer deelnemen aan de onlineconversatie. Met dat doel zijn we aan het uitproberen wat we bijvoorbeeld op Facebook kunnen doen. Programma’s als M!LF, Mijn restaurant! en De beste hobbykok van Vlaanderen léven in ieder geval op social media.”

Spoedig realiteit

Eenzelfde verhaal bij SBS Belgium (VT4 en Vijftv). “Met Temptation Island hebben we gezien hoe een programma een eigen leven kan gaan leiden op het web,” zegt marketing en diversification manager Yf Brodala. Daar willen we in de toekomst meer werk van maken. “We werken nu een trackingsysteem uit, waarbij we kunnen volgen hoe een programma leeft, hoeveel keer filmpjes gedeeld worden.”

Het mag in Vlaanderen dan stilaan op gang komen, het blijft allemaal braafjes in vergelijking met de scenario’s die Roek Lips voor ogen heeft. “De volgende stap is om te handelen op basis van wat er op de sociale netwerken gezegd wordt. Stel dat in een talentenjacht een kandidate weggestemd wordt, maar dat veel mensen via Twitter en Facebook laten weten dat ze het daar oneens mee zijn. Dan kun je live beslissen om haar een tweede kans te geven. En dat is echt geen toekomstmuziek. Zulke dingen zullen er snel zijn.”

Volgens Lips is het echt noodzakelijk om hier als zender mee bezig te zijn. “Oude media moeten het nieuwemediagedrag van mensen opzoeken. Als tv-makers de nieuwe media goed gebruiken, komen ze er sterker uit: je kunt verwachtingen creëren, kijkers binden door met hen in contact te blijven. De nieuwe media kunnen de oude media echt wel versterken.”

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234