Zaterdag 24/07/2021

De tuinman en de dood

Iedereen kent uiteraard Frankenstein, al wordt de naam van deze archetypische 'mad scientist' met de glorieuze voornaam Victor nogal vaak verward met zijn zelfgeschapen creatuur. Mensen die al eens een boek lezen, weten wellicht ook dat het oorspronkelijke verhaal over deze 'moderne Prometheus' in 1816 geschreven werd door Mary Wollstonecraft Shelley. Hier en daar doet de naam Boris Karloff, de Britse acteur die indertijd vaak gestalte gaf aan het monster, ook nog wel een belletje rinkelen. Wie herinnert zich echter nog de regisseur van die inmiddels legendarische horrorklassieker uit 1931?

Die man was James Whale, die in 1886 in Engeland geboren werd, daar een tijd actief was als theateracteur en -regisseur, en dan naar Hollywood trok, waar hij in de jaren '30 furore maakte met een aantal griezelfilms, zoals Frankenstein, The Old Dark House, The Invisible Man en Bride of Frankenstein. Hij draaide ook nog de musicalklassieker Show Boat, maar dan begon zijn ster te tanen. Dat had uiteraard te maken met het feit dat zijn films niet langer scoorden aan de bioscoopkassa, maar wellicht ook met zijn weigering om (zoals collega George Cukor dat bijvoorbeeld wél deed) discreet te blijven over zijn homoseksuele geaardheid.

Toen hij, op 29 mei 1957, dood werd aangetroffen in het zwembad van zijn woning in het riante Pacific Palisades, was James Whale niet veel meer dan één van de vele has-beens uit de Golden Age van Hollywood. Het was een dood 'in mysterieuze omstandigheden', die volop herinneringen opriep aan de Billy Wilder-klassieker Sunset Boulevard uit 1950, waarin het tragische verhaal van een vergeten Hollywood-ster (glansrol van Gloria Swanson) zowaar begon met het beeld van een dode scenarist, drijvend in het zwembad van een vervallen villa op Sunset Boulevard.

In zijn boek Father of Frankenstein beschrijft Christopher Bram de laatste levensmaanden van regisseur James Whale en geeft daarbij zijn eigen, weliswaar fictieve (maar daarom niet onwaarschijnlijke) versie van de manier waarop de vergeten filmmaker misschien aan zijn einde is gekomen.

Oorspronkelijk was het de bedoeling dat deze uitstekende en ontroerende film als titel Father of Frankenstein zou krijgen (net zoals het boek), maar het was een verstandige beslissing om uiteindelijk voor Gods and Monsters te kiezen. Volgens schrijver Christopher Bram gebeurde dat op uitdrukkelijke vraag van acteur Brendan Fraser. En hoewel Bram het spijtig vond dat zijn boektitel moest verdwijnen, had hij toch wel enig begrip voor de argumenten van Fraser. Die vond namelijk Father of Frankenstein een beetje te veel als een B-film klinken. Zelf was Brendan Fraser net een rijzende ster aan het worden via komische en niet altijd even hoogstaande films zoals Encino Man, Airheads en George of the Jungle. Dus als hij nu zijn medewerking zou verlenen aan een meer 'serieuze' film, dan kon dat best al uit de titel blijken. Regisseur Bill Condon suggereerde Gods and Monsters en daar kon schrijver Bram mee leven.

Brendan Fraser speelt hier de (fictieve) rol van Clayton Boone, een atletisch gebouwde maar niet bepaald hoogintelligente ex-marinier, die her en der aan de kost komt als klusjesman. Als de film begint, anno 1957, is James Whale (magistrale en zeer genuanceerde vertolking van Sir Ian McKellen) net terug uit het ziekenhuis en herstellend van een lichte beroerte. Hij maakt kennis met Clayton, die door zijn even loyale als stuurse huishoudster Hanna (rol van Lynn Redgrave) werd ingehuurd om af en toe het gras te komen maaien en de heggen wat bij te knippen.

Sinds Hollywood niet langer op zijn diensten beroep wenst te doen, houdt James Whale zich af en toe onledig met het naschilderen van bekende meesters. Hij is duidelijk gecharmeerd door de 'gebeeldhouwde' kop en gespierde torso van Clayton en vraagt hem dan ook snel of hij niet zou willen poseren. Huishoudster Hanna heeft er geen goed oog in. Zij vindt het onnoemelijk jammer dat haar geliefde Mister Jimmy, zoals ze Whale steevast noemt, zeker en vast in de hel zal belanden vanwege zijn zondige levensstijl, die ze op een bepaald moment in termen van 'the unspeakable' omschrijft. Ze heeft tijdens haar vele dienstjaren ook iets te veel mooie jongens zien defileren rond het zwembad, dat Whale, die zelf nooit zwom, alleen maar 'for its social utility' had laten installeren. En ze herinnert zich met een mengeling van bezorgdheid en afgrijzen het jongste interview, toen een jonge filmstudent (licht hysterische vertolking van Jack Plotnick) zich uit de kleren liet praten, omdat Whale "voor elk eerlijk antwoord" een kledingstuk eiste. "My life as a game of strippoker", merkt hij zelf cynisch op, maar even later is er die beroerte en dat wil Hanna dus liefst geen tweede keer meemaken.

