Woensdag 23/10/2019

De trukendoos van de Keizer van Olen

Ondanks zijn tweede faillissement wil Frans Van De Ven nog één keer stunten

'Ze moeten mij de truken van de foor niet meer leren', verklaarde Frans Van De Ven ooit in een onbewaakt moment. Nu zijn in de Kempen wereldberoemde winkelcentrum deze week voor de tweede keer failliet werd verklaard, lijkt de ongekroonde 'Keizer van Olen' definitief van zijn troon gedonderd. Al weet je maar nooit met deze schelm-ondernemer die over een hoog 'Boerke Naas'-gehalte beschikt.

Door Georges Timmerman

Van De Ven geldt als het prototype van de Kempense selfmade entrepreneur, een workaholic die zijn eigen Amerikaanse droom heeft waargemaakt, en dat in Olen nota bene. Eind jaren tachtig, begin jaren negentig was het elk weekend filerijden om de Lammerdries te bereiken. In the middle of nowhere had Van De Ven een heuse winkelstraat uitgebouwd met tienduizenden vierkante meter verkoopoppervlakte. In zijn glorietijd realiseerde het winkelcentrum een omzet van 1 miljard frank per jaar en wist het elke zondag 17.000 klanten te lokken. De gevallen bedrijfsleider, van opleiding houtbewerker, begon in 1961 in het kippenhok van zijn vader met de verkoop van plastic vloerbekleding. Vanaf de jaren negentig ging het bergaf. Er zat sleet op de formule. Op 8 mei 2001 volgde het eerste faillissement, dat een financiële put sloeg van 7 miljoen euro. Maar via allerlei sluipwegen ging Van De Ven gewoon door. Tot de rechter begin deze maand de zaak opnieuw failliet verklaarde. Een blik in zijn trukendoos.

Kerstmannen van 18 meter hoog op de parking, volksdansgroepen uit Oost-Europa, Tien om te zien-zangers en andere Vlaamse vedetten, mosselen à volonté voor 200 frank in de cafetaria, kleine geschenken uitdelen (een doos eieren, een deurmat, een schoentrekker, een wc-borstel): niets was Van De Ven te dol om klanten naar zijn zaak te lokken. De mensen kwamen in dichte drommen, niet zozeer omdat ze een lederen salon of een bijzettafeltje in rotan nodig hadden. Ze wilden zich amuseren, ze wilden een handtekening van Betty uit Big Brother of een optreden van de Strangers. "Toen onze tapijtenwinkel een paar weken geleden aan de andere kant van de straat opende, had ik de Pfaffs uitgenodigd. Reken maar dat er volk was", lachte Van De Ven.

Niet toevallig opende hij ook een dierenwinkel in zijn complex: "Jonge gezinnen met kinderen zien er eerst de bakken met pups, en je weet hoe kinderen zijn als ze jonge hondjes zien. Pa en ma kopen een pup en nemen er meteen een eetbak, halsbandje en hondenhok bij. Je moet geen universitair diploma hebben om te weten dat de kassa dan rinkelt, hé." Het liefst stond Frans zelf aan de kassa, "want dan zie je de centen binnenkomen".

Deurwaarders kenden blindelings de weg naar Lammerdries in Olen. Eind jaren negentig werd al duidelijk dat de leveranciers van Van De Ven vaak lang op hun geld moesten wachten. Er was toen sprake van ruim 10 miljoen euro aan onbetaalde facturen en een indrukwekkende lijst van geprotesteerde en niet-betaalde wissels. "Er zijn wel wat liquiditeitsproblemen", erkende de zakenman in 1998. "Dat is elk jaar zo rond deze periode. Maar ik sta er 200 procent borg voor dat onze leveranciers hun centen krijgen. Binnen twee maanden is alles opgelost."

Een Limburgse reclamefirma stapte destijds met een dagvaarding naar de handelsrechtbank voor een onbetaalde factuur van 8 miljoen frank. "Van je vrienden moet je het hebben", reageerde Van De ven. "Niet één opdracht gaat nog naar dat reclamebedrijf." De bedrijfsleider beloofde dat de problemen binnen enkele weken van de baan zouden zijn. Het duurde uiteindelijk vier maanden voor de reclamefirma haar geld kreeg. Zelfs zijn eigen werknemers moesten wachten op hun loon. "Op den duur stonden we elke maand aan zijn deur om achterstallige gelden te vragen voor zijn personeel", vertelde een vakbondsman. "Hij had de naam een slechte betaler te zijn."

