Zaterdag 18/09/2021

De twee gezichten van de metro

Van groepjes jongeren die het als hun terrein beschouwen tot daklozen en heroïnegebruikers die geen kant meer op kunnen. De Brusselse metro is troosteloosheid in het kwadraat, een hoofdstedelijk kankergezwel dat op barsten staat. Bovendien blijft het geweld er maar duren. De dreiging is misschien niet altijd voelbaar voor wie de metro snel binnen- en buitenloopt. Maar voor wie langer blijft, ontvouwt zich een parallelle wereld.

Woensdag 12u20, Rogier

"Kijk, kijk. Wat is dat daar?" Twee inspecteurs trekken zich recht in hun bureaustoel. Met een paar muisklikken vergroten ze de camerabeelden van metrostation Anneessens. Opschudding bij een groepje jongeren. Er komt wat duw- en trekwerk aan te pas, een rugzak valt op de grond. Een gevecht in de dop. Typisch voor woensdagnamiddagen, wanneer de school pas uit is. Eén van de inspecteurs twijfelt. Een ploeg ter plekke sturen of niet? Hoofdinspecteur Didier Dhynes wacht af. "Het zal wel koelen."

In het politiekantoor van het metrostation Rogier, achter een prefabmuur zonder ramen, zijn op een zwart scherm met bioscoopafmetingen een twintigtal camerabeelden tegelijk te zien. Dit is de controlekamer van de spoorwegpolitie, afdeling metrobrigade. Het kloppend hart van de ondergrondse ordehandhaving, de plek ook waar alle beelden binnenkomen die de honderden camera's in alle 69 metrostations in de gaten houden.

Geen overbodige luxe, zegt Dhynes, die ook vakbondsafgevaardigde is voor het VSOA. "Elke dag gebeuren gemiddeld zes zware geweldfeiten in de metro. Dankzij de camerabeelden kunnen we onmiddellijk zien waar de feiten zich afspelen." Het zwaartepunt ligt op de lijnen die door Sint-Jans-Molenbeek, Anderlecht en Laken lopen. Stations met een vast crimineel publiek. "Zo vast", zegt Frank, "dat we sommigen ondertussen herkennen aan hun fysionomie. Gaat het om iemand die we niet kennen, dan printen we de camerabeelden uit en gaan ermee langs de scholen in de buurt. Je staat ervan versteld hoe snel sommige feiten opgelost geraken."

Patrouilleploegjes bestaan slechts uit twee personen. Als iedereen aanwezig is, kunnen maximaal vijf ploegen het terrein op. Vaak moet het met minder. "En dat zorgt voor problemen", zegt hoofdinspecteur Alex Zatta, terreinspecialist en afgevaardigde voor de politievakbond NSPV. "De jongeren in de metro weten ook dat wij met te weinig zijn. Ze spelen met ons, plegen feiten buiten het zicht van de camera's. Als het Noord-Afrikanen zijn, kunnen we ze wel aan. Maar met twee agenten kunnen we niks beginnen tegen zwarte jeugdbendes. Dat zijn vechtmachines die je soms met machetes staan op te wachten."

"Vroeger beschikten we over vijftien ploegen", schetst Didier Dhynes. "Daarmee kon je gemakkelijker het hele metrogebied bestrijken. Wij zijn actief van Kraainem en Woluwe tot diep in Anderlecht. Maar de reis van Stokkel naar Erasmus duurt soms een half uur. Probeer dan maar eens kordaat op te treden."

Woensdag 15u10, Ribaucourt

In de Carrefour Express op het kruispunt van de Leopold II-laan en de Piersstraat in Sint-Jans-Molenbeek sleept winkelhulp Mahmud een voorraad Kaiserbier aan. "Niet de eerste keer vandaag", grijnst hij. "Per dag moet ik dit rek zeker vijf keer bijvullen." De goedkope pils is het succesnummer van de buurt: 85 cent voor een halve liter. Terwijl op straat heroïnebollen van eigenaar wisselen, slaan dealers en junkies in de winkel op de hoek hun voorraad goedkope drank in. Die heeft Mahmud strategisch opgesteld: rechts langs de deur, in het eerste koelvak, op grijphoogte. Hoeven de dorstigen niet de hele winkel door. En de dorst is groot, aan Ribaucourt.

"Niet heroïne maar alcohol is hier de meest gebruikte drug", zegt Joris Sabo, straathoekwerker in en rond de metrostations Ribaucourt en Graaf Van Vlaanderen. Molenbeek is zijn tweede huid, de plek waar hij bijna dagelijks rondhangt om wie dat wil op weg te helpen naar een leven zonder uitzichtloosheid. Het zijn vaak kleine dingen die het doen: meegaan naar een afspraak bij het OCMW, een sollicitatiebrief helpen opstellen, een ontmoeting regelen bij de schuldbemiddeling.

