Dinsdag 19/11/2019

De tragedie van al-Andalus (2)

in het centraal station van madrid bracht al-qaeda het gros van de moordende bommen tot ontploffing

'Volgende halte: Atocha'

Met de smeltende sneeuw schuif ik van de Asturische bergen, het niemandsland van de Meseta tegemoet, waar de leegte nog dezelfde is als duizend jaar geleden. Ik haal Alsa-bussen in en kruis opnieuw de Camino de Santiago, de pelgrimsweg naar het graf van de Morendoder, want zo werd Santiago, Sint-Jacob, in vervlogen tijden genoemd: Matamoros.

Richting Afrika. Eerst Madrid. Mijn auto overbrugt in enkele uren waar de christelijke koningen eeuwen voor nodig hadden. Halfweg de Meseta stop ik bij een verloren gelegd Visigotisch kerkje. Gebouwd in de zevende eeuw, nog vóór Tariq met zijn moslimleger de Straat van Gibraltar overstak. Een pre-islamitisch kerkje, het zuivere Spanje waar de heroveraars naar terugwilden.

De Reconquista betekende de langzame verchristelijking van het islamitische Spanje zonder dat de islam werd uitgewist, maar volgens de officiële versie was het een marathon van glorieuze veldslagen tegen de vijanden van het kruis, remakes van de slag bij Covadonga.

Ik had ook een andere route kunnen volgen, meer naar de oostkust toe, waar de Reconquista wat trager ging en aangevuurd werd van het koninkrijk Aragón, de regio die nog steeds vier afgehakte moslimhoofden in zijn vlag heeft. Maar ik verkies Asturië-Madrid, vanwege de geschiedenis van gisteren. Ik volg het spoor van 11-M. Toevallig is de voorbereiding van het bloedbad in Asturië begonnen. Het is in een van de kleine mijnen tussen de mistige bergen die ik achter mij heb gelaten, dat de terroristen hun dynamiet hebben gehaald, met de hulp van een Spaanse ex-mijnwerker uit Avilés, niet eens zo ver van Covadonga vandaan.

De eerste lading werd per koerier naar Madrid gebracht, op de nachtbus van Alsa, daarbij min of meer de Reconquista-route volgend - Ironie der Geschichte. De laatste lading kwam de Marokkaan Jamal Ahmidan met de auto ophalen. Ahmidan was een drugstrafikant, El Chino noemden ze hem in het milieu, De Chinees.

Eerst belandde het dynamiet in een huisje op de grens van Chinchón en Morata de Tajuña, in de grauwe heuvels net buiten de hoofdstad. Een onschuldig zomerhuisje ziet het er uit, maar het 'casa de Morata', zoals heel Spanje het nu noemt, heeft een dodelijke pedigree. De eigenaar is de Syriër Mohamed Needl, in 2001 door rechter Garzón gevangengezet in de grote operatie tegen de Spaanse Al-Qaeda-cel. De eerste huurder, in 2002, was Mustaphá Maymouni - sinds 2003 in de Marokkaanse gevangenis voor de aanslag in Casablanca. De laatste huurder was El Chino.

Hier, aan kilometer 14 van de M-313, kwam bijna het hele 11-M-commando bijeen in de drie maanden voor de aanslag. Hier koppelden ze het dynamiet aan de ontstekers en de gsm's. Ver moesten ze de ochtend van 11 maart niet rijden om de bommen op de trein te zetten. Ze kozen voor het station van Alcalá de Henares, om de vijf minuten een trein naar de hoofdstad - Alcalá, een van die vele Spaanse plaatsnamen met Arabische wortels.

191 doden, 2.061 gewonden. Aan het station van Alcalá staat nu een standbeeld. Het verbeeldt gewone mensen, gezinnen, kinderen. Veel slachtoffers stapten hier op, samen met de terroristen. De onvermijdelijke bloemen bij het beeld. En de kaarsen, die nog steeds branden. Ik laat er mijn auto achter en stap op de trein, richting Atocha. Koude grijze plastic zitjes, waarop mensen hun laatste minuten hebben doorgebracht. Rond mij hoor ik de hele wereld, Oost-Europees gekeuvel, Aziatisch gekakel, zoals het ook een jaar geleden moet hebben geklonken. De buitenwijken van de hoofdstad. Santa Eugenia, El Pozo - de eerste doelwitten.