Nadat het Antwerpse hof van beroep in juni 2001 het faillissement van de groep had bevestigd, kocht An Dauwen (de toen 22-jarige kleindochter van de stichter) voor een zacht prijsje de inboedel van het failliete wooncentrum, waarna Van De Ven de zaak doodleuk kon voortzetten onder dezelfde naam, terwijl er tussen haakjes nog een gerechtelijk onderzoek tegen hem liep wegens oplichting, verduistering, gesjoemel met de boekhouding, uitgifte van valse cheques, manipulatie van het faillissement en bedrieglijk bankroet. "Ik zou het er moeilijk mee hebben als hier een vreemde de touwtjes in handen mocht nemen", verklaarde een opgeluchte Van De Ven. "Of er voor mij nog een rol is weggelegd? Dat weet ik niet. An deelt de lakens uit. Misschien mag ik ooit nog aan de kassa gaan staan." De grote baas gaf toe dat hij over de schouder van zijn kleindochter mee keek, maar hield zich eerst een paar jaar gedeisd om pas vanaf oktober 2006 weer openlijk zaakvoerder te worden.

Lang kon hij die positie niet volhouden. Begin 2006 was Van De Ven immers door de correctionele rechtbank in Turnhout veroordeeld tot vier maanden voorwaardelijk en een boete van ruim 12.000 euro omwille van zijn rol in de onregelmatigheden bij het eerste faillissement, onder meer boekhoudkundige fraude en de uitgifte van ongedekte cheques. Van verduistering, fraude met het kasregister, het niet doorstorten van lonen en het doelbewust uitstellen van het faillissement werd hij vrijgesproken. Van De Ven kwam echter pas in september vorig jaar in de problemen, toen het Antwerpse hof van beroep zijn straf verzwaarde tot tien maanden voorwaardelijk, plus een schadevergoeding van 218.000 euro aan de curator, plus een beroepsverbod voor vijf jaar. Omdat hij als gevolg van dit arrest geen zaakvoerder meer kon zijn, besloot Van De Ven enkele maanden geleden zijn chef-kok Paul Snel aan te stellen tot manager.

Van bij de start in het kippenhok, later in de garage van zijn vader, maakte Van De Ven royaal gebruik van barnumreclame. De advertenties en slogans verzon hij eigenhandig. 'Stop met dolen, ga naar Van De Ven in Olen' of 'Kom een dagje Van De Vennen.' Dat soort werk. Hij bleef tot de laatste snik geloven dat elke vorm van reclame, groot of klein, altijd 'opbrengt'. Van een door de Strangers ingezongen tv-spot ('En we gaan en we gaan naar Van De Ven!') over sponsoring van sportploegen en het verenigingsleven tot het Big Brother-huis, Van De Ven heeft het allemaal gedaan. Na zijn eerste faillissement waren reclamefirma's trouwens de grootste gedupeerden.De uitvinder van het zondagse funshoppen in Vlaanderen, levende legende, ongekroonde Keizer van Olen, boegbeeld van de Vlaamse middenstand, de man die Olen op de kaart heeft gezet, de Belgische Barnum: Van De Ven had geen gebrek aan epitheta ornans of aan naamsbekendheid. Zijn achternaam groeide uit tot een werkwoord. Maar het concept van de flamboyante bedrijfsleider was al jaren hopeloos voorbijgestreefd. "De val komt niet echt onverwacht", zei een distributiespecialist van Unizo al na het eerste faillissement in 2001. "Lang voor de marketinggoeroes van vandaag ingewikkelde theorieën over funshopping bedachten, zette Frans Van De Ven die truc al in de praktijk om. Hij was de eerste in Vlaanderen om winkelen te koppelen aan animatie: een gouden inval. De optredens van Eddy Wally, Luc Steeno en Bart Herman, het springkasteel voor de kleintjes of de goedkope mosselen voor de grootouders: de formule sloeg meteen aan en Van De Ven maakte fortuin."

In de karakteristieken van zijn succesformule zaten echter ook de redenen voor zijn ondergang. "Beetje bij beetje breidde hij uit", luidde de analyse van de Unizoman. "Hier een nieuwe winkel, aan de overkant van de straat nog een andere, even verderop weer een. Hij is letterlijk in een garage begonnen en werkte daarop voort. In plaats van alles onder te brengen in één overkoepelend complex zette hij maar nieuwe modules bij. De samenhang verdween en daardoor verloor zijn concept aan kracht. Wie vandaag naar Molecule in Vichte gaat, botst er ook op de Wendy Van Wantens van deze wereld, maar de winkelruimte is veel overzichtelijker en alle afdelingen volgen dezelfde lijn. Bij Van De Ven was de continuïteit zoek geraakt." Nieuwe generaties funshoppers haalden hun neus op voor Van De Ven. Ze trokken naar Wijnegem Shopping Center of naar Ikea en andere meer hippe winkelcentra langs de A12.