"Iedereen duidt Ribaucourt aan als de heroïnehotspot van Brussel, maar gevaarlijk zou ik het niet noemen. De zware dealers komen hier niet", weet Joris. "Ribaucourt is de plek waar heroïnegebruikers zelf ook verkopen om hun verslaving te bekostigen. Voorbijgangers worden niet lastiggevallen."

Toch heeft de lokale politie maatregelen genomen. Sinds begin oktober patrouilleren bijna dagelijks agenten aan het metrostation. En altijd op dezelfde plek: aan de uitgang in de Piersstraat. De heroïne glijdt er vlotjes van de ene hand in de andere. Het spul komt tevoorschijn uit sokken en zakken van sjofel geklede mannen met een slecht gebit. Eén van hen heeft maar één been. Op een kruk pikkelt hij door de buurt. Herkenning gegarandeerd.

"De gebruikers zijn blij dat de agenten hier staan", zegt Joris. "Dan voelen zij zich ook veilig." Hier heerst een soort gedoogbeleid. De politie treedt amper op tegen de drugshandel. "Omdat de agenten machteloos zijn", zegt de straathoekwerker van vzw Jes. "Het gaat om kleine gebruikers die het parket toch onmiddellijk vrijlaat. Bijkomend voordeel: de handel blijft op één plaats. Als de politie hier razzia's gaat houden, verspreidt de heroïne zich over Brussel en zijn ze de controle kwijt."

De junkies zijn tussen de 25 en 40 jaar. Marokkanen én Belgen. Eén ding bindt hen: de holle blik in hun ogen als ze op zoek zijn naar spul. Met jachtige tred benen ze door het metrostation, de straat op. Verzadigde blikken zijn er nooit. Spuiten en chinezen gebeurt iets verderop, onder de brug over het kanaal, aan het Saincteletteplein.

"'t Zijn goei gasten", haast Joris zich te zeggen. "Dat klinkt misschien naïef, maar in Molenbeek gebeuren ook mooie dingen. Iemand die, nadat ik hier al een jaar heb rondgehangen, plots naast me op een bank komt zitten en begint te vertellen. Hoe diep ze ook in de shit zitten, gebruikers zijn mensen zoals wij. Ze hebben ook hun verlangens en besognes."

Dat aan de heroïnehandel ook minder mooie dingen zijn verbonden, wil Joris niet ontkennen. Heroïnehandel brengt nu eenmaal andere criminaliteit mee, geeft hij toe. "Maar toch: de enige keer dat ik problemen heb gehad, was toen afgelopen zomer een groep jonge Marokkanen het op de gebruikers had gemunt. Ze sloegen ze op de grond. En maar blijven slaan." Een schoonveegactie van een zelfverklaarde burgerwacht. Plots hadden ze ook Joris vast. Het zijn de gebruikers die erger hebben voorkomen: 'Níét de straathoekwerker, hij is oké.'

Woensdag 15u55, Weststation

Het Weststation in hartje Molenbeek is een buitenbeentje. Een metrohalte met een hedendaags design: grote, open hal met laaghangende lampen. Op de perrons zwart-witfoto's van Stephan Vanfleteren, stemmige, paarse verlichting en warme houten wanden. Metrostations zoals je ze in het buitenland ziet, maar nooit in Brussel.

Het zou gezellig kunnen zijn. Zou, want wanneer we ons langer dan de gemiddelde reiziger ophouden in de hal, is het meteen prijs. Twee rondhangende jongeren, Noord-Afrikanen, werpen ons een slinkse blik toe. Uit het niets doemt meteen een derde op. En een vierde. In een paar tellen worden we omringd door zes jongeren. Achttien, negentien jaar. Imitatieleren jasjes, trainingsbroeken en docksides. De fotograaf houdt zijn toestel onder zijn arm geklemd. Stiekem probeert hij af te drukken.

Geen goed idee. Een van hen stapt op ons af. Dat we niet moeten denken dat we zomaar foto's kunnen nemen. En waarvoor die foto's moeten dienen? En dat ze er niet op willen. En wie we zijn en wat we hier doen. Een preventieambtenaar van de MIVB voelt de latente dreiging en grijpt in. "Buiten", roept hij. Het groepje druipt af, maar niet zonder een paar onbestemde gebaren te maken.

