Zaterdag 28/11/2020

De trein die Tsjechov miste

In 2016 rijdt de Trans Siberië Express precies honderd jaar door Rusland. De roemrijke spoorlijn is populair bij locals, maar vooral ook bij toeristen. Want er bestaat geen betere manier om, zo snel mogelijk, zoveel mogelijk van het enorme land te leren kennen.

Al bijna dertig jaar kom ik in Rusland. Ik heb het land volledig doorkruist, van oost naar west, van noord tot zuid, van Sint-Petersburg tot Ochotsk en van het Altaj-gebergte tot de rivier Kolyma. Per trein, vliegtuig, minibusje, zelfs achter op een sneeuwscooter.

Dit voorjaar was de Russische spoorlijn BAM, de Bajkal Amoer Magistral, mijn reisdoel. Om daar te komen, nam ik eerst die andere, beroemdere spoorlijn, de Trans Siberië Express, en wel met de 'Sonderzug' Zarengold. Reizen door Rusland was nooit comfortabeler.

Anton Pavlovitsj Tsjechov, de theaterschrijver, ervoer het wel anders toen hij in 1890 naar het eiland Sachalin reisde voor een studie naar de strafkampen daar. De spoorwegen reikten slechts tot de Oeral, vanaf daar moest de beroemde Rus per koets heel Siberië en Ruslands Verre Oosten door. Vanwege de notoir slechte wegen in Rusland werd zijn reis een ware helletocht.

Tsjechov begon zijn reis eind april. Overdag was de 'grote Siberische postweg' vaak een modderpoel door de overvloedige regenval, terwijl, klaagde hij, "'s avonds de grond begint te bevriezen en modder in steenharde kluiten verandert. Het rijtuig hotst, ratelt en jankt in alle toonaarden. En koud! Nergens huizen, geen tegenliggers... Niets beweegt in de duisternis, niets maakt geluid; je hoort alleen hoe het rijtuig over de bevroren wegen bonkt (...)". De schrijver annex arts bereikte na tachtig dagen meer dood dan levend zijn bestemming.

Mysterieus raadsel

De onbereikbaarheid van Ruslands oostelijke territoria was een onhoudbare toestand, zeker met de dreiging van China en Japan op de achtergrond. De tijd was rijp voor een drastische ingreep. In 1891 besloten de Russen om 's werelds langste spoorlijn aan te leggen, in tien jaar tijd.

Nu, 125 jaar later, kunnen wij, de achterkleinkinderen van Tsjechov als het ware, de 9.298 km naar de Stille Oceaan in minder dan een week afleggen. En ik zal niet beweren dat Rusland zich helemaal voor je ontsluit - als cliché citeren we dan Winston Churchill die Rusland een raadsel noemde "verpakt in een mysterie binnen een raadsel".

Maar naar mijn idee is een reis met de Trans Siberië Express wel dé manier om in de kortst mogelijke tijd zoveel mogelijk Rusland te leren kennen. Met een halve kilometer trein achter je aan rijd je door zeven tijdzones en passeer je vier van 's werelds grootste rivieren. En als je dan ook nog de verhalen en romans van Tsjechov en Dostojevski als reisgezel bij je hebt, kom je een heel eind.

De meeste mensen weten dat Rusland een gigantisch land is, qua oppervlakte past België er zo'n 400 keer in. Er wonen 143 miljoen mensen, van 160 (!) verschillende nationaliteiten. Toch denkt menigeen bij Russen aan Vladimir Poetin en Joeri Gagarin. Of in ieder geval aan een christen of atheïst met een blanke huidskleur.

Rusland is veel méér dan dat. Er wonen moslims, boeddhisten, sjamanisten, joden, en het christendom komt er in vele gedaantes. Tataren, Evenken, Tadzjieken, Oekraïners, Jakoeten, Armeniërs, ga zo maar door. En dát merk je met de Trans Siberië Express. Je krijgt een uitstekende indruk van de verscheidene dimensies van dit kolossale wereldrijk.