"De week dat mijn zaak failliet ging, heb ik geen hap door mijn keel gekregen", bekende Van De Ven na zijn eerste faillissement. "Met één pennentrek was het gedaan en ik stond erop te kijken. Dat gevoel van onmacht, zien hoe je levenswerk als droog zand door je vingers wegglipt, dat is het ergste wat er bestaat. Ik was ook op de leeftijd gekomen dat ik mijn zaak wilde doorgeven aan mijn drie kinderen, en net op dat moment tuimelde mijn levenswerk in elkaar. Aan hun toekomst dacht ik nog het meest. Maar ze hebben me voortdurend gesteund. 'Pa, het is niemands schuld', zeiden ze. Daar heb ik me aan opgetrokken."

Ook na de doorstart met kleindochter An aan het roer trok de bedrijfsleider alle registers open. "Hier opnieuw mensen zien rondlopen, dat doet deugd. Niet alleen voor mij, ook voor de klanten. Gisteren nog pakte een vrouw me bij de arm, terwijl ze begon te wenen. Twintig jaar lang was ze bijna elk weekend naar Van De Ven gekomen. Ze kon haar geluk niet op nu we weer open zijn."

Toch zit er ook een oprecht stukje tristesse in de saga van Van De Ven en in zijn pathetische pogingen om telkens weer op eigen kracht de grootste te willen zijn. "Ik wilde te groot worden", bekende hij. "Ik leerde werken bij mijn vader. Als negenjarige stond ik mee te timmeren. Op mijn vijftiende verliet ik de school. Werken, dat had ik geleerd. Eerst bij mijn vader, later voor mezelf. Mijn eerste factuur maakte ik exact veertig jaar geleden. Ik begon met plastic vloerbekleding. Die stalde ik 's zondags uit in mijn living. Alle meubels opzij en verkopen. Later verhuisde ik naar mijn garage. Groeien, daar draaide het om. In 1975 bouwde ik een hal van 1.000 vierkante meter gewoon over mijn eerste winkel. Op die manier kon de zaak intussen openblijven. Zo bleef het voortgaan. Ik dacht dat ik altijd groter moest worden. Dat was mijn fout. En ook dat ik nooit iemand heb aangeworven om me deskundig te adviseren. Anders had ik misschien ingezien dat ik te hoog sprong. Alhoewel. Het is nog maar de vraag of ik geluisterd zou hebben."

Tien jaar geleden moest Van De Ven zijn wooncentrum in Genk sluiten omdat hij in financiële problemen zat. Hij schoof de schuldvraag handig door. "Ik ben de situatie in Genk grondig beu", zei de supermiddenstander. "Al jaren ben ik de enige winkel in de buurt die reclame maakt. De anderen wachten af en vissen in mijn vijver. Dat kan niet blijven duren. Daar komt nog eens bij dat ze hier een rotonde hebben aangelegd, waardoor ik vijf maanden aanzienlijk minder verkocht heb."

Toen zijn schuldeisers destijds weer eens op hun geld zaten te wachten, verklaarde Van De Ven: "We zijn nooit bij de snelste betalers geweest, daar durf ik gerust voor uitkomen. Dat weet iedereen. Maar op termijn heeft iedereen altijd zijn geld gehad. Niemand kan zeggen dat hij nog één frank van mij moet krijgen." Of het einde van Van De Ven in Olen in zicht was? "Neen, dat denk ik niet. Of ik zou morgen moeten doodvallen. Maar anders zie ik dat niet zomaar gebeuren. Zo erg is het niet. We hebben meer dan genoeg waarborgen. Gebouwen en zo. De hele straat is van ons. Dus, welke problemen zouden er zijn?" Een maand na deze uitspraak verkocht Van De Ven alle gebouwen en gronden van het winkelcentrum in Olen (behalve zijn eigen villa) aan een Limburgse vastgoedgroep.

Net als vandaag werd na het eerste faillissement een onderzoeksrechter ingeschakeld en een strafonderzoek gestart, omdat de curator onregelmatigheden had ontdekt in de boekhouding. Zo bleken de voorraden in de boekhouding drie keer groter dan ze in werkelijkheid waren. "Ik begrijp niet waar de curator dat bedrag vandaan haalt", liet Van De Ven via zijn advocaat weten. "Volgens ons moet dat veel meer zijn." Het vermoeden rees dat de big boss voor 2,7 miljoen euro activa uit zijn vennootschap had onttrokken. "Ik heb niks gejat", beweerde Van De Ven. "Ik zweer u dat ik geen goederen heb verduisterd." Er kwam een huiszoeking aan te pas, waarbij een deel van de goederen werd ontdekt dat niet in de inventaris en dus in het faillissement was opgenomen. Volgens de curator had Van De Ven vlak voor het faillissement voor zichzelf nog 275.000 euro uit het bedrijf gehaald. "Wat ik heb weggehaald, behoorde aan een andere zaak toe", gaf de bedrijfsleider als uitleg. "Die spullen hadden trouwens geen enkele waarde." Bij een ex-echtgenote van de ondernemer vond de politie nog een grote partij wijn en champagne en een berg ventilatoren.

