Zaterdag 14/12/2019

Interview

De tovenaar in St-Truiden-trainer Marc Brys: “Voetballers zijn als kinderen”

Beeld Thomas Sweertvaegher

“Ook ik heb wel eens gedacht: ik ben de beste van de wereld.” Het ging voorbij, zoals bij iede­reen, en nu geniét Marc Brys (56) gewoon: een goeie ploeg, een ijzer­sterke reputatie, misschien play-off 1 halen en daarna de niet te weigeren aan­biedingen van grote clubs. Ein-de-lijk.  

“Bedankt om tot hier te komen”, zegt de pers­chef welgemeend. En de trainer is bij het afscheid zowaar bezorgd: “Moet je geen colaatje voor onderweg in de auto? Het is nog ver rijden voor jou.” Die gastvrijheid houdt op aan de poorten van het oefencomplex in de St-Jans­straat. Op Staaien, het voetbal­stadion van STVV, geldt voor de concurrentie het predikaat vervelend, zoals in maar één keer verloren in dertien thuiswedstrijden en meer dan de helft daarvan gewonnen.

Sint-Truidense Voetbal­Vereniging beleeft een topseizoen, net als in 2009-2010, toen het vijfde was na de reguliere competitie en vierde eindigde na de play-offs. Simon Mignolet stond toen nog in doel en Guido Brepoels was er trainer.

In bijna honderd jaar bestaan nooit iets gewonnen, geen beker, geen lands­titel – één verloren finale en één keer tweede in de jaren 60 was het hoogste – maar wel eens in de zoveel jaar een uitschieter. Schaarstebeheer is het lot van een kleine traditieclub en de schaarstemanager met dienst heet Marc Brys, onlosmakelijk verbonden met Beerschot in welke (fusie)vorm dan ook, maar vorig jaar verrassend de E313 richting Hasselt opgereden, afslag Sint-Truiden genomen en daar als kleine ‘lelijke’ eendje tussen de grote clubs de lange weg naar play-off 1 ingeslagen.

Wie is Marc Brys?

• geboren op 10 mei 1962 in Antwerpen
• voormalig voetballer en politie-inspecteur
• begon in 1998 ­carrière als trainer, was coach van o.m. Berchem, Germinal Beerschot, Moes­kroen, Den Bosch, KV Mechelen en Beerschot Wilrijk
• won in 2005 met Germinal Beerschot de Beker van België
• werd met Beer­schot Wilrijk in 2017 kampioen in de eerste amateur­klasse, miste in 2018 nipt promotie naar eerste klasse
• sinds dit seizoen coach van Sint-Truiden, dat volop meestrijdt voor een plaats in play-off 1   

Hoe hebt u dat voor elkaar gekregen? Hard werken, liet ik mij vertellen.

Marc Brys: “Hard werken, veel trainen dus, vind ik al lang geen compliment meer. Ik wil gericht en doordacht trainen omdat er veel facetten te trainen zijn. Niet alleen het conditionele. Voetbal is onvoorspelbaar en alles wat je een beetje kan trainen, kan je helpen om het onvoorspelbare voorspelbaarder te maken.

“Op stage in het Spaanse Pinatar trainden wij soms drie keer per dag, te beginnen met een ochtendloop. Dat is onze manier. Er zijn ploegen die kampioen spelen door een heel jaar te biljarten. Oké, dan is dat nog een methode. Anderlecht zat ook in Pinatar. Die trainden een uur en twintig minuten per dag. Ik ken de Nederlandse aanpak en uiteraard is er meer dan één weg die naar succes leidt, maar toch verbaas ik mij vervolgens over een opmerking van de Anderlecht-trainer dat het conditioneel niet goed zit. Met een weekje stage kan je dat niet recht­trekken, maar je had wel een begin kunnen maken.