'Proxima parada: Atocha.' Volgende halte, Atocha - de twee andere treinen. De eerste trein werd opengereten aan perron 2, waar ik uitstap. Ik zie weer de beelden die de bewakingscamera's hier maakten: vluchtende mensen, sommigen die even aarzelden en door een volgende lading dynamiet werden ingehaald. Ik verlaat het station tussen kaarsen en bloemen, denk onwillekeurig aan de Marokkaanse Farida die mij hier vorige week in tranen over haar omgekomen neef vertelde, aan de moslimjongeren die hier openlijk het terrorisme in hun naam vervloekten.

Van Atocha is het amper enkele minuten stappen naar Lavapiés, het symbool van het multiculturele Madrid, waar je in het avondlijke geroezemoes op de pleintjes verre continenten hoort. Je struikelt er over de bazaars, textielgroothandels en restaurantjes. En de locutorios, de belwinkels waar je gsm's en telefoonkaarten kunt kopen, en goedkoop naar het buitenland kunt bellen. Bij de belwinkel in de Calle Tribulete is het rolluik naar beneden gelaten. De naam is nog net zichtbaar, 'El Nuevo Siglo', De Nieuwe Eeuw. Jamal Zougam werkte er, een Marokkaan die al jaren in Spanje woonde en twee dagen na 11-M als eerste verdachte werd opgepakt. Hij heeft connecties met de Spaanse Al-Qaeda-cel en is door de treinreizigers herkend.

Sindsdien lijkt Lavapiés niet meer hetzelfde, je hebt de indruk dat Marokkanen er bekeken worden. En niet alleen in Lavapiés. "Als men na de aanslagen iemand Arabisch hoorde praten, draaiden de hoofden zich meteen om, je trok meteen de aandacht", zegt Mustapha El M'Rabet. "Dat gebeurt nu eenmaal in een samenleving die een zware slag heeft gekregen. Maar ze vergeten dat ook wij een zware slag hebben gekregen, niet alleen omdat er ook Marokkanen waren onder de doden - er waren er drie - maar ook omdat de daders Marokkanen waren, en in naam van de islam hadden gehandeld."

Mustapha El M'Rabet is voorzitter van de Vereniging van Marokkaanse Migranten en Arbeiders in Spanje (Atime). Met zo'n half miljoen zijn ze, legalen en illegalen samen, de grootste groep migranten in het land, een perfecte dekmantel voor wie kwaad in de zin heeft. Opvallend genoeg ondervond de Marokkaanse gemeenschap geen represailles na 11-M, zegt M'Rabet. Wat in Nederland na de moord op Theo van Gogh gebeurde, bleef in Spanje uit. "Kort na de aanslagen kregen veel Marokkanen wel beledigingen naar het hoofd geslingerd: Moren buiten, keer terug naar jullie land, klote-Moren. Dat was niets nieuws, het was alleen veel meer emotioneel geladen. Hier in Atime kregen we e-mails en telefoons met bedreigingen. Sommige Marokkanen werden ontslagen. De sfeer was zeer gespannen. Maar er zijn geen aanvallen geweest. Het was niet zoals in El Ejido in 2000, toen molotovcocktails werden gegooid.

"Een afdoende verklaring is moeilijk. Op zaterdag 13 maart om 20 uur kondigde de minister van Binnenlandse Zaken in een persconferentie aan dat er drie Marokkanen waren aangehouden. 's Anderdaags waren er verkiezingen. Daar waren de mensen mee bezig. Waren er geen verkiezingen geweest, dan hadden er volgens mij zaken kunnen gebeuren. Ook de oproep tot kalmte door de autoriteiten heeft geholpen. Vanuit Atime hebben we nog een aparte oproep tot de Marokkaanse gemeenschap gedaan. Ga niet in op provocaties, vermijd openbare plaatsen, doe een stap achteruit. Anderzijds is het nog te vroeg. Eén jaar is niet genoeg om de reactie te peilen."

