Vrijdag 23/08/2019

Interview

De tropen in Europa: de verraderlijke streken van virussen, vleermuizen, tijgermuggen en reuzenteken

'Als we niet snel en accuraat ingrijpen, kan ook bij ons een epidemie uitbreken.’

Behalve verzengende hittegolven, een dalend grondwaterpeil en straks misschien een verbod om uw zwembad te vullen of uw tuin te besproeien, heeft de klimaatverandering nog andere, onverwachte gevolgen. Steeds meer muggensoorten en andere insecten die gevaarlijke, zelfs dodelijke tropische ziekten kunnen overbrengen, voelen zich thuis in onze contreien. Slapen we straks allemaal onder een muskietennet? ‘Het is niet uitgesloten dat het ebolavirus een geschikte gastheer vindt bij onze inheemse vleermuizen.’

Eén van de insecten waar men zich zorgen over maakt, is de tijgermug, die virussen als het dengue-, chikungunya- en zikavirus op de mens kan overbrengen en vanuit het warme zuiden naar noordelijker streken oprukt. Omdat de tijgermug ook al in ons land is waargenomen, werd in 2017 het project Monitoring van Exotische Muggen (MEMO) opgestart, om exotische muggensoorten tijdig op te sporen en te verhinderen dat ze zich hier definitief vestigen. De coördinator is Wim Van Bortel, insectendeskundige van het Instituut voor Tropische Geneeskunde in Antwerpen.

Wim Van Bortel: “Van de tijgermug of aedes albopictus hebben we vorig jaar op vijf plaatsen in ons land zeventig exemplaren gevonden. Onder andere bij een importeur van lucky bamboo, een sierbamboe die vooral uit China komt, en in enkele bedrijven die handelen in tweedehandsautobanden. Die komen uit de hele wereld en de eitjes van de muggen reizen erin mee. Die vondsten waren niet verrassend: in het verleden hebben we op die plekken ook al tijgermuggen aangetroffen. Nieuw is dat we ze vorig jaar ook hebben gevonden op parkeerterreinen langs de Route du Soleil in Luxemburg. Wellicht zijn de muggen met de auto meegereisd uit Frankrijk of Duitsland, waar ze zich al definitief hebben gevestigd.”

Waar komt de tijgermug normaal voor?

Van Bortel: “Ze komt oorspronkelijk uit Azië, maar ze heeft ondertussen de hele wereld veroverd. In 1979 is ze voor het eerst in Europa opgedoken, in Albanië. In de jaren 90 vestigde ze zich in Italië en in 2004 is ze voor het eerst in Frankrijk waargenomen. We zien nu dat ze naar noordelijke streken oprukt.”

Is dat een gevolg van de klimaatverandering?

Van Bortel: “Het klimaat speelt zeker een rol. De weersomstandigheden in ons land zijn op dit moment ideaal voor de tijgermug. We hebben nog geen aanwijzingen dat ze hier overwintert, maar dat is in de toekomst zeker niet uitgesloten. Ze kan zich zeer goed aanpassen aan nieuwe situaties. Ze gedijt nu in het Zuid-Europese klimaat en is in het hele mediterrane gebied te vinden.”

Wordt er nu al iets gedaan om de tijgermug te bestrijden?

Van Bortel: “Als wij ze ergens aantreffen, melden wij dat aan de overheden en dan moeten zij actie ondernemen.”

Hoe is de tijgermug te herkennen?

Van Bortel: “Het is een kleine, zwarte mug met witte strepen op de poten en de rug. Ze wordt soms verward met de inheemse mug, die ook streepjes op de poten heeft, maar die veel groter is.

“Het grote verschil met de mug die wij kennen, is dat de tijgermug overdag actief is. Dat maakt haar extra vervelend.”

Welke rol speelt het klimaat bij de opmars van soorten als de tijgermug? Hebben ze warmte nodig om te kunnen overleven?

Van Bortel: “Ze ontwikkelen zich in twee weken van eitje over larve tot mug. Als het warm is, gaat het iets sneller. Ook het virus in de mug zal zich dan sneller vermenigvuldigen. Maar een mug heeft ook water nodig. In een heel droge zomer zoals vorig jaar kunnen er ook minder muggen zijn, omdat er onvoldoende broedplaatsen zijn.”

De tijgermug is vooral gevaarlijk omdat ze virussen aan de mens kan doorgeven.