Fraude met de boekhouding? "Met de boekhouding had ik nooit iets te maken. Ik ging maar tot mijn veertiende naar school. Ik betaalde de bedrijfsrevisor 150.000 euro per jaar. Ik mag toch wel verwachten dat die man zijn stiel kent." Zeventien ongedekte cheques? "Die waren gedekt op het moment dat ik ze uitschreef", beweerde Van De Ven. "Maar toen werden mijn rekeningen geblokkeerd en hadden die papiertjes natuurlijk geen waarde meer. Ik heb de rekeningen niet afgesloten, hé. Dat de cheques dan ongedekt zijn, is toch niet mijn schuld?"

Zelfs toen er voor tientallen miljoenen euro schuldvorderingen en een veroordeling boven zijn hoofd hingen, deed Van De Ven alsof er geen vuiltje aan de lucht was. Zonnebankbruin en vrolijk lachend liet hij zich fotograferen voor het hek van zijn chique villa of naast zijn dure Mercedes 425 met nummerplaat VDV-004. "Ik drink nog altijd champagne en ik ga nog altijd op restaurant", vertelde de immer populaire en joviale Frans aan journalisten. "Als je weet van waar we komen, ziet de toekomst er prachtig uit."

Journalisten zijn altijd welkom bij Frans Van De Ven, die nooit te beroerd is om met fonkelende schelmenblik voor de fotograaf te poseren of een showtje te stelen in een tv-praatprogramma. "Hoe meer ik in de gazet sta, hoe beter", luidt zijn redenering. "Hij is dolenthousiast", noteerde een verslaggever. "Hij zou de vragen desnoods zelf stellen." Alhoewel: als er slecht nieuws te rapen viel, kon hij minder charmant en loslippig zijn. "Hebben jullie echt niets beters te doen dan hierover te schrijven?", snauwde hij in zo'n geval de persmuskieten af. "Als de tijd rijp is stap ik zelf wel met een mededeling naar de pers." Aan marketing had Van De Ven overigens een broertje dood. Hij vertrouwde liever op zijn gevoel en op zijn Olens boerenverstand.

Haast geruisloos begon Van De Ven na zijn eerste faillissement opnieuw de ene winkel na de andere te openen. "Ik had twee mogelijkheden", verklaarde hij. "Of ik liet me meeslepen met alle miserie en ellende van dat faillissement, of ik vocht terug. De keuze was snel gemaakt. Vechten zit in mijn bloed. Ik heb mijn hele leven geknokt om te geraken waar ik was. Zelfs een faillissement houdt me niet tegen. Ik ben uit het diepste van het dal geklauterd. Toen de rechter het failliet verklaarde, dacht iedereen dat het doek gevallen was. 'Frans heeft zijn tijd gehad.' Welnu, mijn tijd moet nog komen. Ik maak van mijn winkels opnieuw dé trekpleister van Vlaanderen. Geef me nog een jaar en je zult weer moeten zoeken naar een parkeerplaats."

Stilzitten kan Van De Ven naar eigen zeggen niet. "Wat moet ik in tussentijd doen? Met mijn vingers draaien? Dan ken je me niet. Ik ben een werkmens die doodgaat als hij stilzit. Van stilzitten word ik nerveus." Ook vandaag nog weet de inmiddels 68-jarige ondernemer van geen ophouden. "Gesloten wegens inventarisatie", meldt een bordje op de deuren van het winkelcentrum. Gewezen chef-kok Paul Snel heeft zelf de boeken neergelegd. "De man voerde uit wat hem door Van De Ven was opgedragen", zegt curator Noël Devos. "Hij heeft enorme risico's genomen."

Net als zeven jaar geleden blijkt de boekhouding een enorme puinhoop. Net als toen is er een financiële put van miljoenen euro's. Net als toen is het parket van Turnhout een onderzoek gestart. Net als toen wil iemand uit de familie, deze keer zoon Rudy, een bod doen op de inboedel. En net als toen denkt de grote baas niet aan opgeven. "Paul heeft de handdoek te snel in de ring geworpen", verklaarde de stichter enkele dagen geleden. "Ik wil nog één keer stunten."

Frans Van De Ven na zijn eerste faillissement:

Ik dacht dat ik altijd groter moest worden. Dat was mijn fout. Ik heb ook nooit iemand aangeworven om me te adviseren. Dan had ik misschien ingezien dat ik te hoog sprong. Alhoewel. Het is nog maar de vraag of ik geluisterd zou hebben

Het failliet van een supermiddenstander

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234