Van een radicalisering in de moslimwereld merkt M'Rabet niets. Heimwee naar al-Andalus is er zeker niet. "Sommigen in de moslimwereld willen naar het verleden terug, maar dit veralgemenen naar de hele gemeenschap is de zwaarste fout die men kan maken." Een heel ander verhaal hoor ik in de Cortes Generales, het Spaanse parlement, waar ik heb afgesproken met Gustavo de Arístegui, de islamspecialist van de Partido Popular. In de jaren negentig was hij diplomaat in Libië en Jordanië, vorig jaar publiceerde hij zijn eerste boek, Het islamisme tegen de islam, ondertussen al aan zijn derde druk toe.

Ook voor De Arístegui is Covadonga het begin van de Reconquista ("Daar zijn de historici het over eens"). Wat ex-premier Aznar, zijn partijgenoot, vorig jaar in Washington verklaarde (het "succes" van de Reconquista die de christelijke "identiteit" moest "recupereren"), daarmee is niets mis volgens hem ("We maken er toch ook geen probleem van dat de identiteit van Duitsland of Denemarken via oorlogen tot stand is gekomen"). Maar nog voor ik mijn eerste vraag kan stellen begint hij over een nieuwe moskee in Tarifa, het meest zuidelijke punt van Spanje. "In Tarifa heeft Tariq voet aan wal gezet om Spanje te veroveren voor de islam. De moskee is gefinancierd met Saoedi-Arabisch geld en heeft een zeer belangrijke symbolische waarde. Het is een hommage aan Tariq. De moskee wil het symbool zijn van de herovering van al-Andalus voor de islam, van de her-islamisering van Spanje. Het is een duidelijke provocatie.

"Het radicale islamisme is geobsedeerd door al-Andalus. Ze willen terug naar de mythe van al-Andalus, naar het hoogtepunt van de islambeschaving. Ze geloven dat het verlies van al-Andalus het begin betekende van de vernedering van de islam door het Westen. Ze beschouwen Spanje, al-Andalus, nu als een afvallige staat en afvallige staten moeten gestraft worden, en de straf voor afvalligheid is de dood. De vierde reden voor die obsessie is wraak. Nergens ter wereld zijn politie en justitie efficiënter tegen dit soort terrorisme dan in Spanje. Irak is geen reden, Irak is een excuus, Irak maakt geen deel uit van de islamistische ideologie."

"Toen ik mijn boek schreef dacht ik dat deze ideeën vooral geworteld waren in de radicaal-islamistische, ultraconservatieve sectoren en in toenemende mate conservatieve sectoren", zegt de Arístegui. "Maar onlangs las ik een boek van Britse moslims die als gematigd bekend staan: The No-Nonsense Guide to Islam. Wanneer het boek de oorzaak van de expansie van het radicaal-islamisme uitlegt, benadrukt het het kolonialisme. En voor hen begint het kolonialisme - stelt u zich voor - bij de slag bij Covadonga. Dat zegt een mevrouw die producer van religieuze programma's bij de BBC is. Onlangs verscheen een volle pagina in The Arabian Gazette, in Saoedi-Arabië, die de goede moslims aanspoorde om al-Andalus te heroveren als een religieuze en morele verplichting.

"In Europa situeert het risico zich nu vooral in Frankrijk en in toenemende mate in België. Dat zijn de enige landen met Maghrebijnse migranten van de derde generatie; in Spanje zijn ze pas aan de tweede generatie toe. Volgens mij loopt die derde generatie het meeste risico door de radicalen te worden ingelijfd door hun gebrek aan identiteit. De islamistische ronselaar zegt hen dan: maak je geen zorgen dat jullie geen Fransen of Belgen zijn, jullie zíjn geen Fransen of geen Belgen, Frankrijk en België zijn de vijand; maak je geen zorgen dat je je geen Marokkaan of Algerijn voelt, Marokko en Algerije zijn uitvindingen van de koloniale machten; jullie zijn moslims, en soldaten van al-Lá, en ik geef jullie een zaak om voor te vechten, ik geef jullie bescherming, ik geef jullie leven een zin."

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234