Valon Qafleshi zucht. "Ik ken ze goed genoeg. Als je hier een tijdje staat, zie je altijd dezelfde gezichten terug." Hangjongeren dus, maar of ze ooit iets mispeuterd hebben? Valon haalt zijn schouders op. "Weet ik niet, ik sta hier pas een maand." Een typisch antwoord van het MIVB-personeel, werpen we op, dat nooit iets heeft gezien of gehoord. Alsof ze 'hun' gasten wel willen berispen, maar ze tegelijkertijd in bescherming nemen. Valon stribbelt tegen. "Ik ben een Kosovaar. Noord-Afrikanen? Heb ik niets mee. Ik bescherm niemand. Ik wil alleen reizigers waarschuwen voor mogelijk gevaar."

Niet veel later komen de jongeren weer naar binnen. Alle zes. Valon houdt ze scherp in het oog. Maar het is duidelijk: als de preventieambtenaar niet bij ons had gestaan, was het anders afgelopen. Het voelt alsof we een ongeschreven code hebben doorbroken. Een metrostation dient uitsluitend om binnen te komen, de metro te nemen en weg. De blik recht vooruit en er stevig de pas in houdend. Langer dan nodig in het station blijven, wordt als een provocatie ervaren. Rondkijken en rondhangen is verboden. Behalve voor hangjongeren, die de metro als hun terrein beschouwen.

Een paar ritten later zijn we er getuige van hoe een paar gasten een oudere dame in het Weststation lastigvallen. Voor de fun. Wanneer de vrouw laat blijken hoe erg ze is geschrokken, regent het high fives. We staan stil en blijven kijken. Tot er eentje begint te roepen. "Wat valt er te zien? Hé?"

Woensdag 17u15, Sint Guido

De wietgeur is het eerste wat opvalt. Daarna: het nerveuze heen-en-weergebanjer van steeds dezelfde jongeren. Een van hen heeft een sjaal van Armani rond zijn hoofd geknoopt, alleen zijn ogen zijn zichtbaar. Hij heeft ons gezien en zijn vrienden ingelicht. Nog meer gebanjer nu, in groepjes van twee. Het ene moment staan ze binnen, dan weer buiten. Af en toe wordt er gebeld.

De verlichting in het metrostation, dat bovengronds als een cirkel is opgevat en volledig met glas is omgeven, is defect. Geregeld vallen de tl-lampen uit, om na een halve minuut weer aan te springen. Als het donker is, kun je van buiten niet meer naar binnen kijken. Precies op dat moment lijkt er van alles te gebeuren. De zenuwachtigheid neemt toe.

De hondenbrigade van de lokale politiezone Brussel Zuid houdt het tafereel in de gaten. Maar optreden tegen wat overduidelijk een georganiseerde wiethandel is: nee. "Wie viseer je?", vraagt een van de agenten retorisch. "Als we achter een gebruiker aan gaan, dan wordt hier gegarandeerd een tas afgerukt." En het is precies daarvoor dat de hondenbrigade bovengronds patrouilleert. Om de veiligheid van de mensen die in dit deel van Anderlecht overstappen op bus of tram te verzekeren. "Operatie Sint Guido is in de eerste plaats gericht tegen de sackjackings." En wat met de kerel in de Armanisjaal? "Laat hem maar denken dat hij chef de quartier is", antwoordt de agent laconiek.

Woensdag 21u05, Clemenceau

Het gevaarlijkste metrostation van Brussel, volgens de spoorwegpolitie. Deze keer zijn we met de metrobrigade op pad. Voor een stuk omdat we hen in actie willen zien, maar we willen er niet flauw over doen: ook voor onze eigen bescherming. De fotograaf is ondertussen zijn fototoestellen op de redactie gaan wisselen voor een kleiner model, waarvan we hopen dat die minder aandacht zal trekken.

Inspecteurs Jorrit en Antoine hebben net een interventie achter de rug op de Bergensesteenweg, in metrostation Het Rad. Jongeren die een brandblusser hebben leeggespoten. De veiligheidsdienst van de MIVB was al ter plekke, de agenten van spoorwegpolitie konden niets meer doen. Behoedzaam parkeert Jorrit de politiecombi in de Kliniekstraat. Een patrouille in het metrostration levert niets op. Aan de uitgang herkent Jorrit een van zijn vaste klanten. Een drugsverslaafde, maar vanavond is hij niet high. Nog niet.

De junkie verzekert dat alles rustig is. "Houden zo", knikt Jorrit. Zijn teleurstelling is bijna tastbaar. De agent is erop gebrand zijn gasten de "harde Brusselse realiteit" te laten zien.