Van Bortel: “Ze moet daarvoor wel eerst iemand steken die met het virus besmet is. Voor een overdracht moeten de drager van het virus en de tijgermug zich ook op hetzelfde moment op dezelfde plaats bevinden. Op dit moment is de kans op een infectie zeer klein. Maar als we in de toekomst een grote populatie tijgermuggen zouden krijgen, neemt die kans wel toe.”

Komen de virussen die de tijgermug kan overbrengen nu al in Europa voor?

Van Bortel: “Van het chikungunyavirus zijn er al een paar uitbraken geweest. De bekendste zijn die in Italië in 2007 en 2017, omdat toen ook de meeste gevallen werden gerapporteerd. Het ging in 2017 om ongeveer vierhonderd geïnfecteerden, dat is toch een redelijk grote uitbraak. In Frankrijk zijn er ook een paar geweest, maar daar hebben ze die beter kunnen indijken, of vroeger kunnen detecteren.”

Wat voor ziekte is chikungunya?

Steven Van Den Broucke, expert tropische ziekten van het Instituut voor Tropische Geneeskunde: “De naam komt uit het Makonde, een taal in Tanzania, en betekent ‘kromgebogen mens’. Het verwijst naar één van de belangrijkste symptomen van de ziekte: patiënten krijgen zulke vreselijke gewrichtspijnen dat ze krom beginnen te lopen. Die gewrichtspijnen kunnen weken tot maanden en soms zelfs jaren duren.

“Een specifieke behandeling voor chikungunya is er niet. Je kunt alleen de symptomen bestrijden met pijnstillers, of vocht toedienen. De gewrichtspijnen zijn onder controle te krijgen, al is daar soms zeer sterke medicatie voor nodig.”

De Aziatische tijgermug is ook de drager van het denguevirus. Is dat al in Europa opgedoken?

Van Bortel: “Daar zijn al gevallen van ontdekt, maar nooit veel. In Spanje waren het er vorig jaar zes. In 2012 en 2013 was er wel een grote uitbraak, met tweeduizend geïnfecteerden op Madeira, maar die werd veroorzaakt door een andere mug, de aedes aegypti of gelekoortsmug. De aedes aegypti komt oorspronkelijk uit Afrika. Op het Europese vasteland is ze nog niet waargenomen. Maar als het klimaat opwarmt, kan ook die mug onze kant op komen.”

Van Den Broucke: “Dengue kan nog gevaarlijker zijn dan chikungunya. De symptomen zijn koorts, spier- en hoofdpijn en in sommige gevallen maag- en darmklachten. Ze wordt ook de knokkelkoorts genoemd, omdat al je gewrichten pijn doen. Vaker dan bij chikungunya kent de ziekte soms een gecompliceerd verloop, omdat patiënten bloedingen kunnen krijgen. Bloedvaten kunnen door bloedstollingen verstopt raken, waardoor bijvoorbeeld tenen of andere lichaamsdelen kunnen afsterven. Patiënten kunnen een lage bloeddruk en een heel hoge hartslag vertonen, het zogenaamde shocksyndroom. De organen krijgen dan te weinig zuurstof, waardoor ze kunnen uitvallen, soms met fatale afloop.

“De meeste dengue-infecties lijken sterk op een griep, variërend van een lichte tot een heel zware griep. Soms moeten mensen worden opgenomen om met infusen te worden gehydrateerd. Meestal is dat voldoende. De behandeling bestaat uit het bestrijden of verlichten van de symptomen, want er bestaat geen geneesmiddel tegen het virus. Gelukkig wordt maar een klein percentage van de patiënten door de levensbedreigende vorm getroffen.”

Het is in ieder geval geen lachertje.

Van Den Broucke: “De sterftecijfers zijn niet zo hoog, maar het is in veel landen toch een ziekte met een zeer grote impact. Soms heb je grote dengue-epidemies en worden de ziekenhuizen overstelpt door patiënten.”

Ook het zikavirus kan door de tijgermug worden overgebracht. Hebben we dat al gezien in Europa?

Van Bortel: “Voorlopig nog niet, maar de tijgermug is ook niet de ideale drager voor dat virus.”

Bij de uitbraak in Brazilië in 2014 werden veel baby’s met een kleine schedel geboren.