Pantoffels en sprotjes

Russen zijn gewend aan lange treinreizen, ze stellen zich er geheel op in en maken van hun coupé een tijdelijke huiskamer. Willen toeristen nog wel eens uitstappen om een stad of natuurgebied te bezichtigen, de meeste autochtonen reizen gewoon van A naar B, zonder pauzes duurt het al lang genoeg. De reiziger maakt het zich dus zo comfortabel mogelijk. Tien minuten na vertrek hebben velen zich al omgekleed: schoenen zijn vervangen door slippers of pantoffels, mannen dragen nu een korte broek of een trainingsbroek, vrouwen vaak een legging of eveneens een korte broek.

Eenmaal in zijn makkelijke kloffie haalt de Russische reiziger een kleedje uit zijn tas tevoorschijn, spreidt het uit op het tafeltje bij het raam, stalt er glazen en theekoppen uit, limonade of mineraalwater (zelf meegenomen alcohol nuttigen is tegenwoordig streng verboden), trommels en blikken met augurken, tomaten, eieren. In een krant zitten worst, en vis, meestal gedroogd. Een blikje met sprotjes maakt het rijdende stilleven compleet.

Hoewel de gemiddelde westerling misschien niet in jubelstemming raakt van dit proviand, loopt het water hem al snel in de mond, zo smakelijk zitten de Russische reizigers te eten. Meestal heeft hij geluk: als het etende gezelschap uit twee of drie reizigers bestaat, krijgen de coupégenoten zeker ook wat aangeboden. Zelf is het mij meer dan eens overkomen dat mensen met wie ik nog nauwelijks een woord had gewisseld, behalve het obligate zdravstvoejte (goedendag), me hun halve maaltijd aanboden. Zo'n man alleen, en dan nog een westerling die natuurlijk geen eten heeft ingeslagen, is een beetje zielig, die kun je toch niet laten verhongeren?

Zitten er twee duo's in de coupé, dan pakt het eerste duo na gedane zaken de etenswaar weer netjes in, om zo het andere stel het tafeltje ter beschikking te stellen. Daar komen doorgaans weinig woorden bij kijken, de reizigers wisselen elkaar keurig af, dat hoort bij de treinmores.

Bye bye baboesjka

Een andere ongeschreven regel luidt dat de heren 's ochtends en 's avonds de coupé een kwartiertje verlaten, om zo de dames de gelegenheid te geven zich voor dag of nacht te soigneren. Russische mannen kunnen heel galant zijn. En, het is waar, Russen lijken vaak onvriendelijk en moeilijk benaderbaar. Als je ze echter beter leert kennen, zijn ze juist heel hartelijk en doen ze alles voor je, ze zijn veel minder gereserveerd dan de gemiddelde westerling. Zeker in de trein kom je daar snel achter.

Bijna alle treinen op de trans-Siberische route hebben één of meerdere restaurants. Maar de gewone Rus zie je daar niet zo vaak; hij haalt zijn hete water (kipjatók) voor thee, noedels of soep uit de samovar bij de conducteur en de rest van zijn proviand heeft hij bij zich of koopt hij in een van de kiosken op het station.

De massa's baboesjka's die vroeger op het perron hun waar aanprezen, zijn tegenwoordig een zeldzaamheid. De dames boden allerlei soorten drankjes, brood, pasteitjes, worst, vis en blini aan. Russische reizigers wisten precies wat ze waar konden verwachten en kochten gretig. Ik heb de indruk dat de Russische spoorwegen deze vorm van nering aan banden hebben gelegd, ze incasseren de omzet liever zelf. Het wemelt nu van de kiosken op de stations.

Onder of boven

De meeste westerlingen op de Transsib reizen in een standaardwagon die negen coupés bevat met vier ligplaatsen van rood leer. De onderste twee ligplaatsen dienen overdag als zitplaatsen, ook voor de mensen op de bovenste twee bedden. Het vereist een milde vorm van acrobatiek om via een trapje op de bovenste bedden te klauteren. Deze plaatsen zijn dan ook goedkoper dan de onderste. Maar een voordeel van een plek bovenin is dat je altijd kunt gaan liggen als je daar zin in hebt, een privilege dat onderin veel moeilijker waar te maken is.