Stilaan wordt duidelijk dat de toenemende contacten tussen Whale en Clayton evolueren naar iets dat veel meer te betekenen heeft dan de (eenzijdige) erotische aantrekkingskracht tussen een jonge, gespierde tuinier en een oude, verbitterde man die zijn einde voelt naderen.

Door de gesprekken met Clayton maar ook door de naweeën van zijn beroerte merkt James Whale dat hij steeds meer en steeds vaker overspoeld wordt door allerlei herinneringen. "Het is alsof er een elektrische storm in mijn hoofd woedt", klaagt hij tegen zijn dokter. "Mijn hele leven ben ik op de vlucht gegaan voor mijn verleden. En nu overspoelt het mij totaal."

Die herinneringsflitsen geven in Gods and Monsters aanleiding tot allerlei flashbacks, waarin enerzijds een interessant en fascinerend beeld geschetst wordt van het Hollywood in de jaren '30 (met onder meer een zeer geslaagde reconstructie van een werkopname van Bride of Frankenstein - de hele ploeg blijkt heel deftig een das te dragen!) en waarin anderzijds flarden uit het privé-leven van Whale tot leven komen. Zo is er zijn arme en weinig stimulerende jeugd in een Noord-Engelse industriestad; in verband hiermee omschrijft hij het onbegrip van zijn strenge vader (die zijn veertienjarige zoon naar de fabriek stuurde) als volgt: "Het was net een boerenfamilie die een giraf krijgt en die niet weet wat ze daarmee moeten aanvangen, behalve het dier voor de ploeg spannen." Er zijn echter ook sentimentelere maar daarom niet minder tragische herinneringen aan zijn grote liefde, die hij in de loopgraven van de Eerste Wereldoorlog leerde kennen en daar ook, in bijzonder macabere omstandigheden, verloor.

Behalve die vaak pijnlijke herinneringen zijn er ook de toenemende hallucinaties en angstdromen, waarin Whale soms in het door hemzelf gecreëerde universum van filmhorror verzeild geraakt. Op dergelijke momenten demonstreert Gods and Monsters zo'n beetje dezelfde ingenieuze gelaagdheid, tussen leven en werk, tussen inspiratie en illusie, die ook het sublieme verhaal van Shakespeare in Love zo stimulerend en intellectueel meeslepend maakt. Als Whale over zijn Frankenstein-monster spreekt in termen van 'nobel en onbegrepen', dan heeft hij het dus onder meer over zichzelf, maar tegelijk wordt ook duidelijk dat de thematiek van het monster dat zich uiteindelijk tegen zijn schepper keert, een specifieke symbolische lading krijgt in het kader van zijn relatie met de tuinman.

Dat alles maakt van Gods and Monsters een erg boeiende film, die zowel als indringende karakterstudie functioneert, maar ook als nostalgische reconstructie van een vervlogen Hollywood-tijdperk (met zelfs een korte verschijning van een Elizabeth Taylor-lookalike) én als sterk ontroerend verhaal over weemoed en doodsverlangen.

PS 1: in twee James Whale-klassiekers, nl. The Old Dark House uit '32 en The Invisible Man uit '33 speelde actrice Gloria Stuart (°1909) een belangrijke rol. Stuart was onlangs nog eens te zien in... Titanic, waarin zij de hoogbejaarde versie van het Kate Winslet-personage vertolkte.

PS 2: in het atelier van James Whale, waar hij zijn atletische tuinman laat poseren, staan en hangen uiteraard enkele schilderijen. Vijf daarvan zijn originele James Whale-doeken die door een verzamelaar ter beschikking van de filmploeg werden gesteld.

PS 3: in de klassieke Frankenstein-film uit '31 roept de waanzinnige dokter (vertolkt door Colin Clive) op een bepaald moment: "Now I know what it's like to be God." Die scène werd indertijd weggecensureerd en pas onlangs, bij een recente restauratie, opnieuw in de film gemonteerd. De titel Gods and Monsters werd ontleend aan een citaat uit Bride of Frankenstein. In die film speelde actrice Elsa Lanchester de dubbelrol van de bruid en van... schrijfster Mary Shelley.

PS 4: Gods and Monsters kreeg drie Oscar-nominaties: voor beste acteur (Ian McKellen), beste vrouwelijke bijrol (Lynn Redgrave) en beste scenarioadaptatie (regisseur Bill Condon).

TITEL: Gods and Monsters. REGIE: Bill Condon. SCENARIO: Bill Condon, naar de roman Father of Frankenstein van Christopher Bram. FOTOGRAFIE: Stephen M. Katz. MUZIEK: Carter Burwell. PRODUCTIE: Paul Colichman, Gregg Fienberg en Mark Harris. VERTOLKING: Ian McKellen, Brendan Fraser, Lynn Redgrave, Lolia Davidovich, Kevin J. O'Connor, David Dukes, Jack Plotnick e.a. VS, 1998, kleur en zwart-wit, 105 min. Gedistribueerd door Paradiso.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234