Van Den Broucke: “Zika is in de beginfase heel moeilijk te onderscheiden van dengue of chikungunya. Zika gaat wel meer met huiduitslag gepaard. Het virus is vooral gevaarlijk voor zwangere vrouwen: als die besmet raken, is de kans ongeveer één op drie dat de baby misvormingen krijgt. Dat gaat van zeer banale tot heel ernstige misvormingen. Die kleine schedel is maar één van de mogelijke afwijkingen. Je ziet ook open ruggetjes of hersenschade, waardoor een kind zich trager ontwikkelt.”

‘Bij Stefan Everts (foto) was een kwart van de rode bloedcellen door de malariaparasiet geïnfecteerd, onder andere omdat zijn milt ooit is verwijderd.’

Bij andere patiënten is het gewoon een soort koorts?

Van Den Broucke: “We zien het hele spectrum: de ene heeft geen klachten, de andere vertoont de symptomen van een lichte griep. Maar je kunt er ook zo ziek van worden dat je in het ziekenhuis moet worden opgenomen.”

Een virus dat flink terrein verovert in Europa, is het westnijlvirus. In 2018 waren er ruim tweeduizend infecties, veel meer dan de voorgaande jaren. Die piek werd toegeschreven aan de hoge temperaturen.

Van Bortel: “Het westnijlvirus komt uit Afrika, maar is voor het eerst in Europa opgedoken aan het einde van de jaren 50. In Griekenland komt het geregeld voor en in Frankrijk waren er vorig jaar ook een aantal gevallen. Het keert ieder jaar terug, maar de piek van vorig jaar was opmerkelijk. De kans is heel groot dat die verband hield met de uitzonderlijk warme zomer.

“Het virus wordt door verschillende soorten muggen overgebracht. Trekvogels kunnen het meebrengen, maar ik heb de indruk dat het virus in Europa overwintert en dat het zich hier al definitief heeft gevestigd.”

In Europa stierven vorig jaar meer dan honderdvijftig mensen aan het westnijlvirus. Het is dus geen onschuldig virus.

Van Den Broucke: “In 80 procent van de gevallen merken besmette mensen er niets van. De andere 20 procent vertoont griepsymptomen als koorts, hoofdpijn en spierpijn. Ongeveer 2 procent van de geïnfecteerden kan een hersenvliesontsteking krijgen of, nog erger, een hersenontsteking. Dan zijn de volledige hersenen ontstoken, met ernstige neurologische klachten als gevolg: epilepsie, verminderd bewustzijn of coma, of de spraak en andere functies beginnen uit te vallen. Bij die ernstige vorm overleeft een kwart van de patiënten het niet.”

Mensen ouder dan 50 zouden ook meer risico lopen op die erge vorm.

Van Den Broucke: “De leeftijd is inderdaad een risicofactor. Waarom weten we niet.”

Ook een ziekte die we hier kunnen verwachten, is riftdalkoorts.

Van Den Broucke: “Dat virus komt voor in het gebied van de Grote Riftvallei in Afrika, van Ethiopië tot Mozambique. Het is een zogenaamde zoönose: het virus heeft dieren als gastheer en kan via muggen op mensen worden overgedragen. Dikwijls wordt een epidemie bij mensen voorafgegaan door een uitbraak bij vee. Je hebt virussen die vooral neurologische schade aanrichten, zoals het westnijlvirus, en je hebt er die vooral bloedingen veroorzaken, zoals ebola en dengue. Riftdalkoorts kan beide syndromen veroorzaken. Die complicaties treden gelukkig slechts bij een klein percentage van de geïnfecteerden op.”

Malaria komt al vrij algemeen voor aan de oostelijke en zuidelijke rand van Europa. De verwachting is dat ze zich naar het westen en noorden zal verspreiden.

Van Den Broucke: “Vergeet niet dat malaria tot de jaren 30 van de vorige eeuw in West-Europa voorkwam. Ook in ons land. Malaria is hier uitgeroeid door het droogleggen van moerassen en bestrijden van muggen. De ziekte stond bij ons bekend als de polderziekte, omdat de muggen in dat soort gebied goed gedijen. Nederland, waar nog meer vochtige poldergrond is dan bij ons, is door de Wereldgezondheidsorganisatie pas in 1971 volledig malariavrij verklaard.