Het beddengoed krijgt de reiziger uitgereikt door de conducteur of - meestal - conductrice. Een hoeslaken, een gewoon laken, een kussensloop en een handdoekje. Alles smetteloos wit, wat een mooi contrast vormt met de vaak wat zompige matras en bruinige kussens. De bedden zijn 1,85 meter lang en 60 centimeter breed. Nog nooit heb ik gehoord dat iemand uit bed is gevallen, de bovenste britsen staan een tikkeltje scheef, en meestal zit er nog een beschermbeugel aan.

Ik slaap trouwens uitstekend in de trein. De cadans hypnotiseert en brengt me in een soort trance, het regelmatige schudden heeft hetzelfde effect op me als het Wiegenlied van Brahms. Niet dat er niet genoeg te doen is aan boord: lezen, schaken (op een van mijn reizen heb ik zeker tien potjes gespeeld met de Chinese tolk Russisch van de trein), eten, uitstappen op de stations, kletsen met je coupégenoten, naar buiten kijken. Ook heb ik eens Noord-Koreaanse sigaretten gerookt met leden van een delegatie die in Moskou aan een stuntvliegshow had deelgenomen en op weg terug was naar huis.

Maar deze keer reis ik dus in een luxetoeristentrein, de Zarengold. Alles is chic, met veel rood pluche, koperen deurkrukken en houten lambriseringen, een mobiel paleisje kortom. Ik deel mijn coupé met een Russische fotograaf, in de coupé naast ons woont een Amerikaanse dame, gedrieën beschikken we zelfs over een douchecabine, tussen onze coupés. Ook nu is er volop vertier aan boord: lezingen, Russische les, een wodkaproeverij. Drie keer per dag wacht ons een smakelijk maal in de restaurantwagon. En omdat ik daarna in mijn eentje de BAM ga doen, eet ik gretig.

Majestueuze natuur

Tsjechov vond de eerste 2.000 werst (1 werst is 1,06 km) van zijn reis oersaai, het werd pas interessant vanaf Krasnojarsk: "De oorspronkelijke, majestueuze en prachtige natuur begint pas voorbij de Jenisej", schreef hij. Maar hij zat natuurlijk in een hobbelig rijtuig en kon weinig anders doen dan naar buiten kijken.

Wij westerlingen, die comfortabel reizen en geen haast hebben, moeten beslist een aantal keer uitstappen. Al was het maar om de Russische sfeer te proeven en de Siberische lucht in te ademen. Na Moskou bezoek je Kazan, de hoofdstad van de autonome republiek Tatarstan, waar in het magnifieke Kremlin (vesting) een moskee en Russisch-orthodoxe kerk eendrachtig naast elkaar staan. In Jekaterinenburg ga je naar de plek waar in 1918 tsaar Nicolaas II met zijn gezin is vermoord en waar nu een kerk ter nagedachtenis staat; in Novosibirsk zie je een Sovjetstad die haar bestaan aan de spoorlijn heeft te danken, en waar het enorme station de vorm heeft van een locomotief.

Het Bajkalmeer bezoek je vanuit de oude handelsstad Irkoetsk of vanuit Ulan-Ude, een vriendelijke stad met een aantal boeddhistische kloosters en het grootste Leninhoofd ter wereld. In Ulan-Ude heb je voor het eerst het idee echt in Azië te zijn. De Boerjaten, die nauw aan de Mongolen verwant zijn, domineren het straatbeeld. Ongetwijfeld zie je ergens bij het Bajkal lintjes in een boom hangen, een oud gebruik waarbij de goden worden aangeroepen: naast het boeddhisme is sjamanisme de dominante godsdienst in Boerjatië.