Marc Brys: ‘Ik heb een nota­boekje naast mijn bed liggen. Soms word ik gewoon wakker van een voetbal­idee en schrijf ik dat meteen op.’ Beeld Thomas Sweertvaegher

“Als een training wegvalt, zoals vandaag, heb ik het daar lastig mee, want er is zoveel nog te trainen in de aanloop naar de volgende wedstrijd. Het was mijn beslissing. Er is deze ochtend scherp getraind en gisterenmiddag hebben we in Neerpede een gesloten oefenwedstrijd gespeeld tegen Anderlecht. De training vanmiddag zou toch maar minder zijn geweest en dat wil ik dan ook weer niet.”

Veel trainen, als het tenminste plezant blijft, bevordert het groeps­gevoel.

“Ik heb het ook andersom zien werken. Het seizoen dat ik werkloos was (2015-’16, HV) ,ben ik overal wat gaan kijken. Grote en kleine clubs. Bij AC Milan was er misschien één moment in de week dat de hele ploeg elkaar zag. De rest van de tijd trainden ze daar individueel of per linie.

“De groep is iets van elke dag. Ook van deze zaal waar we nu zitten. Elke veertien dagen wordt de tafel­bezetting veranderd. Dan krijg je de situatie dat Daichi Kamada, die nagenoeg alleen Japans spreekt, ineens tegenover Yohan Boli komt te zitten, die bijna alleen Frans spreekt. Na twee dagen begrijpen ze elkaar nog niet, maar ze lachen wel samen om de stomste dingen. Daarvoor klaagden ze elk over elkaar dat ze geen ballen kregen. Dat is veranderd nadat ze samen aan tafel zaten.”

Doet u iets aparts met het oog op die laatste wedstrijden waarin u die vier punten voorsprong op Anderlecht en AA Gent moet verdedigen?

“Ik heb mijn coaching aangepast. Spelers zijn net als kinderen, je kan er niet altijd op dezelfde manier mee omgaan. Ze moeten af en toe schrikken van wat je doet of zegt, zodat ze alert blijven. Deze vijf wedstrijden moeten we absoluut op de afspraak zijn, dus coach ik nu veel scherper. Ik zal ook harder en directer zijn tegen een aantal sterkhouders in de ploeg. Neem hem hier. (Texeira loopt achter ons langs.) Ik heb Texeira gevraagd wat scherpte in de groep te krijgen.”

De speelstijl van STVV noemt men wel eens onrespectvol ‘kameleon­voetbal’.

“Als ze bedoelen dat we ons aanpassen aan de specifieke gebreken van een tegenstander, dan is dat helemaal juist. Als ze bedoelen dat we niet willen voetballen, dan is dat fout. Wij proberen academisch, mooi en efficiënt te voetballen. Ik ben dit jaar geen enkele wedstrijd begonnen zonder de intentie te winnen, behalve dan tegen Genk thuis na de winter­stop. Ik had spelers op de Asia Cup, De Norre en Bezus waren weg en er ontbraken er nog. Toen hebben we gespeeld om niet te verliezen, maar we verloren wel. 

“In Genk hebben we een punt gehaald en konden we hebben gewonnen. STVV speelde man­dekking over het hele veld, werd dan smalend gezegd. Neen, alleen op onze helft met de intentie bepaalde spelers in balbezit te duwen. Bovendien is het voetbal van Genk en Clement - een vernieuwer voor wie ik bewondering heb - gericht op het uit elkaar spelen van de zone­verdediging. Dus speel ik mandekking, logisch toch?”

Een vakman, is uw reputatie. Als u play-off 1 haalt, zullen de Belgische topclubs aan uw deur staan.

“Ik heb die ambitie en af en toe was ik er al eens heel dicht bij, maar om verschillende redenen is het nooit kunnen doorgaan. Ik wil zo hoog mogelijk trainen en natuurlijk heb ik mij vroeger wel eens afgevraagd ‘waarom zijn ze nog niet gekomen?’ Toen ik na zeven jaar als trainer nog geen aanbieding had, heb ik dan maar voor het buitenland gekozen, eerst Nederland en later Saudi-Arabië. Daar heb ik heel veel geleerd over coaching, over communiceren zonder de taal te spreken, maar toch de spelers mee­krijgen. Ik verbood hen te roken en te snoepen, maar toen ik er vertrok, vloeiden er tranen.”