“De naam van de ziekte komt van het Italiaanse mal’aria, of ‘slechte lucht’. Vroeger dacht men dat men de ziekte kon oplopen door de slechte lucht van moerassen. Pas later is ontdekt dat het om een parasiet gaat die muggen als drager gebruikt.”

Malaria staat wel bekend als een zeer ernstige aandoening.

Van Den Broucke: “Malaria is geen virus, maar een bloedparasiet die door een mug wordt overgebracht. De symptomen zijn koorts, felle hoofdpijn, rillingen en spier- en gewrichtspijnen. De parasiet heeft een aantal varianten. De gevaarlijkste is de plasmodium falciparum, die hersenmalaria kan veroorzaken. Hij tast de rode bloedcellen aan, die hun buigzaamheid verliezen. Daardoor kunnen de bloedvaatjes in de hersenen verstopt raken. Dat kan leiden tot een verminderd bewustzijn, coma en zelfs de dood. Van de patiënten bij wie de hersenen zijn aangetast, sterft 15 à 20 procent.

“Het probleem is ook dat malaria in het begin nauwelijks van een gewone griep is te onderscheiden en dat de parasiet zijn gang kan gaan vóór er wordt ingegrepen. Maar een snelle behandeling is juist essentieel. Iemand die ’s morgens een banaal griepje lijkt te hebben, kan ’s avonds al op de intensive care in coma liggen. Zo snel kan het gaan.”

Ex-motorcrosser Stefan Everts speelde door een malaria-infectie meer dan de helft van zijn tenen kwijt.

Van Den Broucke: “Dat is zeldzaam bij malaria. Het komt alleen voor bij de zeer ernstige en vaak laat gediagnosticeerde vormen van de ziekte, waarbij een zeer groot deel van de rode bloedcellen is besmet. Bij Stefan Everts was een kwart van de rode bloedcellen door de parasiet geïnfecteerd, onder andere omdat zijn milt ooit is verwijderd, waardoor de parasiet vrij spel had. Vanaf een infectie van 2 procent van de bloedcellen spreekt men al van ernstige malaria. Een kwart is dus zeer hoog en acuut levensbedreigend. Je hebt dan 50 procent kans om eraan te overlijden. Bij die ernstige malaria ontstaan kleine bloedklontertjes die de haarvaatjes verstoppen. De tenen of de vingers krijgen geen bloed meer en sterven af. Dat verhoogt op zijn beurt weer het risico op infecties.”

Voor zwangere vrouwen is malaria ook gevaarlijk.

Van Den Broucke: “Ja, want de bloedvaatjes van de placenta kunnen verstopt raken. De baby krijgt dan geen voedingsstoffen meer, waardoor hij te vroeg geboren kan worden of te klein is bij de geboorte. Maar ook een spontane abortus is mogelijk.”

Een klein lichtpunt: wie een paar besmettingen overleeft, kan een weerstand opbouwen tegen de ziekte.

Van Den Broucke: “Dat klopt. In Centraal- en West-Afrika zijn zelfs bijna alle volwassenen immuun tegen malaria. De parasiet is vaak aanwezig in hun bloed zonder dat ze zich ziek voelen. In een vroeg stadium is de ziekte ook goed behandelbaar. Hoe later, hoe gevaarlijker de ziekte, en hoe groter de kans op complicaties. Wel vervelend is dat de parasiet snel resistent wordt tegen medicatie. Bij elk nieuw middel tegen malaria doken al na vijf à tien jaar de eerste resistente gevallen op. Men probeert dat nu te vermijden door verschillende geneesmiddelen te combineren.”

Van Bortel: “In Europa zijn er een aantal muggensoorten die malaria kunnen overdragen, maar wel de iets mildere vorm. In Griekenland duiken er soms gevallen op, omdat daar veel seizoensarbeiders op plantages werken, waar veel muggen zitten.

“De kans dat malaria naar onze contreien oprukt, acht ik wel veel kleiner dan de ziektes die door de tijgermug worden overgedragen. Ook omdat het verspreidingsgebied van de mug die malaria kan overbrengen heel beperkt is. Het zijn kieskeurige muggen die een zeer specifieke omgeving nodig hebben.”

Van Den Broucke: “Dat malaria hier is uitgeroeid, bewijst ook dat goede preventie werkt. Mochten er bij ons plots weer gevallen opduiken, dan zullen we meteen ingrijpen om een grote uitbraak te voorkomen.”

