Dinsdag 07/12/2021

De TV-psycholoog

U kent ze vast nog: het ettertje uit The Nanny dat maar bleef zeuren om een rendierhoedje. Reinier en Clarinca, het dominante Nederlandse koppel uit het eerste seizoen van Peking Express dat Mongolië liet kennismaken met het westerse antwoord op gastvrijheid: ‘Drive, klootzak!’. Björn, de eigengereide West-Vlaming die in Expeditie Robinson baas werd van een vrouweneiland en de selfmade macho in zich eindelijk de vrije loop kon laten. Ook Joris Bruyninckx zat bijna te stunten in een realityprogramma. Maar toen hij als eerste reservekandidaat van Peking Express het scherm net niet haalde, schoolde hij zichzelf om tot kandidatenbegeleider.

Joris Bruyninckx selecteert en begeleidt kandidaten bij realityprogramma’s op tv

‘Geen enkele deelnemer kan inschatten wat televisie met een mens doet’

Het ijdele plan van Joris Bruyninckx om ‘in de media te komen’ had hij bedacht met zijn spitsbroeder Robin Ibens. Die herinnert u zich wellicht nog als de deelnemer-psycholoog van Expeditie Robinson. Robin werkte zich in de kijker door met als enig toegelaten extra attribuut op een verlaten eiland op te draven in een Batmanpak. Want lachen, dat was iets wat de uitgehongerde deelnemers het beste konden gebruiken, zo beweerde de mensenkenner grijnzend voor de dankbaar draaiende camera’s.De grap met het Batmanpak was voor Joris en Robin de springplank naar een heuse job achter de schermen van de media. Ze kwamen allebei uit het alternatieve strafcircuit, waar ze met jeugddelinquenten hadden gewerkt. “We waren toe aan iets anders”, zegt Joris Bruyninckx. “Met een paar vrienden hadden we een grappig filmpje gemaakt over psychologische symptomen. Daarmee zijn we gaan leuren bij de televisiezenders. Toen we bij VT4 zaten, kregen we te horen dat ze net op zoek waren naar een psycholoog voor Beautiful. Robin zag het niet zitten om mensen te begeleiden die plastische chirurgie cadeau kregen, maar ik vond het een geweldig voorstel.”Na de coaching in Beautiful selecteerde Joris kandidaten voor onder meer Big Brother, Expeditie Robinson en Beauty en de nerd, verzorgde hij sessies cameracoaching en dacht hij mee met televisiemakers over hoe je het best omgaat met kinderen in een quiz. Gaandeweg evolueerde zijn werk van de pure selectie van kandidaten naar profiling en begeleiding tijdens en na de opnames.“Profiling neemt vandaag het meeste werk in beslag. Televisiemakers zijn ondertussen gedrevener geworden in het zoeken van kandidaten, wat wij doen is profielen opstellen waarmee zij aan de slag kunnen.” Dat heeft weinig te maken met het feit dat de scenario’s van realityprogramma’s op voorhand uitgeschreven zouden zijn, zegt Joris. “The Nanny heeft pakweg tien afleveringen. Als je daar tien dezelfde probleemgevallen in stopt, maak je tien gelijkaardige programma’s. Dat is uiteraard niet de bedoeling. Diversiteit is belangrijk.”