Dat u als voetballer nooit de top hebt gehaald, is dat een nadeel?

“Neen, maar ik zie wel wat Michel Preud’homme voor heeft op mij. Als de druk te groot wordt, speelt hij daar mee. Ik denk dat sommige ex-toppers die trainer worden, geneigd zijn minder of te weinig te trainen, omdat ze dat zo gewend waren, zeker op het laatst. Dat vind ik dan weer een voordeel voor mij.

“We spreken over twee verschillende beroepen. Ik had ook in de Pro License-trainers­cursus nooit de indruk dat ik tegenover een Eric Van Meir, Jan Boskamp en Peter Maes die allemaal in mijn jaar zaten, moest onderdoen als het om tactiek ging.

“Elke trainer heeft zijn eigen manier van werken en er is meer dan één weg die naar Rome leidt. Als Aimé Anthuenis Anderlecht met Radzinski en Köller aan de gang kreeg door bij het uitlopen door de vingers te zien dat ze achter een boom bleven staan, én hij haalt daarmee resultaat, dan staat dat resultaat voorop. Een week aan het zwembad gaan liggen in Tenerife en daarna kampioen spelen? Goed gedaan. Voor even. Je bouwt er natuurlijk niks mee op.

“Ik wil leren van anderen. Marcelo Bielsa
(Argentijn, bij Leeds, HV) zou ik graag eens spreken en aan het werk zien. Maar evengoed Diego Simeone van Atlético hoe die het mannetje Antoine Griezmann in het gareel houdt zodat die zich te pletter loopt voor de ploeg. Pep Guardiola bij Bayern München, daar had ik bij willen zijn. Hoe die de Duitsers zijn speelstijl eigen heeft gemaakt.”

Marc Brys over zijn ontslag bij Germinal Beerschot in 2005: ‘Ik was helemaal van slag. Samen met voorzitter Verhaegen heb ik mijn locker leeg­gemaakt en hebben we in zijn bureau nog wat gehuild.’ Beeld Thomas Sweertvaegher

In een vorig leven was u rechercheur bij de Antwerpse politie. Hebt u dingen uit deze job meegenomen?

“Toch wel. Mensenkennis bijvoorbeeld. Je komt tegenover mensen te staan die je onmiddellijk moet beoordelen op wie ze zijn, wat ze doen en eventueel of ze gevaarlijk kunnen worden. Inschattingsvermogen, mensen kunnen plaatsen, dat is iets wat een politieman zich snel eigen moeten maken, al was het maar uit lijfs­behoud.

“Verder weet ik wat werken in team betekent. Bij de politie is het extreem: daar leg je je veiligheid soms in de handen van anderen. Ik deed dat werk heel graag en we hebben ook mooie successen geboekt. Op het laatst zat ik in de hooligan­cel en in 2001 hebben we na de rellen in Massenhoven tussen Antwerp- en Club Brugge-fans heel wat kopstukken kunnen oppakken.

“Trainerschap is onzekerder, dat klopt. Het voetbalvirus kreeg mij te pakken bij Delta Londerzeel en ik voelde meteen dat het mijn ding was: voor een groep gaan staan en proberen alle neuzen in de richting te krijgen die ik wil. Als je dan resultaten boekt, denk je met je Antwerpse arrogantie al snel: ik ben de beste van de wereld. Wat ook weer rap overgaat.”

Het ene jaar tovenaar, het andere jaar sukkelaar.

“Precies. Het is zoals Sef Vergoossen (Nederlandse ex-coach, HV) ooit zei: bij voorkeur voor de trainer een houten standbeeld, dan kan het snel worden afgebrand. We hebben met Beerschot ooit de beker gewonnen (in 2005, HV) en ik had het gevoel: dit is mijn ploeg. Enkele maanden later gooiden ze mij gewoon buiten. Met de melding: volgend jaar nemen we je terug als trainer.