Een ander insect dat mogelijk naar onze streken komt en een vervelende parasiet kan overbrengen, is de zandvlieg.

Van Bortel: “Dat is een klein mugje dat bloed nodig heeft om te overleven. De parasiet die ze overbrengt, kan leishmaniasis of de zandmugziekte veroorzaken. De parasiet wordt door onder andere honden gedragen. De zandvlieg loopt het virus op door een besmette hond te bijten en kan het daarna op de mens overbrengen. Honden kunnen er trouwens zelf ziek van worden. Als je naar het zuiden gaat met je hond, is het altijd nuttig om het dier bij je thuiskomst te laten nakijken.

“Leishmaniasis komt nu al frequent voor in Spanje en Frankrijk. En hoewel zandvliegjes een zeer specifieke habitat nodig hebben, is het zeker mogelijk dat ze in de toekomst ook bij ons zullen opduiken.”

Van Den Broucke: “Leishmaniasis wordt ook weleens berglepra of witte lepra genoemd. Er zijn twee verschillende varianten van de ziekte. Je hebt orgaanleishmaniasis, waarbij er geen rode en witte bloedcellen en bloedplaatjes meer worden aangemaakt. Dat leidt tot bloedarmoede, een risico op infectieziekten, bloedingen, koorts, een uitgezette milt en een forse vermagering. Als het niet wordt behandeld, sterf je zeker.

“Daarnaast is er ook cutane leishmaniasis, die zweren op de huid veroorzaakt. Dat kan gaan om kleine knobbeltjes die na een tijdje vanzelf verdwijnen, maar ook om grote zweren op de huid en de slijmvliezen van neus, mond en oren. Er zijn veel subtypes van die ziekte. Sommige zullen zonder behandeling spontaan genezen, bij andere duurt het veel langer, en als het heel grote zweren zijn, blijft er zelfs na de behandeling vaak een litteken achter. De subtypes die de slijmvliezen aantasten, kunnen je erg verminken. Een oor dat half weg is, groeit niet terug, hè. Vooral mensen met een verzwakt immuunsysteem zijn vatbaar voor de parasiet, zoals hiv-patiënten of mensen die cortisone moeten nemen. Bij hen is de ziekte ook lastiger te behandelen.”

Nog een veel voorkomende tropische ziekte is gele koorts. Kunnen we die hier in de toekomst verwachten?

Van Bortel: “Het gelekoortsvirus wordt overgedragen door de aedes aegypti-mug. In de jaren 20 van de vorige eeuw kwam die nog voor in Europa, maar alleen in de havengebieden. Het grote verschil met de tijgermug is dat de aedes aegypti echt een tropische mug is. Ze heeft het veel moeilijker om zich aan te passen aan een milder klimaat. De eitjes overleven onze winters niet. Voorlopig zullen die ons tegen die mug beschermen. Maar als het warmer wordt, kunnen de omstandigheden wél gunstig worden voor de aedes aegypti.”

Van Den Broucke: “Mocht de ziekte hier opduiken, dan hoeven we niet te vrezen voor een massale uitbraak, want er bestaat een zeer goed vaccin tegen. De symptomen van gele koorts worden ook weleens de omgekeerde Belgische vlag genoemd. Eerst krijg je koorts met soms huiduitslag en griepsymptomen, de rode fase. In een volgende fase kan het virus de lever aantasten en krijg je geelzucht. Daaraan dankt de ziekte ook haar benaming. In een derde fase krijg je de symptomen van zeer ernstige dengue: een lage bloeddruk, bloed in de darmen en ook het braken van zwart bloed. Bij mensen die niet gevaccineerd zijn, sterft ongeveer 40 procent.”

In Centraal-Europa is er de laatste jaren een toename van het aantal gevallen van hersenontsteking na een tekenbeet. Onze winters zouden niet koud genoeg meer zijn om tekenlarven te doden, waardoor er de rest van het jaar veel meer teken zijn. En dus een grotere kans op de overdracht van virussen.

Van Bortel: “Het klimaat kan zeker een rol spelen, maar er zijn nog andere factoren. In de Baltische staten heeft de toename vooral te maken met landhervormingen en een andere inrichting van de openbare ruimte. Er worden minder velden als akkerland gebruikt, waardoor er meer lage begroeiing is en meer knaagdieren teken kunnen verspreiden.