Woensdag 21u45, Brussel-Noord

Een krakende stem door de walkietalkie. In het Zuidstation is een dakloze onderuit gegaan. Een combinatie van drank en pillen. Inspecteurs Alex en Mohammed, Momo voor de collega's, halen hun schouders op. Een zinloze oproep, de tramrit ernaartoe duurt zeker een kwartier. Tegen dan ligt de dakloze al lang in de ambulance. Te weinig volk, altijd hetzelfde liedje. Geld voor bijkomende collega's is er niet. Overuren kloppen mag ook niet meer en liever niet te veel arrestaties, want wie gaat het papierwerk doen? "Dat is toch geen goed politiewerk", foeteren de agenten. Ondertussen is het behelpen, tot de ergerlijkste details toe. Een agent die al een half jaar bij de spoorwegpolitie werkt, heeft nog altijd geen metrokaart. Elke keer moet hij zich geplakt tegen een collega door de toegangspoortjes wurmen.

Woensdag 22u30, Rogier

Met een geurverfrisser probeert Momo de aanwezigheid van een zonet gearresteerde junkie uit zijn kantoortje te spuiten. In de duffe gang draait een ventilator op volle toeren. De 20-jarige Ahmed staat erbij als een geslagen hond. Het is zijn eerste aanraking met de spoorwegpolitie. Een half uur eerder is hij samen met de oudere Kamal betrapt in het metrostation Hallepoort, waar hij zijn shot heroïne aan het klaarmaken was. De twee zaten op een bankje en konden ongestoord hun gang gaan. Maar de spoorwegpolitie is nog geen seconde uit de metro gestapt, of ze vliegen op het duo af.

"Laat dat, laat dat!", roepen ze. Het brokje heroïne bruist nog in het metalen schoteltje. De naald ligt klaar. Ahmed kijkt bedremmeld rond zich, Kamal onderdrukt een vloek. Voor hem is het nochtans niet de eerste keer dat hij in de armen van de politie loopt. "We kennen Kamal maar al te goed", zegt inspecteur Alex. "Maar hij weet dat hij hier niet mag spuiten. Hij heeft nochtans een appartement, waar hij zijn zin kan doen." Maar hoe gaat dat? Het spul is net gekocht, de junkie staat te popelen om zijn shot te zetten. Hem oppakken is de enige taal die hij verstaat. Al weten de agenten goed genoeg dat Kamal en zijn vriend hier over een uur of twee weer staan, speurend naar een verse lading heroïne. Om zeker te zijn controleren de opgeroepen Jorrit en Antoine aan de overkant van de sporen een verlaten metrogang waarvan ze weten dat die geliefd is door junkies. Zonder aarzelen trekt Jorrit zijn wapen. "Ik wil geen spuit in mijn lijf."

Terwijl Kamal in het politiekantoor gedwee zijn vingerafdrukken laat nemen, staat Ahmed te trillen op zijn benen. Hij is groot, mager en oogt weinig gezond. Geboren in 1991, zegt zijn identiteitskaart, en nu al kniediep in de miserie. Uit zijn zakken diept hij een hoop rommel op: wat muntstukken, verfrommelde papieren, sigarettenvloeitjes. Maar ook een plastic kaartje met de bloedgroep van ene Jeannine, geboren in 1937. Vergeten weg te gooien na een handtassendiefstal.

Woensdag 23u50, Simonis

Voorbij verlaten hoeken, in noodgangen en onder betonnen constructies gaat in de Brusselse metro een parallelle wereld schuil, eentje die krioelt van ongebruikte schachten en gangen. Het is daar dat junks zich verschansen om in alle rust een shot te zetten en waar tasjesdieven de buit verdelen.

In Simonis loodst de metrobrigade ons richting de ondergrondse tramhalte. Voor we het spoor oversteken, slaan de agenten af naar rechts. We volgen even de sporen en klauteren over een hek waarvan het slot geforceerd is. De penetrante urinegeur slaat bij iedereen op de adem. Ook bij de agenten die hier vaker komen. Een achtergelaten graafmachine is ingenomen als slaapplek. In de graafbak liggen dekens en persoonlijke spullen.

Dieper in de schacht geeft de ravage een hallucinant idee van het immense drugsprobleem in Brussel. De grond is bezaaid met honderden stukjes zilverpapier, vuile naalden, lege flesjes methadon en zelfgemaakte waterpijpen. Een klaargemaakte lepel en naald verraden wat hier nog geen minuut geleden gaande was. In een paar seconden plakken de agenten twee gebruikers tegen de muur. Hetzelfde zielige schouwspel als daarstraks in Hallepoort. Straalt de metro overdag een bijna tastbare dreiging uit, dan staat de nacht in het teken van tristesse.