“Ik was helemaal van slag daardoor en omdat ik niemand wilde zien, ben ik om half­zeven mij lockertje gaan leegmaken. Jos Verhaegen was toen voorzitter en die wachtte mij op. We hebben het samen leeg­gemaakt en dan in zijn bureau nog wat gehuild. Het daarop­volgende seizoen nam hij mij terug als trainer.”

Hoeveel compromissen bent u bereid te sluiten?

“Ik heb mijn eigenwaarde en daar stap ik niet van af. Ooit vroeg de Armeense eigenaar van Berchem – niet gewend dat veel mensen hem tegen­spraken – om te veranderen van systeem. Het nieuwe spelsysteem dat ik trainde, liep in het begin niet te best. Straks gooi ik je buiten nog voor de competitie begint, zei hij. Ik heb nagedacht over wat hij zei en ik kwam tot de vaststelling: dit kan ik niet maken tegenover mijzelf. Ik weet dat dit het goeie systeem is, het moet er alleen uitkomen. Het is er uitgekomen en we zijn twee keer kampioen geworden.”

In de winter­mercato verhuisden spelers Casper De Norre naar Genk en Roman Bezus zelfs naar Gent, dat met STVV strijdt om een plaats in play-off 1. Hoe heeft men u dat laten door­slikken?

“Ik heb van in het begin heel goed begrepen dat het soms niet anders kan. Casper De Norre speelde twee jaar geleden nog bij Geel en is deze winter de op één na duurste inlandse transfer ooit geworden omdat Genk, waar hij is opgeleid, hem wilde. In voetbal is er die ene wet: elke speler ter wereld, in welk team ook, is voor de correcte prijs verkoopbaar. Vier miljoen was meer dan correct.

“Roman Bezus is een verhaal dat langer aansleept. Eigenlijk wilde hij de voorbije zomer al weg en liep hij ongelukkig tot we hem toch weer gemotiveerd bij de les kregen. Hij had nog een half jaar op zijn contract en dan moet je ook afwegen: vrij laten vertrekken of toch nog wat geld krijgen. Ik begrijp hem en ik begrijp de club.”

Beeld Thomas Sweertvaegher

Het zwaard boven uw hoofd is een eventuele afkeuring van het veld voor play-off 1. Volgens geruchten zit dat er in.

“Ik heb gelezen dat ze komen controleren voor play-off 1. Voorlopig is dat mijn probleem niet, maar dat zou het wel eens heel snel kunnen worden. Ons veld is natuurlijk niet goed, dat ziet en weet iedereen. Het trainings­veld hier is tien keer beter, wat meteen bewijst dat het niet aan het kunstgras ligt, maar wel aan dat specifieke kunstgrasveld in ons stadion. Er zijn plannen om het te vervangen, neen, niet na de reguliere competitie maar na play-off 1. Allez, de play-offs bedoel ik. (lacht) Nu heb ik mij versproken.”

U denkt na over de aanleg van kruispunten en rotondes. Dat herken ik.

“Serieus? Heb jij dat ook? Dan kijk ik naar een kruispunt en kan ik daarover nadenken hoe het beter zou moeten. Tegelijk denk ik: waar ben jij nu mee bezig?”

Een analytische geest moet je koesteren.

“Ach, is het dat maar, dan is het goed. (lacht) Nadenken over structuren en lijnen is typisch voetbal. Jawel, ik heb een nota­boekje naast mijn bed liggen. Soms word ik gewoon wakker van een voetbal­idee en schrijf ik dat meteen op. Verder slaap ik bijzonder goed.”

U hebt nog een nadeel, of het kan een voordeel zijn: trainers met een jongere vrouw blijven langer actief.

“Ik hoop echt dat ik dit nog heel lang mag doen. Zolang het maar voetbal is, het moet niet altijd de top zijn. Mijn vrouw is van Kreta en wij hebben daar nu al een huis, maar later gaan we terug en wil ik daar een voetbal­school beginnen. Daar kijk ik echt naar uit. Het gaat nu veel beter, maar zelfs met alle ellende die Griekenland meemaakte, blijft de levens­kwaliteit zeer groot.”  

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met De Morgen?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van De Morgen rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234