“In sommige streken kan koude net de overlevingskansen van teken doen groeien, omdat sneeuw in de winter als een beschermende deken fungeert. Een warme winter betekent dus niet altijd dat er meer teken overleven. Heel droge zomers zijn dan weer zeer slecht voor teken, omdat ze snel uitdrogen en zeer gevoelig zijn voor schommelingen in de luchtvochtigheid.”

‘Nu overleven de eitjes van de gelekoorts­mug onze winters niet, maar als het warmer wordt, kan dat veranderen.’ Foto: groot­schalige bestrijding in parken in Montevideo, Uruguay

Wat wel vaststaat, is dat ze tekenencefalitis kunnen overbrengen. Wat voor een aandoening is dat?

Van Den Broucke: “Als je door een besmette teek wordt gebeten, zijn er twee fases: in de eerste vertoon je griepsymptomen, in de tweede fase krijg je allerlei neurologische verschijnselen. Dat kan gaan van armen of benen die niet meer functioneren tot de spraak die het laat afweten. Stuiptrekkingen, parkinsonachtige symptomen zoals beven, verwardheid of een verminderd bewustzijn kunnen ook voorkomen.”

Kan de ziekte worden behandeld?

Van Den Broucke: “Voor tekenencefalitis bestaat een vaccin. Mensen die naar Oost-Europa op reis gaan en van plan zijn om er in bossen of natuurparken te gaan wandelen, laten zich vooraf beter vaccineren.

“Bij tekenencefalitis wordt het virus onmiddellijk overgedragen, tenminste als de teek drager van het virus is.”

Wat als je het virus toch oploopt?

Van Den Broucke: “Dan kunnen alleen de symptomen worden behandeld. Aan tekenencefalitis kun je ook blijvende letsels overhouden. Als je neurologische problemen krijgt, is het moeilijk te voorspellen in welke mate je daarvan herstelt. 20 à 30 procent van de patiënten heeft na een jaar nog altijd klachten: een aangezichtszenuw die verlamd is, beven, epilepsieaanvallen… Het hangt ervan af welk gebied van de hersenen door het virus is aangetast.

“In Nederland zijn er al drie mensen die tekenencefalitis hebben opgelopen, en in België zijn er al antistoffen tegen het virus aangetroffen in het bloed van herten en wilde everzwijnen. Het virus zelf is nog niet gevonden, maar het circuleert hier waarschijnlijk wel.”

Daarnaast is het met teken ook opletten voor de ziekte van Lyme.

Van Den Broucke: “Ongeveer 10 à 15 procent van de teken die in België voorkomen, is drager van de borreliabacterie, die Lyme veroorzaakt. Als je de teek binnen de twee dagen verwijdert, is de kans heel klein dat de bacterie is overgebracht. Als je wel besmet bent, krijg je in de maand na de tekenbeet dikwijls een rode kring die almaar groter wordt. Als je het in dat stadium met antibiotica behandelt, zijn er in de meeste gevallen geen gevolgen. Soms kan het zich op de gewrichten zetten, en in bepaalde gevallen kan het ook neurologische klachten zoals verlammingen in het aangezicht of zenuwpijnen veroorzaken. Een controle op teken op je lichaam na een boswandeling is dus aangeraden. Een insectenwerend middel aanbrengen of een lange broek dragen helpt ook.”

In Duitsland duikt steeds vaker een teek op die zo groot is dat ze de reuzenteek werd gedoopt. Hoe bang moeten we ervoor zijn?

Van Bortel: “Het gaat om een teek van het geslacht hyalomma, waarvan een dertigtal verschillende soorten bestaan. Ze is groter dan de gewone teek, maar ze ‘reuzenteek’ noemen is misschien wat overdreven. (lacht) Ze komt voor in Zuid-Europa, Afrika en Azië en verspreidt zich vooral via trekvogels. In Duitsland is er ook een kleine populatie, wat opmerkelijk is voor een noordelijk gelegen land. Het is een teek die van open, droge landschappen houdt, terwijl de teek die bij ons voorkomt, zich in bossen ophoudt en op een vochtig microklimaat is gesteld.”

Is die hyalommateek gevaarlijker dan andere teken?

Van Bortel: “Ze kan andere virussen overdragen, zoals dat van de Krim-Congokoorts. In 2017 zijn er twee gevallen van dat virus gerapporteerd in Bulgarije.”