Terwijl de heroïnegebruikers gefouilleerd worden, vindt een paar gangen verderop een tweede arrestatie plaats. Nog voor wij gezien hebben wat er gaande is, houden Jorrit en Antoine twee jongens en een meisje tegen. Pas dan overvalt ons de wietgeur. De ogen van de arrestanten, drie jonge Bulgaren van 20 en 21 jaar, spreken boekdelen. De agenten zetten ze tegen de muur. "Benen wijd. Wijder! Nog!" Voorbijgangers kijken nieuwsgierig toe. Drie fouilles leveren niet meer op dan een gedoofde joint en een paar kruimels cannabis.

Donderdag, 6u05, IJzer

Buiten is het koud en mistig. Binnen, onder de grond, warmen de eerste metrogebruikers zich op. Hoe verschillend het publiek kan zijn. Van wat er zich vorige nacht in en rond de metro heeft afgespeeld, geen spoor meer. Geen junkies, geen sukkelaars. De ochtend brengt de belofte van verbetering. In IJzer staan bouwvakkers en technici in overalls klaar om naar hun werk te vertrekken. Enkele stations later de poetsvrouwen. De lippen rood gestift, het permanent vers gelegd. Ze stappen uit in Louisa, Munthof en Hallepoort, op weg naar ministeries en anonieme kantoorblokken.

Donderdag 13u10, Beekkant

"Ah non." Jacqueline, uitbaatster van Clair Matin, een broodjeszaak in metrostation Beekkant, doet eerst alsof ze niets wil zeggen. Maar van binnen borrelt haar verhaal, het ligt op het puntje van haar tong. Over hoe de metro geterroriseerd wordt. Over de dreiging die er altijd hangt. En over hoe ze niet van plan is zich gewonnen te geven. "Vorig weekend nog maar", zegt ze, terwijl ze naar adem hapt en naar de uitgang wijst. "Een groepsverkrachting. Het begon in de metro en eindigde in de kelder van een sociale woningblok, pal aan de uitgang. De daders waren met vier. Ze hebben er dan maar een tournante van gemaakt."

En dat het almaar erger wordt. "Vooral als ze in groep zijn. Dan wanen ze zich onaantastbaar. Er is een groep jongeren, zwarten en Noord-Afrikanen, die het voor iedereen verpest. Ze denken dat de metro van hen is." Aan de toog nipt een Noord-Afrikaanse vrouw van haar koffie. Ze heeft het gesprek gevolgd en knikt. "Het is hier bijna Frankrijk. Alsof de gasten in Brussel zich willen meten met de bendes in de metro van Parijs."

Gebrek aan opvoeding, gebrek aan ouderlijk toezicht, het passeert allemaal de revue. "Ik vind de jongeren vandaag vooral onbeleefd. Dat komt hier mijn zaak binnen en begint mij te tutoyeren. Sorry, maar ik ben van de oude stempel. Tegen mij moeten ze 'mevrouw' zeggen. Weet u hoe gastjes van twaalf jaar tegenwoordig een broodje bestellen? Ze wijzen en blaffen: 'Donne-moi ça.' Vindt u dat normaal?" Jacqueline rolt met haar ogen. "Het is niet omdat ik een broodjeszaak heb dat ik als een stuk vuil moet worden behandeld."

Donderdag 19u30, Zwarte Vijvers

Een tegel tegen de ruit van de metrobestuurder. Zomaar. In het metrostation Zwarte Vijvers wordt gewerkt aan een nieuw interieur. Blijkbaar heeft het rondslingerende bouwmateriaal jongeren in de halte op de Gentsesteenweg in Molenbeek op ideeën gebracht. "Had de metro iets sneller gereden, dan was de tegel door de voorruit gegaan en zou de bestuurder zijn geraakt", zegt vakbondsman Luc Menten van het ACV. "Nu is de ruit verbrijzeld maar niet gebarsten. En gelukkig is de bestuurder een ancien die al veel heeft meegemaakt. Hij heeft de feiten goed verwerkt. Maar een aantal bestuurders wilde niet meer verder rijden. Wij hebben ze overtuigd hun shift toch af te maken."

Volgens Menten moet er niet veel meer gebeuren voor een staking uitbreekt. "Dit had helemaal anders kunnen aflopen. Zwarte Vijvers is een gekend station waar dit soort feiten regelmatig plaatsvinden. De vraag is niet meer of maar wanneer de situatie uit de hand loopt. Ik geef het u op een briefje: als de toestand niet verbetert, dan gaat de metro plat. Is het niet vandaag, dan morgen."

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234