Verhaallijn

Meestal gaat Joris aan de slag zodra er een kandidatenlijst is. Afhankelijk van het programma zoekt hij de kandidaten afzonderlijk thuis op of ziet hij ze gegroepeerd. Soms zijn dat veel korte ontmoetingen op één dag, zoals bij Expeditie Robinson, in andere gevallen gaat het om gesprekken van anderhalf tot twee uur. “Dat is altijd plezant. Ik zit nu op een niveau waarop ik goed kan inschatten hoe mensen zullen reageren, hoe ze in elkaar steken, wat hun troeven zijn, waar de mogelijke valkuilen zitten. Ik bespreek de testresultaten, geef de kandidaten mijn analyse en vraag hen wat ze ervan vinden. Heel laagdrempelig allemaal, ik zit daar niet om de zielenknijper uit te hangen.”De tv-psycholoog test onder meer op sociabiliteit - hoe zal de kandidaat in groep functioneren? - en, het belangrijkste, op controle. “Deelnemen aan een tv-programma is de controle loslaten, je overgeven aan jezelf, aan een groep en aan de televisiemakers. Er zijn maar weinig mensen die dat op voorhand inzien, zeker omdat realityprogramma’s vaak werken met een twist die je niet kunt voorspellen. Die twist zit er net in om de mensen uit balans te brengen, om te zien hoe ze reageren. Mensen die te veel controle willen behouden, zullen onvermijdelijk botsen met de tv-makers.”Joris gunt zijn kandidaten daarom ook een genereuze blik in de interne keuken van het televisie maken. “Ik vind het belangrijk dat de mensen juist geïnformeerd zijn en neem daar mijn tijd voor. Vaak vertel ik kandidaten dat meedoen aan een programma een terugkeer is naar het internaat van vroeger, met de nonnen en de paters. Sommigen hebben daar de tijd van hun leven, bij anderen botst dat en zijn de paters schurken.“Ik maak de kandidaten in de eerste plaats duidelijk dat ik er voor hen ben, maar ik dring me niet op. Vaak merk je dat een luisterend oor je al ver brengt. De problemen waarmee de meeste kandidaten tijdens een programma kampen, zijn heimwee, of een foute inschatting van het hele gebeuren. Ze hebben het gevoel dat ze in een keurslijf worden geduwd: ‘Ik moet ineens dit of dat vertellen en daar heb ik geen zin in. Waarom kan ik dat niet voor mezelf houden?’.”Bewust kandidaten goedkeuren doet hij zelden, zegt Joris. “Dat doen de televisiemakers. Maar als ik het gevoel heb dat iemand niet gebaat is met het programma, zal ik dat wel zeggen. Televisie is immers zelden een cadeau voor kandidaten. Je zou het tegendeel verwachten, we leven tenslotte in een gemediatiseerde samenleving. Maar niemand schat correct in wat de deelname aan een programma teweegbrengt. Televisie maken en televisie kijken liggen mijlenver uiteen. Veel mensen beseffen dat niet. Een voorbeeld: je zit in de tropen, de cameraploeg zit vier uur achterop en jij mag niet verder. Na die vier uur spontaan de draad weer oppikken is niet gemakkelijk.“Mensen gebruiken de media, maar ze kennen ze niet. De BV’s die in Dag Allemaal komen klagen dat ze misbegrepen zijn, vormen daar een bewijs van. En dat zijn dan mensen die de media te pas en te onpas gebruiken, en zelfs zij slagen er niet om dat onder controle te houden. Mensen schrikken vaak als ze op papier nalezen wat ze hebben gezegd. Wel, op tv is dat nog erger. Hun gedragingen worden zodanig uitvergroot dat ze zich afvragen of zij dat wel zijn, daar op het scherm.”Zelfs een beginnende regisseur zou grote ogen opzetten als hij aan den lijve ondervindt hoe reality wordt gemaakt, beweert Joris. “Het is niet van: het is reality, dus we filmen maar wat. Er ontstaan verhaallijnen, en een attente eindredacteur zal die beginnen te volgen. Mensen die dat niet gewoon zijn, zijn vaak verrast als ze voor de camera vragen moeten beantwoorden over de verhaallijn die de makers op dat moment volgen.”

Conflict

Er is een periode geweest waarin programmamakers aanstuurden op conflicten tussen deelnemers, erkent Joris, maar dat tij is aan het keren. “Het conflict op zich werkt niet. Er zijn een paar productiehuizen die meer richting conflict gaan dan andere. Dan haak ik af. De laatste programma’s waaraan ik heb meegewerkt, zijn feelgoodprogramma’s zoals Beauty en de nerd. Oké, dat barst van de clichés, maar het is er toch meer om te doen hoe die werelden in elkaar overvloeien. Er is geen enkele traan gevallen, geen enkel conflict geweest.”In de laatste reeks van Beauty en de nerd zat een kandidaat die achteraf toegaf dat hij maar gedaan had alsof. Gijs, een student klassieke talen, had zijn interesse voor oude Griekse poëzie in de verf gezet en een aantal ‘nerdy’ eigenschappen die hem niet vreemd waren, uitvergroot. Maar toegeven dat hij daar heeft gefaald als tv-psycholoog wil Joris niet. “Gijs heeft me voor een stuk om de tuin kunnen leiden, dat wel. Daar had ik geen probleem mee. Ik heb hem dat achteraf ook gezegd, dat ik het graaf vond. Gijs heeft nooit gelogen, en dat apprecieer ik. Hij heeft een aantal dingen uitvergroot, maar zijn nerd-zijn, zijn karakter, dat zat au fond goed voor het programma. Een slimme gast, enorm belezen, wat sullig. Maar zodra we op locatie begonnen te draaien, had ik het idee dat hij aan het overdrijven was.“Ik weet niet of de reality daar is doorprikt. Met die filosofie hou ik me niet bezig”, zegt Joris. “Ik weet alleszins dat ik fouten kan maken. Een derde voorspel ik op een heel concrete manier: in aflevering twee gaat die mens die zin zeggen, op dag vier pakt die huilend zijn biezen. Ik zeg soms letterlijk tegen kandidaten: je zult met je hoofd tegen de muur lopen, je zult huilen. Achteraf komen ze me vaak gelijk geven.“Ik heb veel geleerd door mensen vijf jaar lang te profilen en bezig te zien. Aan houdingen en gezichtsuitdrukkingen kan ik zo aflezen hoe mensen potentieel in elkaar zitten. Soms zie ik het al na dertig seconden. Ik zal nooit een etiket op iemand plakken, ik blijf altijd observeren. Als ik dan om de tuin word geleid, neem ik het vooral mezelf kwalijk: ‘Verdorie, ik heb het niet gezien’. In 10 procent van de gevallen heb ik het echt mis.”Zijn tolerantie is in de loop der jaren niet groter geworden, zegt Joris: “Zeg maar gerust: gekrompen. Ik heb geen enkel probleem met feelgoodprogramma’s waarin mensen dwaze dingen doen, maar ze mogen mensen niet te veel onheil aandoen. Die grap die ze hebben uitgehaald in de laatste Expeditie Robinson, met honderd man beginnen op een eiland, dat was erover. Televisiemakers beseffen soms onvoldoende dat mensen speciaal vakantie nemen om deel te nemen - en ze hebben maar 22 dagen per jaar. Die pakken al hun vrije dagen op. Honderd mensen denken: ‘Hoera, ik ben erbij!’ Je hebt alle screeningsprocedures doorlopen, je mag naar het eiland, je betaalt je eigen vliegticket, en daar zie je ineens dat er honderd mensen zijn... Dat is pure oplichterij.”Ook televisieprogramma’s met kinderen hoeven voor Joris niet meer. Volgens hem is er geen enkel kind dat de media aankan. “Als je ziet dat zelfs een volwassen vrouw als Susan Boyle helemaal crasht onder de persaandacht, wat moet dat voor een kind dan niet zijn? Kinderen en tv, dat is heel fragiel. Je zit in de driehoek kind-tv-ouders. Dat zijn drie partners waar je rekening mee moet houden. Een kind kan ook nooit inschatten dat het, als het verliest, zal worden uitgelachen worden door zijn vriendjes op school.”Intentie, daar draait het om bij Joris. “Ik kan gerust meewerken aan een flutprogramma waarin pakweg zeven bejaarde dames in schooluniform de sirtaki dansen. Kwalitatief trekt dat op niets, maar de intentie zit niet fout. Uitlachtelevisie? Dat wordt snel gezegd. Stel dat het programma zou draaien om bejaarden en fetisjisme, en het is de droom van die bejaarden om in schooluniform de sirtaki te dansen? Dat moet kunnen.”