Na Ulan-Ude splitst de spoorlijn zich en sta je voor de keuze om verder via de Transsib te reizen richting Vladivostok, of naar het zuiden af te buigen met de Trans Mongolië Express naar Peking. En waar in Boerjatië het nomadenbestaan met de traditionele joerts grotendeels verdwenen is, zijn de nomadententen van viltdoek in de 'Mongoolse Alpen' en op de steppe nog volop aanwezig.

Mijn favoriet in Siberië is het Bajkalmeer. Het gigantische Bajkal is ruim 600 km lang en tot wel 1.600 meter diep en bevat 20 procent van al het zoet water op aarde. Honderden rivieren, beken en stroompjes voeden het meer, terwijl er maar één rivier uit stroomt: de Angara. De bergketens rondom zijn tot in juni bedekt met sneeuw.

Sabeldieren

Ook Anton Tsjechov was verrukt over het Bajkal, in een brief aan zijn uitgever schreef hij in juni 1890: "Het Bajkalmeer is prachtig en de Siberiërs noemen het niet voor niets een zee in plaats van een meer. Het water is onwaarschijnlijk doorzichtig, zodat je er als door lucht doorheen kijkt; de kleur is zacht turquoise, erg aangenaam voor het oog. De oevers zijn bergachtig, bedekt met bossen, rondom heerst onafzienbare, ondoordringbare wildernis. Er is een overvloed aan beren, sabeldieren, wilde geiten en allerlei ander wild."

In het water van het Bajkal leven eveneens unieke diersoorten, waarvan de nerpa, de enige zoetwaterzeehond ter wereld. Als je geluk hebt zie je er een, vooral in de winter tref je ze op ijsschotsen aan. Ik had dat geluk niet, wel heb ik nerpa gegeten, een piepklein stukje. Het vlees was paars en draderig, niet lekker. Een Russische reisgezel genoot er trouwens wel van. Precies zoals het hoort, vertelden de jagers me: de helft van de mensen vindt het heerlijk, de andere helft walgt ervan.

Andere bijzondere wezens van het Bajkal zijn de omoel, een zalmachtige houting en de golomjanka, een doorzichtige vis zonder schubben en zwemblaas die ook nog eens haar jongen levend baart. Beide vissen zijn te koop op de markt van het dorpje Listvjanka. Ik ben niet zo'n viseter, maar gerookte omoel is verrukkelijk.

In vroeger jaren reed de Transsib over de 'Bajkal-rondweg': een lijn van 89 km met 39 tunnels die langs de zuidelijke oever voerde. Met de oplevering in 1956 van een korter traject bij Irkoetsk verloor de rondweg zijn betekenis en sindsdien rijdt er een enkel plaatselijk boemeltje en soms een gereserveerde trein over dit misschien wel fraaiste stuk van de trans-Siberische spoorlijn. Zelf reed ik er met de Zarengold voor de eerste keer overheen, en ja, het is een terechte kandidaat voor de Wereld Erfgoedlijst van Unesco.

Dronken stad

Tsjechov heeft het Bajkal nooit meer bezocht. Zijn bezoek aan Siberië bleef eenmalig, de terugreis ging overzee, via Colombo en Port Said. De Siberische steden zijn nog altijd trots en dankbaar dat de beroemde schrijver in hun midden is geweest, vrijwel overal staat een standbeeld ter ere van hem.

Alleen in Tomsk hebben ze een karikaturaal gedrocht neergezet. De schrijver had zich neerbuigend over de "saaie, dronken" stad uitgelaten; exact honderd jaar na zijn dood wreekte Tomsk zich met een standbeeld van Tsjechov 'gezien vanuit de ogen van een dronkenlap', een sneer naar zijn verhalen.

Evenmin heeft hij de Trans Siberië Express bereisd. Het zou ook nauwelijks hebben gekund, zijn gezondheid liet hem in de steek en hij was genoodzaakt om te gaan kuren in het Duitse Badenweiler, waar hij in juli 1904 overleed. De haast Tsjechoviaanse ironie van het lot wil dat hij daarna voor het eerst in een soort Sonderzug reisde: zijn lichaam werd naar Petersburg vervoerd in een wagon met het opschrift 'verse oesters'.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234