Van Den Broucke: “De Krim-Congokoorts is net als ebola een koorts die ernstige, mogelijk dodelijke bloedingen kan veroorzaken. Daarnaast kunnen de longen en de nieren het laten afweten. Ongeveer 30 procent van de besmette patiënten overleeft het niet.”

Van Bortel: “Voorlopig is de hyalommateek nog geen groot gevaar. In Zuid-Europa, waar ze toch vrij algemeen is, zijn er zelden besmettingen. Maar door de klimaatverandering kan ze zich ook noordelijker beginnen te nestelen.”

We moeten niet alleen rekening houden met bacteriën die door teken worden overgedragen. Door de stijgende temperatuur van het zeewater komen ook gevaarlijke bacteriën die in zout water leven steeds noordelijker voor, zoals de vibriobacterie in Scandinavië.

Van Den Broucke: “Dat is een bacterie die verwant is aan de cholerabacterie en in zout water te vinden is. Het is een van de weinige die je in de zee kunt oplopen. De bacterie kan huidwonden veroorzaken die zeer snel kunnen uitbreiden. Een kleine wonde kan zo het hele been of de arm aantasten. Het kan zo snel gaan dat de infectie niet meer onder controle te krijgen is, en soms moet er tot amputatie worden overgegaan. Ook om te vermijden dat de bacterie in het bloed terechtkomt en de patiënt een fatale bloedvergiftiging oploopt.

“Ook in Canada is de bacterie zeer recent aangetroffen in veel noordelijker wateren dan ze ooit tevoren werd gevonden.”

In Congo woedt al bijna een jaar een ebola-epidemie. Is er een kans dat we hier ooit met dat gevreesde virus te maken krijgen?

Van Den Broucke: “De natuurlijke drager van ebola is een vleermuissoort die bij ons niet voorkomt. Die zou zich door de klimaatverandering eerst hier moeten vestigen en – evenmin een evidentie – ook de juiste leefomstandigheden moeten vinden. Maar virussen en vleermuizen kunnen het in het algemeen zeer goed met elkaar vinden, dus het is niet uitgesloten dat het virus ooit een geschikte gastheer vindt bij een van onze inheemse vleermuizen.

“De besmetting van mens op mens gebeurt door contact met alle mogelijke lichaamsvochten: bloed, urine, speeksel, zweet, traanvocht, sperma… Het is dus een virus dat heel makkelijk wordt overgedragen. Als iemand in Congo besmet raakt, naar België reist en pas hier ziektesymptomen krijgt, kan die persoon hier ook anderen besmetten. Als we dan niet snel en accuraat ingrijpen, kan ook bij ons een epidemie uitbreken. We hebben gelukkig wel een plan klaar om in zo’n geval snel te reageren.”

Moeten we ons er nu op voorbereiden dat dengue, chikungunya, de westnijlziekte en malaria hier over een paar jaar even courant zijn als in de tropen? Of zal het zo’n vaart niet lopen?

Van Bortel: “Het is niet omdat de temperatuur stijgt, dat we hier ineens allerlei tropische ziekten zullen zien opduiken. Het klimaat speelt zeker een rol, maar ook de mens helpt in grote mate mee aan de verspreiding door het handels- en reizigersverkeer. Het klimaat kan er natuurlijk wel voor zorgen dat tropische ziekten makkelijker kunnen aarden in een nieuw gebied.”

Van Den Broucke: “Je moet ook altijd uitkijken met voorspellingen, want die houden nooit rekening met de reactie van de mens op mogelijke ontwikkelingen. Een mooi voorbeeld zijn de modellen voor de verspreiding van malaria in de jaren 90: die voorspelden een desastreus scenario, maar in werkelijkheid is het aantal malariagevallen wereldwijd net sterk afgenomen.

“Dat wil uiteraard niet zeggen dat we de mogelijke dreiging niet ernstig moeten nemen, maar we mogen vooral niet panikeren. Voor veel van die tropische ziekten kunnen we in het Westen voldoende maatregelen nemen om te voorkomen dat hun verspreiding ernstige proporties aanneemt.”

Van Bortel: “Een muskietennet is voorlopig niet nodig, maar een goede hor voor het raam kan geen kwaad. Al was het maar om de gewone, óók zeer vervelende muggen buiten te houden. (lacht)

© Humo

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
© 2019 MEDIALAAN nv - alle rechten voorbehouden