Betutteling

Als een van de pioniers van kandidatenbegeleiding gaat Joris er prat op dat hij grenzen heeft getrokken. “Ik heb televisiemakers altijd gewaarschuwd: ‘In de loop van het programma gaat gij kwaad zijn op mij en ik op u’. Ik ben vaak op het matje geroepen omdat ik opkwam voor de kandidaten. Omdat ik soms zei: ‘Dit gaat niet door’. Als je ziet dat een kandidaat het moeilijk heeft, dan moet je hem niet over het randje duwen. Wie te veel pusht, heeft afgedaan bij mij.”Anderzijds moeten kandidaten ook niet te erg worden betutteld, vindt Joris. “Het idee dat kandidaten tegen zichzelf moeten worden beschermd... Ik weet het niet. Moet je de opvoedingsproblemen die in The Nanny voorkomen wel op tv laten zien? Dat laat ik in het midden. Maar het wordt wel goed aangepakt. Je moet ook niet met te veel verboden op de proppen komen. Ik ben geen pleitbezorger van reality, maar ik ga wel in de verdediging als er kritiek komt. Er zijn productiehuizen die standaard voor nazorg zorgen, die iedereen de kans geven achteraf twee, drie, vier gesprekken te hebben. Ook bij flutprogramma’s.”Ten slotte zijn er kandidaten die echt geholpen worden met een realityprogramma, die op het juiste pad worden gezet en iets leren over zichzelf. “Je hebt natuurlijk de narcisten, die graag op televisie willen komen, en de avonturiers, die dankzij het programma op een eiland kunnen gaan zitten, of de mogelijkheid krijgen tot plastische chirurgie of het openen van een bed & breakfast. Maar voor sommigen betekent een realityprogramma de laatste hoop. Je bent wat je eet met Sonja Kimpen, daar zitten mensen in die al van alles hebben geprobeerd om af te vallen.”Bovendien, vindt Joris, heeft reality één grote, persoonlijke troef: introspectie. “Iedereen wordt rijker door naar zichzelf te kijken. Bij reality krijg je dat er gratis bij. Het gebeurt wel voor het oog van heel Vlaanderen, maar dat moet je erbij nemen. Met mijn vrouw heb ik twee dochters geadopteerd. Toen de kinderen in België waren, kregen we van de adoptiedienst het aanbod van twee uur thuisbegeleiding met een camera, terwijl wij met de kinderen bezig waren. Wat een schok achteraf, toen ik mezelf bezig zag! Daar heb ik meer van geleerd dan van eender welk adoptieboek. (belerend)Iedereen naar de reality, dus. Want in de aanvaarding van je zwaktes schuilt het geluk.”

Maandag in deel 2:De moleculaire kok

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234